Techniek&innovatie
 Door de investeringen in de Eurogeul kunnen schepen als 'TI Europe' veilig Rotterdam aanlopen. Foto: Havenbedrijf Rotterdam

Hoe was het ook weer?


De Eurogeul: duurzaamheid in de jaren zestig

Auteur: Cees de Keijzer | Publicatiedatum:

Alle beleidsstukken van overheden en missie statements van bedrijven moeten tegenwoordig een groot aantal keren het woord ‘duurzaam’ bevatten. Vroeger hoefde dat niet. Maar als je duurzaamheid definieert als ‘bestemd om te duren’ of ‘bouwen voor volgende generaties’, dan kende de Rotterdamse haven in de jaren zestig reeds een fraaie duurzame investering: de Eurogeul.

In de naoorlogse jaren van economische groei en havenexpansie heeft het in Rotterdam niet ontbroken aan toekomstvisie met oog voor schaalvergroting. Met name door toedoen van de burgemeesters Van Walsum (1952-1965) en Thomassen (1965-1974), maar ook zeker directeur Jan Ernste van Shell Pernis (1952-1961) en niet in het minst de directeur van het Gemeentelijk Havenbedrijf Frans Posthuma (1959-1973), ontstond inzicht en (politiek) draagvlak om Rotterdam te ontwikkelen van transito- naar industriehaven. Dat resulteerde in het aanleggen van de Botlek, Europoort en Maasvlakte, én het baggeren van de Eurogeul, een van de beste investeringen ooit. Duurzaam was toen nog geen beleidsbegrip, maar ‘De Geul’ bleek uitermate geschikt en blijvend bestemd om te duren.

Het kan nog steeds erg druk zijn in de geul, zoals te zien is op dit AIS beeld met inkomend een groen gelabelde VLBC en daarachter drie rood gelabelde VLCC's.Al in 1964 passend voor een diepgang van 57 voet (17,37 m), werd de geul in 1967 uitgediept voor 62-, in 1970 voor 65- en in 1975 voor 68-voeters. Op 2 maart 1978 ging de gemeenteraad akkoord met stapsgewijze verdieping via 70 naar 72 voet, wat toen pr-breed werd uitgemeten met een lint langs de Bijenkorf. Uiteindelijk volgde in 1986 verdere uitdieping tot de huidige limiet van 74 voet (22,55 m), wat mondiaal trendsettend is geworden voor de grootte van VLCC’s met hun maatvoering van circa 300.000 dwt, 333 m lang en 60 m breed. En het is niet alleen ruwe olie die ‘geulgebonden’ wordt aangevoerd, ook ijzererts in VLOC’s en de laatste tijd in toenemende mate kolen in VLBC’s. Daarnaast heeft zich een trend ontwikkeld van ‘uitgaand geulgebonden’ VLCC’s met stookolie voor Singapore. De eerste helft van 2015 al 26, gemiddeld dus één per week. 

Gigantische aanvoer

De aanvoer van ruwe olie in de beginjaren van de geul was gigantisch, met als topjaar 1973 met in totaal 160 miljoen ton (thans 95 miljoen ton). In die tijd kwam het overgrote deel nog uit het Midden-Oosten en door de langdurige blokkade van het Suezkanaal (1967-1975) moesten de schepen rond Kaap de Goede Hoop, wat leidde tot de bouw van alsmaar grotere tankers. Het kwam regelmatig voor dat er op één tij, met vier ‘geulers’ op rij, één miljoen ton ruwe olie binnenkwam. Het waren veelal tankers van de grote olieconcerns, maar ook de Olympic tankers van Onassis waren vaste klanten, zoals de ‘Olympic Breeze’ van 269.532 dwt. Ze hadden een witte romp en een ‘blue room’, een eigenaarshut en ontvangstruimte, gestileerd in Grieks blauw met daarin steevast en zeevast een hagelwitte vleugelpiano.

Cees de Keijzer is voorzitter van WSS Rotterdam Branch

Deel deze pagina
Betabanen

Maritiem Nederland

Welkom op de site van Maritiem Nederland, hét opinie- en vakblad voor de gehele maritieme sector in Nederland.

Editie MN 09-2018

Partners Maritiem Nederland