Techniek&Innovatie
Herbert Koelman: 'We staan op het kruispunt van wegen.' (foto: SARC)

Herbert Koelman, lector innovatieve technieken op MIWB


Mee met de moderne tijd

Karin Broer | woensdag 10 april 2019
Scheepsbouw

“Iedereen zal een stapje verder moeten gaan dan misschien de intentie was”, stelt Herbert Koelman, lector innovatieve technieken van Maritiem Instituut Willem Barentz (MIWB) op vrijdag 29 maart tijdens zijn lectorale rede. “Studenten, de opleiding maar ook het bedrijfsleven, we moeten mee met de moderne tijd.”

Na de HTS scheepsbouwkunde in Haarlem richtte Koelman in 1980 SARC op: Scheepsbouwkundig Advies en Reken Centrum (SARC). Het werd een succes. De meeste Nederlandse werven en ontwerpbureaus gebruiken software van SARC voor scheepsontwerp, op 1500 schepen is hun beladingssoftware geïnstalleerd.

– U had in 1980 al interesse in computers, voorzag u toen al de digitalisering die ons te wachten zou staan?

“Welnee. In eerste instantie wilde ik vooral de aanschaf van een computer terugverdienen. Daarna zou ik wel een baantje zoeken. SARC is vooral ontstaan uit onvrede met de bestaande wereld, ik had op de HTS Haarlem heel veel saaie berekeningen moeten maken. Toen dacht ik: als dat mijn voorland wordt... daar had ik niet zo’n trek in. Mijn vader was actuaris en hij had op kantoor een computer staan, dus ik wist wat je ervan kon verwachten. Destijds was het nog een keuze tussen vervelend met de hand rekenen of automatisch met de computer. Nu kun je het met de hand niet meer uitrekenen, nou ja alles kan.”

‘Als we niets doen verdwijnt de maritieme industrie uit Nederland, althans de serieuze maritieme industrie’

Hoewel Koelman een man is die voortdurend relativeert (“Windows is nog precies hetzelfde als in 1992, behalve dat het minder vaak hangt”) schetst hij in zijn inauguratierede toch het beeld van een revolutionair tijdperk: “We staan op een kruispunt van wegen”, met aan de kant “de enorme opgave van het ontwerpen, bouwen en exploiteren van een revolutionair nieuwe generatie van schone en veilige schepen”. En aan de andere kant: “de beschikbaarheid van steeds betere ontwerpgereedschappen, die gedreven wordt door krachtige ontwikkelingen op het gebied van (numerieke) wiskunde, IT, mathematisch modelleren, visualisatie en simulaties”. En op dit kruispunt van wegen komt nog een ‘zandpad’ uit, dat volgens Koelman “symbool staat voor de geringe beschikbaarheid van technici die deze klus moeten klaren”.

– Eerst maar die fantastische gereedschapskist, waarvan verwacht u het meest?

“Iedereen vindt simulatie prachtig omdat je dan beeldschermen hebt met varende schepen. Maar dat werkt dankzij de wiskundige formuletjes die er in zitten. Dus uiteindelijk is die onzichtbare toepassing de belangrijkste driver, en dat is de numerieke wiskunde die er achter zit. Optimalisering of optimalisatie hoort daar ook bij. De simpelste manier van optimalisatie is twee dingen ontwerpen en dan de beste te gebruiken. Dat proces kan gesimuleerd worden met wiskundige technieken. Dan laat je de computer eigenlijk duizenden varianten doorrekenen of miljoenen en dan de beste uit kiezen. De kunst is om het zo te maken dat er geen miljoenen varianten mogelijk zijn, maar slechts een beperkt aantal en dat je dan toch de beste eruit krijgt.”

– In uw rede wijst u op het belang van TODDIS, een onderzoeksvoorstel gedragen door tien bedrijven en kennisinstellingen, waarbij gekeken wordt naar de rol van real-time data voor scheepsontwerp.

“In juli wordt bekend of TODDIS gehonoreerd wordt, maar ook als dit project in deze vorm niet gehonoreerd wordt, dan gaan we daar toch in meer of mindere mate mee aan de slag. Dit is wel de weg voorwaarts, dit moet min of meer gebeuren. Heel veel ontwerphulpmiddelen van de sector beginnen zodanig te verouderen dat ze niet meer bruikbaar zijn. We gaan meer doen met elektrische energie, dat heeft allerlei gevolgen voor scheepsontwerp. Autonoom varen of varen op afstand zal als gevolg hebben dat de bemanningskosten naar beneden gaan. Het wordt minder erg als een schip lang op zee zit. Je kunt laag bemande, langzaam varende boten verwachten. En dat zijn andere ontwerpen dan er nu zijn.”

Big data

“Vroeger werden die ontwerphulpmiddeltjes achter een bureau afgeleid van experimenten of rekenkundige exercities. Nu worden schepen in enorme getalen van sensoren voorzien. Vaak één voor ieder doel. Dus bijvoorbeeld één sensor om de temperatuur van de pomp te meten. In zijn totaliteit zeggen die sensoren heel veel over het schip, het gebruik van de energie voor de voortstuwing, maar ook voor bijvoorbeeld de koeling. Al die gegevens uit de werkelijke wereld kun je bijhouden. Dan krijg je heel veel gegevens, en dan heet het big data. En dat zou je dan kunnen analyseren om de nieuwe generatie schepen te ontwerpen. Dus, gegevens van varende schepen terugploegen naar het ontwerp.”

“De vraag is wel: van wie zijn de gegevens? De motorenfabrikanten willen die gegevens graag voor zich houden, sommige rederijen zeggen: ze zijn van ons, en wij als school zeggen: ja hoor eens, als we ze niet krijgen dan kunnen we ook niet jullie toekomstige personeel opleiden. Alles aan de binnenkant van het schip, de hele machinerie, de pompen, de smeermiddelen etcetera gaat gewoon over het vak van de scheepswerktuigkundige. Als reders die gegevens willen gaan benutten, dan loopt dat via de scheepswerktuigkundigen die aan boord zitten. Voor een deel gaat het ook over hoe de bemanning dingen ervaart: de human factor.”

– Even terug naar het kruispunt, wat betekent dat voor de zeevaartschool?

“Het wordt heel druk, voor een gedeelte moeten de studenten gewoon nog het oude leren, een schip varen op de oude manier, als je de haven binnenkomt de marifoon pakken enzovoort. In Leeuwarden hebben we de afdeling scheepsontwerp (hoort ook bij het MIWB, red.). Daar geldt hetzelfde voor: die moeten ook gewoon de bestaande wetten en regels kennen.”

‘Heel veel ontwerphulpmiddelen beginnen zodanig te verouderen dat ze niet meer bruikbaar zijn’

“Aan de andere kant moeten studenten zich als de wiedeweerga die nieuwe technieken eigen maken om te kunnen toepassen voor de toekomst die er aankomt. Het is dus een dubbele opdracht, een dubbele studie, dat realiseren ze zich nog niet. Wij denken dat die studenten allemaal digital natives zijn, omdat ze zijn opgegroeid met de computer. Dat is ook wel zo op een oppervlakkig niveau. Het zijn handige gebruikers, maar van de basisprincipes – wat is een optimalisatiealgoritme, wat stop je erin, en wat kun je er uit halen – hebben ze geen idee.”

– U doet in uw rede een ferme oproep aan het bedrijfsleven.

“Het is natuurlijk makkelijk om te zeggen dat andere mensen de portemonnee moeten trekken, maar er heerst bij sommige bedrijven het idee dat de situatie net zo is als vroeger. Dat opleidingen veel geld hebben en de overheid alles betaalt, maar dat doet de overheid niet meer, al 25 jaar niet meer. Als we ontwikkelingen in gang willen zetten, dan is het niet zo gek om zelf eens de portemonnee te trekken of dat als collectief te doen. Dat gebeurt ook wel hoor, maar ik wil het vuurtje een beetje opstoken.”

– Eigenlijk vraagt u aan iedereen om ‘een stapje verder te zetten’, zowel studenten, docenten als bedrijven. Samen de schouders er onder.

“Het is heel eenvoudig: als we dat niet doen verdwijnt de maritieme industrie uit Nederland, althans de serieuze maritiem industrie.”

– Wat moeten we doen om dat te voorkomen?

“Gewoon bijblijven: de tijd erin steken en bijblijven met de fundamentele ontwikkelingen. Ik heb goede hoop hoor, er is zoveel enthousiasme in de sector. Het is echt niet zo dat we aan de rand van de afgrond staan, maar we moeten wel mee met de moderne tijd.”

Aanmelden nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van Maritiem Nederland.

Abonneer je nu!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Bent u nog niet bekend met Maritiem Nederland? Vraag dan hier uw proefabonnement aan!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Word ook abonnee!

Neem nu een abonnement en ontvang elke maand hèt vakblad voor de maritieme sector op de deurmat.

Sluit nu een abonnement af

Partners Maritiem Nederland