Benzinehaven van Europa | Maritiem Nederland
Nieuws
Jaarlijks wordt in Amsterdam zo´n 20 miljoen ton benzine overgeslagen door vijf verschillende bedrijven.

Benzinehaven van Europa

Jan van den Berg | donderdag 24 april 2008

Amsterdam is een van de drie grootste havens voor benzineoverslag ter wereld. Die positie wordt nog eens versterkt doordat de vijf opslagbedrijven in de haven werken aan uitbreiding van hun opslagcapaciteit. Geheel nieuw is de productie van biobrandstoffen.

Wie in Europa in benzine handelt, komt al snel in Amsterdam terecht. Samen met Houston en Singapore vormt Amsterdam de topdrie in deze sector. De benzineoverslag in Sjanghai groeit overigens ook snel; vermoedelijk krijgt deze Chinese havenstad binnenkort een plaats bij de eerste drie. Er zijn nu vijf bedrijven die jaarlijks ongeveer 20 miljoen ton benzine overslaan in de Nederlandse hoofdstad: BP, EuroTank, Kaneb, Oiltanking en Vopak. Als zij de plannen die ze hebben volledig uitvoeren, zal de overslag toenemen tot 30 miljoen ton per jaar.

 

Benzine is overigens maar één van de producten die de bedrijven opslaan. Ze houden zich ook bezig met ruwe olie, gasolie, stookolie en kerosine. Er is geen grote opslagcapaciteit voor ruwe olie; deze grondstof wordt vooral in Rotterdam opgeslagen en geraffineerd.

 

Dat de uitbreiding van activiteiten in Amsterdam plaatsheeft, ligt volgens Michiel van Ravenstein, directeur van Vopak Terminals Amsterdam, voor de hand. “Doordat er al zo veel tankopslagbedrijven zijn, heeft Amsterdam de fysieke infrastructuur, de markt en de toeleveranciers. In andere Europese havens is dat allemaal niet zo sterk ontwikkeld”, aldus Van Ravenstein.

 

Opportunity

Van de vijf aanbieders in Amsterdam is BP de enige oliemaatschappij met opslagfaciliteiten. Met ruwe olie houdt de BP Amsterdam Terminal (BAT) zich niet bezig. Hier slaat het concern vooral benzine, gasolie, diesel, butaan en propaan op. De terminal beschikt over 1 miljoen m3 opslagcapaciteit in 77 tanks. Een uitbreiding van het aantal tanks is volgens BP momenteel niet aan de orde. Het bedrijf zoekt het meer in de vergroting van de doorzet van olieproducten. Hierdoor hoeven schepen minder vaak te wachten om te kunnen laden en lossen. Dit betekent een investering van 50 miljoen euro. Het project omvat de bouw van vier extra steigers voor binnenvaartschepen en één extra steiger voor zeeschepen en een nieuwe controlekamer. Andere werkzaamheden zijn aanpassingen van de huidige steigers voor zeeschepen, de opslagtanks en het leidingen- en wegennetwerk van de terminal.

 

Met 280 tanks (inhoud 1,25 miljoen m3) is het bedrijf EuroTank het grootste in Amsterdam. Het is een onafhankelijk tankopslagbedrijf dat geen deel uitmaakt van een oliemaatschappij. De Nederlandse handelsonderneming Vitol heeft Euro- Tank in 2006 overgenomen, wat in de woorden van EuroTank-directeur Ronald Okker een once in a lifetime opportunity was. Okker: “Vitol wilde graag actief worden in de handel in benzine en andere olieproducten. Dan kun je zelf een bedrijf gaan opbouwen, zoals we in Rotterdam doen, of een bestaand bedrijf overnemen. Het laatste is natuurlijk veel sneller. Toen de kans voorbijkwam om dit bedrijf te kopen, was de keuze snel gemaakt.”

 

Ook al is EuroTank geen klein bedrijf, het is de bedoeling om nog eens een half miljoen kubieke meter aan tankcapaciteit bij te bouwen. De overige infrastructuur behoeft geen uitbreiding. Het gaat hierbij om zeventien aanlegsteigers, waaraan gelijktijdig acht zeegaande tankers of zeventien binnenvaarttankers kunnen afmeren. Voorts investeert Vitol fors in veiligheid. “De terminal voldeed in dit opzicht niet aan onze eisen. Dan moet je denken aan preventief onderhoud, het veiligheidsbewustzijn van medewerkers en bedrijfshulpverlening”, aldus Ronald Okker. EuroTank biedt Vitol een goede basis om op voort te bouwen.

 

Vooral de locatie is volgens Okker erg gunstig. “Naast zee- en binnenvaart hebben we goede aansluitingen op het spoor en de snelwegen. Eén ding zou ik in het Amsterdamse beter geregeld willen zien, namelijk één loket waar ik terechtkan met vragen en procedures over vergunningen. In Rotterdam bestaat dat via de Dienst DCMR. Het beleid is misschien niet altijd wat je als bedrijf wilt, maar er is tenminste duidelijkheid. Hier in Amsterdam weten we niet altijd waar we aan toe zijn.”

 

Uitbreiding

Kaneb Terminals is een dochteronderneming van het Amerikaanse bedrijf Nu Star. Dit is het grootste onafhankelijke tankopslagbedrijf in de Verenigde Saten en na Vopak de grootste ter wereld. Toen Nu Star het tankopslagbedrijf overnam, had het een capaciteit van 158.000 m3. Er worden momenteel achttien tanks bijgebouwd, waarmee de capaciteit uitkomt op 580.000 m3. Er zijn plannen voor verdere uitbreiding met 40.000 kuub.

 

De terminal zal hierdoor de jaarlijkse overslag kunnen opvoeren van 2 miljoen ton in 2007 naar 4 miljoen ton dit jaar. Kaneb heeft ook een nieuwe steiger gebouwd in de Bosporushaven in Amsterdam. Hier kunnen tankers tot 80.000 ton laadvermogen aanmeren. Voorts komen er een 150 meter lange kade en een lichtersteiger voor de binnenvaart, waar schepen tot 10.000 ton laadvermogen kunnen aanmeren.

 

Het vierde bedrijf in de reeks is Oiltanking, dat bezig is met de zesde uitbreiding in enkele jaren tijd. Een deel van de huidige uitbreiding is bestemd voor J&S Bio Energy, producent van biodiesel. De capaciteit zal uitkomen op 1,6 miljoen m3. Ook hier worden nieuwe steigers gebouwd om meer tankers tegelijk te kunnen afhandelen. Oiltanking heeft binnenkort zes steigers voor zeeschepen en twaalf voor de binnenvaart.

 

Vergunningen

Oiltanking is het enige bedrijf in Amsterdam dat via pijpleidingen is verbonden met andere faciliteiten. Het bedrijf ontvangt olie van productieplatforms op de Noordzee, en een tanker vervoert de olie na zuivering naar raffina- derijen. Daarnaast pompt Oiltanking kerosine naar Schiphol die per schip naar de Amsterdamse haven wordt gebracht. Bovengenoemde bedrijven breiden hun capaciteit moeiteloos uit. Maar hieruit kunnen we niet de conclusie trekken dat er geen obstakels zijn in de opslagsector. Zo heeft Vopak grote moeite om de verschillende (milieu)vergunningen rond te krijgen voor een geheel nieuwe terminal. Het bedrijf beschikt momenteel over 85.000 m3 opslagruimte in de Petroleumhaven.

 

Oiltanking wil in de Afrikahaven een terrein van 35 hectare in gebruik nemen voor opslag van eerst 720.000 en later 1,1 miljoen kuub. Dat hieraan behoefte is, blijkt uit het feit dat twee derde van de capaciteit al verhuurd is. Directeur Michiel van Ravenstein: “De klanten zijn er al, nu de vergunningen nog. Ik hoop dat deze voor de zomer rond zijn.”

 

Op de beoogde terminal zal Oiltanking benzine uit onder andere Duitsland aanvoeren en op de juiste specificaties voor verschillende afzetmarkten brengen. De distributie gaat met tankers naar onder andere de Verenigde Staten, waar de vraag naar benzine structureel toeneemt. Op termijn verwacht Vopak een groeiende export naar Azië.

 

Als de vijf bedrijven hun plannen volledig kunnen uitvoeren, dan beschikt Amsterdam binnenkort over ruim 6 miljoen m3 tankopslag. Zonder de nieuwe Vopak-terminal zal dit ruim 5 miljoen m3 zijn. Ook hiermee kan Amsterdam een belangrijke rol blijven spelen op het gebied van benzine en andere brandstoffen.

 

Bio-ethanol

De benzine wordt niet alleen opgeslagen, maar ook gemengd om het geschikt te maken voor specifieke markten en afnemers. Een nieuwe vorm van mengen is het toevoegen van bio-ethanol. Daartoe ontstaat samenwerking tussen de tankopslagbedrijven en producenten van biobrandstoffen. De productie van biobrandstoffen is een nieuwe activiteit in de Amsterdamse haven, waar tot nu toe voornamelijk op- en overslag plaatsvond.

 

In Amsterdam komen drie bedrijven die biobrandstoffen produceren. Het gaat om zowel biodiesel, bio-ethanol als biogas. Redenen voor vestiging zijn de beschikbare ruimte en de aanwezigheid van tankopslagbedrijven. Ook deze breiden fors uit. Nederland heeft dorst naar biobrandstoffen. In 2010 moet ons land voldoen aan de eis van de Europese Unie dat 5,75 procent van de benzine en diesel uit biobrandstof bestaat. Een deel hiervan zal in Amsterdam geproduceerd worden door nieuwe bedrijven.

 

Efficient

De eerste nieuwkomer is Greenmills. Dit bedrijf is een samenwerkingsverband van Noba Vetveredeling, Rotie en Orgaworld. Noba verkoopt oliën, vetten en vetzuren aan de diervoederindustrie en energiebedrijven. Rotie verzamelt en verwerkt gebruikte plantaardige oliën en vetten en biologisch afbreekbare reststoffen. Greenmills zal ook afval ten gevolge van producten die zijn teruggeroepen en producten die over de datum zijn gaan verwerken. Noba en Rotie zijn verantwoordelijk voor de aanvoer van grondstoffen voor Greenmills. Hierbij richt Noba zich op vloeibare organische grondstoffen, terwijl Rotie ook gft-afval van huis houdens en bedrijven aanbiedt.

 

Greenwills bouwt de vergistings- en composteerinstallaties voor de verwerking van deze stoffen tot bio-ethanol. Hiervan zal het bedrijf jaarlijks 160.000 ton produceren. Bij dit proces komt ook 25 miljoen m3 biogas vrij dat dient als brandstof voor de productie van elektriciteit. Het is de bedoeling om ook plantaardige olie te recyclen en te gebruiken voor de productie van stroom. De installatie hiervoor krijgt een vermogen van 10 megawatt, waarvan een deel voor eigen gebruik is. De rest wordt geleverd aan het openbare net. De warmte die vrijkomt bij de stroomproductie kan Greenmills gebruiken om de tanks mee te verwarmen. Al met al probeert het nieuwe bedrijf organische grondstoffen zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Naast de productie-installaties krijgt het opslagtanks met een capaciteit van 600.000 ton per jaar. De bouw is inmiddels gestart en de productie kan nog dit jaar beginnen.

 

De tweede Amsterdamse producent van bio-ethanol heet Harvest Biofuels. Het bedrijf wil jaarlijks 110.000 ton bioethanol maken. Daarnaast zal per jaar 110.000 ton veevoer worden geproduceerd, waarvoor 375.000 ton graan nodig is. De fabriek wordt momenteel gebouwd in de Amerikahaven op een terrein van 17,5 hectare. Het gaat om een investering van 90 miljoen euro.

 

Harvest Biofuels is een dochter van Blue Ocean Associates en Futura Petroleum. Beide bedrijven zijn actief in de handel in benzine, diesel en andere brandstoffen. Futura richt zich nu al op milieuvriendelijke varianten van deze brandstoffen. Blue Ocean Associates is reeds een klant van de tankopslagbedrijven in de Amsterdamse haven.

 

Tot slot J&S Bio Energy. Dit bedrijf steekt 42,5 miljoen euro in een biodieselfabriek van 200.000 ton per jaar. J&S Bio Energy werkt hierbij nauw samen met Oiltanking. In de fabriek zet men plantaardige olie uit raapzaad, sojabonen en canola om in biodiesel en biogas. De fabriek gebruikt het gas voor opwekking van elektriciteit en warmte. De biodieselfabriek zal in de loop van 2008 in bedrijf komen.

 

www.portofamsterdam.com

 

Biobrandstoffen in Rotterdam

Het kan natuurlijk niet anders of Rotterdam blaast een stevige partij mee als het gaat om biobrandstoffen. De (petro)chemische industrie is hier immers veel omvangrijker dan in Amsterdam. De eerste fabrieken voor biobrandstoffen worden dit jaar operationeel. Zeven bedrijven hebben vestigingsovereenkomsten gesloten of zijn al gestart met de bouw. Eén bedrijf zit nog in de onderhandelingsfase. De gezamenlijke capaciteit voor bio-ethanol is bijna 600.000 ton per jaar en die van de zes installaties voor biodiesel loopt tegen de 3 miljoen ton. Het aandeel in de geschatte productiecapaciteit in de Europese Unie in 2008 bedraagt daarmee respectievelijk 10 en 25 procent.

Partners Maritiem Nederland