Techniek&innovatie
Het transport van het DolWin Alpha platform dat net onder de Botlekbrug door kan tijdens het transport naar Schiedam.

Heerema-Zwijndrecht bouwt enorm transformatorstation


Het grootste stopcontact op zee

Branche: Offshore | Auteur: Antoon Oosting | Publicatiedatum:

Het is weer een mooi voorbeeld van waar de Nederlandse offshore industrie sterk in is. Afgelopen mei/juni realiseerde Heerema Fabrication Group het grootste transformatorstation voor op zee, het DolWin alpha-platform. Deze zomer zal Heerema Marine Contractors het platform installeren.

 

Anders dan in Nederland, waar de windenergie maar moeizaam tot ontwikkeling komt, schieten op het Duitse deel van de Noordzee de windmolenturbines als spreekwoordelijke paddenstoelen uit de golven op. Voor de aansluiting van al deze windmolenparken is de Nederlandse netwerkbeheerder TenneT verantwoordelijk. Naast de 16 miljoen Nederlanders heeft TenneT sinds de overname in november 2009 van het transpower-netwerk van E.ON ook nog eens het beheer van de stroomvoorziening van 20 miljoen Duitsers.

Duurzame energie

Onder het motto ‘Taking power further’ heeft TenneT zich voorgenomen één Noordwest-Europese energiemarkt te ontwikkelen waarin een belangrijke rol is weggelegd voor duurzame energie. Om dat mogelijk te maken investeert TenneT de komende tien jaar maar liefst 13 miljard euro in onder andere 500 kilometer aan nieuwe hoogspanningsverbindingen. Daarvan is 5 miljard euro bestemd voor de verbetering van het hoogspanningsnet in Nederland en 8 miljard euro (4,5 miljard euro offshore en 3,5 miljard euro op land) in Duitsland. Ook het aantal verbindingen tussen de Nederlandse en Duitse hoogspanningsnetten wordt uitgebreid van drie naar in elk geval vier om meer elektriciteit over en weer te kunnen transporteren.

Naast de 460 MW die er al aan windenergiecapaciteit op het Duitse deel van de Noordzee staan, moet er tot en met 2017 nog eens 5739 MW bij komen. Ter vergelijking: de twee bestaande Nederlandse windmolenparken komen niet verder dan 228 MW (108 van NoordZeeWind bij Egmond en 120 MW van het Prinses Amaliawindpark ter hoogte van IJmuiden). En de politiek in Duitsland zou de hoeveelheid windenergie in 2023 nog naar 13.000 MW willen opschroeven. Tot nu toe is echter nog maar voor 2900 MW financiering gevonden. Daarvan is inmiddels 2300 MW in aanbouw terwijl TenneT al voor 6200 MW aan aansluitcapaciteit in de Duitse Noordzee neerzet.

Bijna alle Duitse windmolenparken komen ver in zee te staan, veelal meer dan 100 kilometer van het dichtstbijzijnde transformatorstation op land. Dat maakt het transport van de elektriciteit gecompliceerd. Om het energieverlies tijdens het transport te beperken, is ervoor gekozen de windmolenparken aan te sluiten op zogenoemde ‘converterstations’ op zee wat de door de windmolenturbines opgewekte wisselstroom omzet in gelijkstroom met hoge spanning (HVDC). Aan land wordt het dan in een ander transformatorstation in het hoogspanningsnetwerk ingevoerd.

 Opdracht

Juli 2010 verleende TenneT aan het Zwitsers-Zweedse technologieconcern ABB de opdracht voor de aansluiting van de windmolenparken. Met 145.000 werknemers in honderd landen en een jaaromzet van 39 miljard euro is ABB een van ‘s werelds grootste bedrijven in elektriciteit en automatiseringstechnologie. ABB deed ook al de aansluiting van het Prinses Amaliawindpark en na het DolWin1-project (800 MW) doet ABB voor TenneT ook het DolWin2-project (900 MW) doen. De bouw van dit platform is in volle gang in Dubai.

Het DolWin1-project omvat naast de bouw van het offshore DolWin alpha-platform ook nog een hoogspanningsstation op land (Dörpen/West), 2 x 90 km 320 kV gelijkstroomkabel op land, 2 x 75 km 320 kV gelijkstroomkabels voor verwerking in de zeebodem, 7,5 km 150 kV wisselstroom zeekabels voor de aansluiting van de windmolenparken op het transformatorstation op zee, service en onderhoud van de verbindingen.

ABB maakte zelf in zijn fabrieken in Zweden, Zwitserland en Duitsland alle onderdelen zoals de transformatoren, schakelingen en kabels en controlesystemen voor de omzetting van de elektriciteit. Als hoofdaannemer en ontwikkelaar nam ABB de Heerema Fabrication Group (HFG) in de arm voor de bouw en installatie van het DolWin alpha-offshoreplatform. Met zijn langjarige ervaring in de bouw van jackets en platforms voor de offshore olie- en gasindustrie heeft HFG een grote reputatie opgebouwd. HFG heeft werven in Zwijndrecht, waar ook de hoofdvestiging en engineering is gehuisvest, Vlissingen, het Britse Hartlepool en een fabriek voor de fabricage van kleinere constructies in Polen.

 Brandbestrijdingssystemen

Bij het DolWin alpha-platform gaat het om een topside van 77 meter lengte, bij een breedte van 45 meter en een hoogte van 42 meter. Het vijf dekken tellende platform steekt na installatie 80 meter boven het wateroppervlak uit en weegt meer dan 9000 ton. Het platform is met alle mogelijke brandbestrijdingssystemen uitgerust van inert gas in de elektrische ruimtes, zuurstofvermindering om escalatie te voorkomen, zeewater voor het helikopterdek en de transformatoren en waternevels voor het bemanningsverblijf. De als aparte modules gebouwde dekken zijn in april op elkaar gezet. Het bemanningsverblijf met kantoren, tv- en fitnessruimte, keuken, en wasgelegenheden is gebouwd door aannemingsbedrijf Hoogvliet uit Zwijndrecht. Op het platform staat ook een vrije val-reddingsboot voor veertig personen.

De 9300 ton wegende topside komt te staan op een onderstel, een jacket, dat ook door Heerema is gebouwd, maar dan op de werf in Vlissingen. Deze zes poten tellende jacket van 45 x 42 x 45 meter weegt ook nog eens 3500 ton. In het platform is door HFG 300 kilometer kabel verwerkt. Voor HFG betekende de opdracht voor de constructie van topside en jacket twee miljoen manuren. Trots meldt HFG dat zich tijdens al die uren geen enkel vertragend incident (LTI=Lost Time Incident) heeft voorgedaan.

Deze jacket is oktober vorig jaar al op zijn plek van bestemming geïnstalleerd en in de zeebodem verankerd. Dat is gebeurd door ‘s werelds grootste kraanschip de ‘Thialf’, een half-afzinkbaar kraanschip met een hijsvermogen van 14.200 ton, van Heerema Marine Contractors (HMC). Om de geluidsoverlast voor zeezoogdieren te beperken, is bij het heien voor de bevestiging van het jacket gebruikgemaakt van luchtbelgordijnen.

 Zeegaand ponton

De DolWin alpha-topsides zijn afgelopen mei op een zeegaand ponton van HMC geladen en zondagmorgen 26 mei via de Oude Maas naar Schiedam gevaren. Daarbij moest het de Botlekbrug passeren met niet meer dan een halve meter speling aan de boven- en zijkanten. Het ponton moest daarvoor nog extra worden afgezonken. Bij Mammoet in Schiedam wordt op de topside nog een kraan geïnstalleerd, worden alle systemen getest en wordt het totale gevaarte zeevast gemaakt.

Het wachten is vervolgens op gunstige weersomstandigheden om het ponton H542 naar buiten, de Noordzee op, te kunnen slepen, richting de plek van bestemming 75 meter uit de kust ten noorden van het Duitse Noordzee-eiland Borkum. Bij het ter perse gaan van dit blad was er nog geen datum voor vertrek vastgesteld.

Aangekomen op de plek van bestemming is het vervolgens opnieuw de beurt aan kraanschip Thialf om de topside op het jacket te plaatsen en te bevestigen. Daarna worden op het platform ook nog een van twee hoofdtransformatoren, het bemanningsverblijf en het helikopterdek op het platform geïnstalleerd.

Die installatie gebeurt ter plekke omdat ze tijdens het transport de stabiliteit van het transport negatief beïnvloeden. Het bemanningsverblijf en het helikopterdek vangen door hun constructie extra wind wat de stabiliteit niet ten goede komt. Dit maakt het transport extra zwaar. De volgende stap is de aansluiting van de gelijkstroom-zeekabels met het transformatorstation op land en het testen van alle verbindingen. Het bemanningsverblijf is overigens alleen bestemd voor het tijdelijk verblijf van onderhoudspersoneel. Normaal moet het platform onbemand kunnen functioneren en vanaf land worden bediend.

Volgens de planning moet het DolWin1-project met alle verbindingen nog dit jaar operationeel zijn. Volgend jaar volgt de voltooiing van het DolWin2-project. De planning is erop gericht de transformatorstations en alle verbindende kabels klaar te hebben voordat de windmolenparken worden opgeleverd omdat die er belang bij hebben zo snel mogelijk elektriciteit te kunnen produceren. In Duitsland worden de windmolens gefinancierd door een vergoeding (subsidie) voor de geproduceerde duurzame elektriciteit.

 

Deel deze pagina
Betabanen

Maritiem Nederland

Welkom op de site van Maritiem Nederland, hét opinie- en vakblad voor de gehele maritieme sector in Nederland.

Editie MN 09-2018

Partners Maritiem Nederland