Drukte op de zeebodem | Maritiem Nederland
Nieuws
Kabellegschepen zorgen ervoor dat de kabels voor telecommunicatie op de zeebodem terechtkomen.

Drukte op de zeebodem



Jan van den Berg | woensdag 20 februari 2008

Op de zeebodem ligt wereldwijd een uitgebreide infrastructuur aan telecommunicatieen elektriciteitsleidingen en gas- en oliepijpleidingen. Dit neemt de komende jaren alleen nog maar toe.

Het transport van data en energie kent geen grenzen. De zeeën in en rond Europa worden doorsneden door verbindingen voor elektriciteit, gas en olie. Kabels voor telecommunicatie omspannen de hele wereldbol en het einde is nog niet in zicht.

Kort nadat in 1839 de eerste telegraafverbinding in gebruik was genomen, kwamen de eerste plannen voor telegraafkabels onder water. Reeds in 1858 werd de eerste telegraafkabel gelegd tussen West-Europa en Noord-Amerika.

 

Lange tijd hadden kabels het alleenrecht voor telegraaf en telefoon, maar in de jaren zestig kregen ze concurrentie van telecommunicatiesatellieten.

Kabels hebben wel bestaansrecht gehouden naast satellieten voor intercontinentaal verkeer. Moderne versterkers voor de signalen hebben de kabels aan- Drukte op de zeebodem . zienlijk betrouwbaarder gemaakt, waardoor de onderhoudskosten zijn gedaald. Tegenwoordig is het mogelijk kabels te maken die slechts om de duizend kilometer versterkers nodig hebben. Hierdoor kunnen onderzeese kabels concurreren met data- en telefoonverbindingen over land.

 

Tussen 1997 en 2001 groeide het dataverkeer zeer snel onder invloed van de internethype. De ene na de andere kabel kwam op de zeebodem terecht om aan de snel groeiende vraag te voldoen. Toen de bubbel uiteenspatte, viel niet alleen menig internetbedrijf om, maar zaten ook kabelexploitanten ineens met een enorme overcapaciteit. Menig exploitant ging failliet en de prijzen voor communicatie daalden sterk. Er werden geen nieuwe kabels meer gelegd. Pas dit jaar zien we een herstel en worden er weer langeafstandskabels gelegd.

 

Schade

Telecommunicatiekabels liggen op de bodem van alle wereldzeeën, met uitzondering van de Noordelijke IJszee, en verbinden alle continenten (behalve Antarctica). De kabels zijn hoogstens enkele centimeters dik en daardoor vrij licht.

In water wegen ze maximaal 5,6 kg per meter. Dit maakt het mogelijk om ze tot ruim negen kilometer diep te leggen. De kabels overbruggen vaak duizenden kilometers. Het zijn tegenwoordig zonder uitzondering glasvezelkabels die enorme hoeveelheden data kunnen verwerken. Zo kan één kabel honderden miljoenen telefoongesprekken tegelijk verwerken.

Moderne glasvezelkabels vergen weinig onderhoud, maar zijn wel gevoelig voor beschadigingen. Op delen van het tracé waar visnetten, ankers of andere zaken schade kunnen aanrichten, worden de kabels ingegraven in de zeebodem of bedekt met stenen. Ondanks deze maatregelen komen er nog regelmatig beschadigingen voor.

Aardbevingen vormen in sommige zeeën een serieus risico. Op 26 december 2006 was er een aardbeving ten zuiden van Taiwan. Hierdoor raakten zes kabels buiten gebruik en was telefoon- en internetverkeer twee maanden ernstig gehinderd. Pas na die periode hadden zeven kabelschepen de schade hersteld.

 

De belangrijkste transatlantische verbinding is momenteel de Apollo-kabel van Cable & Wireless die de Verenigde Staten verbindt met Frankrijk en Groot- Brittannië. In 2003 was het eerste gedeelte gereed. De verbinding bestaat uit twee kabels, waardoor de kans op het volledig uitvallen kleiner is. De noordelijke kabel is 6200 kilometer lang, de zuidelijke 6500 kilometer. Als het systeem volledig operationeel is, zal de capaciteit 3200 gigabyte per seconde (Gbps) zijn.

 

Een groter project is de aanleg van de Asia America Gateway, die de Verenigde Staten verbindt met Hawaii, Guam en Oost-Azië. De lengte van de kabels is twintigduizend kilometer. De capaciteit zal aanvankelijk 480 Gbps bedragen, en uiteindelijk 1920 Gbps. De aanleg kost 500 miljoen euro.

 

Gelijkstroomverbindingen

Er worden ook steeds meer elektriciteitskabels gelegd. Die liggen alleen niet zo ver over de wereld verspreid als telecomkabels. De meeste hebben als doel om eilanden van stroom te voorzien en de netwerken op verschillende eilanden aan elkaar te koppelen, zoals op de Filippijnen, Indonesië en Japan het geval is. Daarnaast zijn het Noordeiland en het Zuideiland van Nieuw-Zeeland op die manier met elkaar verbonden. In West-Europa vormen onderzeese kabels de schakels tussen de landelijke netten in Scandinavië en tussen Frankrijk en Groot-Brittannië. In vrijwel al deze gevallen zijn de stukken kabel op de zeebodem minder dan 150 kilometer lang.

 

In 1994 werd de Baltic Cable tussen Zweden en Duitsland gelegd. Hiervan loopt 245 kilometer over de bodem van de Oostzee. In tegenstelling tot wat tot dan toe gebruikelijk was, is de Baltic Cable een gelijkstroomverbinding. Dit betekent dat aan beide uiteinden een converter nodig is om wisselstroom van de landelijke netwerken om te zetten in gelijkstroom. Het voordeel van gelijkstroom is dat de weerstand van de kabel aanzienlijk lager is. Dit maakt de extra kosten van de converters goed. Na de Baltic Cable volgden meerdere gelijkstroomverbindingen. In 2006 werd de Basslink tussen Australië en Tasmanië in gebruik genomen, waarvan het onderzeese gedeelte 290 kilometer lang is.

 

De langste stroomkabel op de zeebodem is de NorNed tussen Feda in Noorwegen en Eemshaven in Nederland, die eind 2007 in gebruik ging. De verbinding is 580 kilometer lang. Nederland exporteert er ’s nachts goedkope stroom mee van de eigen centrales naar Noorwegen, zodat de Noren de elektriciteit kunnen gebruiken om hun stuwmeren bij te vullen. Overdag kan Nederland elektriciteit betrekken uit de Noorse waterkrachtcentrales.

Intussen hebben de Nederlandse en Britse beheerders TenneT en National Grid besloten om tussen beide landen een gelijkstroomverbinding aan te leggen. Deze BritNed is de helft korter dan de NorNed maar kan een groter vermogen aan, namelijk 1000 tegen 700 megawatt. De aanleg begint deze zomer en duurt twee jaar.

 

Groeimarkt

Een ware groeimarkt is het aanleggen van connecties met offshorewindparken. Vooral rond de Noordzee en in de Ierse Zee zullen in de nabije toekomst honderden windmolens worden geplaatst, die allemaal moeten worden aangesloten op de netwerken op het land. Een mooi voorbeeld is het grootste offshorewindpark ter wereld, Borkum 2 in Duitsland, dat ongeveer honderd kilometer ten noorden van Ameland wordt gebouwd.

 

Een vrij nieuwe ontwikkeling is om offshoreproductieplatforms vanaf het land van elektriciteit te voorzien. Hoewel dit een relatief dure oplossing is, kiezen oliemaatschappijen in sommige gevallen toch voor deze optie. De milieubelasting van elektriciteitsopwekking op de platforms blijkt namelijk hoger te zijn dan stroom van centrales op het vasteland. Bovendien zijn de bouw- en onderhoudskosten van de platforms lager als er geen generatoren nodig zijn. Twee voorbeelden zijn de productieplatforms Troll A en Gjøa op het Noorse Continentale Plat. De eerste staat op de zeebodem. Er staan compressoren die de druk in de gasvelden op peil houden. De verbinding met het vasteland wordt 68 kilometer lang. Gjøa is een drijvend platform en het eerste dat vanaf het land van elektriciteit voorzien zal worden. Het platform en de verbinding komen in 2010 in bedrijf. De verbinding is honderd kilometer lang.

 

Gasrotonde

Oliepijpleidingen op de zeebodem worden vrijwel alleen gebruikt om de olie van productieplatforms naar het vasteland te vervoeren. Dit gebeurt over afstanden van ten hoogste een paar honderd kilometer, bijvoorbeeld op de Noordzee en de Golf van Mexico. Over langere afstanden zorgen tankers voor het vervoer. Ook bij aardgas is er een keus tussen transport per pijpleiding of per tanker. Gaspijp leidingen kunnen een lengte hebben van enkele duizenden kilometers. Voorbeelden zijn de pijpleiding waardoor Russisch aardgas naar Europa wordt vervoerd. Het belang van gaspijpleidingen neemt alleen maar toe. In 2005 importeerde Europa 305 miljard kubieke meter aardgas. Hiervan kwam 277 miljard uit Algerije, Noorwegen en Rusland. In 2030 kan dit opgelopen zijn tot 442 miljard op een totale gasimport van 715 miljard. Het gas uit Noorwegen en Rusland zal volledig en dat uit Algerije gedeeltelijk per pijpleiding naar Europa vervoerd worden.

 

Noorwegen exporteert gas per pijpleiding naar België, Duitsland en Groot- Brittannië. Zo verbindt de Langeled, de langste onderzeese gaspijpleiding, de Noorse kustplaats Nyhamma met het Sleip ner gasveld in de Noordzee en het Britse Easington. Deze leiding uit 2007 is 1200 kilometer lang. Algerije en Libië gebruiken een eigen pijpleiding onder de Middellandse Zee voor de export van aardgas naar Italië en de rest van Europa. Tussen Algerije en Spanje is momenteel de Medgaz-leiding in aanbouw. Daarnaast komt er een nieuwe pijpleiding van Algerije via Sardinië naar Italië. Hierin zitten twee onderzeese secties van 310 en 280 kilometer lang. Galsi, zoals deze pijpleiding heet, moet in 2010 in bedrijf gaan. Veruit het grootste project is echter de Nordstream. Dit is een pijpleiding van 1350 kilometer die vanuit Rusland via de Botnische Golf en de Oostzee naar Duitsland loopt.

 

Gasunie heeft een belang van 9 procent in deze onderneming. In ruil hiervoor heeft het Russische gasbedrijf Gazprom een aandeel in de Balgzand- Bacton Leiding (BBL). Dit is een verbinding tussen Nederland en Engeland die Gasunie gebruikt om Nederlands gas te transporteren. Gasunie hoopt in de toekomst ook Russisch gas door te kunnen voeren. Dit past in de ambitie de ‘gasrotonde’ van Europa te worden. Als de Nederlandse gasvoorraden op zijn, kan ons land een rol in de handel en het transport van aardgas blijven spelen. Vanuit dit oogpunt was het een tegenvaller dat Noorwegen in oktober besloot geen nieuwe gaspijpleiding aan te leggen naar Groningen.

 

De zee verbindt land en continenten. Niet alleen met scheepvaart, maar ook door vaste verbindingen voor communicatie, elektriciteit en gas. De komende jaren zal het aantal verbindingen alleen nog maar toenemen. |

 

Sensoren

Sinds het midden van de jaren vijftig maakt de Amerikaanse marine gebruik van netwerken van hydrofoons op de zeebodem, vooral om Russische onderzeeboten op te sporen. Deze hydrofoons zijn via kabels verbonden met bases op het land. Na de Koude Oorlog is het belang van deze netwerken afgenomen, maar op beperkte schaal zijn ze nog steeds in gebruik. Tegenwoordig observeren wetenschappers er walvissen en onderzeese vulkanische activiteiten mee. Amerikaanse en Canadese wetenschappers zijn verder bezig om nieuwe sensoren op de zeebodem van de Atlantische en de Stille Oceaan aan te leggen. Hiermee willen zij stromingen en watertemperaturen bestuderen, evenals seismische activiteiten. Dit programma kost 310 miljoen euro.

  

Vietnamese vissers

Sinds begin 2007 zijn de Vietnamese autoriteiten erg gespitst op vissers die het voorzien hebben op telecomkabels. In 2006 hebben zij ruim honderd kilometer kabel van de zeebodem opgevist. Langs de kust van Vietnam lopen tal van kabels van zowel het land zelf als van buitenlandse telecombedrijven. Het gaat in de meeste gevallen om glasvezelkabels. Die zijn voor de vissers niet interessant. Zij hopen oudere kabels op te vissen, waarin koper is gebruikt. De autoriteiten hebben gereageerd met patrouilles en het doorzoeken van vissersboten. Dieven zijn zware straffen in het vooruitzicht gesteld, tot de doodstraf aan toe.

 

Europa stimuleert verbindingen 

 De landen van de Europese Unie leggen voortdurend nieuwe gaspijpleidingen en elektri ci teitskabels aan. Dit heeft veel te maken met de interne markt van de EU. Gas en elektriciteit moeten namelijk vrij verhandeld worden en dat kan alleen als er voldoende transportcapaciteit is. Om de Europese energiemarkt te bevorderen, stimuleert de EU de aanleg van pijpen en leidingen over land en via de zeebodem. Dit gebeurt vooral door politiek overleg en haalbaarheidsonderzoeken naar deze verbindingen. Voor het laatste stelt Brussel geld beschikbaar. De aanlegkosten zijn voor de netwerkbedrijven en andere marktpartijen.

 

In 2030 zal het gas uit Noorwegen en Rusland volledig per pijpleiding naar Europa vervoerd worden

Aanmelden nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van Maritiem Nederland.

Abonneer je nu!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Bent u nog niet bekend met Maritiem Nederland? Vraag dan hier uw proefabonnement aan!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Word ook abonnee!

Neem nu een abonnement en ontvang elke maand hèt vakblad voor de maritieme sector op de deurmat.

Sluit nu een abonnement af

Partners Maritiem Nederland