Techniek&innovatie
De Shoalway van Boskalis is een veelzijdig baggerschip ontwikkeld samen met D.W. den Herder Maritiem.

Conoship-directeur Guus van der Bles:


‘LNG gaat ook op de baggermarkt doorbreken’

Branche: Baggeren | Auteur: Karin Broer | Publicatiedatum:

Conoship, ooit opgericht als het centrale ontwerp- en marketingbureau van een aantal werven in Noord-Nederland, timmert al jaren aan de weg in de shortsea-sector. Langzamerhand heeft het bureau ook een hoop ervaring in het ontwerpen van sleephopperzuigers in het kleinere segment.

De baggerschepen die Conoship de afgelopen jaren ontwierp in samenwerking met scheepswerf Barkmeijer in Stroobos, variëren van een snelvarend schip als de ‘André L’ voor het winnen van zand in de Golf van Biskaje, tot de ‘Orca’, een compact manoeuvreerbaar schip voor onderhoudswerk op de Engelse getijdenrivieren. Bij elk ontwerp probeert men zo veel mogelijk te weten over het toekomstige gebruik van het schip, legt directeur Guus van der Bles uit. “Dat kan via de werf, maar soms werken we heel nauw samen met de uiteindelijke klant, of met een voormalige baggerkapitein die alles weet van het praktische gebruik en van het baggerproces.”

Zo eenvoudig mogelijk

Zo is de ‘Shoalway’ van Boskalis een veelzijdig baggerschip met een hopperinhoud van 4500 m3, ontwikkeld samen met D.W. den Herder Maritiem. Van der Bles: “Het idee achter dit schip was om ‘out of the box’ te denken. Den Herder, een echte baggerspecialist, heeft het hele baggersysteem ontwikkeld, om het vooral zo eenvoudig mogelijk te houden. Wij hebben dat geïntegreerd in het scheepsontwerp en gezorgd voor een rompvorm die goed presteert qua snelheid, en qua verbruik heel gunstig is.”

Guus van der BlesEen ander bijzonder project is de ombouw van een coaster tot baggerschip voor Abeko Marine. Als projectmanager was Henk Klooster van Dredge Vision hierbij betrokken. De samenwerking met deze ex-baggerkapitein beviel zo goed dat de twee partijen nu samenwerken aan innovatieve concepten. Van der Bles laat een artist impression zien. “Het idee van de ‘ConoDredge 3000’ is om ‘modulair gestandaardiseerde baggerschepen’ te ontwerpen: net onder de 3000 GT, met rond 3000 m3 hopperinhoud. We ontwikkelen twee typen achterschepen, twee typen voorschepen, verschillende beundoorsnedes. Uit die romp-modulen en diverse varianten voor baggersysteem-componenten kunnen we samen met de klant het beste baggerschip samenstellen. Er kan gekozen worden voor een diesel-elektrische variant, voor een diesel-directe variant of een combinatie. Het ontwerp is zo vormgegeven dat de meest voorkomende wensen in het basisconcept zitten, maar als een klant er bijvoorbeeld een andere kraan op wil, dan kan dat uiteraard.”

Eigen ideeën

De vraag is of hiervoor een markt is? Van der Bles: “De meeste baggeraars in Nederland zullen daar niet direct belangstelling voor hebben, die hebben meestal heel sterk hun eigen ideeën. Het ConoDredge 3000-concept ontwikkelen wij met India in ons achterhoofd. Wij hebben sinds 2005 goede contacten in India, onder andere door de bouw van 22 drogeladingschepen in Goa. In India wil men de zeevaart verder ontwikkelen en dan vooral de kustvaart. Daar is heel veel haveninfrastructuur voor nodig, maar in India weten nieuwe lokale baggeraars nog weinig over baggeren. Daardoor weten ze vaak ook niet goed wat voor schip ze willen en met de ConoDredge 3000 kunnen we ze daarmee helpen.”

Jan Jaap NieuwenhuisEen ander project heeft ook bijgedragen aan de ontwikkeling van het concept. Met Bijlsma Shipyard in Lemmer is een nieuwe sleephopperzuiger ontworpen, de ‘SmartDredge 3500’, waarin grote delen van een bestaand casco van een coaster gebruikt worden en modulen uit de Cono- Dredge 3000. Hoofdontwerper Jan Jaap Nieuwenhuis: “Het bleek eigenlijk vrij eenvoudig om het coaster-casco langsscheeps doormidden te delen en er stroken nieuwe constructie met de hopperdeuren tussen te zetten.” Zo bleek een bestaand casco goed te gebruiken en dat biedt kansen voor vele overbodige casco’s.

Samen met Bijlsma werd dit concept in India bij diverse baggeraars gepresenteerd. Van der Bles: “In India is de belangstelling groot, maar duurt het traject ‘van contact naar contract’ nogal lang. Je moet ook opletten, want ze vragen steeds nieuwe informatie en voor je het weet gaan ze zelf hobbyen. Onze eerdere ervaringen in Goa zijn uiteindelijk wel erg positief en ook nu zien wij in India een mooie toekomst.”

Haalbaarheid van LNG

Conoship is een van de partners van het onderzoeksproject ‘LNG for Short Sea Shipping. Daarbij wordt, met steun van het ministerie van Economische Zaken, voor acht verschillende schepen gekeken naar de haalbaarheid van LNG. Conoship is onder andere bezig met onderzoek naar LNG in een baggervaartuig.

Van der Bles: “Wij hebben in 2009 al eens een onderzoek gedaan naar LNG in een sleephopperzuiger, naar aanleiding van een vraag voor een opvolger van de André L. De Fransen waren er toen al mee bezig. Destijds was LNG nog een brug te ver, omdat de dual fuel-motor van Wärtsilä toen nog niet gecertificeerd was om als voortstuwingsmotor een schroef aan te drijven.” Het probleem dat er nu ligt, is vooral economisch. “Aan de distributie van LNG via bunkerstations wordt hard gewerkt, maar het is onduidelijk hoe de prijsontwikkeling zal gaan, en dan is het moeilijk te berekenen of de extra investeringskosten eruit zijn te halen.”

LNG toepassen op baggerschepen lijkt niet voor de hand liggend, maar bij Conoship is men overtuigd dat het in specifieke segmenten toekomst heeft. Van der Bles: “Heel veel onderhouds-baggerwerk wordt in bebouwde omgeving gedaan, regelgeving voor NOx-uitstoot en ook voor zwavel is verscherpt, voor roet zal dat ook gebeuren, is onze verwachting. En dan is de overstap naar LNG een goede optie. Havenbedrijven, vaak opdrachtgevers voor onderhoudswerk, hebben hun CO2-doelstellingen. De grote aannemers die over de hele wereld in afgelegen gebieden havens aanleggen, zullen niet overstappen op LNG, maar voor andere schepen zal dat anders liggen. Dual fuel zien wij absoluut als een optie, zeker voor onderhoudswerk in de bebouwde omgeving.”

En bij potentiële klanten leeft het. Nieuwenhuis: “Bij vrijwel elk project komt de vraag langs: kan het ook op LNG?” Van der Bles: “Het is lastig om te voorspellen of er over vijf jaar veel baggerschepen op LNG varen, maar wij verwachten dat LNG voor bepaalde stukken van de baggermarkt gaat doorbreken. En het is onze uitdaging om als innovatieve ontwerpers dan de eerste te zijn.”

Onderwerpen
Deel deze pagina
Innovatie staat voorop bij Conoship

Conoship international is opgericht in 1953 door een aantal werven in het Noorden. Conoship was het centrale marketing- en ontwerpbureau in een tijd dat voor kleine werven contracten in het Engels en uitgewerkte ontwerpen nog ingewikkelde zaken waren. In 2004 werd Conoship verzelfstandigd tot een onafhankelijk ontwerpbureau. Van oudsher is het bureau gespecialiseerd in de kustvaart, waarbij innovatie voorop staat. Zo bedacht het bureau de ConoDuctTail, een nieuw type achterschip dat is ontwikkeld om brandstof te besparen. Directeur Van der Bles, die één dag in de week les geeft aan de TU Delft: “Het schip waar dit is toegepast, de Lady Anna-serie van Wijnne Barends, verbruikt rond 3 ton brandstof per dag bij een snelheid van 10 knopen; concurrenten vaak rond 5 ton.” 

Betabanen

Maritiem Nederland

Welkom op de site van Maritiem Nederland, hét opinie- en vakblad voor de gehele maritieme sector in Nederland.

Editie MN 09-2018

Partners Maritiem Nederland