‘We trainen op een hoge inzetbaarheid’ | Maritiem Nederland
Achtergrond
Voor mijnenbestrijding zijn nog volgens Wijchers steeds veel schepen nodig, in ieder geval een hoge capaciteit.

Commandant SNMCMG1 Jan Wijchers over mijnenjagen in Navo-verband


‘We trainen op een hoge inzetbaarheid’



Lennart Kik | dinsdag 13 juli 2021
Marine

De klus van kapitein-luitenant ter zee Jan Wijchers zit erop. Zes maanden lang gaf hij leiding aan de Standing NATO Mine Countermeasures Group 1 (SNMCMG1). Het NAVO-vlootverband – met mijnenjagers uit onder meer Nederland, België, Duitsland, Estland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk – ruimde in totaal 72 historische mijnen voor de Deense kust en voor de Estse kust tijdens operatie Open Spirit. In juni maakten de mijnenjagers deel uit van de jaarlijkse grote NATO-oefening BALTOPS, waar ook fregatten, amfibische eenheden en onderzeeboten aan deelnemen. Hier oefende het vlootverband van commandant Wijchers onder meer met het mijnenvrij maken van de vaarroutes in een conflictgebied.

Wijchers heeft net het commando van de mijnenbestrijdingsgroep overgedragen aan de Amerikanen en heeft daardoor tijd om Maritiem Nederland te woord te staan. Hij is aan boord van de BNS Godetia, het Belgische commando- en logistiek ondersteuningsschip dat dient als vlaggenschip van het vootverband. De tijd is voorbij gevlogen, maar de zes maanden zijn Wijchers uitermate goed bevallen. “Nederland heeft één keer in de vijf jaar het commando over deze groep. Voor een marineofficier is het heel bijzonder om dit te mogen doen”, zegt hij over de satelliettelefoon.

“Tijdens Open Spirit hebben we naar mijn mening onwijs goed gepresteerd. Bij deze operatie lag het accent op mijnenbestrijding en historical ordnance disposal operations (opsporen en ruimen van explosieven uit voorbije oorlogen, LK). Naar mijn weten zijn er zo’n 80.000 mijnen gelegd in WO I en WO II. De Baltische staten zitten in gebied waar vele mijnen tegen Rusland en Duitsland zijn gegooid. In totaal hebben we 72 mijnen gevonden, best een hoog aantal. Heel bijzonder is dat we een mijnenlijn hebben gevonden die een andere mijnenlijn kruiste. Als er van twee verschillende landen een mijnenlijn kruist, heeft een schip een grote kans om daar op een mijn te lopen. Gelukkig lag er geen schip op het kruispunt en is het goed gegaan.”

“We hebben daar nog meer goed werk verricht. Onze mijnenjager Zr.Ms. Zierikzee heeft voor de haven van Kunda (Estland) een mogelijk ankergebied onderzocht. Dat moesten we helemaal in kaart brengen om het gebied te kunnen openen voor de ‘ankerliggers’. Met alle gegevens die we hebben gevonden – naast een dieptebom lagen er vooral heel veel stenen – kunnen de havenautoriteiten nu bepalen of ze daar een officieel ankergebied van willen maken om de haven beter te benutten.”

– Het veilig houden van vaarroutes is een belangrijke taak van de mijnendienst. Zijn er behalve militaire ook civiele toepassingen?

“In januari en februari hebben we namens de Koninklijke Marine ook een aantal explosieven onschadelijk gemaakt op de Noordzee. Dit allemaal ten faveure van de bouw van offshore windmolenparken. We leveren daarmee inderdaad een belangrijke bijdrage. Het is ook nog niet zo eenvoudig als je denkt, want we moeten daar wel afstand houden tot Natura 2000-gebieden en rekening houden met pijpleidingen en wrakken. Er moet ook nog weleens wat versleept worden. Bovendien is de stroming niet altijd in ons voordeel op de Noordzee. Het kost meestal veel effort.”

– Tijdens BALTOPS stonden enkele oefeningen op het programma. Kunt u daar wat over vertellen?

“We hebben onder meer gewerkt met een scenario waarbij een amfibische landing moest worden voorbereid. De fregatten zouden naar de Baltische Zee manoeuvreren waarbij een deel van de route met mijnen was bestrooid. Om de fregatten een veilige doorvaart te verlenen moesten wij de route mijnenvrij maken. Vervolgens hebben wij ondersteuning gegeven aan de zogenoemde Advanced Forces die vooraf gaan aan de komst van de amfibische eenheden. Wij hadden als taak de amfibische area schoon te vegen dan wel aan te tonen dat er geen mijnen in het gebied lagen. Liggen die er wel, dan is er extra werk aan de winkel. Dan moeten we er extra nauwkeurig overheen gaan om zeker te stellen dat het gebied schoon is.”

– Is de oefening bedoeld om jongere medewerkers de kneepjes van het vak te leren?

“Ze oefenen niet alleen de praktijk van mijnenbestrijding, maar leren ook omgaan met de ‘rules of engagement’. Diverse malen krijg je bijvoorbeeld een vliegtuig over. Dat wil je eigenlijk niet, want dat is de zogenaamde vijand. Dan ga je een waarschuwingsproces in en een heel rapportageproces. Je vraagt eventueel om extra rules of engagement zodat je mag reageren op een mogelijke dreiging. Daarmee ga je een heel andere werkwijze in, die zeer leerzaam is voor jongere medewerkers.”

– Als commandant bent u in charge als er wat gebeurt. Dan wordt er iets anders verwacht dan het detecteren en eventueel ruimen van mijnen.

“Zoveel anders is het niet. Wij trainen ervoor om ingezet te worden. Als commandant krijg ik goede schepen aangeboden die berekend zijn op hun taak. In de ‘opwerkperiode’ voorafgaand aan de oefening ben ik bezig de schepen te integreren en ze zo veilig mogelijk te laten werken. Daardoor zijn we te allen tijde gereed voor onze taak. Als de NAVO ons vraagt om mijnen te ruimen, doen wij dat naar het beste van ons kunnen. Tot die tijd houden we onze operationele inzetbaarheid zo hoog mogelijk.”

– U heeft nog meegemaakt dat Nederland 22 mijnenjagers had. Heb je in deze tijd nog zoveel schepen nodig voor de taken van de mijnendienst?

"Ik denk dat we nog steeds veel schepen nodig hebben – of in ieder geval een hoge capaciteit – om aan mijnenbestrijding te kunnen doen. Dat gaan we steeds meer doen met de remote operating vehicles (ROV’s) die nu hun intrede doen. Ik zeg altijd: als we één dag langer moeten wachten om de haven van Rotterdam weer open te krijgen, kost dat de Nederlandse staat honderden miljoenen euro’s. Of we anno 2021 nog zoveel mijnenjagers kunnen bemannen, is een heel andere vraag. De personeelsschaarste op de arbeidsmarkt en het krappe defensiebudget helpen wat dat betreft niet, maar ik denk wel dat we moeten strijden om alle eenheden zoveel mogelijk in de vaart te houden.”

– Er zijn nu twaalf nieuwe vaartuigen in aanbouw. Als die worden opgeleverd hebben Nederland en België een mooie vloot die beschikt over actuele technologie, met onbemande vaartuigen en drones. Er wordt al gesproken van Mijnenbestrijding 2.0. Ziet u dat ook zo?

“Absoluut. We gaan toe naar een hele andere wijze van opereren. Daar zitten ook andere juridische grondslagen aan vast. Als je niet langer een mijnenveld ingaat met personeel, krijg je een heel andere werkwijze dan we tot nu toe gebruiken. Daarnaast gaan we met hele andere technieken werken aan de mijnenbestrijding. Remote werken wordt al veel toegepast in het bedrijfsleven, maar voor ons is dit betrekkelijk nieuw.”

– De eerste nieuwe schepen worden in 2024 en 2025 opgeleverd. Kan de marine in de tussentijd al oefenen met autonomous underwater vehicles?

“Binnen het vlootverband hebben we met de Noren de underwater robot minehunter Hugin aan boord gehad. Zelf hebben we met de Remus 100 geoefend en geopereerd. In Nederland zijn we nu bezig om te oefenen met de onderwatersystemen en daarvoor procedures vast te leggen en lespakketten te maken. Dus ja, we bereiden ons hier wel op voor.”

– Het lijkt erop dat Nederland en België geschiedenis gaan schrijven. Als eerste marines in de wereld gaan jullie de stap zetten naar onbemand mijnen jagen.

“Wij zijn inderdaad leading. Ik denk ook dat de hele wereld met ons meekijkt of dit allemaal wel goed gaat. Ik heb er volledig vertrouwen in. Het zal even wat aanpassingsvermogen vergen, maar daarna zullen veel landen volgen. Er zijn al andere landen die ook remote gaan werken. Wij doen dit nog steeds vanaf een ondersteuningsvaartuig. Dit is inderdaad een stukje Belgisch-Hollands glorie.”

De Nederlandse mijnenjager Zr.Ms. Zierikzee aangemeerd naast de BNS Godetia, het vlaggenschip van SNMCMG1 (foto: Mediacentrum Defensie). Tekst gaat verder onder de foto.

– Nu ga je met schip en personeel een mijnenveld binnen. Voelt u zich nooit oncomfortabel?

“Nee. Het is onderdeel van onze taak. De huidige schepen zijn zowel akoestisch als fysisch van een dusdanig hoog niveau dat het voor mijnen al moeilijk is om ze te detecteren. De schokproeven die destijds zijn gedaan geven wel aan dat er een mijn kan ontploffen binnen een bepaalde afstand van een mijnenjager. Zelf heb ik nooit grote ongelukken meegemaakt en ik maak me er geen zorgen over. Ik word ook betaald om een bepaald risico te lopen. Dat wil niet zeggen dat de risico’s nul zijn, maar we leren op een verstandige manier met risico’s omgaan.”

– De nieuwe mijnenjagers krijgen een geavanceerde Thales-radar aan boord. Waarom is dat belangrijk?

“De nieuwe techniek van mijnenbestrijding houdt in dat we ver van het gevaarlijke gebied blijven en daarvandaan beginnen te opereren. Met name voor de vliegende drones die gebruikt worden om eventuele drijvende mijnen en andere dreigingen in een gebied te kunnen bekijken voordat we erin gaan, heb je een krachtige radar nodig. Als je bedenkt dat we met een onbemande helikopter (een drone, LK) tot twintig mijl van ons schip moeten opereren, moeten we dat wel veilig kunnen doen.”

– In een recent opinieartikel stelt Defensiespecialist Ko Colijn dat Nederland zich geen wereldwijd opererende marine meer kan permitteren. Wat vindt u van dit (ongevraagde) advies aan de kabinetsinformateur?

“Ik ga niet over de keuzes binnen defensie en de marine, daar heb ik de rang niet voor. In ieder geval sta ik achter onze Commandant der Strijdkrachten. Dat er meer geld nodig is, is een feit. Zojuist maakte ik een opmerking over hoe belangrijk het is dat de haven van Rotterdam bereikbaar is. De vrije doorgang naar de haven kunnen we alleen garanderen als Nederland een capabele marine heeft. Wij hebben ook ons steentje moeten bijdragen aan alle bezuinigingen in het verleden, maar nu het weer wat beter gaat moeten wij er ook wat bij krijgen en zullen we weer moeten streven naar de NAVO-norm (2 procent van het BNP naar Defensie, LK) die we met z’n allen hebben afgesproken. Geld is niet alles. Ik denk ook dat er een stukje respect moet komen om de krijgsmacht weer operationeel te maken.”

– Jongeren moeten ook weer het idee krijgen dat de marine een mooi bedrijf is om voor te werken.

“Exact. Ik hoop ook dat de komst van de nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen waarbij de technologie op een hoger plan komt te staan, wat dat betreft een duw in de goede richting is. Op dit moment wil elke automonteur het liefst voor een Formule 1-renstal werken. De marine is een stuk aantrekkelijker voor jongeren als ze zich realiseren dat ook wij met hoogtechnologische middelen werken.”

– Zelf werkt u al 35 jaar bij de marine. Is er genoeg afwisseling om het zo lang vol te houden?

“Jazeker. Ik ben begonnen bij de mijnendienst en heb daarna een uitstap gemaakt naar de fregatten. Verder heb ik les gegeven in Engeland over anti-submarine warfare (onderzeebootbestrijding). Daarna heb ik zes jaar gewerkt in de amfibische omgeving en bij NLMARFOR. De laatste tijd heb ik diverse functies vervuld op het hoofdkwartier en ben ik weer teruggekeerd bij de mijnendienst. Na het commando over SNMCMG1 ga ik naar Noorwegen om te werken bij het Joint Warfare Center, een NAVO-organisatie waar we oefeningen maken tussen het operationele en strategische niveau. Ook dat wordt weer een leuke uitdaging.”

– Wat heeft u in de afgelopen zes maanden in het bijzonder getroffen?

“In het operationele vlak was de operatie Open Spirit heel gaaf. Mijn staf was heel erg jong. Ik heb mijn mensen in zes maanden zien groeien op een manier die je in het burgerbedrijfsleven niet vaak ziet. Dat heb je als je 24 uur per dag met elkaar moet werken én samen moet leven. Ook het feit dat je als commandant 504 mensen onder je commando hebt was een hele bijzondere ervaring.”

“Werken onder corona had zowel voor- als nadelen. We moesten in een groene bubbel leven en elkaar zien te vermaken. Aan de andere kant konden we dankzij die groene bubbel bij elkaar over de vloer komen. We hebben geen enkel geval van corona gehad. Mijnenjagers zijn kleine schepen waardoor de ruimte voor de mensen beperkt is. Je moet dan wel zorgen dat de moraal hoog blijft. We hebben ervoor gezorgd dat mensen konden hiken. We zijn naar een onbewoond eiland in Estland  geweest (ook een hoogtepunt). Ook het afhuren van een kartingbaan of met elkaar kayakken en fietsen waren manieren om de moraal hoog te houden. Ik denk dat we daar goed in geslaagd zijn.”

Mooi afscheid

De Godetia, het vlaggenschip van het SNMCMG1 (of vlootverband), is na ruim 56 jaar aan haar pensioen toe. “Het schip is net zo oud als ik”, vertelt Wijchers. Als het interview plaatsvindt is het schip aan zijn laatste zeemijlen bezig. Nog 200 zeemijlen te gaan en dan zal de Godetia voor de laatste keer Zeebrugge binnenvaren. Het belooft een spektakelstuk te worden met saluutschoten en overvliegende helikopters. Een mooi afscheid voor de ‘oude dame’.

CV Jan Wijchers (56)

2021 Commandant SNMCMG1

2018 – 2021  Netherlands Mine Warfare Staff en NLMARFOR

2013 – 2018 Diverse functies op hoofdkwartier Koninkliijke Marine

2007 – 2013 Staf Amphibious Task Group  en NLMARFOR

2004 – 2007 Maritime Warfare School HMS Collingwood (UK)

2002 – 2004 Commandant mijnenjager Hr.Ms. Maassluis

1999 – 2002 Officier op fregat Hr.Ms. Bloys van Treslong

1997 – 1999 Officier Anti Submarine Warfare

1989 – 1997 Mijnendienst Koninklijke Marine

Opleiding Koninklijk Instituut voor de Marine en TU Delft

Aanmelden nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van Maritiem Nederland.

Abonneer je nu!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Bent u nog niet bekend met Maritiem Nederland? Vraag dan hier uw proefabonnement aan!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Word ook abonnee!

Neem nu een abonnement en ontvang elke maand hèt vakblad voor de maritieme sector op de deurmat.

Sluit nu een abonnement af

Partners Maritiem Nederland