Techniek&innovatie
Het Prinses Amaliawindpark levert sinds 2008 aan 125.000 huishoudens groene stroom. Foto: Flying Focus

Wind op zee in stroomversnelling

Auteur: Antoon Oosting | Publicatiedatum:

Het was even schrikken voor de Nederlandse offshore windsector toen minister Henk Kamp vorig jaar aankondigde de bestaande plannen voor offshore windparken terug te draaien. Daarvoor in de plaats komen nu vijf grote parken die efficiënter geïnstalleerd kunnen worden.

In de aanleg van windparken op zee speelt de Nederlandse offshore windindustrie een hoofdrol maar tot nog toe is dat vooral te danken aan de aanleg van windparken voor de kusten van onze buurlanden. Zelf blijft Nederland al jaren achter in de oplevering van nieuwe windparken op zee. Maar de komende jaren lijkt ook Nederland op dat gebied een flinke inhaalslag te gaan maken.

In september werden informatieavonden gehouden over de aanleg van nieuwe windparken voor de kust van Zeeland (Borssele I en II). De belangstelling van bouwers en investeerders was groot. Verwacht mag worden dat meerdere partijen eind van dit jaar zullen inschrijven op de tenders voor de aanleg van deze twee windparken.

Forse inhaalslag

Ook de financiering van aanleg en exploitatie van de nieuwe windparken lijkt nu een stuk zekerder dan jaren geleden. Begin september brachten de onderzoekers van ABN AMRO een rapport uit onder de veelbelovende titel ‘Offshore wind in een stroomversnelling’. “Er kan een forse inhaalslag gemaakt worden nu de offshore windmarkt meer volwassen is geworden en Nederland gebruik kan maken van de lessen die omringende landen hebben geleerd”, aldus ABN AMRO.

De veranderende wind in het Nederlandse offshore windbeleid is vooral te danken aan de ingrijpende wijziging die minister Henk Kamp van Economische Zaken in het regeringsbeleid voor deze sector heeft doorgevoerd. Tot vorig jaar ging het beleid uit van de aanleg van meerdere, meestal kleinere offshore windparken. Zo zijn in 2006 het Offshore Windpark Egmond aan Zee (OWEZ) met 36 windturbines (totaal 108 MW), het Prinses Amaliapark (2008) met 60 molens en 120 MW, en het dit jaar opgeleverde Eneco-Luchterduinen (43 molens-129 MW) tot stand gekomen. Daarnaast wordt er momenteel gebouwd aan het uit twee parken van elk 75 windmolens bestaande Gemini windpark dat goed is voor 2 x 300 = 600 MW.

‘Waar eerder één aannemer op een project bood, die daarna vele onderaannemers inhuurde, zien wij tegenwoordig consortia van vier of vijf partijen die gezamenlijk bieden op een project’

Afgezien van het Gemini windpark zijn die eerste drie windparken dus relatief klein en kwam de ontwikkeling hiervan slechts moeizaam op gang. Bovendien was de aanleg relatief duur want naast de kleine molens moet er toch voor elk park een transformatorstation op zee worden neergezet die op zijn beurt weer met een kabel moet worden verbonden met een nieuw te bouwen onderstation op land.

Eerste stap

Het nieuwe beleid van Kamp komt erop neer dat er nu alleen nog een vergunning wordt gegeven voor vijf, aanzienlijk grotere, windparken op zee van elk 700 MW. Te beginnen met 2016 moet er elk jaar een nieuw windmolenpark met dat vermogen worden gebouwd. In december begint de eerste aanbesteding van Borssele I en II. Dit is de eerste stap van diverse tenders.

De aanleg van deze nieuwe windparken moet gebeuren met nieuwe, grotere, en dus hogere, maar vooral veel rendabelere windturbines. Bovendien is het plan dat netwerkbeheerder Tennet voor de bouw van de benodigde transformatorstations gebruikmaakt van een standaardmodel wat ook weer leidt tot aanzienlijke kostenbesparingen. Ingenieurs voor de ontwikkeling hiervan hoeven dan immers niet vijf keer maar slechts één keer te rekenen.

Het was best even schrikken voor de aannemers, installateurs, leveranciers en dienstverleners in de offshore windindustrie toen minister Kamp september vorig jaar besloot de bestaande negen vergunningen voor de aanleg van kleinere offshore windparken in te trekken. Hun investeringen in het voorbereiden van de aanleg van deze negen parken zouden volledig voor niets zijn geweest. Bovendien zou het vertrouwen van buitenlandse investeerders in Nederlandse offshore windparken wel eens op de tocht kunnen komen te staan.

Maar getuige de visie van onder andere ABN AMRO en de gebleken belangstelling voor de eerdergenoemde informatieavonden over de aangekondigde tenders lijkt het met dat verlies aan vertrouwen wel mee te vallen. Volgens ABN AMRO lijkt nu overal in Europa de urgentie te zijn doorgedrongen dat de verduurzaming van de energieproductie en het terugdringen van de CO2-uitstoot in een stroomversnelling moet worden gebracht.

Verdere stimulans

“Overheidsbeleid wordt aangepast om een versnelling van de verduurzaming mogelijk te maken. In veel landen rondom de Noordzee zal de komende jaren de capaciteit flink worden verhoogd. Dit zal een verdere stimulans geven aan de hele keten binnen de offshore industrie”, zo voorspelt ABN AMRO. Volgens de onderzoekers van de bank gaat de industrie ervan uit dat door het clusteren van windparken de kosten van aanleg lager kunnen uitvallen: “Waar eerder één aannemer op een project bood, die daarna vele onderaannemers inhuurde, zien wij tegenwoordig consortia van vier of vijf partijen die gezamenlijk bieden op een project. Hierdoor worden kosten en risico’s gedeeld, en wordt offshore windenergie dus nog efficiënter en goedkoper. Al met al zetten de industrie en de overheid in op een kostenverlaging van 40 procent.”

ABN AMRO kwalificeert de vooruitzichten voor de offshore windsector voor de komende vijf jaar dan ook als gunstig. Zeker de bestaande bedrijven in de sector kunnen daarvan meeprofiteren. Dit heeft volgens de onderzoekers van de bank ook een positieve uitwerking op de werkgelegenheid in de sector en daarmee op de hele (Europese) economie. “De ambitie om fossiele brandstoffen langzaam maar zeker uit te faseren voor het opwekken van energie, maar zeker elektriciteit, gaat een nieuw tijdperk in”, concluderen de onderzoekers van de bank.

Goedkopere oplossingen

De vijf geplande nieuwe windparken zijn geclusterd op drie locaties voor de Nederlandse kust. Ze zijn geprojecteerd op zo’n 20 km uit de kust, net nog binnen de twaalfmijlszone. De clustering betekent dat de aanleg een stuk goedkoper kan. Minister Kamp hoopt hiermee voor 4,2 miljard euro op de investering in windenergie te besparen.

Het kabinet heeft drie gebieden gekozen waar de komende jaren vijf windparken op zee worden ontwikkeld.  Bron: Ministeries van EZ/IenMDe afgelopen jaren waarschuwde de offshore windindustrie zelf al dat de aanleg van offshore windparken aanzienlijk goedkoper moest worden anders zou de opwekking van elektriciteit op zee wel eens onbetaalbaar en dus onrendabel kunnen worden. Kennelijk is die waarschuwing aangekomen en komen ontwikkelaars, leveranciers en installateurs nu met goedkopere oplossingen. Minister Kamp verdedigde zijn ommezwaai vorig jaar tegenover de Kamer ook met het argument dat er inmiddels nieuwe technologie beschikbaar is die het mogelijk maakt op een rendabelere wijze grotere windparken aan te leggen met ook inmiddels op de markt verschenen grotere windturbines.

Ondanks de ommezwaai in beleid is het volgens Kamp ook nog steeds mogelijk de doelstelling uit het SER-Energieakkoord van 14 procent duurzame energieopwekking in 2020 te halen. Maar dan moet er dus wel haast worden gemaakt met de uitgifte van de vergunningen voor de vijf geplande nieuwe windparken. Om de investeerders over de streep te trekken, wordt anders dan voorheen gelijktijdig met het verlenen van de vergunning ook de SDE-subsidie (Stimulering Duurzame Energieopwekking) toegewezen.

Vergunningen flexibeler

De voor alles benodigde nieuwe Wet Windenergie op Zee (WOZ) is dit voorjaar met een ruime meerderheid (alleen PVV was tegen) in beide Kamers aangenomen en per 1 juli van kracht geworden. Dit nieuwe wetsvoorstel moet versnelling en opschaling van windenergie op zee mogelijk maken door vergunningen flexibeler te maken.

Ondertussen is René Moor, programmaverantwoordelijke voor windenergie op zee op het ministerie van Economische Zaken, al weer ruim een jaar bezig met de voorbereiding van de eerste tender in een gebied dat zo’n 22 km uit de Zeeuwse kust ligt. Dit gebied is onderverdeeld in vier kavels. Per kavel heeft bodemonderzoeker Fugro onderzoek gedaan naar de bodemgesteldheid en de windsnelheden die bepalend zijn voor de vraag welke windmolenturbines hiervoor geschikt zijn en de hiervan te verwachten energieopbrengst. Tegelijkertijd worden alle ruimtelijke ordeningsprocedures doorlopen opdat op tijd alle benodigde vergunningen kunnen worden verleend. Op basis daarvan moet het mogelijk zijn nog volgend jaar met de aanleg van het windmolenpark Borssele van 2 x 700 MW te beginnen waarmee 1,4 miljoen huishoudens van energie kunnen worden voorzien.

Onderwerpen
Deel deze pagina
Betabanen

Maritiem Nederland

Welkom op de site van Maritiem Nederland, hét opinie- en vakblad voor de gehele maritieme sector in Nederland.

Editie MN 09-2018

Partners Maritiem Nederland