Reders positief over Loodsplicht Nieuwe Stijl | Maritiem Nederland
Achtergrond
Zicht op de Nieuwe Maas vanaf loodsboot ‘Polaris’ van het Nederlands Loodswezen.

Wet maakt einde aan veel ontheffingen en uitzonderingen


Reders positief over Loodsplicht Nieuwe Stijl



Erik van Huizen | dinsdag 18 februari 2020
Zeevaart

De Tweede Kamer heeft onlangs de wetswijziging ‘Loodsplicht Nieuwe Stijl’ aangenomen. De KVNR is positief over de aanname van Loodsplicht Nieuwe Stijl. “We zijn blij dat er naar de kennis en de kunde van de kapitein en de eerste stuurman wordt gekeken, dat met de experimenteerbepaling de wet dynamisch is en dat er sprake is van uniformering”, zegt Marjolein van Noort van de KVNR. “De Loodsplicht Nieuwe Stijl draagt bij aan de verdere borging van de veiligheid op het water.”

De vernieuwde Loodsplicht moet na vijftien jaar een einde maken aan de vele ontheffingen en uitzonderingen en de verscheidenheid aan regels die er nu nog zijn in de verschillende havengebieden. De KVNR heeft samen met de Nederlandse Vereniging van Kapiteins ter Koopvaardij, de Redersvereniging voor Zeevisserij, de Vereniging van Waterbouwers, de Verenigde Nederlandse Cargadoors en de Vereniging van Rotterdamse Cargadoors positief gereageerd op de consultatie van de Loodsplicht Nieuwe Stijl (LNS) met een aantal aandachtspunten.

LNS gaat uit van een nieuw systeem van ontheffingen, de zogenoemde PEC’s (Pilotage Exemption Certificates). Met een PEC mag de kapitein zonder loods varen op een bepaald schip en op een zeker loodsplichtig traject. Eisen aan de kennis en kunde van de kapitein borgen de veiligheid op het water.

De opleiding en de examinering van de verschillende modules voor een PEC wordt ondergebracht bij het Loodswezen. Een PEC kan dus alleen worden afgegeven als aan de bijbehorende modules is voldaan. Een (rijks)havenmeester kan dus ook niet zomaar een PEC afgeven, nog los van het feit dat de havenmeester juist zelf voor de veiligheid staat.

Frequentie-eis

Een kapitein moet jaarlijks de frequentie-eis voor een bepaald traject halen om zijn PEC te behouden. Een kapitein die veel PEC’s heeft, zal dan ook heel veel van die frequentiereizen moeten afleggen. Daarnaast moet een kapitein – om van een PEC gebruik te kunnen maken – in dienst zijn bij een reder of minimaal 24 uur aangemonsterd zijn op het betreffende schip en in de voorafgaande haven al aangemonsterd zijn geweest of tot de volgende haven blijven.

Voor ieder schip moet er per traject een aparte PEC komen. Voor de grootste schepen die vallen in de zwaarste PEC-categorie, PEC D, gelden achttien calls als frequentie-eis. Dat is nu ook al de frequentie-eis voor die grote schepen. Dus daar wijzigt niets aan. De frequentie-eis is nodig om de lokale bekendheid van die kapitein op peil te houden. Volgens minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat is het niet de bedoeling dat daar regelmatig uitzonderingen op worden gemaakt. “Dat mag een keer. De havenmeester ziet er op toe dat het geen seriële ontheffing gaat worden.”

Data verzamelen

De KVNR vroeg de minister om de grens van PEC C (de een na zwaarste categorie, red.) te verhogen naar 170 meter zodat ook de meeste feederschepen hieronder zouden gaan vallen. In het wetsvoorstel is dit niet overgenomen. Schepen langer dan 160 meter vallen daarom in categorie  PEC D.

De KVNR is groot voorstander van betere dataverzameling en analyse en wil op basis daarvan het gesprek over de verhoging van de grens van PEC C met het ministerie voortzetten.

‘We zijn blij dat er naar de kennis en de kunde van kapitein en eerste stuurman wordt gekeken’

Een ander punt dat belangrijk is voor de KVNR is dat de systematiek van de Loodsplicht Nieuwe Stijl ook geldt voor zeehavengebied Scheldemonden. Van Noort is dan ook blij met de reactie van de minister op dit vlak.

Voertaal

De KVNR had verder graag gezien dat LNS zou voorzien in het overgaan op Engels als voertaal. Volgens de minister is het “overal van het grootste belang voor de veiligheid dat de vaarweggebruikers met elkaar kunnen communiceren”. Van Nieuwenhuizen: “De voertaal voor de binnenvaart in Nederland is op grond van de internationale regelgeving van de CCR Nederlands. Omdat zeeschepen en binnenvaartschepen samen in de havens kunnen varen en elkaar tegenkomen in de weefgebieden, moeten kapiteins van zeeschepen in de meeste havens passief of actief Nederlands spreken. Onze loodsen spreken uiteraard allemaal uitstekend Nederlands.”

Voor het verkrijgen van een PEC geldt er ook een zogenoemde taalmodule. Afhankelijk van het gebied kunnen kapiteins of eerste stuurmannen die niet passief of actief Nederlands spreken, dus geen PEC krijgen.

Van Noort begrijpt het standpunt van de minister en de andere stakeholders want het omschakelen naar een andere voertaal kost tijd. “Het is een heel proces wat ook moet worden meegenomen in de opleidingen. De LNS is naar ons idee een dynamisch proces waar we met de andere stakeholders continu mee bezig blijven. Wij blijven als KVNR daarom de komende tijd werken aan de punten die wij belangrijk vinden.”

‘Ongelofelijk belangrijk werk’

“Het is ongelofelijk belangrijk dat kundige professionals dat voor ons doen.” Minister Cora van Nieuwenhuizen was in de Tweede Kamer vol lof over de loodsen. Zelf ging ze op uitnodiging van het Loodswezen al eens mee op volle zee. “Ik ging aan een touwladdertje omhoog tegen een van de grootste containerschepen op en vervolgens de haven in. Toen ik ’s ochtends aankwam, zeiden ze dat het de maximale golfhoogte was waarop er nog leken mee mochten. Dat maakt het respect alleen maar groter voor waar deze mensen voor dag en dauw, dag in, dag uit mee bezig zijn. Als je dan ziet hoe zo'n schip de haven moet binnenkomen, hoe ongelofelijk nauw dat steekt bij het manoeuvreren. Door de enorm krachtige wind die er toen stond, waren die enorm dikke trossen niet voldoende om aan de kade aan te meren. Er moest een boot continu blijven duwen, omdat anders dat enorme drijvende flatgebouw weggeblazen zou worden.”

 

Partners Maritiem Nederland