Achtergrond
Het SIGMA-concept van DSNS

DSNS bedient vele markten


Balanceren tussen export en thuismarkt

Menno Steketee | vrijdag 13 december 2013
Marine, Scheepsbouw

Damen Schelde Naval Shipbuilding laveert tussen internationale export en het bedienen van de thuismarkt. “Voor het bedienen van beide afzetgebieden moeten alle zeilen worden bijgezet”, aldus algemeen directeur Hein van Ameijden.

Hein van Ameijden luidde voor het laatst op 23 december 2012 de grote scheepsbel in de hal van het Vlissingse hoofdkantoor van Damen Schelde Naval Shipbuilding (DSNS). Dat is traditie: wanneer een contract voor een nieuw schip wordt ondertekend dan komt het voltallige personeel bijeen en galmt het bronzen geluid door het statige gebouw. Op die dag was een handtekening gezet onder de overeenkomst voor de bouw van de PKR-105, een SIGMA-fregat voor de Indonesische marine. Iedereen blij.

Directiemededeling

Dat was anders toen die traditie de eerste keer, in 2004, werd ingezet, zegt de directeur van de marinebouwtak van de Damen Shipyards Group, in zijn kantoor dat, natuurlijk, is opgeluisterd met modellen van allerhande schepen die op De Schelde van stapel liepen. “Toen riepen we iedereen bijeen voor een ‘directiemededeling’ waarop een nogal bleke verzameling mensen zich meldde, die dachten dat er slecht nieuws kwam.” Het omgekeerde was dus het geval. Die eerste bel werd geluid voor de orderondertekening van de eerste SIGMA-korvet - ook toen, toevallig, voor de Indonesische marine.

Voor die SIGMA heeft de bel ettelijke malen geluid. Indonesië heeft er intussen al vier in de vaart genomen en twee grotere versies besteld. Marokko nam er intussen drie af, in twee varianten, en ook Vietnam heeft officieel gezegd er twee te willen bouwen. Van Ameijden heeft nog ‘ijzers in het vuur’ op verschillende continenten, maar hij wil daar om voor de hand liggende redenen in dit stadium niets over kwijt, anders dan dat “voor ons de actualiteiten vooral in het Midden-Oosten en Zuidoost-Azië te vinden zijn”.

Nieuwe ontwikkelingen, in zowel design als engineeringontwerp, moeten het SIGMA-concept de positie van internationale bestseller, waartoe de klasse zich intussen best kan rekenen, laten behouden. Aan zo’n SIGMA 2.0 wordt hard gewerkt. Van Ameijden: “Een van de eisen die delen van de wereldmarkt stellen, is compactheid van het model, een schip dat relatief klein van omvang is, maar wel alles kan. Daar hebben we de Compact SIGMA-familie voor ontwikkeld.”

Deze nieuwe SIGMA-telgen omvatten schepen van goed 60 tot 80 meter waarvan de uitrusting op maat gesneden kan worden geleverd. Naar gelang de taakstelling kan het zwaartepunt van de schepen liggen op maritieme veiligheid, de humanitaire support of meer op ‘harde’ militaire operaties.

Specifieke apparatuur

De vereiste variëteit in taken komt op twee andere manieren naar voren. “We kijken ook naar mission modularity, het tijdelijk voorzien van schepen met specifieke apparatuur voor de missie die ze moeten gaan uitvoeren.” Dat kan gaan om uitrusting die operaties met onbemande vliegtuigjes mogelijk maakt, maar ook bijvoorbeeld om mijnenbestrijding.

‘Je kunt stellen dat onze goede positie op de exportmarkt wordt bepaald door de innovatie die we voor de thuismarkt uitvoeren’

“Je ziet trouwens sowieso de wens om meer te kunnen doen met minder. Daar hebben we een XO-model voor ontwikkeld, een cross-over, een combinatie van combatant en auxiliary.” Van Ameijden laat impressies zien van dat model, die nog niet wereldkundig kunnen worden gemaakt. “Je zou het kunnen zien als het doorzetten van de filosofie van de Holland-klasse patrouillevaartuigen. Dus ook voorzien van humanitaire faciliteiten, maar met meer sensoren en bewapening.” Dit model zou hoge ogen moeten gaan gooien in een groeiende niche in de wereldmarkt, geholpen door de mogelijkheid om de schepen te laten bouwen op één van Damens werven in de regio van de afnemer, of, met de benodigde technologytransfers, op een werf naar keus in het land zelf.

DSNS is ook actief op de markt van de amfibische transportschepen, maar het succes daarvan kon zich tot op heden niet meten aan dat van de SIGMA’s. “We zien dat steeds meer landen behoefte hebben aan dit type schepen, maar daaraan lang niet zulke hoge ontwerpeisen stellen als wij tot nu toe aanboden. We hebben het aanbod nu, je zou kunnen zeggen, naar beneden bijgesteld, onder andere voor de afgeleide markt voor LST’s, Landing Ships Tanks.” 

Thuismarkt

En dan is er dus de thuismarkt, die op dit moment op de balans belangrijker is dan de export. “In goede exportjaren is de omzet voor zeventig procent daarop gebaseerd, de thuismarkt levert dan de rest. Op dit moment is echter het merendeel van onze omzet afkomstig van opdrachten voor de Koninklijke Marine.”

Dat gaat in eerste instantie om de afbouw van het Joint logistic Support Ship (JSS) ‘Karel Doorman’, dat eerder dit jaar vanuit Damens werf in het Roemeense Galati naar Vlissingen is versleept. Onder andere veel elektronische apparatuur moet worden geïntegreerd evenals de Integrated Mast van Thales Nederland waarin het gros van de communicatieapparatuur, radars en andere sensoren is verwerkt.

Van Ameijden staat overigens ‘dubbel’ in het recente terugdraaien van het besluit om het JSS na afbouw aan de hoogste bieder te verkopen. “Het is mooi dat dit schip, het grootste dat ooit voor de Koninklijke Marine is gebouwd, nu toch in dienst komt. Anderzijds gaat daarbijde bouworder voor een kleine tanker die de weggevallen capaciteit van de Karel Doorman moest compenseren, aan onze neus voorbij.”

De export zal de komende jaren van groter belang worden voor DSNS. “Want het zal naar verwachting tot na 2021 duren voor belangrijke nieuwbouworders materialiseren ter vervanging van het varende materieel dat nu bij de Koninklijke Marine in dienst is”, aldus Van Ameijden.

Het gaat dan, meer specifiek, om een volgende klasse mijnenbestrijdingsschepen, de opvolgers van de M-fregatten en om de vervanging van de Walrus-klasse onderzeeboten. Die projecten zullen naar verwachting uit oogpunt van economische efficiëntie allemaal binnen internationaal kader plaatsvinden.

Dat deze orders nog op zich laten wachten, heeft ook te maken met de aanzienlijke bedragen die de komende jaren gemoeid zullen zijn met de vervanging van de F-16 van de Koninklijke Luchtmacht door de Lockheed Martin F-35 Lightning II.

Van Ameijden: “Wat ons aan die gaten in de orderportefeuille vooral zorgen baart, is het behoud van kennis. Die zit als vanouds verdeeld bij de ‘gouden driehoek’ van industrie, kennisinstituten en Defensie zelf. Wacht je te lang met opdrachten dan droogt die expertise op. Mensen gaan met pensioen, apparatuur verstoft, vooral bij Defensie en de kennisinstituten.” En dat terwijl een piek in de maritieme capaciteiten wordt verwacht, juist doordat drie verschillende vervangingsprojecten op de rol staan, een ambitieus aantal. “Wij hebben er daarom bij de overheid op aangedrongen om in ieder geval de benodigde R&D naar voren te halen.”

Exportkansen

Dergelijke onderzoeksprojecten, waarvan heel de gouden driehoek profiteert, geven ook de exportkansen de wind in de rug. “Je kunt stellen dat onze goede positie op de exportmarkt wordt bepaald door de innovatie die we voor de thuismarkt uitvoeren. Dat en de betrouwbaarheid. Potentiële klanten bellen gewoon met de marine en vragen dan: én, bevalt het materieel een beetje?”

Door bij de overheid spreekwoordelijk aan de bel te trekken, hoopt DSNS dit op het eigen hoofdkantoor ook snel weer letterlijk te doen.

Aanmelden nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van Maritiem Nederland.

Abonneer je nu!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Bent u nog niet bekend met Maritiem Nederland? Vraag dan hier uw proefabonnement aan!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Word ook abonnee!

Neem nu een abonnement en ontvang elke maand hèt vakblad voor de maritieme sector op de deurmat.

Sluit nu een abonnement af

Partners Maritiem Nederland