Techniek&innovatie

Wouter van Dalen, R&D-manager Seaway Heavy Lifting:


Innovatief in een conservatieve sector

Branche: Offshore | Auteur: Erwin Boutsma | Publicatiedatum:

De offshore industrie staat niet bekend om haar innovatieve karakter, maar dat beeld is maar ten dele terecht, zegt Wouter van Dalen, R&D-manager van Seaway Heavy Lifting. Een jonge innovatiedeskundige met een achtergrond buiten de maritieme sector is misschien wel precies wat een bedrijf als SHL nodig heeft. “Ik heb bij TNO een heel goed beeld gekregen van hoe R&D eruit hoort te zien. Nu ben ik dat aan het toepassen in de maritieme wereld.”

Ir. Wouter van Dalen (31) is een atypische innovatiemanager. Geen doordachte formuleringen die een intensieve mediatraining doen vermoeden, geen duur kostuum dat verraadt dat zijn taken meer in de pr-sfeer gezocht moeten worden dan op de schepen waar Seaway Heavy Lifting (SHL) zijn innovaties vormgeeft. In plaats daarvan een rustige jongeman die heel goed weet waar hij het over heeft en daardoor met veel vertrouwen en passie praat over zijn werk.

Uitdaging

Van Dalen is sinds 2013 werkzaam bij SHL als section head. Hij is aangetrokken om bij het Zoetermeerse bedrijf, specialisten in het hijsen van grote offshore installaties, een R&D-afdeling op te zetten. Dat moet nogal een uitdaging zijn in een wereld die steevast als ‘conservatief’ wordt aangemerkt? “Die uitspraak is maar ten dele waar”, zegt hij diplomatiek. “Er is in de offshore industrie bijna nooit een breakthrough innovatie. Dat draagt bij aan het conservatieve beeld. Maar in de praktijk zijn de meeste van onze projecten per definitie innovatief omdat geen klus hetzelfde is. En een steeds groter deel van onze projecten ligt buiten onze comfort zone, wat ons voortdurend dwingt om ons te ontwikkelen.”

‘In de praktijk zijn de meeste van onze projecten per definitie innovatief omdat geen klus hetzelfde is’

Seaway telt momenteel 320 medewerkers op kantoor waarvan 90 procent is afgestudeerd aan het hbo of hoger. Het bedrijf heeft de beschikking over de dertig jaar oude ‘Stanislav Yudin’, die afgelopen winter een ‘lifetime extension’ onderging bij Damen Shipyards in Rotterdam, en de in 2011 tewatergelaten ‘Oleg Strashnov’, gebouwd door IHC Merwede. Beide schepen zijn monohulls met een enorme kraan erop en door hun combinatie van snelheid en hijscapaciteit uniek in de wereld. De Yudin hijst tot 2.500 ton, de nieuwere Strashnov het dubbele. De Strashnov beschikt bovendien over een techniek om de romp te verbreden voor meer stabiliteit voor zwaardere hijsoperaties, of smaller voor snelle verplaatsing. “Sommige semi-submersibles (half-afzinkbare kraanschepen, red.) hijsen een groter gewicht, maar zijn duurder en varen veel trager”, schetst Van Dalen. “De meer gangbare jackups hebben een aanmerkelijk kleinere hijscapaciteit. Wij hebben onze snelheid en daarbij een hijsvermogen dat voor bijna alle klussen voldoende is.”

Breed opgeleid

Je zou het niet zeggen, maar Van Dalen zelf komt eigenlijk pas een paar jaar kijken in de maritieme sector: hij studeerde luchtvaart- en ruimtevaarttechniek in Delft. Ofschoon zijn focus inmiddels naar de offshore industrie is verlegd, heeft hij nooit een moment spijt gehad van zijn studiekeuze. “Het brede karakter waarmee de TU Delft de studie L&R aanprijst, klopt ook echt. Het gaat om luchtvaart en ruimtevaart, maar dat is slechts de schil eromheen. Het voornaamste is dat je een breed opgeleide ingenieur wordt.” Daarnaast studeerde hij jazz-saxofonie aan het conservatorium, iets wat “heel creatieve dingen in een mens oproept”, zoals hij het zelf formuleert.

Hij beleefde na zijn studie een korte carrière bij TNO Defensie & Veiligheid, een fase die hij cruciaal noemt voor zijn ontwikkeling. “Daar heb ik het R&D-vak geleerd. Hoe zet je een onderzoek gestructureerd op, hoe blijf je binnen budget, hoe houd je focus? Maar ik had op een zeker moment kasten vol rapporten met mijn naam erop; ik wilde dichter bij de werkelijkheid komen. Ik woonde al in Rotterdam, en de haven heeft me altijd getrokken, dus een overstap naar de maritieme sector lag toen voor de hand.”

Via technisch consultancybureau TMC kreeg hij bij Jumbo - een concurrent van SHL - de opdracht de R&D-tak te reorganiseren. “Na twee jaar was dat wel klaar. Voor de langere termijn zocht ik meer uitdaging. Bij SHL vond ik dat, omdat het bedrijf een stuk groter is en daardoor meer innovatiecapaciteit en financiële armslag heeft om dingen te kunnen realiseren.” Opnieuw via TMC, via wie hij nog altijd betaald wordt, werd hij bijna een jaar geleden bij SHL binnengehaald om een team specialisten te leiden, maar ook om de R&D-activiteiten te coördineren. “Er gebeurden al heel veel innovatieve dingen, maar het was intern nog niet expliciet georganiseerd. Nu worden er op een gestructureerdere manier mensen en geld vrijgemaakt voor innovatie.”

Focuspunt

De Noordzee - de achtertuin van SHL - is voor die innovatie een belangrijk gebied voor de offshore industrie, zeker als het gaat om windmolens. “Een wereldwijd focuspunt”, noemt Van Dalen het zelfs. Innovaties op het gebied van windmoleninstallatie én de infrastructuur eromheen vinden vaak hier plaats. Hij schetst een actueel voorbeeld: “Het plaatsen van windmolens wordt nu veel met jackups gedaan, vooral omdat dat goedkoop is. Maar jackups hebben een beperkte hijscapaciteit (de grootste tot zo’n 1.600 ton, red.). Installatie van windmolens gaat daarom doorgaans in delen. De Strashnov heeft een grotere hijscapaciteit en kan tot 130 meter hoge objecten in één keer hijsen, wat zo’n beetje de ashoogte van de grootste windmolen van dit moment is. We onderzoeken nu of we het op die manier kosteneffectiever kunnen doen dan met jackups.”

Van Dalen noemt daarmee een cruciaal, maar vaak vergeten aspect van het terugdringen van de kosten van windenergie: installatie en - aan het einde van de levensduur - afbraak van windmolens. Hoe sneller dat kan, hoe goedkoper windenergie wordt voor de eindgebruiker. “Onze kraanschepen zijn groter en daardoor duurder dan jackups, maar ook veel sneller. Als we de hijswerkzaamheden dan ook nog efficiënter kunnen uitvoeren, kon het kostenplaatje wel eens in het voordeel van onze kraanschepen doorslaan.” SHL heeft om die reden ook al veel zogenaamde monopiles (het onderwaterdeel van een windmolen) geplaatst, omdat die ook buiten de capaciteit van jackups vielen. “En wij konden ze nog relatief makkelijk hijsen.”

Een tweede voorbeeld van een recent unicum in de Noordzee betreft de installatie van het hvdc-transformatorplatform van windpark SylWin-1, enkele tientallen kilometers uit de kust van Borkum. “We gaan dat deze zomer doen met een zogenaamde float-over”, vertelt Van Dalen. “We hijsen eerst de staalconstructie op zijn plaats, waarna we de topsides op een bak over de staalconstructie heenvaren. Het moet op die manier, omdat de topsides te zwaar zijn voor zelfs de grootse kraanschepen.” De float-over wordt met schepen van anderen uitgevoerd, maar SHL organiseert de operatie. Zo’n float-over is al enkele malen eerder uitgevoerd, maar nog nooit op deze manier op een relatief onstuimige zee als de Noordzee.

Binnen SHL richt de kersverse R&D-afdeling van Van Dalen zich ook sterk op veiligheid. “Het zal je verbazen hoeveel technische kanten dat heeft”, zegt hij. Bijvoorbeeld kunststof hijskabels vormen daar een onderdeel van. “We zijn druk bezig met het testen van hightech kunststofvezels als twaron, dyneema en spectra. Die zijn vele malen lichter dan staal en gewichtsneutraal in water waardoor ze niet direct willen zinken. We hebben al hijsklussen van enkele honderden tonnen gedaan met kunststof kabels en zijn nu met de fabrikanten in gesprek over het opschalen van het gewicht. We lopen daarin echt voorop.”

Oudgediende

Ofschoon innovatie een steeds belangrijkere rol binnen SHL moet gaan krijgen, onderscheidt het bedrijf zich volgens Van Dalen vooral van de concurrentie door de ervaring. “We zijn als bedrijf al bijna 25 jaar bezig en gelden daarom als een oudgediende in deze industrie.” De zogenaamde decommissioning van oude platforms is iets waar andere bedrijven groter in zijn dan SHL, maar Van Dalen ziet die markt de komende jaren groeien. “Dat zouden in theorie dezelfde platformen kunnen zijn die we 25 jaar geleden zelf hebben neergezet.”

Daarmee heeft hij de drie belangrijkste markten voor SHL genoemd: decommissioning, renewables en oil & gas. Die laatste is altijd een belangrijke markt voor SHL geweest en zal dat altijd wel blijven, denkt Van Dalen, ondanks het toenemende aandeel duurzame energie in onze energievoorziening. De economische crisis heeft weinig vat op de bereidheid van oliemaatschappijen om nieuwe velden te exploiteren.

SHL werkt over de hele wereld, wat bijdraagt aan het sterk internationale karakter van het bedrijf. Van Dalen: “Dat heeft ook aantrekkingskracht voor buitenlandse werknemers: ik heb momenteel vier nationaliteiten in mijn team, in het hele bedrijf is dat een veelvoud daarvan. Seaway is een heel multicultureel bedrijf. Dat zorgt er mede voor dat we er vooralsnog in slagen voldoende technici te vinden, ondanks de negatieve verhalen over het tekort aan technisch geschoold personeel in Nederland. Al blijft het moeilijk om goede mensen voor heel specifiek werk binnen te halen. Daar moeten ook wij steevast veel werk in stoppen, dat gaat niet vanzelf.”

Van Dalen wil aan het eind van het gesprek nog even een lans breken voor het werken in de maritieme sector. “Het is met niets te vergelijken. Heel toepassingsgericht, maar veel innovatiever dan je denkt. Er gebeuren dingen in deze sector die je niet voor mogelijk houdt. Nederland speelt mee in de wereldtop, iets wat soms wordt vergeten door alle aandacht die er naar hightech bedrijven als ASML gaat. De offshore is groot en lomp, het is staal. Maar het is ook een ongelooflijk interessante en dynamische sector om te werken.”

Onderwerpen
Deel deze pagina
Betabanen

Maritiem Nederland

Welkom op de site van Maritiem Nederland, hét opinie- en vakblad voor de gehele maritieme sector in Nederland.

Editie MN 09-2018

Partners Maritiem Nederland