Deltacommissie geeft geen blauwdruk | Maritiem Nederland
Nieuws

Deltacommissie geeft geen blauwdruk



Benno Boeters | zondag 14 september 2008

Marcel Stive, hoogleraar kustwaterbouwkunde aan de TU Delft en lid van de Deltacommissie, ziet het vorige week gepresenteerde rapport niet als een ‘dichtgetimmerd verhaal’.

Wel rekent hij af met een paar non-issues die de discussie over beschermingsmaatregelen tegen hoogwater vertroebelen.

‘Kijk, de eerste Deltacommissie schreef veel uitgebreidere rapporten’, zegt prof.dr.ir. Marcel Stive terwijl hij naar de boekenkast in zijn Delftse werkkamer loopt en een rijtje blauwgrijze banden aanwijst. ‘Ons rapport van 134 pagina’s is weliswaar maar één boekwerk, maar wij doen iets anders dan de Deltacommissie van de jaren vijftig en zestig. Zíj schreven een blauwdruk hoe alles precies moest worden, wíj hebben een concept voor de hele toekomstige waterhuishouding in Nederland geformuleerd. Niet een dichtgetimmerd verhaal, maar een integrale visie waarmee we aan de slag kunnen. Wij hebben gekeken naar Nederland als één samenhangend waterbouwkundig systeem, met de zee, de rivieren, regenval, scheiding zoet-zout, etcetera.’

 

Stive, lid van de Deltacommissie van 21e eeuw, ziet zijn taak met het verschijnen vorige week van ‘Samen werken met water, bevindingen van de Deltacommissie 2008’, zeker niet beëindigd. ‘Er zullen nog heel wat discussies volgen’.

 

Wel wil de commissie met dit rapport de uitgangspunten voor een rationele discussie neerzetten en geen verdere tijd verdoen aan ‘non-issues’. ‘Bijvoorbeeld die eilandendiscussie. Wij zijn niet tegen eilanden maar ze zijn voor kustverdediging natuurlijk niet efficiënt tegen hoogwater, want hoogwater hou je er niet mee tegen. Als iemand een goede businesscase kan opstellen voor een eiland als vliegveld of voor een energie-eiland is dat natuurlijk prima, maar dat heeft niets met kustveiligheid te maken. Ik begrijp wel dat het voorbeeld van de kunstmatige eilanden bij Dubai bij veel mensen tot de verbeelding spreekt, maar dat zijn natuurlijk ondingen. Die vereisen een voortdurend onderhoud, anders verdwijnen ze weer in zee. Van Oord en Boskalis (de baggermaatschappijen die een groot deel van de eilanden aangelegd hebben, red.) gaan daar nog veel plezier aan beleven’, aldus Stive.

 

De commissie Veerman heeft een zinvoller taak voor de baggerbedrijven: een geleidelijke versterking en verbreding van de Nederlandse kustlijn door continue zandsuppletie. ‘Wij pleiten voor een zeewaartse uitbreiding met enkele meters tot hoogstens tien meter per jaar. Dat wordt een enorme onderneming als je bedenkt dat daar 40 tot 85 miljoen kuub zand per jaar voor nodig is. Dat is bijna net zoveel als in Dubai werd gehaald tijdens de topproductie. Het móét dus wel geleidelijk en kustbewoners krijgen niet ineens een kilometer zand voor de deur. Badplaatsen moeten ook de kans hebben zich aan te passen aan de snelheid van die zeewaartse uitbreiding’, zegt Stive.

 

De Deltacommissie ziet in de ‘zandmotor’, een opgespoten zandeiland ter hoogte van het Westland, een veelbelovende manier om zand via de zeestroming langs de noordelijker gelegen kust en naar de Waddenzee te transporteren.

 

Veerman en de zijnen benadrukken wel kustversteviging en -uitbreiding uit veiligheidsoverwegingen lang niet zo ingrijpend hoeft te zijn, als bijvoorbeeld de ‘één kilometer zeewaarts’ die de Zuid-Hollandse gedeputeerde Lenie Dwarshuis propageert. Zij wil ruimte voor recreatie, een kusttramlijn, natuur en horeca. ‘Dat is een ander verhaal, dat gaat over ruimtelijke kwaliteit, maar om de rijzende zeespiegel aan te kunnen, heb je aan veel minder dan een kilometer voldoende’, zegt Stive.

 

Hij ziet een parallel met het programma ‘ruimte voor de rivier’, dat is uitgevoerd nadat de bijna-overstromingen van de rivieren in 1993 en 1995 alle alarmbellen hadden doen rinkelen. ‘Ruimte voor de rivieren ging niet om veiligheid alleen maar ook om ruimtelijke kwaliteit. Voor de veiligheid was het veel goedkoper geweest om gewoon de dijken te verhogen. Maar ruimte voor de rivieren paste goed in de tijdgeest en we hebben er fantastische natuur bij gekregen met de bredere beddingen en de nevengeulen.’ En het idee van noodoverloopgebieden of retentiebekkens voor extreme situaties? ‘Dat is helemaal uit. Bij een piekafvoer van 16.000 kuub per seconde helpt zo’n overstroombaar gebied alleen als het zo groot is als een hele provincie. Dus dat is een non-issue’, aldus Stive.

 

Het Nederlandse waterbouwkundig systeem heeft in de toekomst grote behoefte aan het zoete rivierwater, en daarom wil de Deltacommissie meer zoetwater bergen in het IJsselmeer. Tegenover de verwachting van extreme pieken in de rivierafvoer van 16.000 tot 18.000 m3/s (in 1995 was het 12.000 m3/s), staat een mogelijke afvoer van slechts 700 m3/s tijdens uitzonderlijke droogte in het stroomgebied van Rijn en Maas (tijdens het top-droogtejaar 1976 was de afvoer 1700 m3/s). In zo’n situatie dringt het zoute zeewater ver op, en maakt bijvoorbeeld de naar binnen dringende zouttong in de Nieuwe Waterweg inname van zoetwater voor landbouw en drinkwater onmogelijk. Bovendien berokkent de zoute kwel in de bodem grote schade aan de landbouw. Als de zeespiegel 65 tot 130 centimeter stijgt (in 2100), is de kans op verzilting in de bodem groter, zeker als het hoogteverschil tussen zeeniveau en bodempeil in de polder nog verder toeneemt door verdere bemaling, inklinking van de bodem en bodemdaling.

 

De Deltacommissie wil die verziltingsrisico’s tegengaan door de strategische zoetwatervoorraad in het IJsselmeer te vergroten door het peil met 1,5 m te verhogen. Stive tekent daar bij aan: ‘We houden IJsselmeer en Markermeer gescheiden. Markermeer laten we makelaarswater: je kunt er aan bouwen. Dus als Almere echt Venetië-achtige bebouwing wil in het Markermeer dan kan dat want het peil blijft constant. Daarmee hebben we dan toch een bestemming gegeven aan het Markermeer, dat vind ik wel weer een mooi aspect, een eeuw na Lely.’

 

Een hoger peil in het IJsselmeer maakt het bovendien mogelijk water op vrij verval te blijven lozen via de sluizen in de Afsluitdijk.

 

Voor wat betreft Zuid-West Nederland adviseert de Deltacommissie: ‘Zoutindringing via de Nieuwe Waterweg wordt niet langer meer met grote hoeveelheden rivierwater bestreden. De inlaatpunten worden waar nodig verlegd.’ In plaats van het rivierwater en masse via Hoek van Holland in de Noordzee te lozen, willen Veerman en de zijnen het via de zuidelijker gelegen Haringvlietsluizen geleiden.

 

‘Ik denk dat we voor de Zuid Hollandse eilanden en Zeeland nog eens heel goed moeten nadenken over hoe je omgaat met het kostbare zoetwater’, zegt Stive. ‘Er is al jaren een plan om via een kier in het Haringvliet zeewater binnen te laten en zo de estuariene dynamiek te vergroten. Voor de natuur is dat fantastisch, maar het Haringvliet kan ook prima dienst doen als zoetwaterbekken. Of wil als Zeeland afhankelijk zijn van zoetwater uit het IJsselmeer?’


Afgezien van de verziltingsproblematiek heeft de Deltacommissie een ander zwaarwegend argument om rivierwater via de zuid-westelijke route af te voeren. Nu lopen steden als Dordrecht en Rotterdam een groot risico bij hoogwater in de Merwede, Maas en Nieuwe Waterweg in combinatie met een stormvloed op zee, waarbij de Maeslandtkering dicht moet. De commissie wil terug naar de ‘historische inrichting van ons watersysteem’ en extreme afvoeren via de zuidwestelijke delta geleiden. De commissie beveelt aan het Krammer-Volkerak-Zoommeer, de Grevelingen en de Oosterschelde in te richten om in zo’n noodsituatie tijdelijk het rivierwater te kunnen bergen.

 

Overigens gaat de commissie er van uit dat in het Krammer-Volkerak-Zoommeer het probleem van eutrofiëring - teveel nutriënten in het water waardoor blauwalgen welig tieren - alleen te bestrijden is door het meer in open verbinding met het zoute water van de Oosterschelde te brengen. De blauwalg legt dan direct het loodje en ‘op deze wijze wordt mede invulling gegeven aan de doelstelling van de Europese Kaderrichtlijn Water’.

 


De Maeslantkering sloot op 8 en 9 november vorig jaar voor het eerst in tien jaar voor een stormvloed (+ 3m NAP). Samen met de Hartelkering beschermt de constructie het Rijnmondgebied tegen hoogwater vanuit zee (beeld: Sam Rentmeester/FMAX)

Aanmelden nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van Maritiem Nederland.

Abonneer je nu!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Bent u nog niet bekend met Maritiem Nederland? Vraag dan hier uw proefabonnement aan!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Word ook abonnee!

Neem nu een abonnement en ontvang elke maand hèt vakblad voor de maritieme sector op de deurmat.

Sluit nu een abonnement af

Partners Maritiem Nederland