Nieuws

‘Overheden moeten meer lef hebben’

Jan Spoelstra | vrijdag 31 augustus 2012

Na zijn functie als staatssecretaris van Economische Zaken in het kabinet-Balkenende IV is Frank Heemskerk tegenwoordig lid van de raad van bestuur van Royal HaskoningDHV. Met de belangen van de Nederlandse watersector in het achterhoofd en zijn politieke ervaring leidt Heemskerk ook voor de Topsector Water het kernteam Export en Promotie: “Overheden, kennisinstellingen en het bedrijfsleven moeten intensief samenwerken om vooral in het buitenland met water meer geld te verdienen.”

De tijd dat je als bedrijf met een goed idee bij de overheid kan aankloppen voor een zak met subsidiegeld is voorbij. “We hebben met zijn allen minder geld te besteden, dus het geld dat we te besteden hebt, moeten we slimmer uitgeven”, begint Heemskerk. “De kern van het topsectorenbeleid, meer focus en samenwerking, onderschrijf ik van harte.”
Het kabinet Rutte heeft twee jaar geleden negen topsectoren in het leven geroepen, waaronder chemie, agrifood, water en logistiek, sectoren waar Nederland van oudsher goed in is. De Topsector Water bestaat uit drie sterke deelsectoren, namelijk deltatechnologie, watertechnologie en maritiem.
Nederland is hét maritieme centrum van Europa. Om die positie verder uit te bouwen wil Heemskerk investeren in innovatie en exportbevordering. Wat betreft maritiem zijn er vier business cases. Allereerst is dat Deep Sea Mining voor het winnen van grondstoffen en energie op zee. Het tweede thema is Schone Schepen, vooral gericht op schone en energie-efficiënte schepen. Het derde gebied waarin we willen innoveren is Slimme Schepen (speciale schepen, defensie, veiligheid). De vierde business case tot slot is slimme havens (interactie schip en zeehaven infrastructuur). Binnen de Topsector Water zijn er bovendien speciale teams die oplossingen moeten gaan aandragen voor thema’s die in de hele watersector van belang zijn. Zoals het kernteam Human Capital dat een betere aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt bevordert. En onlangs kwam het team Exportfinanciering met aanbevelingen voor het versterken van ons exportinstrumentarium. Het kernteam Export en Promotie wordt geleid door Frank Heemskerk, oud-staatssecretaris Economische Zaken en tegenwoordig lid van de raad van bestuur van Royal HaskoningDHV.

 

Er is veel scepsis over wat deze topsectorenaanpak nu daadwerkelijk voor het bedrijfsleven kan betekenen. Hoe zou u die weg willen nemen?
“Als er minder geld te besteden is, en dat is momenteel zeker het geval, is het belangrijk dat het geld dat je hebt zo effectief en efficiënt mogelijk besteedt. Bij het ontwikkelen van kennis en het realiseren van innovaties is het van groot belang dat wetenschappers nauwer samenwerken met het bedrijfsleven. Maar ook kunnen we door een betere samenwerking de Nederlandse kennis en kunde beter op de internationale kaart zetten. Want met een haperende Europese economie bieden de nog steeds groeiende economieën in Azië, Brazilië, India en Afrika de beste kansen. Door als ondernemers, onderzoekers en overheid samen op te trekken, marktkansen te verkennen, contacten te leggen en onze kennis en kunde te presenteren kunnen we meer grote en mooie opdrachten binnenhalen.”

 

Ziet u deze trend van opkomende economieën buiten Europa ook binnen Royal HaskoningDHV?
“Als ingenieursbureau verdienen we het grootste deel van ons geld buiten Europa. Royal Haskoning is 131 jaar oud, en wil minstens 262 jaar oud worden. Daarvoor moet je naar het buitenland kijken. Dat is overigens niet nieuw. Hier in de vergaderruimte hangt een ingelijst contract voor het ontwerpen van een brug in Caïro. Onze oprichters Van Hasselt en De Koning tekenden in 1889 al een internationaal contract. De brug werd in 1924 opgeleverd en staat er nog steeds.
De komende jaren vindt economische groei vooral plaats in het verre buitenland. Het relatieve belang van de Europese en Nederlandse markt daalt. We moeten meer dan ooit de havens uit, de zee op en ons geld elders verdienen. Dat is ook de belangrijkste reden van onze fusie met DHV. Samen staan we vooral internationaal veel sterker.”

 

Hoe verloopt de fusie tussen DHV en Royal Haskoning?
“Die is afgerond. De organisatie staat. We werken in de praktijk nu als één bureau, met een nieuwe website en een nieuw logo. Juridisch is nog niet alles rond, maar dat is per 1 januari 2013 ook geregeld. En verder werken we natuurlijk nog aan de uitwerking van details. Nog niet al onze mensen hebben al nieuwe visitekaartjes bijvoorbeeld, en ook de logo’s op de daken van onze kantoren moeten we nog aanpassen. DHV en Royal Haskoning zijn ook gelijkwaardige partners, ongeveer even groot, die elkaar goed lijken aan te vullen. Zo is DHV groot op het gebied van luchthavens, Royal Haskoning juist op het gebied van havens.”

 

Zijn er al projecten waar jullie synergie-effecten merken?
“DHV was met dochteronderneming NACO (Netherlands Airport Consultants BV) al groot op het gebied van luchthavens. Intervistas was op het gebied van mobiliteit al groot in Noord-Amerika. Momenteel helpt ons dat enorm bij het verkrijgen van een groot havenproject in Canada. Via DHV en zijn dochterbedrijven hebben we daar een kantoor en een licentie om aan de slag te gaan. Onze specialisten op het gebied van havens kunnen daar zo aan de slag. Andersom werkt het ook. Royal Haskoning werkt momenteel aan een groot havenproject in Durban (Zuid-Afrika, oostkust) samen met het Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam. Sinds de fusie met DHV hebben we daar nu ook een kantoor in de buurt. Ook bouwt Royal Haskoning aan een grote havenuitbreiding in Bakoe, Azerbeidzjan. Het land heeft ook plannen voor een nieuwe luchthaven. Het is ideaal dat onze havenexperts aldaar kunnen uitleggen wat onze luchthavenexperts voor ze kunnen betekenen. De fusie levert echt extra business voor ons op.”

 

Hoe is het om als econoom tussen bèta’s en ingenieurs te werken?
“Enorm leuk. Er is een wereld voor me opengegaan. En natuurlijk is het ook een uitdaging. Ik weet niet hoe je een tunnel afzinkt. Ik moet ook niet de pretentie hebben dat ik dat weet. Wat ik wel kan doen is de vertaalslag maken voor de klant, want bèta’s en ingenieurs vinden het soms lastig om hun oplossingen uit te leggen aan mensen met een niet-technische achtergrond. Ook speelt de politieke en economische haalbaarheid in onze projecten een steeds grotere rol, en daar heb ik weer meer feeling mee. Dat vult elkaar juist heel goed aan. Bèta’s en gamma’s hebben elkaar nodig in onze tak van sport.”

 

Hoe kan de overheid volgens u het exportklimaat voor Nederlandse bedrijven in de watersector verbeteren?
“Ik vind het belangrijk dat de overheid een innovatief aanbestedingsbeleid gaat voeren. Overheden moeten meer lef hebben om nieuwe, innovatieve oplossingen toe te passen. Dat is bovenal goed voor Nederland, maar ook voor onze export. Want die nieuwe, innovatieve oplossingen kunnen we vervolgens aan het buitenland verkopen. Immers, we laten in Nederland zien dat het werkt.
Daar hoort bij dat de overheid strenge maar haalbare milieueisen stelt. Daardoor zijn bedrijven genoodzaakt te innoveren, zodat ze vooroplopen ten opzichte van andere landen.”

 

Is er in de verkiezingsprogramma’s in algemene zin voldoende aandacht voor het belang van een goed exportbeleid?
“Uiteraard verschilt dat per partij. Ik weet wel dat een zekere grote sociaal-democratische partij op pagina 13 van zijn verkiezingsprogramma heeft staan dat Nederland beschikt over de beste ingenieursbureaus, offshorebedrijven en waterbouwers. Ik weet niet of dat een stemadvies voor ingenieurs in Nederland is.
Zonder gekheid. Veel Nederlanders zijn er trots op dat onze zeehavens en Schiphol internationaal een prominente positie innemen en dat we wereldwijd bekend staan om onze schepen, havens en dijken. Veel kiezers zien ook het belang van een positieve internationale oriëntatie. Ik hoop dat een toekomstig kabinet dat ook inziet.”

 

Die positieve internationale oriëntatie ontbrak bij het vorige kabinet?
“Die kan beter. De VVD heeft gekozen voor een gedoogconstructie. Ons kabinet heeft veel moeten uitleggen, en in Europa en op het internationale toneel geen constructieve bijdrage kunnen leveren. Daarnaast was er geen minister van buitenlandse handel. Die functie lag bij Henk Bleker en Maxime Verhagen, die beiden ook veel andere verantwoordelijkheden
hadden. Ik hoop vurig dat er weer een minister voor buitenlandse handel komt.
Het topsectorenbeleid is uitstekend. Dat moeten we onverminderd doorzetten, met een nog sterkere focus op de export en het geld dat we buiten Europa kunnen verdienen. Daar verdient iedereen in Nederland aan mee.”

 

Volgens Heemskerk hangen veel grote ontwikkelingen die we in de wereld zien, samen met water. De wereldwijde bevolkingsgroei zorgt ervoor dat steeds meer mensen in steden wonen, de meeste daarvan vinden we in delta’s en aan de kust. Dat levert een toenemende vraag naar de bouw van (haven)infrastructuur op en grotere handelsvolumes over zee. Klimaatverandering draagt bij aan groeiende wateropgaven, juist in die steden en delta’s: te veel of juist te weinig water in de rivieren, een stijgende zeespiegel, schoon drinkwater en de bescherming tegen overstromingen.
Maar water is ook belangrijk in de energiesector. Denk daarbij aan offshore windmolens en het vervoer van vloeibaar aardgas over zee. Heemskerk: “In de Topsector Water komen veel grote ontwikkelingen in de wereld, zoals verstedelijking, mobiliteit, veiligheid en duurzame energie samen.”
Als we Heemskerk vragen naar wat hij over vier jaar bereikt wil hebben met het kernteam Export en Promotie van de Topsector Water, dan ziet hij ook een belangrijke uitdaging op het gebied van watertechnologie. “Nederlandse watertechnologiebedrijven zouden een veel grotere rol kunnen spelen in het wereldwijd leveren van schoon drinkwater, maar ook waar het gaat om innovaties op het gebied van afvalwater en energie. De vraag hiernaar neemt enorm toe in landen als Brazilië, China en India, en zeker ook in Afrika. Het zou mooi zijn als Nederlandse bedrijven daar samen gemakkelijker succesvol kunnen ondernemen.”

 

Maritieme Hot Spots
Het topsectorenbeleid biedt geen extra geld en is nog niet altijd voor iedereen even duidelijk. Binnen de Topsector Water wil Heemskerk vooral partijen samenbrengen en de samenwerking verbeteren. “Ik bied betrokken partijen vooral een kop koffie en een goed gesprek. Want ik weet zeker dat we door meer samen te werken veel meer kunnen verdienen.” Heemskerk hoopt ook dat het topteam water een versneller van exportbevorderend beleid wordt.
Maar ook werken we binnen de Topsector Water aan een lang gekoesterde wens vanuit Stichting Nederland Maritiem Land. Iets waar maritiem consultant Martin Bloem een jaar geleden een lans voor heeft gebroken: Maritieme Hot Spots. Heemskerk: “Het hoeft niet altijd allemaal van de overheid te komen. Bedrijven kunnen vaker elkaar de bal toespelen, om samen kansen in de markt te verzilveren.” Er worden zeven maritieme hotspots aangewezen waar we onze activiteiten concentreren, waaronder Rio de Janeiro met een opkomende offshore industrie, Singapore als draaischijf voor Azië en Shanghai als onbetwiste maritieme hoofdstad van China.
“Er komt een aantal marktstudies naar deze hotspots waar Nederlandse maritieme bedrijven van profiteren en waarin we samenwerking stimuleren. Om als Nederlands bedrijf daadwerkelijk geld te verdienen aan deze f lorerende gebieden, is het van belang je daar ook te vestigen. Het idee is dat de maritieme hotspots bijdragen aan een goed investeringsklimaat.”
Op 26 september organiseert Stichting Nederland Maritiem Land de kick-off van de Maritieme Hot Spots.

 

(Foto Frank Heemskerk: ANP / Foto overslag containerschip: Danny Cornelissen)

Aanmelden nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van Maritiem Nederland.

Abonneer je nu!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Bent u nog niet bekend met Maritiem Nederland? Vraag dan hier uw proefabonnement aan!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Word ook abonnee!

Neem nu een abonnement en ontvang elke maand hèt vakblad voor de maritieme sector op de deurmat.

Sluit nu een abonnement af

Partners Maritiem Nederland