Techniek&innovatie
Foto: Danny Cornelissen

Johan Baaij, directeur-eigenaar P.A. Baaij en Zn:


‘We moeten ons verhaal weer vertellen’

Branche: Visserij | Auteur: Mark van Baal | Publicatiedatum:

Johan Baaij leidt samen met zijn broer zeevisserijbedrijf P.A. Baaij en Zn. Hun kotter TH-10 vist vanuit de havens van Scheveningen en Tholen op onder andere schol en tong in de Noordzee. Behalve innovatieve vismethoden, zoals pulstechniek, zoeken ze nieuwe manieren om hun vis aan de man te brengen. “Zelfs in Zeeland weten veel kinderen niet beter dan dat vis uit het vriesvak komt.”

Visser Johan Baaij (33) bestelt geen vis, maar een uitsmijter met ham. “In een restaurant bestel ik eigenlijk nooit vis. Dat valt alleen maar tegen als je gewend bent verse vis te eten.” Er is genoeg keuze. Restaurant Hotel New York heeft veel vis op de kaart staan: tonijn, gamba, zalm en zwaardvis. “Allemaal buitenlandse vissen”, constateert Baaij met spijt. “Ik zie geen Nederlandse producten op de kaart.” Daar zou hij graag verandering in willen brengen.

Financiële ruimte

Maar eerst vertelt hij over vissen met pulstechniek, waarmee zijn broer kennismaakte tijdens een bijeenkomst van de Kenniskring Garnalenvisserij, een initiatief van het LEI, een onderzoeksinstituut van Wageningen Universiteit en Researchcentrum (WUR), dat vissers stimuleert en faciliteert te innoveren. Het idee voor pulsvissen komt echter niet van wetenschappers, maar uit de Zeeuwse visserijpraktijk, van technisch bureau Verburg uit Colijnsplaat (tegenwoordig Delmeco Fishing Technology). Pulsvisserij werkt met elektrische pulsen waarmee platvissen (vooral tong) worden geprikkeld, opschrikken uit het zand en zo gevangen kunnen worden. De kettingen onder aan de sleepnetten zijn vervangen door elektriciteitsdraden die stroomstootjes geven.

‘Als er een nieuwe radar op de markt was, dan ging mijn vader daarvoor. Wij zijn altijd op zoek naar nieuwe methodes om lonend te blijven vissen’

Gelukkig hadden de broers financiële ruimte om mee te doen aan dit experiment, vertelt Baaij, ondanks de zware jaren waarin de visserij verkeert. “Als je alleen maar bezig bent met overleven, dan kom je niet meer aan ondernemen toe. Dan ben je niet meer creatief. Een deel van de sector vernieuwt daardoor niet meer.”

Het familiebedrijf, waarvan Baaij en zijn broer de vijfde generatie vormen, heeft vaker geïnnoveerd. Zijn vader was een van de eerste Nederlandse vissers met een straalbuis met een grotere schroef. “Als er een nieuwe radar op de markt was, dan ging mijn vader daarvoor. Wij zijn altijd op zoek naar nieuwe methodes om lonend te blijven vissen.”

Belangrijk voordeel

Na ruim twee jaar experimenteren, weten Baaij en de wetenschappers die regelmatig meevoeren welke pulsen en welke stroomsterkte welke vissen doen opspringen. Bovendien kan hij vertellen dat de methode zowel brandstof bespaart (ongeveer 35 procent) als de vangst vergroot. Een belangrijk voordeel is dat de netten de bodem niet meer omwoelen en daardoor minder zand, stenen en zeesterren meeslepen. “Nu kun je anderhalf uur vissen en tien minuten ophalen en schoonmaken. Vroeger moest je soms na drie kwartier je netten al weer ophalen. Bovendien was je langer aan dek om de netten schoon te maken. Het werk aan boord is daardoor minder zwaar geworden.” Doordat de netten minder ongewenste bijvangst van de zeebodem meenemen, zit er meer vis in een betere conditie in de netten.

Het hele project kostte ongeveer een half miljoen euro. Zonder een flinke hoeveelheid eigen geld en subsidie waren de proeven nooit van de grond gekomen, denkt Baaij. Het Europees Visserijfonds (EVF), dat geld verstrekt van zowel de Europese Unie als de provincies Zeeland en Zuid-Holland, betaalde 60 procent. Doordat de pulstechniek nog altijd de status van een onderzoeksproject heeft, kan het nog steeds worden verboden. De ontheffingen hebben een tijdelijk karakter. “Dat maakt het een onzekere investering.”

Sommige collega-vissers waren sceptisch. In 2011 kregen er 42 vissersboten subsidie en een ontheffing om met pulstechniek te gaan vissen. Nu het goed blijkt te werken, melden zich meer vissers aan. Onlangs kregen opnieuw 42 vissers een ontheffing. “Zonder pulstechniek wordt het voor vissers op platvis heel zwaar om het hoofd boven water te houden.”

Protesten

Er is ook weerstand tegen deze vernieuwing. De protesten komen niet uit de milieuhoek. “Organisaties als Stichting De Noordzee en Greenpeace lezen de rapporten goed en zien ook dat het minder milieuschade aanricht dan traditioneel vistuig.” De protesten komen van andere vissers uit andere landen. “Er is daardoor in Brussel veel weerstand, maar de Nederlanders in Brussel vechten voor de pulstechniek, die duurzamer is dan traditionele technieken.”

Foto: Danny Cornelissen“Er is ook weerstand door gebrek aan kennis. ‘Je vist de zeeën leeg’ zeggen sommigen bijvoorbeeld. Dat is aantoonbaar niet waar. Wij kunnen immers op dezelfde plekken blijven vissen en blijven binnen onze quota.”

De visserij is een moeilijke bedrijfstak, zegt Baaij. “We hebben zowel onze belangrijkste kostenpost, de gasolieprijzen, als onze inkomsten, de visprijzen op de visafslag, niet in eigen hand. Een kabeljauw, waar wij op de visafslag 1,25 euro voor krijgen, ligt voor 13,25 euro in de winkel. In iedere stap in de keten, van opkoper tot viswinkel, wordt een marge van meer dan 10 procent gemaakt, maar voor de visser die het product uit zee haalt, blijft er bijna niets meer over. Maar waar ik op hamer: we moeten niet naar elkaar wijzen, maar de samenwerking zoeken.”

Baaij wil Nederlanders duidelijk maken dat ze kunnen kiezen: tussen een vis uit Vietnam en een vis die onder hun neus langs de boulevard zwemt. Of tussen kweekproducten zoals tilapiafilet en natuurlijke versproducten. Hij wil ook duidelijk maken dat kweekvis er weliswaar mooi egaal wit uitziet, maar dat een echte vis er eigenlijk helemaal niet zo uit hoort te zien. “Je ziet een trend dat de consument terug wil naar de basis, bijvoorbeeld aardappels van de lokale boer. Daar willen we op inspelen.”

Zichtbaarder

Hij ziet als hij voor Scheveningen vist of in de Scheveningse haven ligt, horden toeristen die naar het strand trekken, maar de haven links laten liggen. Vanaf het strand kunnen ze hem met helder weer zien vissen. De visser, die zijn harde werk traditioneel ver van de consument op zee verricht, zou zichtbaarder moeten worden en meer moeten vertellen over zijn werk en zijn producten.

In zijn thuishaven Stellendam, waar ook veel toeristen komen, is de visserijhaven ook geen toeristische attractie. “We willen dat mensen weer naar de haven komen. Zelfs in Zeeland weten de meeste kinderen niet beter dan dat vis uit het vriesvak komt.”

Een van de initiatieven om vissen zichtbaarder te maken, is ‘Vers van de Visser’. Het doel van het project is dat mensen via internet bestellen en de vis dan zelf in de haven komen ophalen. “We willen de consument bereiken. We moeten ons verhaal weer vertellen. De visserijsector moet de aandacht krijgen die ze verdient.”

Baaij wist al van jongs af aan dat hij net als zijn vader visserman wilde worden. Zijn vader zei wel eens ‘kijk eens om je heen’, maar dat veranderde zijn drang naar zee niet. Na de zeevaartschool in Stellendam monsterde hij op zijn achttiende aan.

Natuur

In 2006 ging Baaij aan de wal. Noodgedwongen, zegt hij met spijt. Vanwege de ziekte van Crohn, een darmziekte, moest hij regelmatiger gaan leven en vooral eten. “Ik heb er verder geen last van”, zegt hij laconiek, “ik moet goed eten en één keer per maand naar het ziekenhuis aan het infuus.” Het zwaarste aspect van zijn ziekte is dat hij niet meer elke week kan varen. Af en toe valt hij een week in voor zijn broer, die normaal gesproken op zee is, terwijl Baaij alles op de wal regelt. “Varen blijft het mooiste wat er is. Je werkt de hele week in de natuur en je bent vrijdag voor de koffie thuis.”

Onderwerpen
Deel deze pagina
Betabanen

Maritiem Nederland

Welkom op de site van Maritiem Nederland, hét opinie- en vakblad voor de gehele maritieme sector in Nederland.

Editie MN 09-2018

Partners Maritiem Nederland