'Het is knokken om de auto' | Maritiem Nederland
Nieuws
'Het is knokken om de auto'

'Het is knokken om de auto'



Harm Leerink | zondag 17 december 2006

De Broekman Group wil Rotterdam op de kaart zetten als aan- en afvoerhaven voor fabrieksnieuwe auto's.

De Rotterdamse Broekman Group verwacht in 2006 zo’n 300.000 fabrieksnieuwe auto’s in Rotterdam over te slaan. Hoewel dit aantal relatief bescheiden is ten opzichte van de ruim 1,5 miljoen auto’s die in havens als Zeebrugge en Bremerhaven binnenkomen, is er toch sprake van een opmerkelijke prestatie. Want Nederland bouwt vanouds zelf geen grote aantallen personenauto’s (zoals Duitsland) en assembleert ze evenmin op grote schaal (zoals België). Deze landen exporteren veel auto’s per schip. Schepen die daar laden, lossen er meestal ook. Het was dan ook knokken geblazen om de personenauto naar Rotterdam te krijgen.

 

Toen Raymond Riemen in 1995 als General Manager van start ging bij de Rotterdam Car Terminal, stonden alle seinen op rood. De havenstad had juist een grote klant verloren: de Japanse autoproducent Mazda besloot naar Antwerpen te verhuizen. Broekman nam in datzelfde dramatische jaar de stuwadoorsactiviteiten op autogebied, ondergebracht bij Rotterdam Car Terminal, over van havenbedrijf ECT. Ook verwierf het een 100- procentsbelang in zusterbedrijf Rotterdam Car Center, dat aangevoerde auto's van hun beschermende laag ontdoet, reinigt en apparatuur inbouwt. Riemen: “Maar door het vertrek van Mazda stond de helft van de terminal leeg. Er bleef nog maar een beperkt aantal klanten over. Men vroeg zich zelfs hardop af of de Rotterdamse autoaanvoer dit wel zou overleven.”

 

Weloverwogen

Niettemin scheen achter de zwarte wolken een zonnestraaltje: de binnengrenzen van de Europese Unie waren intussen opgeheven. De aanvoer via de grens was versoepeld, de problemen verminderd en autofabrikanten begonnen te studeren op optimalisatie van hun aanvoerstromen op Europese schaal. Dat zou nieuwe mogelijkheden creëren voor Rotterdam.

 

Riemen: “Tot dan toe waren de verschillende auto-importeurs vooral per land actief. Duitse ex- en importeurs vervoerden via Duitse havens, Belgische bedrijven via Belgische havens enzovoort. Op het verdwijnen van de binnengrenzen hebben wij als Broekman Group actief ingespeeld.

 

We zagen extra kansen omdat we via onze scheepvaart- en logistieke activiteiten al een flink aandeel van de aanvoer van auto-onderdelen beheersten. Die kwamen ooit via diezelfde autoaanvoerhavens, zoals Antwerpen, Zeebrugge, Bremerhaven/ Hamburg, binnen. De aanvoer verschoof naar Rotterdam doordat schepen toch vaak als eerste in Rotterdam aankomen en het Ruhrgebied dichter bij Rotterdam ligt dan bij de Duitse zeehavens. Tegen de fabrikanten betoogden wij: ‘Als je met de onderdelen de dealers al op Europese schaal kunt bedienen, waarom dan ook niet met de auto’s zelf. Gaandeweg zijn wij erin geslaagd een aantal fabrikanten zover te krijgen dat ze via minder havens auto’s gingen aanvoeren. Bijvoorbeeld één haven voor Noordwest- Europa, één voor Engeland en één voor Zuid-Europa.”

 

De Japanse fabrikant Subaru beet het spits af en koos Rotterdam voor de aanvoer van auto’s naar heel Noordwest- Europa. Riemen: “Een Japans bedrijf doet zoiets weloverwogen. Dat heeft anderen ook tot nadenken aangezet. Zo zijn wij erin geslaagd om steeds meer auto’s naar Rotterdam te krijgen, en dat aantal groeit nog steeds.”

 

Vogelpoep

Overdekte opslag is van belang voor autologistiek. Zeker als er in de haven veel meeuwen rondvliegen. Een eerste parkeermagazijn voor aangevoerde auto’s werd door Broekman in 1999 gebouwd. De aanleiding was vooral ruimtegebrek. “We zaten op ons open terrein vol qua opslagcapaciteit en wilden verder groeien. Die groei kon alleen maar de hoogte in.” Het magazijn bestaat uit vier extra lagen boven de begane grond.

 

Inmiddels zijn er vier van zulke grote automagazijnen door Broekman neergezet. “Die overdekte opslag heeft grote voordelen voor auto’s die wat langer blijven staan, dat kan soms wel enkele weken zijn. Hun beschermlaag, van paraffine of plasticfolie, is op zich van prima kwaliteit, maar als er vogelpoep op valt en langere tijd blijft liggen, kan die de laklaag beschadigen.” Broekman kan nu in totaal 40.000 auto’s opslaan, waarvan de helft overdekt.

 

In vergelijking met de allergrootste autohavens zal Rotterdam wel een middenmoter blijven. Maar een extra selling point is volgens Raymond Riemen dat Broekman een totaalpakket aan diensten kan leveren. “Wij zijn vanouds rederijvertegenwoordiger, bovendien verzorgen wij het stuwadoorsgedeelte, we doen de opslag - ten dele dus overdekt - en we leveren toegevoegde waarde door verwijdering van de beschermlaag, reiniging, inbouw van navigatieapparatuur, LPG, leren bekleding, trekhaken enzovoort. Verder regelen we de inklaring in Europa en kunnen we ook de distributie voor onze rekening nemen. Dat totaalpakket is redelijk uniek ten opzichte van wat andere Europese havens te bieden hebben.”

 

Een nieuw wapen dat de Broekman Group sinds april dit jaar in de strijd gooit, is een innovatief identificatie- en volgsysteem voor auto's, waarmee het bedrijf internationaal vooroploopt. Willem Milder, General Manager ICT bij Broekman, vertelt dat auto's bij de overslag in de haven niet makkelijk herkenbaar zijn. Een kenteken ontbreekt dan nog en het chassisnummer zit onder de motorkap.

 

‘Oormerk’

Sinds begin jaren negentig identificeerde Broekman de auto’s daarom via een barcode (‘streepjescode’), maar het scannen van die code leverde vaak problemen op. Als de auto een tijdje in de zon staat en de code komt van een matrixprinter, zijn de streepjes al snel minder goed leesbaar. Ook bij regen of vorst is de barcode vaak onbruikbaar. Gemiddeld viel 70 procent van de auto’s nog wel automatisch te identificeren, maar bij de rest lukte dat niet en moest het handmatig gebeuren, wat veel tijd en mankracht kostte.

 

Broekmans opvolger van de streepjescode heet Radio Frequency Identification (RFID). Dit is op zichzelf geen nieuwe techniek, onder meer toegepast bij het oormerken van koeien, maar grootschalige toepassing binnen de automarkt is uniek. RFID is op een aantal manieren te gebruiken. Passief, door een tag (identi-ficatieapparaatje) aan de auto te hangen en af te lezen met behulp van een draagbare computer. Je kunt op die manier de auto goed identificeren, ook onder slechte weersomstandigheden, maar het kost nog steeds veel menskracht. Broekman heeft daarom gekozen voor een actieve identificatiemethode, waarbij de tag is voorzien van een batterij, die regelmatig signalen uitzendt. Minimaal drie antennes, die via een driehoeksmeting de exacte plaats van de auto bepalen, pikken de stralen op.

 

Op de 850.000 vierkante meter open terrein van de terminal staan daarom in totaal 131 antennes voor het opvangen van deze signalen. In de overdekte parkeerdekken verrichten wareports (kleine schotelantennes) die plaatsbepaling. “Elke activiteit rondom de auto, van verplaatsingen tot het wassen en klantspecifiek maken, registreert het systeem automatisch,” aldus Milder. “Als de tag een signaal uitzendt, weten wij op 10 centimeter nauwkeurig welk voertuig zich op welke positie bevindt. Bijvoorbeeld dat de auto de wasstraat uitgaat, en gereed is voor afrekening. In de barcodeperiode moest je allerlei gegevens nog handmatig invoeren, nu weet je alles meteen real time.”

 

De niet nader aangeduide, maar forse investeringen in het identificatiesysteem hoopt de Broekman Group dankzij proces-verbeteringen in drie jaar terug te verdienen. De invoering heeft internationaal veel aandacht getrokken. Milder: “Wij zijn de eersten in de wereld die actieve RFID op zo’n grote schaal toepassen. Er gaat geen week voorbij of we worden vanuit alle mogelijke plaatsen in de wereld uitgenodigd om hier een lezing over te komen houden!”

 

De kunst is om voorop te blijven lopen. Momenteel studeert Broekman alweer op tweedefasetoepassingen, zoals koppeling van informatie van het identificatiesysteem met gebruikers via internet: fabrieken, importeurs en dealers kunnen dan snel constateren of de bestelde auto al in de haven staat.

 

Hub-haven

Van de 300.000 auto’s die Broekman dit jaar overslaat, komt het leeuwendeel met grote autocarriers van overzee. Eenderde uit Japan (Subaru, Mazda, Suzuki, Daihatsu). Eenderde uit Zuid-Korea (Hyundai, KIA en Ssang Yong), waarvandaan Broekman naast auto’s ook graafmachines importeert. Het resterende derde deel komt onder meer uit de Verenigde Staten (Cadillac, Corvette, Hummer, maar ook een Saab- en een Subaru-model) en uit Europa: per trein aangevoerde Volkswagens, Seats die per zeeschip uit Barcelona komen, Skoda's en Audi's.

 

Een aparte vestiging van Broekman in Born (Limburg) ver-voert hieruit auto’s over de weg. Zoals per cartransporter en trein aangevoerde Mercedessen voor de Benelux en Chryslers uit Oostenrijk. Maar ook kleine Japanse graafmachines (Kubota) die hier uit Rotterdam per container aankomen.

 

Opvallend in dit gezelschap is de Mazda. Dat automerk is dus weer terug in Rotterdam na de dramatische teloorgang in 1993. Het gaat hier niet om Mazda’s voor de Benelux (“Die lopen nog steeds via Antwerpen, dat blijft een target voor ons,” benadrukt Raymond Riemen), maar Groot-Brittannië. Deze auto’s gingen eerst via de Britse haven Sheerness, nu komen ze eerst naar Rotterdam, waar ze opgeslagen en ‘klantspecifiek’ worden gemaakt. Vervolgens gaan ze naar de Rotterdamse buurman van Broekman, rederij Cobelfret. Deze verzorgt eenmaal, soms zelfs tweemaal per dag een afvaart voor de Mazda’s naar Londen en de havens aan de monding van de Humber. Deze logistieke oplossing via Rotterdam blijkt voor Mazda goedkoper dan rechtstreekse export naar Groot-Brittannië. Een typisch voorbeeld van de zogeheten hub-functie die Rotterdam kan vervullen.

 

Luchtvracht

De Broekman Group (omzet 200 miljoen euro, 850 medewerkers) heeft nog meer ijzers in het vuur. Behalve met auto’s houdt het bedrijf zich van oudsher bezig met scheepvaart en logistiek, waaruit ongeveer de helft van de omzet voortkomt. Recent heeft de groep het Indiase expediteursbedrijf Courcan overgenomen. Als logistiek dienstverlener richtte de Broekman Group zich reeds op vervoer tussen China en India enerzijds en West- en Centraal-Europa anderzijds. Raymond Riemen: “Op die as doen wij ook steeds meer luchtvracht. Dat besteedden wij vroeger uit, maar na de oprichting van Broekman Air Logistics op Schiphol en Zaventem (België), vorig jaar, doen we dit in eigen beheer.

 

Het vormde de aanleiding voor Courcan Cargo ons te benaderen. Het bedrijf heeft elf kantoren in India, is gekwalificeerd IATA-agent (International Air Transport Association/red), en was naast luchtvracht bezig met ontwikkeling van zeevracht. Omdat wij, omgekeerd, uit de zeevracht komen en luchtvrachtlogistiek willen starten, vullen wij elkaar goed aan. Wij zijn agent van diverse rederijen en kunnen Courcan daar eenvoudig als expediteur introduceren. Sinds april is Courcan 100 procent eigendom van de Broekman Group.”

 

Synergie

Afgelopen jaar heeft Broekman bovendien een 50-procentsbelang verworven in het Rotterdamse havenbedrijf Gevelco, een overdekte terminal in de Rotterdamse Brittannië- en Waalhaven. Hier slaat binnenvaart- en havenondernemer Frank van der Gevel onder meer projectlading en staalproducten over. Nieuweklanten willen uitbreiding van de capaciteit met een nieuwe kade, een extra kraan, meer terrein en een loods. De toetreding van de Broekman Group als aandeelhouder geeft Gevelco hiervoor de benodigde financiële armslag.

 

“Voor Broekman levert het belang extra synergie op, meer dan we gedacht hadden,” zegt Riemen. “De staalproducten die Gevelco behandelt, gaan voor een deel naar onze grootste klant, de autoindustrie. Het past mooi in onze logistieke activiteiten. Verder doet Gevelco als stuwadoor projectlading. Wij zitten ook in de projectlading, niet fysiek, maar als expediteur. In die hoedanigheid kunnen wij sturen dat de overslag naar Gevelco gaat. Als binnenvaartbedrijf vervoeren zij veel containers. Dat heeft weer raakvlakken met de diepzeecontainers die wij het achterland in sturen. Ten slotte hebben wij achter de Gevelco-terminal aan de Brittanniëhaven een overflow-terrein voor auto-opslag, dat kunnen we samen met Gevelco multifunctioneel inzetten.”

 

Cargadoorsvak

Sinds de oprichting in 1960 is de Broekman Group cargadoor (agent) van een groot aantal scheepvaartlijnen. In 2002 nam de groep het collegabedrijf Over de Tjonger BV over, een groep bedrijven waarvan het oudste lid, F.A. Voigt & Co, al sinds 1857 actief is. Het cargadoorsvak lijkt de laatste decennia wat te zijn uitgehold, doordat grote rederijen zelf steeds meer aan marketing doen. Zo is Broekman de belangrijke agentuur van de Taiwanese rederij Evergreen kwijtgeraakt.

 

Toch is Raymond Riemen niet pessimistisch over de rol van de cargadoor. “Het ‘kapiteinskamerwerk’ (administratieve en dienstverlenende activiteiten voor het schip/red), het laden en lossen van schepen en de inklaring bij de douane zijn vaak toch heel landspecifiek. Op deze gebieden geldt het voordeel van schaalgrootte niet zozeer. Elke rederij, hoe groot ook, is in een specifieke haven wat dit betreft een kleine speler. Via een gezamenlijke backoffice kunnen wij die schaalgrootte voor individuele rederijen wel bereiken. En,” voegt Riemen toe, “kapiteinskamerwerk doen wij momenteel voor zo'n 3.200 schepen per jaar. Voor die schepen verzorgen 25 van onze mensen zeven dagen per week, 24 uur per dag, de contacten met stuwadoors, douane en andere partijen in de haven.”

 

Riemen ziet de aansturing van ladingstromen in de praktijk verschuiven van carrier-haulage (rederij verzorgt natransport), naar merchant-haulage, (ontvanger of verlader stuurt lading aan). “Vroeger deden verladers of ontvangers dat zelf, maar tegenwoordig besteden zij dat steeds vaker uit aan de expediteur of een logistiek dienstverlener. Vandaar dat wij scheepvaart en logistiek, die vroeger bij elkaar zaten, nu in aparte divisies hebben ondergebracht. In de logistieke divisie verwachten we nog een forse groei, ook door overname van andere bedrijven.”

 

www.broekmangroup.nl

 

Raymond Riemen (41)

• Hbo-opleiding Port Technology bij Maritiem Instituut De Ruyter, Vlissingen (1984-1988)

• Parttime avondstudie Business Economy aan Erasmus Universiteit, Rotterdam (1989-1991)

• Sales Manager Frans Swarttouw BV (1989-1994)

• Sales Manager European Bulk Services (EBS) (1994-1995)

• General Manager Rotterdam Car Terminal BV (1995-1998)

• Managing Director Rotterdam Car Terminal BV en Rotterdam Car

Center BV (1998-1999)

• President Broekman Group (1999-nu)

 

Willem Milder (39)

• Medewerker ICT in diverse functies (1984-1989)

• Deputy General Manager ICT Comspeed BV (1989-1994)

• General Manager ICT bij de Broekman Group (1994-heden)

Aanmelden nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van Maritiem Nederland.

Abonneer je nu!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Bent u nog niet bekend met Maritiem Nederland? Vraag dan hier uw proefabonnement aan!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Word ook abonnee!

Neem nu een abonnement en ontvang elke maand hèt vakblad voor de maritieme sector op de deurmat.

Sluit nu een abonnement af

Partners Maritiem Nederland