Achtergrond
De Pioneering Spirit met het Yme-platform onderweg naar het Noorse eiland Lutelandet.

Decommissioning:


Decommissioning: reddingsboei voor de offshore industrie

Antoon Oosting | maandag 26 september 2016
Offshore

Terwijl veel dienstverleners in de offshore olie- en gasindustrie het momenteel bijzonder zwaar hebben als gevolg van de ingestorte olieprijs, kunnen andere bedrijven mogelijk hele goede verdienjaren tegemoet zien. Volgens het onderzoeks- en consultancybureau Wood Mackenzie uit Edinburgh moeten tot 2030 wereldwijd voor naar schatting 160 miljard dollar aan uitgediende productieplatforms van zee worden gehaald en gesloopt.

Alistair Hope van Shell UK sprak over de ontmantelingsmarkt op de Offshore Industry 2016-conferentie die op 26 mei in Rotterdam plaatsvond. Hope is door Shell aangesteld als projectdirecteur en verantwoordelijk voor de decommissioning, het ontmantelen, van zee halen en slopen, van de vier uitgediende productieplatforms (Alpha, Bravo, Charlie en Delta) in het Brent-veld. Dit midden jaren zeventig in productie genomen olieveld is nu opgedroogd en alles wat er in die jaren is neergezet, moet nu weg. 

Eiffeltoren

Veel platforms en andere installaties die de komende dertig, veertig jaar moeten worden ontmanteld, staan op het Engelse continentale plat van de Noordzee: 470. Daarna op het Noorse (Ekofisk) deel van de Noordzee en dan nog een handjevol in de Nederlandse, Duitse en Deense delen van de Noordzee. Maar de meeste verouderde platforms staan in de Golf van Mexico.

Shell zelf wil nu het Brentveld op 186 kilometer ten noordoosten van de Shetland-eilanden ontmantelen. Het staat er nu zo’n veertig jaar en gaat om vier grote platforms die met hun op de zeebodem verankerde onderstellen zo hoog zijn als de Eiffeltoren (324 meter). Brent is ook de naamgever van een van de bekendste Noordzee-oliesoorten, en een benchmark voor aardolie.

Er zijn al zo’n driehonderd studies gedaan maar niemand heeft het geld om grootschalig onderzoek te doen naar de beste oplossingen

De kosten voor het ontmantelen van de uitgediende productieplatforms zijn erg hoog omdat er nog relatief weinig ervaring mee is opgedaan, in ieder geval op de Noordzee. Daar is de zee vaak bijzonder ruw wat het sloopwerk op zee gevaarlijk en omslachtig maakt. Handiger zou zijn wanneer je platforms in z’n geheel van hun onderstellen kunt afhalen om vervolgens de verschillende onderdelen dan aan land uit elkaar te halen.

Volgens Shell-projectdirecteur Hope zal zijn bedrijf altijd streven naar een zo goedkoop mogelijke oplossing. Maar voorop staat dat het wel veilig en verantwoord moet gebeuren. Uit angst voor enorme imagoschade kan een bedrijf als Shell zich geen ongelukken permitteren met werk waarvoor zij opdracht hebben gegeven. Voor de ontwikkeling van de decommissioning-industrie zijn er daarom volgens de Shell-man enkele prioriteiten: het vaststellen van technische standaarden voor de uitvoering van het ontmantelingswerk, het ontwikkelen van de juiste technologie, het verbeteren van de bevoorradingsketen, het vinden van de juiste mensen om dit werk uit te voeren, samenwerking en het delen en het uitwisselen van goede praktijkervaringen. 

In de praktijk

Volgens Alistair Hope zijn er al zo’n driehonderd studies gedaan maar heeft niemand het geld om grootschalig onderzoek te doen naar de beste oplossingen. De beste oplossingen moeten volgens hem dan ook in de praktijk worden ontwikkeld.

En hoewel er al iets van twintig kleinere en middelgrote ontmantelingsprojecten, veelal in ondieper water dan het Brentveld, zijn uitgevoerd, kijkt nu iedereen in de olie- en gasindustrie reikhalzend uit naar hoe de ‘Pioneering Spirit’ het zal gaan doen. Bij dat ontmantelingswerk zijn zware kraanschepen nodig maar dan nog moeten platforms vaak op zee in stukken worden gesneden om ze van hun plek te kunnen takelen. Het grootste bestaande schip in deze klasse, de ‘Thialf’ van Heerema Marine Contractors, kan met twee kranen tegelijk tot 14.000 ton aan. Een monohull schip als de ‘Oleg Strashnov’ komt niet verder dan 5000 ton. Het werk is riskant, omslachtig, moeilijk, tijdrovend en de kosten zijn navenant hoog.

De Pioneering Spirit is wat dat betreft revolutionair want deze kan in één hijs een heel platform (tot 48.000 ton) van zijn sokkel tillen en op een groot ponton zetten, waarna deze naar een werf kan worden gevaren om daar gecontroleerd te worden ontmanteld. Shell heeft hiervoor de werf van Able in Seaton Port bij het Noordoost-Engelse Hartlepool uitgekozen. Het bedrijf verwacht 97 procent van al het in de platforms en de stalen onderstellen verwerkte materiaal te kunnen recyclen. 

Spanning

Volgens Ben Wilby, analist van het in decommissioning gespecialiseerde adviesbureau Douglas-Westwood (Faversham,UK) wacht iedereen met spanning af hoe de Pioneering Spirit het er met de ontmanteling van het Brentveld vanaf brengt. Als het schip bewijst dat het ontmantelingswerk allemaal veel sneller, veiliger en goedkoper kan, dan wordt dit schip in deze industrie een echte ‘gamechanger’ en mag Allseas op veel meer opdrachten rekenen, is de verwachting.

Aanmelden nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van Maritiem Nederland.

Abonneer je nu!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Bent u nog niet bekend met Maritiem Nederland? Vraag dan hier uw proefabonnement aan!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Word ook abonnee!

Neem nu een abonnement en ontvang elke maand hèt vakblad voor de maritieme sector op de deurmat.

Sluit nu een abonnement af

Partners Maritiem Nederland