Roerige tijden voor deep sea mining | Maritiem Nederland
Techniek&Innovatie
Het Canadese DeepGreen Metals beschikt over een exploratielicentie voor de Clarion Clipperton Zone.

Wetenschappers en milieuorganisaties trappen steeds meer op de rem


Roerige tijden voor deep sea mining



Leendert van der Ent | maandag 16 maart 2020
Baggeren

De markt voor maritieme mijnbouw maakt hectische tijden door. De groei van elektrische mobiliteit maakt het mijnen uit zee van ‘batterijmetalen’ zoals kobalt in principe aantrekkelijk. Een booming business dus? Toch niet. De druk op regeringen om de milieueffecten van mijnen in hun wateren te onderzoeken neemt toe.

De diepzeebodem beslaat meer dan de helft van het aardoppervlak. Daar is nog nauwelijks mijnbouwactiviteit ontplooid. Toch is hier volgens de US Geological Survey meer kobalt, nikkel, koper, mangaan en zeldzame aardmetalen te vinden dan onder het totale landoppervlak. Genoeg reden dus voor veel maritieme mijnbouwbedrijven om in de zeebodem te gaan boren, deze op te blazen of erin te gaan graven. Bedrijven die al bezig zijn met exploitatie of die verkenningen doen, wijzen erop hoe nuttig het is om het aantal bronnen voor winning van die metalen te diversificeren. Ze zijn noodzakelijk om onze toenemende honger naar elektrische mobiliteit, zonnestroom en elektronica te stillen.

Op de rem

Toch trappen wetenschappers steeds meer op de rem tegen maritieme mijnbouw. Ze wijzen erop dat er nog nauwelijks onderzoek is gedaan naar de mogelijke gevolgen van het maritiem mijnen. Toch is wel duidelijk dat graven en opblazen letterlijk verwoestende effecten kan hebben op de kwetsbare ecosystemen van de diepzee.

In de uiterst uitdagende omstandigheden van duisternis en hoge druk zou herstel wel eens pijnlijk langzaam kunnen gaan, terwijl milieuschade in de diepzee ook zou kunnen uitstralen naar de rest van het maritieme milieu, vrezen de wetenschappers. De oceanen zijn goed voor 50 tot 85 procent van de zuurstofproductie op aarde en meer dan zestig procent van de CO2-absorptie. Ook halen ongeveer een miljard mensen de eiwitten in hun dagelijkse voeding uit zee.

Het Europees Parlement neemt deze waarschuwingen serieus. In 2018 riep het op tot een verbod op mijnen in de zeebodem, totdat er een beter begrip is van de gevolgen op het milieu. Het parlement riep de Europese Commissie op om lidstaten te laten stoppen met het subsidiëren van onderzoeks- en exploitatielicenties binnen hun eigen territoriale wateren en in internationale wateren.

Pro

Niet alle betrokkenen zitten op die lijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor de VN-organisatie International Seabed Authority (ISA) op Jamaica, die in 2019 zijn 25-jarig bestaan vierde. Deze ISA streeft een dubbel en moeilijk te verenigen doel na. De organisatie heeft zowel als taak de biodiversiteit van de diepzee te beschermen als de exploitatie van de zeebodem te regelen.

Volgens Milieu-organisatie Flora & Fauna International (FFI) krijgt die laatste taak de overhand. Pippa Howard van FFI: “De mensen die het momenteel voor het zeggen hebben binnen de ISA doen hun uiterste best om de zaken zo snel mogelijk in beweging te krijgen.” DSM Observer schrijft in december 2019: “De druk ligt [op de ISA] om de sector [deep sea mining] van belofte naar productie te loodsen.”

‘De druk ligt op de International Seabed Authority om de sector van belofte naar productie te loodsen’

Die druk ontstond niet in de laatste plaats door een recordprijs van 100.000 dollar per metrische ton kobalt begin 2018. Daarna zakte die prijs in 2019 door toegenomen mijnbouwactiviteit op land geleidelijk weer naar een – nog altijd aantrekkelijke – prijs van 32.000 dollar. Tot halverwege 2019 had de ISA 29 licenties afgegeven aan regeringen en bedrijven om in internationale wateren mijnbouwmogelijkheden te onderzoeken.

Contra

Tegendruk kwam er ook. Toen de ISA met conceptregels voor exploitatie kwam, boden internationale mariene onderzoekers de ISA hun criteria voor zeebodembescherming aan. De ISA heeft de ambitie om al in 2020 met definitieve regelgeving voor mijnbouw op zee te komen.

Als het aan FFI, de Deep Sea Conservation Coalition, IUCN, Deep Ocean Science Initiative, verschillende landen en onderzoekinstellingen ligt, komt die mijnbouw daarentegen niet van de grond. Zij riepen op 9 augustus 2019 gezamenlijk op tot een wereldwijd moratorium tegen deep sea mining. Pippa Howard: “De wetenschappelijke kennis is steeds duidelijker: het verstoren van gezonde mariene ecosystemen zou verwoestende gevolgen hebben voor de planeet en al het leven daarop, inclusief het menselijk leven.”

Nieuwe koploper

Eén bedrijf was op dat moment al vrijwel aan productie toe: het Canadese Nautilus Minerals. Bij Papua Nieuw-Guinea exploreerde dit bedrijf in het Solwara 1 project de eerste maritieme mijn ter wereld, met de bedoeling daar knollen met verschillende metaalertsen te delven. Vanwege het terugtreden van investeerders ging het bedrijf echter failliet en blijft de mijnbouwapparatuur in de haven van Port Moresby liggen, in elk geval totdat de herstructurering na de doorstart een feit is.

Intussen werd het bedrijf ook nog aangeklaagd door de regering van Papoea Nieuw-Guinea, dat zijn investeringen terugclaimde. De rechtszaak werd geseponeerd. Het land had in september 2019 inmiddels zo genoeg van deze sof dat het tijdens het Pacific Islands Forum een oproep van Fiji steunde en een tienjarig moratorium op maritieme mijnbouw afkondigde. Zo werd de koploper een doodloper.

DEME presenteerde in 2018 de Patania II, een pre-prototype knollenverzamelaar (foto DEME). Tekst gaat verder onder de foto.

Met India kondigt zich een nieuwe koploper aan. De Deep Ocean Mission van dit land zet in op diepgaand onderzoek en grootschalige exploratie en productie in de eigen territoriale wateren en daarbuiten. Er is een bouwprogramma gestart met als voorlopig hoogtepunt – op de tekentafel, dat nog wel – de Samudrayaan, een bemand voer- annex vaartuig, uitgerust met zowel een thruster als rupsbanden om over de zeebodem te bewegen.

Benelux nieuws

Andere partijen voeren tests uit met nieuwe apparatuur. Zo test Global Sea Mineral Resources (GSR), de dochter van de Belgische Baggeraar DEME op het gebied van maritiem mijnen, de Patania II om metaalertsknollen te winnen uit haar concessie in de Clarion-Clipperton Zone (CCZ), een mineraalrijk gebied in de Stille Oceaan tussen Hawaii en Mexico. Het gaat hier niet om opblazen of boren, maar om het opscheppen van de knollen uit een dunne laag modder op de bodem.

De Patania II is nog altijd een pre-prototype ‘knollenverzamelaar’. De tests verliepen aanvankelijk ook niet vlekkeloos. Ondertussen testte Royal IHC in de Middellandse Zee zijn Apollo II knollenverzamelaar om de sedimentatiepluim te onderzoeken die de machine tijdens zijn tocht over de zeebodem produceert.

Nog meer nieuws uit de Lage Landen viel er in juni 2019 te melden toen DeepGreen Metals uit Canada en de officieel in Zwitserland gevestigde Allseas Group gezamenlijke plannen lanceerden om met een budget van 150 miljoen dollar haalbaarheidsstudies te gaan uitvoeren. Ook dit initiatief richt zich op de knollen in de CCZ-zone. In 2023 moeten de haalbaarheidsstudies zijn afgerond – onder de nieuwe strenge ISA-regels, zo hopen de partijen.

‘De winning van metaalertsen op de zeebodem vergt 75 procent minder CO2-uitstoot dan de winning op land’

CEO Gerard Barron van DeepGreen: “De knollen met meerdere metaalertsen op de zeebodem bevatten meer dan genoeg metalen om de wereld te kunnen laten overstappen op een op schone energie gebaseerde economie, zonder dat voor de winning opblazen, boren of graven nodig is. (…) De winning op zee vergt 75 procent minder CO2-uitstoot dan de winning op land.”

Zoeken naar compromis

Het lijkt erop dat 2020 net zo’n roerig jaar voor maritiem mijnen wordt als 2019 dat was. De technologische mogelijkheden groeien, maar het protest tegen mijnbouw op zee wordt tegelijk ook steeds krachtiger, nog voordat de daadwerkelijke winning begonnen is. Het valt te hopen dat de ‘milde’ mijnbouwmethoden die de ‘knollenverzamelaars’ beogen, tot een compromis kunnen leiden dat zowel de mijnbouwexploitanten en afnemers van metalen als de wetenschappers en natuurbeschermers tevreden kan stellen.

Allseas loopt warm voor deepsea mining

Allseas laat het voormalige ultra-deepwater boorschip ‘Vitoria 10000’ ombouwen voor toepassing in diepzee mijnbouw. Samen met partner DeepGreen ontwikkelt Allseas een systeem om mineraalrijke knollen van de zeebodem te rapen en via een 4,5 km lange buis naar boven te halen. De knollen op de diepzeebodem bevatten een hoog gehalte aan kobalt, mangaan, koper en nikkel – metalen die gebruikt worden voor batterijen in elektrische voer- en vaartuigen en voor hernieuwbare energietechnologie. De ‘Vitoria 10000’ is 228 m lang en 42 m breed en biedt accommodatie aan 200 mensen. Medio 2021 moet de ombouw gereed zijn en gaat Allseas beginnen met het testen van het oogsten van de polymetaalknollen in de Stille Oceaan. In de Clarion Clipperton Zone heeft DeepGreen een exploratielicentie om op de zeebodem te zoeken naar grondstoffen. Topman Edward Heerema van het Zwitsers-Nederlandse offshorebedrijf spreekt van “een nieuw opwindend hoofdstuk” voor Allseas. “Op basis van onze offshore expertise en innovatieve vermogen kunnen we technische oplossingen voor deze nieuwe industrie ontwikkelen.”

Aanmelden nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van Maritiem Nederland.

Abonneer je nu!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Bent u nog niet bekend met Maritiem Nederland? Vraag dan hier uw proefabonnement aan!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Word ook abonnee!

Neem nu een abonnement en ontvang elke maand hèt vakblad voor de maritieme sector op de deurmat.

Sluit nu een abonnement af

Partners Maritiem Nederland