Techniek&Innovatie

‘Een klant wil altijd een schip met vijf poten’

Antoon Oosting | vrijdag 27 mei 2016
Scheepsbouw

Terwijl andere werven in het noorden van Nederland zitten te springen om orders zijn er ook enkele die momenteel kunnen bogen op een gezonde orderportefeuille. Een daarvan is de al meer dan 200 jaar (in 2012) bestaande scheepswerf van Royal Bodewes in Martenshoek (gemeente Hoogezand) die op dit moment maar liefst zestien schepen in opdracht heeft.

De grootste opdracht is de bouw van een serie van tien drogeladingschepen voor het Ierse Arklow waarvan de eerste twee nu zijn opgeleverd. Elke drie maanden gaat er nu bij Bodewes een schip te water in het (Oude) Winschoterdiep. “Ik denk dat we het op dit moment redelijk efficiënt voor elkaar hebben. Je moet steeds weer efficiënter worden om in de markt mee te kunnen”, zegt Gerhard Drenth (45) van business development. 

Alleen door schepen tegen een scherpe kostprijs te kunnen leveren, kan de werf schepen blijven bouwen; kostenbesparing is de sleutel tot overleven

Moeilijke jaren

De als scheepsbouwer aan de hts in Haarlem opgeleide Drenth werkt sinds 2006 bij Royal Bodewes. Samen met de als stuurman opgeleide Martijn Beunk (44), mede verantwoordelijk voor business development en in 2012 bij de werf in dienst getreden, doet Drenth uit de doeken hoe Royal Bodewes in deze moeilijke scheepsbouwjaren toch behoorlijk succesvol weet te zijn.

Vanzelfsprekend is dat niet. In de jaren zeventig en tachtig kende de werf slechte tijden en in 2008 kreeg ook Royal Bodewes te maken met een reeks van annuleringen van nieuwbouworders. Maar de afgelopen jaren is er versterkt ingezet op marketing. Dat betekent veel reizen om op beurzen te staan en te werken aan naamsbekendheid in rederskringen. Extra inzet die zich nu uitbetaalt.

Drenth: “Als je rondreist en met klanten praat, hoor je zo veel dingen. Je bouwt een netwerk op wat zich nu uitbetaalt. Als je wilt voorkomen dat jou hetzelfde lot overkomt als Kodak, moet je blijven opletten wat er om je heen gebeurt want de wereld verandert heel snel tegenwoordig.” En niet te vergeten de leveranciers van equipment, voegt Beunk daaraan toe, want je moet op de hoogte blijven van alle voordelen van nieuwe vindingen die ook jouw schepen beter kunnen maken.

Vaste klantenkring

Verantwoordelijk voor business development probeert Beunk ook voor Bodewes door te dringen in andere markten. Naast die van de droge lading probeert Bodewes het ook met sleepboten en werkschepen voor de offshore, schepen met kranen en containerschepen. Zo bouwt Royal Bodewes nu ook de eerste LNG-bunkertanker voor een Zweeds-Nederlandse opdrachtgever, de ‘Coralius’, die gebouwd wordt in opdracht van de joint venture Sirius Veder en gemanaged gaat worden door de Rotterdamse gastankerspecialist Anthony Veder. Al met al kan Royal Bodewes nu rekenen op een leuke vaste klantenkring van vooral Ierse, Duitse, Noorse, Zweedse en Finse reders.

Dat Royal Bodewes een crisis kan overleven heeft volgens Drenth ook alles te maken met de efficiënte organisatie. Op de werf zijn momenteel iets van 180 tot 190 mensen aan het werk, waarvan 30 op kantoor en 45 tot 50 eigen mensen op de werf. De rest wordt ingeleend of zijn medewerkers van toeleveranciers. “Wij hebben nooit zo heel veel mensen extra gehad. In tijden van crisis kun je dan ook heel snel terugschalen”, zegt Drenth.

En het bewijst volgens Drenth dat je door efficiënt te bouwen helemaal niet zoveel mensen extra nodig hebt. Beunk en Drenth wijzen erop dat Royal Bodewes ook wel verplicht is de organisatie zo slank mogelijk te houden. Want alleen door schepen tegen een scherpe kostprijs te kunnen leveren, kan deze werf schepen blijven bouwen. Kostenbesparing is de sleutel tot overleven voor de werf.

In eigen huis

Tegelijkertijd zijn in de slanke organisatie wel degelijk alle disciplines vertegenwoordigd die nodig zijn om zelfstandig een schip te ontwerpen. “We hebben hier eigen ontwerpers voor de constructie, de engineering, de outfitting, het design. We hebben het allemaal in eigen huis”, verzekert Beunk. Dat geeft volgens hem ook heel veel inzicht in de bouw van een schip. Beunk: “Om niet alleen vandaag maar ook morgen nog te kunnen bouwen moet je schepen kunnen ontwerpen die ook goed zijn te onderhouden. Dat is voor reders heel belangrijk.”

Drenth: “Een klant wil altijd een schip met vijf poten. Dat lukt niet altijd maar wij zijn creatief in het bedenken van oplossingen en zullen altijd proberen een schip te bouwen waarmee geld is te verdienen. Dat is ook hard nodig want de vrachttarieven zijn heel laag.” Volgens Beunk is het ook de uitdaging een schip zo simpel mogelijk te houden. “Een schip makkelijk maken is heel moeilijk. Wat nodig is zit er op en wat niet nodig is laten we achterwege tenzij de klant dat wel wil”, vult Drenth hem aan.

“En we denken mee met de klant over de verdere levensloop van zijn schip. Wat gebeurt er over vijf jaar met jouw schip. Wij kunnen in ieder geval laten zien dat onze schepen ook dan nog een goede marktwaarde hebben”, aldus Beunk. Klanten van Bodewes zijn volgens Drenth dan ook vaak heel enthousiast over hun door Bodewes gebouwde schip.

Overigens laat Royal Bodewes zich ook wel degelijk bijstaan door scheepsontwerpbureaus als Groot Ship Design. Zo past Royal Bodewes de Groot Cross-Bow van Bart Groot van het gelijknamige bureau toe op meerdere van zijn schepen. De Groot Cross-Bow snijdt beter door de golven waardoor een schip economischer kan varen.

Eigen rederij

Deze boegvorm is ook toegepast op de vijf schepen die Royal Bodewes in de jaren 2011-2014 heeft gebouwd voor Universal Africa Lines, een bevrachter uit Capelle aan den IJssel. Het bijzondere van dit vijftal, twee van 8300 ton draagvermogen, drie van 8700 ton, is dat ze eigendom zijn van Nescos, de eigen rederij van Bodewes. Door de bouw van deze schepen zag Bodewes mogelijkheden door de flauwte in de scheepsbouw heen te komen. Nescos, waarvan Gerhard Drenth samen met Nienke Bodewes de directie voert, zorgt ook voor het management van de techniek en de bemanning.

Nienke Bodewes is de zevende generatie Bodewes in het bedrijf waar vader Herman (60) nog steeds de scepter zwaait. Drenth: “Het is altijd een familiebedrijf geweest en kent ook nu nog een sterk familiaire sfeer maar het gaat wel met z’n tijd mee. Het geld wat er wordt verdiend wordt geïnvesteerd in het bedrijf.”

Aanmelden nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van Maritiem Nederland.

Abonneer je nu!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Bent u nog niet bekend met Maritiem Nederland? Vraag dan hier uw proefabonnement aan!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Word ook abonnee!

Neem nu een abonnement en ontvang elke maand hèt vakblad voor de maritieme sector op de deurmat.

Sluit nu een abonnement af

Partners Maritiem Nederland