Nieuwe bevelstructuur bevordert samenwerking | Maritiem Nederland
Nieuws
Nieuwe bevelstructuur bevordert samenwerking

Nieuwe bevelstructuur bevordert samenwerking



Jan van den Berg | woensdag 12 juli 2006

Afslanking en vervanging karakteriseren toekomst marine De nieuwe organisatiestructuur van de krijgsmacht betekent ogenschijnlijk een stap terug voor de marinebevelhebber. Hoogste marineofficier Jan-Willem Kelder heeft vooral oog voor de voordelen van deze verandering. Samen met scheidend bevelhebber Ruurt Klaver kijkt hij naar de toekomst van de marine.

De Nederlandse krijgsmacht maakt sinds het einde van de Koude Oorlog een permanent proces van verandering door. Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en het Warschau Pact had een heroriëntatie van taken tot gevolg. Dit ging gepaard met een reeks bezuinigingsrondes en reorganisaties, die nog immer aan de gang is.

Ook de Koninklijke Marine heeft hiermee te maken. De meest recente verandering is de invoering van een nieuwe organisatiestructuur van de krijgsmacht. Tot september hadden marine, landmacht, luchtmacht en marechaussee ieder hun eigen bevelhebber. Zij waren verantwoordelijk voor alles wat hun krijgsmachtdeel aanging. De bevelhebbers vielen rechtstreeks onder het ministerie van Defensie. Hun voorzitter, Chef Defensiestaf, was eerder primus inter pares dan bevelhebber van het gezelschap.

 

Mooie functie

Sinds 1 september liggen de kaarten anders. De bevelhebbers hebben een stap terug moeten doen. Ze zijn alleen nog verantwoordelijk voor instandhouding en paraatheid van hun krijgsmachtonderdeel. Het bevel over alle troepen, planning op lange termijn en inzet van militairen vormen nu het domein van de Chef Defensiestaf 'nieuwe stijl'. Dat is op dit moment luchtmachtgeneraal Dick Berlijn. Als onderdeel van deze reorganisatie verhuist de Admiraliteit, het commando van de marine, van Den Haag naar Den Helder.

De laatste Bevelhebber der Zeestrijdkrachten (BDZ) is vice-admiraal Ruurt Klaver. Hij ging met pensioen op het moment dat zijn functie verdween. "Op zichzelf is het jammer dat mijn functie is opgeheven, want het was een mooie functie. Maar het past bij de aanpak die we gekozen hebben. Het kabinet Balkenende-I wilde verder bezuinigen op defensie. We hebben ervoor gekozen de operationele eenheden zoveel mogelijk intact te laten. Dit is onder meer mogelijk door de nieuwe bevelstructuur, waar minder mensen deel van uitmaken," aldus de scheidend BDZ.

Door de nieuwe bevelstructuur wordt volgens Klaver de samenwerking tussen marine, landmacht en luchtmacht beter. "De krijgsmachtonderdelen opereren steeds meer samen. Daarvoor is een andere bevelstructuur nodig dan we voorheen hadden."

 

Ondercommandant

Nu de functie van Klaver is opgeheven, is de Commandant der Zeestrijdkrachten de hoogste marineofficier. Vice-admiraal Jan-Willem Kelder bekleedt deze functie sinds 1 september. De nieuwe bevelstructuur heeft in zijn ogen weinig gevolgen voor zijn manier van werken. "Voorheen werkte ik voor de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten en nu voor de Commandant der Strijdkrachten, die vroeger Chef Defensiestaf heette. In de praktijk maakt dit weinig verschil."

Kelder ziet wel belangrijke veranderingen voor de Koninklijke Marine zelf. "Vroeger hadden we de Commandant Zeemacht met een aparte hoofdkwartieren voor mariniers en het Caribisch gebied. Dat is nu voorbij. Het Korps Mariniers is geïntegreerd in het Commando der Zeestrijdkrachten. De commandant van de Mariniers is nu een ondercommandant van mij. Hetzelfde geldt voor de commandant in het Caribisch gebied."

 

Noorwegen

Klaver vindt de verandering een grote vooruitgang. "Ook binnen de marine opereren we steeds meer gezamenlijk. Een goed voorbeeld vormen de Provincial Reconstruction Teams. Deze helpen in Afghanistan met de opbouw van het land. Er zitten marinemensen in van de vloot en mariniers. In dit soort teams kunnen ze goed samenwerken."

Vroeger was het Korps Mariniers als het ware een apart leger, dat min of meer los opereerde van de vloot. Een belangrijke taak van de mariniers lag in de verdediging van Noorwegen, alsof het een landleger betrof. De vloot was vooral in het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan bezig om Russische onderzeeërs op te sporen. Nu moeten beide onderdelen veel meer samenwerken. Daarbij kunnen ze van elkaar leren. Dat is volgens Klaver ook nodig. "Als je elkaar niet goed kent, begrijp je onvoldoende wat de mogelijkheden en onmogelijkheden van de ander zijn. Hoe meer het onbegrip verdwijnt, des te beter je gezamenlijk kunt opereren."

 

Prestaties

Er is ook een politieke noodzaak voor genoemde veranderingen, zo is uit de woorden van Klaver op te maken. "Tijdens de Koude Oorlog kreeg ieder krijgsmachtonderdeel een vast aandeel van de defensiebegroting. De verhouding was jarenlang 2:1:1 voor landmacht, luchtmacht en marine. Dit automatisme is er niet meer. We moeten ons budget kunnen onderbouwen. We moeten een goed verhaal hebben." Net als veel andere sectoren in de samenleving wordt ook de krijgsmacht meer en meer afgerekend op efficiëntie en prestaties.

 

Modern

Het materieel kende de afgelopen vijftien jaar eveneens de nodige mutaties. De Koninklijke Marine kwam uit de Koude Oorlog tevoorschijn met 22 fregatten, 6 onderzeeërs en 26 mijnenvegers en -jagers. Deze aantallen zijn flink afgenomen. Wel zijn er sindsdien nieuwe fregatten en onderzeeërs in de vaart gekomen. Het proces van inkrimping en vervanging gaat nog steeds door.

Waar wil de Koninklijke Marine op uitkomen? Klaver: "We willen uiteindelijk met vier luchtverdedigings- en commandofregatten en zes M-fregatten varen. Daarnaast blijven de huidige vier onderzeeërs in de vaart." Hiermee beschikt de Koninklijke Marine over een moderne vloot. Met dien verstande dat de onderzeeërs ongeveer vijftien jaar oud zijn en modernisering nodig is.

 

Dreiging

De vier onderzeeërs moeten sowieso in dienst blijven als het aan beide vice-admiraals ligt. Klaver: "Onderzeeërs van de Russische marine vormen geen bedreiging meer. Maar er komen steeds meer andere marines die onderzeeërs hebben. Dan kun je denken aan landen in Azië. Aangezien je onderzeeërs het best kunt bestrijden met onderzeeërs, is het goed als we deze capaciteit behouden. Bovendien kan één onderzeeër een groot beslag leggen op de capaciteit van een tegenstander. Het is namelijk vrijwel onmogelijk om aan te tonen dat er geen onderzeeër rondvaart. De dreiging die van zo'n schip uitgaat, is erg groot."

Daarnaast opereren onderzeeërs dichter onder de kust dan vroeger. Deze schepen kunnen ongemerkt patrouilleren. Gebleken is dat het uitstekende platforms zijn voor informatievergaring.

Naast de offensieve schepen wil de marine tien mijnenjagers in dienst houden. Dergelijke schepen zijn momenteel niet goed in staat om mijnen op te sporen die onder het zand op de zeebodem liggen. Deze capaciteit moeten ze wel krijgen, als het aan Kelder ligt.

 

Helikopters

Amfibische operaties kan de marine uitvoeren met de 'Rotterdam'. De Engelse benaming voor dit type schip, Landing Platform Dock, geeft de mogelijkheden ervan goed aan. Het schip biedt plaats aan landingsschepen en helikopters. Aan zulke schepen is grote behoefte. Niet alleen in oorlogssituaties, maar ook ter ondersteuning van vredesoperaties. Dit heeft de Koninklijke Marine eerder gedaan voor de kust van Liberia. Er komt een tweede amfibisch schip om deze capaciteit te versterken.

Tot slot zijn er de twee bevoorradingsschepen. Zij voorzien fregatten en andere schepen op volle zee van brandstof en andere benodigdheden. Een van deze schepen, de 'Zuiderkruis', staat op de nominatie om vervangen te worden. Hoe de opvolger eruit gaat zien, is nog niet duidelijk. Klaver heeft er wel ideeën over: "We kunnen de 'Zuiderkruis' één op één vervangen. Een andere mogelijkheid is om een schip te bouwen dat meer kan dan andere schepen bevoorraden. Je kunt denken aan een schip dat amfibische operaties kan ondersteunen. Bijvoorbeeld door een groter helikopterdek aan te brengen."

 

Werkgelegenheid

Een nieuw type schip voor de marine zou het korvet of Ocean Patrol Vessel (OPV) kunnen zijn. In de Tweede Kamer zijn stemmen opgegaan om dit type schip aan te schaffen. Een argument hiervoor is dat de schepen in Nederland gebouwd kunnen worden op de werf van De Schelde in Vlissingen. Als het laatste luchtverdedigings- en commandofregat afgebouwd is, valt er een gat in de productie op de werf. Tenzij er nieuwe schepen gebouwd kunnen worden. Argumenten om dit te doen zijn werkgelegenheid en behoud van kennis en productiecapaciteit in Nederland.

Maar zijn er ook operationele redenen om een dergelijk vaartuig aan te schaffen? Klaver: "Voor sommige taken is een fregat eigenlijk te groot en te zwaar bewapend. Er is nu een studie gaande naar alternatieve plannen voor de Koninklijke Marine. Daarin kijken we ook naar het OPV. Een mogelijkheid is bijvoorbeeld drie van de zes M-fregatten van de hand te doen en daar drie OPV's voor in de plaats te nemen. Ik spreek overigens liever niet van korvetten. Dat zijn schepen die wat zwaarder bewapend zijn dan een OPV."

Kelder voegt hieraan toe: "De bewapening van de fregatten tegen vliegtuigen, oppervlakteschepen en onderzeeërs is uitstekend. Maar vaak heb je die niet nodig. Voor bestrijding van terrorisme en criminaliteit volstaat een lichtere bewapening."

Dit betekent niet dat een OPV een klein schip is. Het moet in staat zijn om te opereren op de Atlantisch Oceaan. Verder moet de nieuwe helikopter van de marine, de NH90, vanaf het schip kunnen vliegen. Ook wil de marine op het schip graag ruimte hebben voor zo'n veertig extra personen. Dan kan het tevens dienstdoen als basis voor mariniers en anderen die bijvoorbeeld in het kader van een vredestaak opereren. Om dit alles te kunnen accommoderen, is een schip nodig met een waterverplaatsing van rond de 2.800 ton.

 

Aderlating

Tegenover de mogelijk introductie van een nieuw type schip staat de verdwijning van het maritieme patrouillevliegtuig Lockheed Orion, en sluiting van vliegveld Valkenburg. Het besluit hiertoe is geheel ingegeven door de wens tot bezuinigen. Voor de marine is het een forse aderlating. "Van alle veranderingen op materieel gebied heeft deze de grootste invloed," zegt Klaver. "De Orion is een uitstekend platform voor patrouilles. Niet alleen boven zee. We gebruikten het toestel ook voor verkenningsvluchten boven land".

De taken van de Orion worden gedeeltelijk overgenomen door de NH90. Deze helikopter gaat de Lynx vervangen. Het nieuwe toestel kan vier uur in de lucht blijven, in plaats van twee. Dat is aanzienlijk meer, maar het staat niet in verhouding tot vliegduur en vliegbereik van de Orion.

Tot slot de Tomahawk. De marine wil graag een conventionele versie van deze kruisraket plaatsen op de luchtverdedigings- en commandofregatten. Deze raketten kunnen met grote precisie een 500 kilo zware explosieve lading over 1.600 kilometer vervoeren. "Met dit wapen kunnen we de slagkracht van deze fregatten enorm verhogen," zegt Klaver. "De Tomahawk past ook in de nieuwe lijn van de marine om landoperaties te ondersteunen. Het is een nuttig instrument waarmee je zonder veel risico's een aanval kunt doen. Dat zullen we overigens nooit alleen doen. Het zal altijd gebeuren in coalitieverband."

 

Nieuwe taken

De Koninklijke Marine bevindt zich in een lang proces van verandering. Tegen de tijd dat de huidige plannen zijn uitgevoerd, zijn we zo'n twintig jaar verder. Reorganiseren betekent vaak afslanken. De Koninklijke Marine is hier een goed voorbeeld van. Zo wordt het aantal fregatten, mijnenvegers en mijnenjagers met ruim de helft teruggebracht en verdwijnen alle maritieme patrouillevliegtuigen. Daar staat de aanschaf van nieuw materieel tegenover, voor andere taken, zoals amfibische operaties. De Koninklijke Marine mag dan kleiner worden, dit krijgsmachtonderdeel kan nog altijd zeer diverse taken uitvoeren.

 

www.marine.nl

 

Kader 1

PERSONALIA

 

Vice-admiraal Ruurt Klaver

  • Geboren: 20 januari 1950, Surabaya.
  • 1969: benoeming tot officier. Voer vervolgens op diverse fregatten en onderzeebootjagers.
  • 1989-1990: commandant van het fregat ‘Hr. Ms. Jacob van Heemskerck'.
  • 1990: belast met testen en in dienst stellen van de ‘Hr. Ms. Karel Doorman', het eerste fregat van de gelijknamige klasse. Daarnaast werkte hij als instructeur.
  • 2000: plaatsvervangend commandant van het NAVO-hoofdkwartier in het Engelse Northwood.
  • 2003: Bevelhebber der Zeestrijdkrachten.

 

Kader 2

PERSONALIA

 

Vice-admiraal Jan-Willem Kelder

  • Geboren: 31 mei 1949, Semarang.
  • 1973: benoeming tot officier. Voer vervolgens op diverse schepen van de marine.
  • 1990: stafofficier Operaties in de Perzische Golf tijdens de Golfoorlog.
  • 1995-1996: achtereenvolgens commandant van het fregat ‘Hr. Ms. Bloys van Treslong' en van de ‘Hr. Ms. Tromp'.
  • 2001: admiraal Benelux. In deze functie voerde hij het bevel over het Belgisch-Nederlands Eskader.
  • 2002: Plaatsvervangend Bevelhebber der Zeestrijdkrachten.
  • 2005: Commandant der Zeestrijdkrachten.

 

Kader 3

Koninklijke Marine als wapenexporteur

De Koninklijke Marine heeft de afgelopen tien jaar wegens bezuinigingen veel materieel moeten terugtrekken. In veel gevallen was dit materieel niet aan het eind van zijn technische levensduur. Dat zagen marines van andere landen ook, en sommige toonden belangstelling.

Zo nam de Chileense marine vier fregatten over en de Belgische marine dit jaar twee. Tussen 2006 en 2008 gaan vijf mijnenjagers naar de marine van Letland. Ook alle dertien Orion-patrouillevliegtuigen zijn verkocht. Acht zijn er naar Duitsland gegaan, de rest zal de Portugese marine versterken.

Aanmelden nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van Maritiem Nederland.

Abonneer je nu!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Bent u nog niet bekend met Maritiem Nederland? Vraag dan hier uw proefabonnement aan!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Word ook abonnee!

Neem nu een abonnement en ontvang elke maand hèt vakblad voor de maritieme sector op de deurmat.

Sluit nu een abonnement af

Partners Maritiem Nederland