Techniek&innovatie

Nederland koploper in visserijinnovatie

Branche: Visserij | Auteur: Michel Verschoor | Publicatiedatum:

Dat Nederland vooroploopt in visserijinnovatie ontgaat zelfs Franse vissers niet. Het Urker VCU rust binnenkort enkele Franse schepen uit met modern Nederlands flyshoot vistuig. Juist nu de Europese Visserijraad met het opschorten van een ontheffing op pulsvisserij een rem lijkt te zetten op R&D in de visserij. “If you can’t beat the Dutch, join them.”

In de Zuid-Hollandse vissershaven Stellendam is het op vrijdagochtend volop bedrijvigheid. De meeste kotters liepen afgelopen nacht binnen. Nu de vis is aangeland en wordt verwerkt in de afslag, is er aan boord van de G0-48 tijd voor reparatiewerk. Het schip van de broers Tanis is uitgerust met innovatief pulstuig, dat met stroomstootjes de doelsoorten tong, schol, tarbot en griet van de bodem kietelt en in de netten drijft. Het is verre van gedaan met innoveren. Op zee wordt al weken getest met vervangers voor het bekritiseerde vispluis, de lange slierten plastic die als dikke borstels de netten beschermen tegen slijtage, maar dat niet afbreekbaar is, het water vervuilt en waarvan na harde wind geregeld slierten op onze stranden aanspoelen.

Snot

De broers Jaap en Adamo lopen naar hun pulsnet en tonen het Yakleer, dat onder een deel van de netten is bevestigd. “We proberen het, maar ik heb er nog niet heel veel vertrouwen in”, zegt schipper Adamo Tanis. “Als dit leer nat wordt is het net snot. Bovendien dwarrelen die slierten leer onder water. Het oude pluis beschermt als een stevige dikke deken.”

De traditionele visserijsector is de laatste tien jaar opvallend ontvankelijk voor innovatie

Het leer is na drie weken tamelijk ongeschonden, maar of het nog lang uithoudt is de vraag, zegt broer Jaap. “Er is de afgelopen weken gevist op makkelijke, slappe grond. Op harde, scherpe grond kan het zomaar gedaan zijn met dit leer.”

Meer vertrouwen hebben de vissers in bioafbreekbaar vispluis van een Portugese fabrikant, waarmee de TH 10 experimenteert. Dat bekijken we van dichtbij in het verderop gelegen visserij-innovatiecentrum, het zenuwcentrum in Zuidwest-Nederland. In de tot testlab omgebouwde loods op het haventerrein is het rustig deze vrijdag. “Maar er is hier dagelijks bezoek uit alle windstreken”, zegt oud-visser Johan Baaij die er de scepter zwaait en het praktische onderzoek ondersteunt. “Delegaties van het ministerie van EZ wisselen af met schoolklassen, vissers, toeristen, milieuclubs en buitenlandse visserijvertegenwoordigers.”

Gniffelen

Er is dan ook het nodige te zien. Naast een langgerekte ‘trekbak’ met diverse testnetten zijn op een ‘nettentafel’ alle mogelijke traditionele en moderne vistuigen op schaal nagebootst: van boomkor tot state-of-the-art puls, twinrig, flyshoot en de nieuwste innovatie het SepNep, voor selectievere visserij op Noorse kreeftjes. Informatiepanelen geven de nodige toelichting.

Jaap Tanis (links) en Johan Baaij.Baaij loopt naar een andere opstelling waar ook het witte biovispluis hangt. “Hier verwachten we wel iets van”, zegt hij hoopvol, “en dat wordt tijd want milieuclubs voeren de druk op.” Deels is dat prima vindt Baaij, want die druk zorgde er eerder voor dat de visserijsector, gesteund met subsidies, in beweging kwam en successen boekte. Toch moet hij er ook wel eens om gniffelen. In de testopstelling met netwerk hangen een plastic schol en een sliptong. “Als het over selectievere visserij met minder bijvangst gaat, roepen activisten direct: ‘Ga gewoon met grotere mazen vissen’. Afgezien van het feit dat vissers dit al jaren doen, is dat toch ingewikkelder dan het lijkt. De meeste platvisvissers vissen met zogeheten ontsnappingspanelen. Dat zijn netten met grotere mazen aan het begin van het net en aan het eind vlak voor ‘de staart’ of verzamelnet. Belangrijke doelsoorten van onze platvisvloot zijn naast tong en schol vooral ook sliptong. Vis je met 12 cm ontsnappingsnetten, dan blijft er in het net wel schol en grote tong achter, maar sliptong slipt door de mazen van het net. Vissers verliezen een belangrijk deel van hun besomming (wekelijkse omzet op de afslag, red.) en dat is een brug te ver.”

Revolutie

Wie aan de besomming komt, krijgt het deksel op de neus, en neem ondernemers dat maar eens kwalijk. Toch is de traditionele, overwegend conservatieve visserijsector de laatste tien jaar opvallend ontvankelijk voor innovatie. Gedwongen door maatschappelijke duurzaamheidswensen enerzijds en jarenlange torenhoge brandstofprijzen anderzijds, moest de sector ook wel aan de bak. De grootse revolutie werd geboekt met pulsvisserij. Zo’n 84 Nederlandse schepen vissen inmiddels elektrisch, naast een aantal schepen onder buitenlandse vlag.

De belangrijkste softwareproducenten en fabrikanten zijn Delmeco Fishing Technology, HFK Engineering en VCU op Urk. “Wij hebben 31 schepen toegerust met puls”, vertelt Albert Hartman van de coöperatieve VCU. “Elektrovissen bestond natuurlijk al veel langer, in een testfase, maar het kostte wat tijd om deze methode functioneel en storingsproof te maken. Vanaf 2009 is dat in een stroomversnelling gegaan.”

Uitontwikkeld is de methode niet. In Stellendam wordt op dit moment onderzocht hoe er zo effectief en schadevrij mogelijk gevist kan worden met wisselende stroomsterktes. Deels ingegeven door het vermoeden dat kabeljauw, anders dan tong en schol bijvoorbeeld, overgevoelig is voor stroomstootjes. En hoewel geen doelsoort van puls, komt deze rondvis ook geregeld mee omhoog. De nodige finetuning dus, die nodig is om de tijdelijke ontheffing van pulsvisserij door Brussel op termijn veilig te stellen (zie kader Klok terug voor Nederlandse pulsvisserij).

Overlevingsonderzoek

Begin mei voerde de Europese Visserijraad de druk op nieuwe positieve onderzoeksresultaten verder op door een deel van de ontheffing al per december 2019 op te schorten. In 2020 zou alleen nog pulsvisserij mogelijk zijn voor 22 schepen, de oorspronkelijk 5 procent van de vloot, een percentage dat later op aandringen van Nederland werd verruimd.

Een net met grotere mazen waar schol in achterblijft, maar waaruit ondermaatse tong kan ontsnappen.Op de UK 33 van Jan de Boer vond half mei ‘overlevingsonderzoek’ plaats, in samenwerking met Wageningen Marine Research. Uit de eerste videobeelden die vanaf het schip op online media verschenen, is op te maken dat er aardig veel vis na een trek van twee uur levend boven water komt. Of die vis de weken erna ook overleeft, wordt helder in een laboratoriumomgeving.

Dit onderzoek is van groot belang voor versoepeling van de aanlandplicht, die vissers op last van Brussel verplicht alle vis, ook niet-marktwaardige en ondermaatse vis, dood aan land te brengen. Een vervelende dwangmaatregel van het Europarlement, vinden vissers, die het mes op de keel zet van een sector die juist al heel lang zoekt naar hogere visserijselectiviteit en duurzame methodes.

Bij een aantoonbaar hoge overleving, kunnen ondermaatse vissen van specifieke soorten mogelijk worden vrijgesteld van 'alles dood aan land brengen', en weer levend overboord, of als voedsel voor overig zeeleven. Vissers werken eraan mee, maar niet van harte. Zij zijn ervan overtuigd dat vis die direct overboord gaat een grotere kans heeft te overleven, dan vis die het op land in een bak met water zonder zand in een kunstmatige omgeving moet zien uit te houden.

Visplan

“Op de Maritime Industry-beurs in Gorcum lieten pulsvissers weten in grote onzekerheid te leven”, zegt Albert Hartman van VCU. “Zij hebben gemiddeld 3,5 tot 4 ton geïnvesteerd in hun pulstuig. Wat als er in 2020 definitief geen verruiming komt? Vissers maken een visplan. Daarin worden inkomsten en uitgaven opgeteld en afgewogen, op basis van de dan gangbare visserij. Renovatie, refit, nieuwbouw, maken allemaal onderdeel uit van zo’n plan. Als de puls definitief wegvalt, hebben veel vissers te maken met een totaal ander toekomstplaatje. Het is duidelijk dat vissers niet goed weten wat ze als ondernemers aanmoeten met wat in Brussel besloten is.”

Nederland laat graag zien dat het op visserijgebied het beste jongetje van de klas is, vertelt Hartman. “Daarom werken we met puls hard aan het verkrijgen van de NEN-normering. Ondanks Brussel gaan we hier gewoon mee door.”

Hartman gelooft net als de pulsvissers in de vinding. En hoewel landen als Frankrijk en Denemarken puls afwijzen en België twijfelt, houdt de sector vertrouwen dat het goed komt. “We blijven doorgaan met het promoten van puls. De visprijzen zijn beter door een hogere kwaliteit, de brandstofprijzen zijn bijna de helft lager en daarmee de uitstoot van schadelijke stoffen en er is een hogere selectiviteit, dus minder bijvangst van ongewenste soorten.” 

Kantelmomenten

Het zijn boeiende tijden volop tegengestelde kantelmomenten, ook in de visserij. Gek genoeg heeft VCU dan ook een order uit Frankrijk liggen om enkele Franse schepen uit te rusten met Nederlands flyshoot-vistuig. Hartman: “Nog geen puls, maar wel vernieuwend en succesvol. Ik houd mijn buitenlandse relaties altijd voor: If you can’t beat the Dutch, join them. Zelfs in Frankrijk is daar toch ook wel oor voor.”

Onderwerpen
Deel deze pagina
Klok terug voor pulsvisserij

Tijdens periodiek overleg heeft de Europese Visserijraad half mei besloten de pulstuig ontheffing in te trekken waarmee in Nederland 84 Nederlandse Noordzeekotters vissen. Als het aan de Raad ligt, is er alleen nog ruimte voor 22 met pulstuig uitgeruste schepen. Vooral Frankrijk en Denemarken lagen dwars. ‘Zware slag dreigt voor Nederlandse innovatieve pulsvloot’ kopt visserijkoepel VisNed in de tweewekelijkse nieuwsbrief. Pulsvisserij maakt gebruik van elektriciteit om de platvissen tong, schol en schar van de bodem te kietelen en in de netten te drijven. Aangenomen werd dat deze moderne visserij internationaal juist de weg voorwaarts was, nu het maatschappelijk tij volop visserijvernieuwing eist.

Met pulsvisserij is er bewezen minder bodemcontact dan met de bekritiseerde zware boomkor- of wekkerkettingvisserij. Er is minder bijvangst door een grotere mate van selectiviteit, en er is sprake van (fossiele) brandstofbesparing van circa 40 tot 50 procent. Puls is daarmee schoner, natuurvriendelijker en dus duurzamer. De visserijtechniek gaf de sector door lagere kosten hoop in zware tijden waarin de besomming (vangstopbrengst) onvoldoende was om de torenhoge brandstofprijzen te dekken. Vissers leden verlies.

VisNed en de Nederlandse Vissersbond luidden voorafgaand aan het Europese Visserijberaad de noodklok. “Als de pulsvisserij daadwerkelijk tot 5 procent beperkt wordt, heeft de Nederlandse kottervisserij op platvis geen verantwoorde duurzame toekomst meer en wordt de broodnodige innovatie de kop ingedrukt”, luidde het statement.

Niet uitgevist

Tot eind 2019 blijft de huidige ontheffing van kracht. Als het Europees Parlement het advies van de Visserijraad overneemt, is het daarna gedaan. De 62 vissers die door de maatregel worden getroffen, geven onder gemor toe dat ze niet zijn uitgevist maar dat ze er tegenop zien terug te keren naar de ouderwetse boomkor. Eigenaren hebben dan zo’n 3,5 ton euro aan investeringen in het water gegooid en de onkosten zullen mogelijk weer stijgen. Met gebruik van een sumwing zweven pulsnetten nu over de bodem, voor de boomkor is extra trekkracht nodig, dus meer brandstof.

Vanuit de Tweede Kamer kwam steun voor de vissers. Een ruime Kamermeerderheid steunde de motie van Eppo Bruins (CU) om staatssecretaris Van Dam te bewegen tegen de beslissing van de Visserijraad in te gaan. Van Dam weigerde dit aanvankelijk.

Het terugroepen van de ontheffing is de zoveelste slag in het gezicht van Nederlandse Noordzeevissers. Voor hen wacht al een haast onuitvoerbare aanlandplicht. Ook het mogelijk herverdelen van visgronden in de Brexitonderhandelingen baart zorgen, naast de komst van extra windmolenparken en zeereservaten die ook verlies van visgebied zullen eisen.

Betabanen

Maritiem Nederland

Welkom op de site van Maritiem Nederland, hét opinie- en vakblad voor de gehele maritieme sector in Nederland.

Editie MN 09-2018

Partners Maritiem Nederland