Techniek&innovatie
MCS in Drachten is een van de deelnemers aan serious gaming, waarmee men lastige logistieke processen kan simuleren.

Partijen containermarkt ontdekken ketenvoordelen

Branche: Binnenvaart | Auteur: Leendert van der Ent | Publicatiedatum:

Op termijn zal het vervoer van containers van en naar het achterland flink aantrekken dankzij de Tweede Maasvlakte. De weg- en spoorinfrastructuur kunnen die groei alleen niet opvangen. De binnenvaart krijgt daarom kansen. Een betere efficiëntie, betrouwbaarheid, veiligheid en duurzaamheid zal deze modaliteit aantrekkelijker maken voor beslissers in de logistieke keten. Serious gaming draagt daaraan bij.

Op 18 februari kreeg minister Schultz van Haegen het eindadvies van het kennisspoor van het programma Impuls Dynamisch Verkeersmanagement Vaarwegen (IDVV) uit handen van Rijkswaterstaat. Dit programma draagt bij aan de verbetering van de concurrentiepositie van de binnenvaart. Een consortium onder leiding van TNO verder bestaande uit TU Delft, Ab Ovo, Erasmus Universiteit, Panteia, Modality en EICB werkt aan de efficiëntie en betrouwbaarheid.

‘Als je echt iets wilt bereiken, moet het voordeel van iets doen glashelder zijn en het nadeel van niets doen zonneklaar zijn’

TNO ontwikkelde samen met Ab Ovo en de TU Delft onder andere een managementgame om daaraan bij te dragen. Met deze strategische simulatietool kunnen marktpartijen nieuwe en bestaande logistieke concepten testen en doorrekenen. In gaming-sessies leerden beslissers binnen de containerketen de game al kennen - en elkaar.

Zonneklaar

TNO-projectleider Jaco van Meijeren: “Innoveren in de binnenvaart is niet eenvoudig. De meeste schippers exploiteren één schip en leveren een commodity. Ze missen de financiële slagkracht voor grote investeringen en hebben geringe invloed binnen de keten. Toegevoegde waarde door betere efficiëntie en betrouwbaarheid moet daarom vooral van de ketenorganisatoren komen.” Daarbij gaat het om zeerederijen, deep sea terminals, barge operators, inland terminal operators en logistiek dienstverleners.

“In betere afstemming is nog veel winst te behalen”, stelt Van Meijeren vast. “Die winst is niet eenvoudig te verzilveren, want het gaat om veel partijen met verschillende rollen en belangen. Van nature wil iedereen vooral controle over de eigen activiteiten. Dus als je echt iets wilt bereiken, moet het voordeel van iets doen glashelder zijn en het nadeel van niets doen zonneklaar zijn.”

Serious gaming met een strategische tool om bestaande en nieuwe logistieke concepten in een vaargebied te simuleren, leent zich daar uitstekend voor. Kan de beladingsgraad van de schepen omhoog, kunnen de kosten van het containervervoer naar beneden en hoe krijg je de ‘callsize’ in de haven van Rotterdam groter? In verschillende sessies met steeds rond de tien regionale marktpartijen per game kwamen in totaal zeventig ketenorganisatoren bij elkaar om het uit te zoeken. “Zo’n mix van partijen kan logistieke processen uitproberen en na doorrekening de effecten ervan inschatten”, weet Van Meijeren.

Efficiënte benadering

Een van de deelnemende partijen is binnenvaart-terminaloperator MCS in Drachten. Directeur Willem van der Ark: “Als grootste containerdienstverlener van Noord-Nederland benaderde Ab Ovo ons destijds om samen met andere verladers, expediteurs en logistiek dienstverleners te achterhalen hoe je het beste door Nederland kunt varen. Daar werkten we graag aan mee.”

De uitkomsten van de sessies voor Noord-Nederland bevestigden de strategie die MCS in de markt hanteerde, aldus Van der Ark: “De meest efficiënte benadering blijkt, om vanuit het achterland containers in Noord-Nederland te bundelen en dan direct met grotere schepen door te varen naar Rotterdam. Het alternatief, onderweg nog allerlei tussenliggende terminals aandoen, blijkt niet handig. Dat is een mooie, heldere conclusie.”

Willem van der Ark. Foto: MCSDe conclusie betreft in dit geval de interne benadering, maar het simulatiemodel kwantificeert ook de eventuele voordelen van samenwerking. Discussie daarover is nieuw in deze branche. Van Meijeren somt de mogelijkheden op: “Het kan zijn dat er twee of meer verschillende partijen nodig zijn voor een bepaald concept. Als ze allemaal voordeel hebben van de introductie, zou het vreemd zijn als ze het niet deden. Als het concept niemand voordeel oplevert, ben je ook snel klaar. Maar vaak zit het daartussenin: bepaalde partijen hebben groot voordeel, andere kleiner nadeel, of de voordelen zijn heel verschillend van grootte. Door onderlinge afstemming kun je de belangen balanceren, zodat iedereen voldoende vruchten plukt om mee te doen.”

Volgens Van Meijeren zijn de reacties positief en geven deelnemende partijen aan dat ze veel inzicht in logistieke processen opdoen. “Vooral de vraag ‘wanneer gaan we verder?’ die we kregen, maakt duidelijk dat de benadering aanslaat. We hebben echt iets in gang gezet in de markt. Partijen zien mogelijkheden tot anders werken en spreken met mogelijke partners voor toekomstige oplossingen. We zijn dan ook al met een vervolgtraject bezig. Daarbij gaan we een slag verder. Tot nu toe probeerden we vooral concepten uit. Nu gaan we vooral analyseren wat de echt interessante concepten zijn die op hoofdlijnen bruikbaar zijn om het vaargebied te reorganiseren.” MCS doet mee. Van der Ark: “In de eerste ronde zagen we onze strategie bevestigd. Dat inzicht is voor ons aanleiding om met het vervolg in april weer mee te doen.”

Richting praktijk

Er komt ook samenwerking van de grond. Bij Nijmegen gaan partijen aan de slag met een ‘hub-and-spoke-concept’ en ook in Amsterdam zoeken de ketenpartijen elkaar op. TNO zelf gaat met MCS en terminaloperator CTU in Midden-Nederland aan de slag om de voordelen van gezamenlijke afstemming en samenwerking in de praktijk te brengen. Beide bedrijven zijn druk bezig te kijken hoe ze zaken kunnen combineren, geeft Van der Ark aan. “We voeden een theoretisch model met operationele gegevens. Wanneer de afstemmingsvoordelen die we verwachten daaruit blijken, gaan we varen. We zijn bijna zover.”

Onderwerpen
Deel deze pagina
Zuinig varen en goed plannen

Binnenvaartondernemers hebben een geringe invloed op de keten en zijn doorgaans niet kapitaalkrachtig genoeg voor grote milieu-innovaties. Maar ook uitgekiend vaargedrag kan de CO2-uitstoot verminderen. Zuinig varen en goed plannen levert ook direct financieel voordeel. Door het groeiend aandeel van brandstofkosten in de kostprijs, leidt een geringe brandstofbesparing al snel tot een interessante kostenbesparing. Daarop was het programma VoortVarend Besparen (VVB) uit 2007 gericht. In 2011 kreeg het EICB het VVB-programma in beheer. In de eerste vier jaar was 6,7 procent CO2-reductie gerealiseerd, wat overeenkomt met een kostenreductie van 27 miljoen euro per jaar. De komende jaren gaat VVB verder met voorlichting en cursussen over zuinig varen, afstemming tussen verladers en binnenvaartondernemers, de promotie van hulpmiddelen aan boord en andere maatregelen.

www.ikvaarzuinig.nl

Betabanen

Maritiem Nederland

Welkom op de site van Maritiem Nederland, hét opinie- en vakblad voor de gehele maritieme sector in Nederland.

Editie MN 09-2018

Partners Maritiem Nederland