Suezcrisis in retrospectief | Maritiem Nederland
Nieuws
De HMS ´Arc Royal´op het Suezkanaal.

Suezcrisis in retrospectief



Peter van der Hoest | woensdag 12 juli 2006

Toen al spectaculaire bergingen door Smit en Tak Vijftig jaar terug nationaliseerde Egypte het Suezkanaal en maakte daarmee een einde aan de controle van Frankrijk en Engeland op de toegangsweg van Europa naar de Indische Oceaan. De poging van de oude koloniale heersers om het kanaal samen met Israël te heroveren, liep uit op een catastrofe.

Op initiatief van Ferdinand de Lesseps, de Franse consul in Caïro die ook ingenieur en financier was, is in 1859 begonnen met het graven van een kanaal door Egypte naar ontwerp van de Oostenrijkse ingenieur Alois Negrelli. Om het benodigde kapitaal bij elkaar te krijgen, had hij de Compagnie Universelle du Canal Maritime de Suez opgericht. Een bedrijf dat het kanaal ook beheerde en nog altijd bestaat, maar nu SUEZ heet. De vaargeul zou de reistijd naar het Midden-Oosten, India en het Verre Oosten aanzienlijk bekorten.

Aanvankelijk was het kanaal in bezit van de Egyptische en Franse overheden. Hoewel de Engelsen het Franse project met argusogen bekeken, namen ze het Egyptische belang van 40 procent uiteindelijk toch over. Egypte was genoodzaakt tot verkoop vanwege de torenhoge buitenlandse schulden. De Engelsen kregen hiermee het voor hun imperialistische doeleinden buitengewoon nuttige kanaal onder controle, een toestand die tot 1952 onveranderd bleef. Wel ondertekenden de belangrijkste zeevarende naties in 1888 het Verdrag van Constantinopel dat alle schepen, ongeacht nationaliteit, recht op vrije doorvaart gaf. Ieder schip moest wel tol betalen.

 

Aantrekkelijke prooi

Ondanks de officiële onafhankelijkheid van Egypte in 1922, hield Groot-Brittannië nog lange tijd veel invloed in het land. Vanaf 1936 stationeerde het militairen in de vroegere kolonie. Dit versterkte de anti-Britse gevoelens, die in 1952 tot uitbarsting zouden komen. Onder leiding van de charismatische leider Gamal Abdel Nasser grepen de militairen de macht. Ze kondigden aan een einde te zullen maken aan de Britse militaire aanwezigheid in de kanaalzone. Binnen de Arabische wereld kreeg Nasser steeds meer aanzien. Hij wierp zich op als symbool van een hernieuwd Arabisch nationalisme. Tevens pleitte de Egyptische leider voor een onafhankelijke koers.

De spanningen van de Koude Oorlog en de economische expansie ter plaatse maakten het Arabisch schiereiland tot een aantrekkelijke prooi voor het Amerikaanse postkolonialisme. De Verenigde Staten probeerden hun belangen in het Midden-Oosten te beschermen door pro-westerse regeringsleiders te steunen. Veel politici redeneerden echter dat de enige garantie voor onafhankelijkheid gelegen was in het bewaren van neutraliteit tussen de twee gewapende kampen. De Egyptenaren associeerden het westerse kamp vooral met de koloniale overheersing, waardoor men de blik graag de andere kant op richtte.

De polarisatie tussen het Oost- en Westblok en het conflict tussen neutrale en pro-westerse partijen zorgden al snel voor een verhitte sfeer en deed de Arabische landen onderlinge steun bij elkaar zoeken. Het streven naar een grotere eenheid tussen de verschillende staten was intussen een van de belangrijkste uitgangspunten in de regio. Uiteindelijk kozen de Arabisch politici voor wat men toen ‘niet-gebondenheid’ noemde. Nasser werd het gezicht van het nieuwe pan-Arabisch zelfbewustzijn.

 

Belediging

Om een onafhankelijke koers te kunnen varen, had Egypte nieuw oorlogsmaterieel nodig. De aanschaf van modern wapentuig uit Tsjecho-Slowakije veroorzaakte gefronste wenkbrauwen in het Westen. De Russen zagen hun kans schoon en boden Nasser hulp bij de financiering van de ruim drieënhalve kilometer lange Aswandam in de Nijl. In Washington leidde de Russische opstelling tot onrust. De Amerikanen besloten om Nasser ook te helpen bij het prestigieuze project. Binnen een half jaar trok de Amerikaanse regering dit voorstel echter weer in. Belangrijkste reden was dat de Amerikanen bang waren hun geld niet terug te zien.

Het intrekken van het Amerikaanse voorstel ervoer Egypte als een zware belediging. De reactie was niet mis te verstaan: een week later, op 26 juli 1956, maakte Nasser de nationalisatie van het Suezkanaal bekend. Zo kon Egypte toch nog het benodigde kapitaal voor het Aswan-project bijeengaren. De vrije doorvaart, zoals in het Verdrag van Constantinopel vastgelegd, kwam hierbij niet in gevaar. In tegendeel, want nu streek Egypte alle tolgelden op.

Londen en Parijs waren flink geschrokken van het daadkrachtige beleid van de Egyptische president. De twee voormalige koloniale grootmachten besloten de Egyptische deviezen bij hun banken te bevriezen. Er bestonden zelfs plannen om Nasser te liquideren.

 

Invasie

Na een periode van vruchteloos onderhandelen zouden drie partijen elkaar uiteindelijk vinden in het Protocol van Sèvres. Groot-Brittannië en Frankrijk, die zich gedupeerd voelden, vonden in Israël een welkome partner. De voormalige Britse kolonie zag zich sinds de oprichting geconfronteerd met een Arabische militaire overmacht. De modernisering van het Egyptische leger zorgde in Jeruzalem bovendien voor de nodige argwaan.

Op Frans initiatief hadden Parijs en Jeruzalem half september 1956 al gesproken over de mogelijkheid van een Frans-Israëlische invasie. Een maand later zou Groot-Brittannië zich bij hen voegen. Op 24 oktober van hetzelfde jaar vielen in het Franse Sèvres beslissingen over een oorlog tegen Egypte.

Artikel 1 van het verdrag bepaalde dat Israëlische militairen in de nacht van 29 oktober de Sinaïwoestijn zouden binnenvallen. Artikel 2 hield in dat Frankrijk en Groot-Brittannië een einde aan de strijd tussen Egypte en Israël zouden maken. Naast een staakt-het-vuren moesten beide legers zich 10 mijl ten westen van het kanaal stationeren. Aangezien Nasser deze eisen waarschijnlijk niet zou inwilligen, bepaalde artikel 3 dat Groot-Brittannië en Frankrijk bij een Egyptische weigering op 31 oktober ook een aanval op het land van de farao’s zouden inzetten.

Aldus geschiedde. Op het afgesproken tijdstip viel Israël de Sinaï binnen. Londen en Parijs eisten, volgens artikel 2, een staakt-het-vuren en terugtrekking van de troepen. Het Egyptische leger bevond zich op dat moment ruim 100 kilometer ten oosten van het kanaal bevond. Instemmen met de Britse en Franse eisen betekende een terugtrekking van de troepen met zo’n 150 kilometer, een nogal irrëele verwachting die, toen er niet aan werd voldaan, volgens de Britten en Fransen de legitimering vormde om zich in het conflict te mengen.

En inderdaad Egypte weigerde zich terug te trekken. In reactie hierop begonnen op 31 oktober de bombardementen. Vanuit Malta vertrok een invasiemacht. Deze moest binnen een week voet aan wal zetten. Op 5 november landden de eerste parachutisten rondom Port Saïd. Ondanks hevig verzet was de havenstad snel veroverd. Kritische reacties uit binnen- en buitenland zorgden er echter voor dat de Britten hun invasie in opdracht van premier Eden in de nacht van 6 november alweer staakten. Diezelfde dag had Israël een staakt-het-vuren afgekondigd. Ondanks de Franse bereidheid door te vechten, kon Parijs weinig anders doen dan het Britse voorbeeld volgen.

 

Fiasco

De Verenigde Staten reageerden furieus op de Israëlische invasie. Bij monde van president Eisenhower lieten ze weten dat ze alles in het werk zouden stellen om een eind aan de situatie te maken. Tijdens spoedzittingen van de Verenigde Naties werd al gepleit voor een staakt-het-vuren. Het meest spectaculaire pressiemiddel kwam in de vorm van een brief van de Russische premier Boelganin. Hij dreigde met inzet van kernwapens, mochten de Britten doorgaan met hun militaire acties. Maar de Russische druk en de Amerikaanse ergernis waren niet de enige redenen voor het afblazen van de militaire missie. Binnen eigen regeringskringen en bij de oppositie bestond vanaf het begin van de operatie al kritiek. Vooral de druk die de oorlog op het pond en de goudreserves uitoefende, was een doorn in het oog van vele Britse politici. Alles bij elkaar duurde de Suezcrisis ongeveer een week. Maar het bleef nog lang onrustig in de regio.

De VN stuurden een vredesmacht die erop toe moest zien dat de strijdende partijen zich hielden aan het staakt-het-vuren. Bij de oprichting van de United Nations Emergency Force (UNEF) probeerden Groot-Brittannië en Frankrijk hun belangen veilig te stellen. Zij probeerden de UNEF zover te krijgen dat deze zich als verlengstuk van de Frans-Britse invasiemacht op zou stellen. Ook wilden beide naties deel uitmaken van de vredesmacht. Geen van beide voorstellen vond echter doorgang, waarmee de rol van Groot-Brittannië en Frankrijk in Egypte voorlopig uitgespeeld leek.

Utrechts historicus Duco Hellema, gepromoveerd op de Nederlandse houding ten aanzien van de Suezcrisis, noemt de periode een fiasco voor Groot-Brittannië en Frankrijk: “Nasser was populairder dan ooit, het kanaal bleef maandenlang gesloten, en van de door Frankrijk en Groot-Brittannië gewenste internationale controle was geen sprake meer. Bovendien was een ernstig conflict ontstaan binnen het Atlantisch bondgenootschap.”

 

Koloniaal sentiment

De Nederlandse regering steunde de Britten en Fransen in hun poging het Suezkanaal te heroveren. De belangrijkste motivatie hiervoor lag in koloniaal sentiment. Na het verlies van Indonesië aan Soekarno, steunde Nederland de oude Europese koloniale machthebbers in hun strijd tegen Nasser. Minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns had veel waardering voor het Franse optreden en de hardnekkige, rechtlijnige politiek van Parijs kon rekenen op de sympathie van Den Haag. Ook na afloop van het conflict bleef Nederland de kant van de aanvallers kiezen.

Bij de heropening van het kanaal ontstonden nog de nodige problemen. Egypte bracht na de invasie veertig schepen in het kanaal tot zinken, waardoor het niet langer mogelijk was om de waterweg te bevaren. Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties Dag Hammerskjöld vroeg de negen landen die het meest gebruikmaakten van de doorgang een financiële bijdrage te verlenen. Minister Luns wilde hier bepaalde voorwaarden aan verbinden. Om te voorkomen dat de negen landen hun geld nooit terug zouden zien, eisten zij een bepaalde mate van medezeggenschap. Al snel werd duidelijk dat alleen Nederland zulke harde voorwaarden stelde. Uiteindelijk liep het initiatief van Luns op niets uit.

De Nederlandse politieke opstelling tijdens de Suezcrisis was op zijn minst conservatief te noemen. Toch kon Luns rekenen op brede steun van de regering, maar ook van de pers en de Tweede Kamer. Slechts een klein deel van de volksvertegenwoordiging liet zich kritisch uit over het optreden van de minister. Binnenskamers zijn echter verschillende pogingen gedaan om het beleid van Luns te matigen. Sancties en confrontaties moesten volgens enkele medewerkers van Buitenlandse Zaken gemeden worden. In plaats daarvan was een moderne oplossing van de Midden-Oosten-problematiek, naar Amerikaans voorbeeld, wenselijk. Luns had hier echter geen oren naar. Hij liet zich in zijn beleid nog altijd leiden door koloniale opvattingen. Duco Hellema vat het Europese optreden in zijn proefschrift als volgt samen. “Wat een West-Europees machtsvertoon moest worden, werd een debacle. Suez werd geen les voor obstinate Afro-Aziatische leiders maar het symbool van de teloorgang van het West-Europees kolonialisme.”

 

Spectaculaire bergingen

Nederland heeft wel geholpen met berging van de schepen die op de bodem van het kanaal lagen. De Verenigde Naties verzochten L. Smit & Co’s Internationale Sleepdienst samen met het Deense bergings- en sleepvaartbedrijf Svitser alle wrakken te verwijderen. Ook het materieel en de mensen van het Maasluisse Tak’s Berging werden ingeschakeld. Om het Nederlandse gezelschap als één team te presenteren werden alle schoorstenen van de vaartuigen voorzien van de karakteristieke blauwe band van Smit. De gedeelde expertise zorgde voor spectaculaire bergingen. Bergingsleider Jan Lolkus kreeg de bijnaam Wreck-a-day-John, vanwege het hoge tempo waarmee hij de gezonken schepen naar de oppervlakte bracht.

Ook in Nederland waren de gevolgen van de Suezcrisis voelbaar. In november 1956 werd de ‘autoloze zondag’ ingevoerd. Er gold een rijverbod voor zondagen gedurende een periode van negen weken. Alleen taxi’s, buitenlandse auto’s en auto’s met ontheffing reden over de Nederlandse wegen. Op de lege straten waren rolschaatsers de baas. Door de Suezcrisis stagneerde de doorvoer van olie naar Europa. Voor het eerst werd duidelijk hoe afhankelijk Nederland was van de toevoer van olie. Het ‘zwarte goud’ vormde de grondstof voor de Nederlandse raffinaderijen en petrochemische industrie. Stagneerde de olietoevoer naar Rotterdam, dan waren de gevolgen rampzalig. De olie-industrie zou haar productie terug moeten schroeven en personeel moeten ontslaan, olieconcerns moesten vanwege het pro-Israëlische standpunt van het Nederlandse kabinet uitwijken naar alternatieve havens in de buurt, en door het beperkte benzineverbruik zou de schatkist miljoenen guldens aan accijnzen mislopen. Zo lang duurde de crisis gelukkig niet. Zij vormde echter wel een opmaat voor veel ingrijpender oliecrises in de volgende decennia.

  

Kader  1

Suez-historie

 

500 voor Christus

Aanleg van een kanaal tussen de Rode Zee en de Nijl door de Perzen, onder Darius de Grote. Door slecht onderhoud slibt het kanaal na verloop van tijd dicht.

1854

de Franse ambassadeur in Egypte, stelt voor om een kanaal te graven tussen de Middellandse en de Rode Zee.

1858

Oprichting van La Compagnie Universelle du Canal Maritime de Suez door de Fransen en Britten. Deze maatschappij houdt zich bezig met bouw en exploitatie van het kanaal voor de komende 99 jaar. Hierna wordt het kanaal overgedragen aan de Egyptische autoriteiten.

1859  

Begin graafwerkzaamheden.

1869  

Opening van het kanaal. De afmetingen van de vaargeul zijn indrukwekkend. De bodembreedte bedraagt 22 meter. Aan het wateroppervlak is dit 58 meter. Er is 8 meter diep de grond in gegraven voor een lengte van ruim 160 kilometer.

1875  

De Britse overheid koopt het Egyptische aandeel in de uitbatingsmaatschappij

1888  

Tijdens het Congres van Constantinopel besluiten de grootgebruikers dat het kanaal voor alle landen toegankelijk moet zijn.

1936  

De Britten stationeren soldaten op Egyptisch grondgebied.

1948  

Egyptische autoriteiten stellen een verbod in op het gebruik van het kanaal voor schepen met eindbestemming Israël.

1954

Afspraak tussen Egypte en Groot-Brittannië over de terugtrekking van de Britse troepen, binnen zeven jaar.

Juni 1956    

Britse troepen verlaten Egypte.

26 juli 1956  

Egypte nationaliseert het Suez-kanaal.

31 oktober 1956

Frankrijk en Groot-Brittannië vallen Egypte aan. Egypte reageert door de veertig schepen die op dat moment op het kanaal aanwezig zijn tot zinken te brengen.

1957  

Heropening van het kanaal, na de berging van de gezonken schepen.

1962  

Egypte heeft alle schuldeisers terugbetaald.

1967  

Naar aanleiding van de Zesdaagse Oorlog sluit Egypte het Suezkanaal opnieuw.

1975  

Heropening van het kanaal voor alle schepen

1979  

Ook Israël mag weer onbeperkt gebruikmaken van het kanaal.

 

Kader 2

Suez-kanaal

Het Suezkanaal (Qanâ el Suweis) is 163 kilometer lang en verbindt Port Saïd aan de Middellandse Zee met de stad Suez aan de Rode Zee. Naar schatting hebben anderhalf miljoen Egyptenaren eraan gewerkt. De omstandigheden waren zwaar: meer dan honderdduizend arbeiders bezweken tijdens de werkzaamheden, voornamelijk aan cholera.

De vaargeul vormt een scheiding tussen Azië en Afrika. Omdat de zeeën aan weerskanten hetzelfde niveau hebben heeft de veelgebruikte doorgangsweg geen sluizen nodig.

Op 18 februari 1867 voer het eerste schip door het Suezkanaal. Jaarlijks varen er tegenwoordig zo’n 15.000 schepen doorheen, een tocht die elf tot zestien uur in beslag neemt. In 2000 passeerde circa 14 procent van het totale tonnage van de wereldscheepvaart de belangrijke doorgang.

 

www.press.umich.edu/pdf/0472108670-06.pdf

 

Literatuur

De Nederlandse houding ten aanzien van de Hongaarse revolutie en de Suezcrisis. Proefschrift van prof. Dr. Duco Andele Hellema (1990, Uitgeverij Jan Mets, Amsterdam)

De Koude Oorlog 1917-1991. Yvan Vanden Berghe (2002, Acco, Leuven)

Aanmelden nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van Maritiem Nederland.

Abonneer je nu!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Bent u nog niet bekend met Maritiem Nederland? Vraag dan hier uw proefabonnement aan!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Word ook abonnee!

Neem nu een abonnement en ontvang elke maand hèt vakblad voor de maritieme sector op de deurmat.

Sluit nu een abonnement af

Partners Maritiem Nederland