Carriere
Stagiairs bij rederij Spliethoff (foto: KNVR)

Baangarantie maritieme afgestudeerden blijft staan


Succesvolle campagnes veroorzaken stageprobleem

Antoon Oosting | dinsdag 22 september 2015
Maritieme Cluster, Arbeidsmarkt

Ondanks de problemen die er deze zomer zijn ontstaan met het vinden van voldoende stages voor de studenten van de Nederlandse zeevaartscholen gaat het volgens KVNR-voorzitter Tineke Netelenbos eigenlijk erg goed met de arbeidsmarkt voor de Nederlandse zeevarenden. “De arbeidsmarkt functioneert prima en de baangarantie voor afgestudeerden is er nog steeds”, aldus de KVNR-voorzitter.

Volgens Tineke Netelenbos klopt het beeld van de zeevaartscholen als kraamkramer van personeel voor de maritieme sector als geheel nog steeds. Nederlandse officieren die na een vaartijd van gemiddeld zes tot acht jaar een baan aan wal zoeken, vinden vrijwel altijd weer een baan in de maritieme sector in de breedste zin van het woord van het bouwen van schepen, op kantoor van rederijen, in de haven als loods of havenmeester en die vele andere maritieme dienstverleners.

Campagnes

Zonder toestroom vanuit de zeevarenden komen niet alleen Nederlandse reders zonder Nederlandse officieren te zitten. Ook heel veel maritieme dienstverleners en havenbedrijven zouden met de handen in het haar zitten waar ze nog personeel met voldoende maritieme kennis vandaan moeten halen. En dat was niet denkbeeldig omdat tot voor enkele jaren geleden de instroom op de zeevaartscholen alleen maar terugliep.

‘Een beroep waarin je al zo jong zo veel verantwoordelijkheid krijgt, oefent een grote aantrekkingskracht uit op jongeren’

Vandaar dat zeevaartscholen, rederijen, KVNR, Nautilus NL, het Loodswezen en de Nederlandse Vereniging van Kapiteins ter Koopvaardij (NVKK) actief zijn in de Taskforce Arbeidsmarkt Zeevarenden (TAZ). Het resultaat is dat de instroom op de zeevaartscholen ten opzichte van 2008 met maar liefst 64 procent is gestegen. “Campagnes werken dus wel”, concludeert Netelenbos.

De campagnes van de TAZ waren er mede op gericht om het beroep van zeevarenden weer zichtbaar te maken in de maatschappij. Daar waar in de jaren vijftig en zestig bijna iedereen wel een zeevarende in de familie had, is dat in de loop der jaren voor een goed deel verdwenen. De TAZ beloofde zowel de garantie op het verkrijgen van een stage als na afloop van de opleiding de garantie op een baan.

“Dat je weet dat je aan het eind van je opleiding een baan hebt, helpt natuurlijk wel”, zegt Netelenbos. “Hun motieven om te gaan varen zou ik niet zomaar weten. Maar wat ik wel hoor is dat een beroep waarin je al zo jong zoveel verantwoordelijkheid krijgt, een grote aantrekkingskracht op jongeren uitoefent.”

Slachtoffer

Wat dat betreft is de campagne ook een beetje slachtoffer van zijn eigen succes. In het kader van de opleiding moet er een stage van twee keer een half jaar varen worden gevolgd. Aan het eind van afgelopen schooljaar bleek dat de zeevaartopleidingen 450 leerlingen geplaatst hadden, maar nog 64 stageplaatsen voor hun leerlingen tekortkwamen. “Dat stageprobleem komt door de stijging van de instroom. Vorig jaar konden we nog iedereen plaatsen.”

Netelenbos vindt dat ook nu iedereen moet kunnen afstuderen. Vandaar dat er spoedoverleg is gevoerd met alle scholen en Nederland Maritiem Land iedereen in de sector heeft opgeroepen stages beschikbaar te stellen. Daarbij zijn ook organisaties aangeschreven die tot nog toe niet meedoen zoals de Rijksrederij, de loodsen en de Koninklijke Marine.

Daarnaast wordt met de overheid overlegd of de duur van de stages niet kan worden verkort door meer tijd op simulatoren door te brengen. Maar internationaal is het nog altijd voorgeschreven dat een leerling een jaar op zee moet hebben gevaren voordat hij zijn diploma kan ontvangen. Verandering kost tijd.

Stagefonds

Naast de groei van de instroom wordt het probleem van het gebrek aan stageplaatsen ook veroorzaakt door de hoge kosten die het bieden van stages voor de reders met zich meebrengt. “Er is een kleine groep reders die stagiaires te duur vindt. Je moet stagiaires aan boord kost en inwoning bieden, ze begeleiden en heen en weer laten vliegen naar het schip. Dat maakt dat stagiaires in de scheepvaart vier keer zo duur zijn als op land”, aldus Netelenbos.

Om aan dit probleem het hoofd te bieden, heeft de KVNR de overheid verzocht een stagefonds op te zetten, net als in de zorg. Tevens is er een werkgroep ingesteld om andere oplossingen te bedenken. Netelenbos: “Er zit nog steeds groei in het aantal afgestudeerden. Dan is het ook belangrijk om samen te zorgen voor oplossingen.”

Gezien de huidige situatie heeft de KVNR haar activiteiten om jongeren warm te maken voor het beroep van zeevarende tijdelijk opgeschort. Al gemaakte afspraken met jongeren voor het meevaren aan boord van een koopvaardijschip of voor het meegaan op de zeilschepen ‘Eendracht’ en de ‘Oosterschelde’ worden nog wel nagekomen.

En voor wie zijn diploma haalt, ligt de wereld open. “Voor iemand die is afgestudeerd is er altijd werk. De Nederlandse officier blijft voor schepen onder Nederlandse vlag van groot belang”, verzekert de KVNR-voorzitter.

Buitenlanders

Zonder buitenlanders zou de Nederlandse vloot echter niet kunnen varen. Van de officieren op de Nederlandse schepen is 56 procent Nederlands. Van de gezagvoerders is 74 procent Nederlands. En de Russische president mag tegenwoordig in het Westen niet meer zo geliefd zijn, dat geldt niet voor de Russische stuurlieden en werktuigkundigen. Uit een enquête begin vorig jaar bleek dat de Russen onder de officieren de grootste groep (2648) vormden na de Nederlanders (3340). Oekraïners waren derde met 1329, Filippino’s met 1293 vierde en vijfde waren Engelsen (637). Maar daarnaast komen officieren overal vandaan, vanuit bijna alle Europese landen, vooral de Baltische staten maar ook Vietnam, India, China tot zelfs Turkije, Kaapverdië, Wit-Rusland en Ghana.

De scheepsgezellen (matrozen en anderen) en scheepskoks komen vooral uit de Filippijnen (8079) en Indonesië (2706), gevolgd door Nederlanders (348), ook weer Russen (155) en Portugezen (105). Alleen in het vak van scheepskok zijn Nederlanders (180) opnieuw tweede na de Filippino’s (464) gevolgd door de Indonesiërs (125) en opnieuw een veelvoud van herkomstlanden.

Het probleem van de Nederlandse officieren is dat ze vaak niet al te lang, gemiddeld zeven jaar na het behalen van hun diploma, blijven varen. Officieren vanuit bijvoorbeeld Rusland, Oekraïne of de Baltische staten en zeker de Filippino’s blijven een rederij vaak veel langer trouw. Maar ook voor deze nationaliteiten is er behoefte aan jonge zeevarenden die vaak beginnen als stagiair op de vloot. Dat houdt in dat Nederlandse reders ook stageplaatsen voor buitenlandse aspirant-officieren aanbieden, voor een evenwichtige en stabiele bemanningsbezetting.

Aanmelden nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws van Maritiem Nederland.

Abonneer je nu!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Bent u nog niet bekend met Maritiem Nederland? Vraag dan hier uw proefabonnement aan!

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Word ook abonnee!

Neem nu een abonnement en ontvang elke maand hèt vakblad voor de maritieme sector op de deurmat.

Sluit nu een abonnement af

Partners Maritiem Nederland