Techniek&innovatie
De multicat ‘Coastal Boxer’ assisteert de ‘Barent Zanen’ van Boskalis bij baggerwerkzaamheden op de Tweede Maasvlakte.

In het kielzog van de grote baggeraars

Branche: Baggeren | Auteur: Karin Broer | Publicatiedatum:

Samen met de grote Nederlandse en Belgische baggerbedrijven trekken Nederlandse offshore werkboten de wereld over om te assisteren bij baggerwerkzaamheden. Een van de grotere spelers is Acta Marine uit Den Helder met een vloot van vijftig werkschepen.

Als alle grote baggerbedrijven in het Suezkanaal te vinden zijn, dan kun je ervan uitgaan dat Acta Marine er ook is. Algemeen directeur Govert Jan van Oord: “Ja, wij zijn daar onder andere actief met de ‘Coastal Guardian’, een multicat die assisteert bij een grote cutterzuiger, bij het koppelen en ontkoppelen van leidingen en het bevoorraden van het schip. Voor ons is dit niet zo’n groot project, maar het project an sich is natuurlijk enorm. In heel korte tijd zijn er heel veel baggerschepen aan het werk.”

‘De tijd is voorbij dat je als westers bedrijf een klus kwam doen met westerse vlag en westerse bemanning’

In de lijst afgeronde projecten van het bedrijf komen al die bekende grote baggerprojecten voorbij: de Palmeilanden, de Tweede Maasvlakte, de uitbreiding van de haven van Wilhelmshaven. Momenteel heeft Acta Marine onder andere schepen aan het werk in de Kaspische Zee, in Australië, West-Afrika, Koeweit.

Belangrijke poot

Het assisteren bij baggerprojecten doet Acta Marine al sinds de jaren zeventig, toen het bedrijf nog Rederij Waterweg heette en oprichter Henk de Haas de enige sleepboot verhuurde die de rederij rijk was. “Het is naast olie en gas en offshore wind nog steeds een belangrijke poot van de onderneming”, zegt Van Oord. “Het omvat zo’n 35 procent van de portfolio.”

Acta Marine is niet het enige Nederlandse bedrijf dat zich hiermee bezighoudt. Van Oord: “Het is wat minder bekend, maar er is een hele branche van bedrijven met kleine werkschepen die in het kielzog van de grote baggeraars de wereld over trekt.” Acta Marine is daarbij een van de grotere spelers met ongeveer vijftig schepen, waarvan pakweg twintig min of meer toegewijd zijn aan de baggersector. Andere bedrijven met werkschepen zijn bijvoorbeeld Stemat, Seacontractors, Van Wijngaarden, HVS en ST Marine.

Acht schepen van Acta Marine zijn ingezet voor het project Tweede Maasvlakte, waaronder de multicat ‘Coastal Discovery’.Vergeleken met de kleinere bedrijven onderscheidt Acta Marine zich door professionaliteit, denkt Van Oord. “Er wordt wel eens oneerbiedig gezegd dat werkboten botsboten zijn. Dat is natuurlijk niet zo, maar dit is wel een branche waarbij er fysiek contact is tussen schepen. We zijn actief in werkgebieden, er komt weleens een tros in een schroef. Wat betreft schadeposten onderscheidt deze branche zich van bijvoorbeeld de kustvaart. Wij hebben een professioneel ondersteuningssysteem, voor bedrijven met vijf schepen is dat moeilijker te realiseren. Als we een probleem hebben met een klein bootje bij het project in Koeweit, zit er vanmiddag nog iemand in het vliegtuig.”

Britse concurrentie

In de internationale markt krijgt het bedrijf, behalve van lokale partijen, vooral concurrentie van een aantal Britse rederijen. Over die concurrentie met de Britten maakt Van Oord zich wel een beetje zorgen. “Nederland moet binnen de EU niet te duur worden”, waarschuwt hij. Regelingen als het tonnageregime en de afdracht zeevarenden zijn daarom belangrijk. Hij is blij dat er nu binnen de KVNR een contactgroep offshore werkschepen is opgericht. Van Oord: “Het is goed dat deze sector aparte aandacht krijgt. Traditioneel gaat de aandacht uit naar handelsvaart en naar de grote baggeraars maar wetgeving kan anders uitpakken voor onze branche.”

Acta Marine, voortgekomen uit een fusie van Rederij Waterweg en Van Stee, is eigendom van Merweoord, de familieholding van Van Oord. En directeur Govert Jan is inderdaad een echte Van Oord. Toch is het bedrijf geen eigendom van baggerbedrijf Van Oord. “Wij zijn geen dochter, wij zijn een zusje. Wij zijn 100 procent eigendom van de familieholding, baggerbedrijf Van Oord heeft ook andere aandeelhouders.” Wij zijn een zelfstandig bedrijf, benadrukt hij. “Van Oord is een klant van ons, maar de andere baggerbedrijven willen we minstens zo goed bedienen. Tot nu is het ook steeds zo geweest dat er een ander baggerbedrijf een groter aandeel heeft in onze portefeuille dan Van Oord. Dit jaar is dat DEME, daarvoor was het Boskalis.”

Kwaliteitsstempeltje

Ook Acta Marine heeft te maken met minder gemakkelijke kanten van het internationaal werken, zoals protectionistische eisen. Van Oord: “Het merendeel van onze schepen vaart onder Nederlandse vlag, we varen ook het liefst met een Nederlandse kapitein/schipper. Dat is bewust beleid, want dat werkt toch als een kwaliteitsstempeltje, maar het kan niet altijd. Soms moeten we een schip omvlaggen. Dat hebben we bijvoorbeeld gedaan in de Kaspische zee. Ook landen als Brazilië en Indonesië stellen vergaande eisen, bijvoorbeeld het gebruik van lokale crew. In sommige landen moet je echt een lokale partner hebben, zoals in Kazachstan, Australië en in West-Afrika. De tijd is voorbij dat je als westers bedrijf een klus kwam doen, met westerse vlag en westerse bemanning.”

Over de toekomst is de algemeen directeur positief. Van Oord: “Baggerbedrijven zijn redelijk positief over hun toekomst wereldwijd. Geen extreme groei, maar het is een gezonde en stabiele markt. Wij verwachten dat we daar in mee kunnen gaan, als we concurrerend blijven, met goede schepen en goede bemanningen.”

Naast de baggermarkt ziet men bij Acta Marine vooral brood in windenergie. Het bedrijf doet al de nodige werkzaamheden bij windparken, variërend van het ondersteunen bij het leggen van kabels en anchor handling tot algemene assistentie. Nu is de koers verlegd naar transfer van crews en materieel. Dit voorjaar werd Offshore Wind Services (OWS) overgenomen, met tien crewtransferschepen. Van Oord: “We zien dat overal in Noordwest-Europa windparken worden gebouwd. En wij kunnen daarin een rol spelen als supplier van crew of materiaal. We vroegen ons af: gaan we zelf bouwen of nemen we een bestaande speler uit de markt over? Het is dat laatste geworden.”

Mega-investering

Voor diezelfde markt laat het bedrijf nu door CIG de ‘Acta Orion’ bouwen, een walk-to-work schip met een lengte van 108 meter, groter dan alle schepen van de huidige vloot. “Een mega-investering”, aldus Van Oord. De schepen van Offshore Wind Services zijn voor de windparken dichter bij de kust, de Acta Orion voor windparken verder op zee waar de golfhoogtes hoger zijn. Het schip zal meteen na oplevering in het najaar worden ingezet bij het windpark Gemini.

Acta Marine blijft dus groeien. “Het gaat ons niet om groei om de groei, maar als we ruimte in de markt zien, zoals nu in de windenergie, dan doen we het. Je ziet dat partijen uit de baggermarkt ook weer actief zijn in wind. We werken bijvoorbeeld voor Van Oord, voor Boskalisdochter VBMS, weer dezelfde partijen. Baggerbedrijven zijn eigenlijk ook vaak niet alleen baggerbedrijven meer, maar hebben een breder portfolio.”

Onderwerpen
Deel deze pagina
Betabanen

Maritiem Nederland

Welkom op de site van Maritiem Nederland, hét opinie- en vakblad voor de gehele maritieme sector in Nederland.

Editie MN 09-2018

Partners Maritiem Nederland