Techniek&Innovatie

Windcats als CTV’s voor de offshore windindustrie


Groener naar de windmolens varen

Branche: Scheepsbouw | Auteur: John Ekkelboom | Publicatiedatum:

Onlangs kreeg Dok en Scheepsbouw in Woudsend de opdracht om twee nieuwe Crew Transfer Vessels te bouwen voor Windcat Workboats. Inmiddels heeft de scheepsbouwer al meer dan twintig van dergelijke CTV’s afgeleverd aan deze klant. Alewijnse Marine nam de afgelopen jaren telkens de elektrische installatie voor zijn rekening. Voor de drie partijen blijft het een uitdaging om de schepen veiliger, comfortabeler en milieuvriendelijker te maken.

De nieuwe opdracht betreft de bouw van de Windcat 45 en 46. Daarmee zetten Dok en Scheepsbouw in Woudsend en Windcat Workboats in IJmuiden hun intensieve samenwerking voort. In het verleden liet deze offshore dienstverlener zijn CTV’s in Canada bouwen, maar ruim tien jaar geleden koos het bedrijf ervoor om definitief in zee te gaan met de Friese scheepsbouwer.

In Woudsend zijn inmiddels 23 Windcats gebouwd, vertelt Johannes Hoekstra, projectleider bij Dok en Scheepsbouw. “Vanaf de start van onze samenwerking zijn we vrijwel onafgebroken aan het werk geweest voor deze opdrachtgever. Meestal ging het om nieuwbouw maar we hebben ook refits gedaan en vijf Windcats drie meter verlengd. In het begin deden we zelf de engineering van de elektrische installatie aan boord. Jaren geleden hebben we besloten om dat gedeelte volledig uit handen te geven aan Alewijnse Marine, een specialist op dat gebied.”

Groter voordek

Windcat Workboats ontwerpt de CTV-catamarans zelf in nauwe samenwerking met Dok en Scheepsbouw en Alewijnse Marine. Volgens Robert Hubner, salesmanager bij de offshore dienstverlener, zijn de CTV’s in de loop der jaren geleidelijk aangepast aan de marktontwikkelingen en de nieuwe milieueisen.

‘We zien dat onze klanten in de offshore windmarkt uiteindelijk af willen van fossiele brandstoffen’

“Het grootste gedeelte van onze Windcat-vloot wordt ingezet voor constructie en onderhoud van offshore windparken. Een klein deel is werkzaam in de offshore olie- en gasindustrie. Door de ontwikkelingen in de offshore wind-industrie – zoals grotere turbines en offshore-onderdelen en bijvoorbeeld windparken verder op zee – kwam de vraag om naast passagiers ook grotere offshore-delen verder uit de kust te transporteren. Daarom hebben we bijvoorbeeld het voordek vergroot. Voor de laatste Windcatserie – de Windcat MK3.5 – zijn we teruggegaan naar de tekentafel en hebben we samen met het Amerikaanse bedrijf Morelli & Melvin onze rompvorm geoptimaliseerd.”

Carbon dekhuis

Dat die optimalisatie van de 24 meter lange Windcat MK3.5 is geslaagd, was ook de vakjury van KVNR Shipping Award niet ontgaan. Die nomineerde in 2018 het Windcat-model voor deze prestigieuze prijs. Hoewel een andere rederij heeft gewonnen, is Hubner tevreden met de nominatie en met de erkenning dat de Windcat MK3.5 innovatief is op het gebied van efficiëntie, milieu, comfort en snelheid.

“In een groene industrie willen wij als Windcat onze bijdrage leveren aan het milieu. Dit is ons gelukt met de nieuwe rompvorm en door het dekhuis van carbon materiaal te maken. Het brandstofverbruik is tot ongeveer de helft gereduceerd in vergelijking met gelijksoortige CTV’s. De CO2-uitstoot is met 40 procent verminderd. Door de nieuwe rompvorm beweegt de boot bovendien zachter door het water, wat het comfortabeler maakt voor de technici aan boord, ook bij ruwer weer en hogere snelheden. Om dat comfort verder te perfectioneren, hebben we het dekhuis op dempers gezet. Daardoor hebben de opvarenden minder last van de trillingen en het geluid van de motoren.”

Elektrisch complex

Dat Dok en Scheepsbouw tien jaar geleden Alewijnse Marine benaderde voor de elektrische installaties op de Windcats, is niet vreemd. Het bedrijf uit Drachten, met het hoofdkantoor in Nijmegen, ligt niet alleen in de buurt maar heeft zich in de loop der jaren ook ontwikkeld als een system integrator van internationale reputatie. Het bedrijf telt zo’n 1000 medewerkers, verspreid over drie Nederlandse locaties en een vestiging in Roemenië.

Martin Terpstra, manager operations op de locatie Drachten, omschrijft de werkzaamheden als het ontzorgen van de volledige elektrische installaties van klanten, zoals scheepswerven, -eigenaren en rederijen. Daarbij gaat het om kleinere schepen, zoals de Windcat, tot grotere van meer dan 200 meter lengte. Terpstra: “De grootte zegt niet alles over complexiteit. Zo zijn de Windcats elektrisch gezien best complexe vaartuigen. Onze toegevoegde waarde begint bij alle schepen die onder klasse vallen en waar dus keuringsinstanties aan te pas komen.”

Dubbel uitgevoerd

Bertran Smit, bij Alewijnse Marine de projectleider van de Windcats, heeft de ontwikkeling van deze schepen persoonlijk meegemaakt. Hij zegt dat in het prille begin een of twee monteurs van Alewijnse alleen hand-en-spandiensten verrichtten. Nu levert en verzorgt het bedrijf de complete engineering, installatie en bedrijfstelling van de elektrische installatie. Hierbij gaat het onder meer om de distributie van 24V gelijkstroom en 230V wisselstroom, de walaansluiting aan stuur- en bakboord, de noodvoorziening voor het starten van brandbluspompen, de aluminium bedieningsconsole in het stuurhuis, het alarm- en monitoringsysteem, de brandmeldinstallatie en de verlichting.

De schepen beschikken aan beide zijden over een hoofddieselmotor met dynamo. De twee delen van de catamaran zijn identiek, ook elektrisch. Als er een defect ontstaat aan stuurboord of bakboord, kan het schip in noodsituaties gewoon doorvaren. 

‘Voor kortere afstanden zijn accu’s een prima oplossing. Bij langere afstanden denk ik eerder aan waterstof’

De laatste Windcats zijn volgens Smit vrijwel hetzelfde uitgevoerd. “De huidige serie, waartoe ook de toekomstige Windcats 45 en 46 behoren, heeft een carbon dekhuis voor de passagiers dat demontabel is. Dat gedeelte kunnen ze in z’n geheel eraf halen, zodat je een groot vlak achterdek hebt voor transport van onderdelen. Wij hebben de stekkerverbindingen gemaakt om dat loskoppelen ook elektrisch in één keer mogelijk te maken.”

Elektrisch of waterstof

Als andere grote verandering in de afgelopen jaren noemt Smit de komst van Lithium-batterijen, waarvan er negen in een Windcat zitten voor onder andere general service stuur- en bakboord en emergency. De hogere energiedichtheid daarvan betekent een enorme gewichtsbesparing, wat erg belangrijk is voor dit soort schepen. De projectleider van Alewijnse vraagt zich wel af of het ooit gaat lukken om Windcats volledig elektrisch te laten varen. “De komende jaren zullen de accu’s worden doorontwikkeld. Voor kortere afstanden zijn ze dan een prima oplossing. Bij langere afstanden denk ik toch eerder aan waterstof.”

Volgens Hubner van Windcat Workboats is door de nieuwe rompvorm en de carbon cube-constructie al een flinke winst geboekt op gebied van duurzaamheid. Maar de CTV-operator wil verdere stappen zetten, legt hij uit. “We zien dat onze klanten in de offshore windmarkt uiteindelijk af willen van fossiele brandstoffen. Om daarop in te spelen, onderzoekt ons bedrijf alternatieven voor onze schepen. Interessante opties zijn elektrisch of op waterstof varen. Welke de meest optimale is, zal afhankelijk zijn van de projecten waar ze worden ingezet.”

Deel deze pagina

Probeer TW

Geïnteresseerd in techniek? Kies dan voor Technisch Weekblad (TW)

TW biedt technici het laatste nieuws, achtergronden en opinie op het gebied van techniek en innovatie. TW lees je in print en altijd en overal online op je pc, tablet of smartphone. Voor studenten en starters onder de 35 jaar met een technische opleiding, is TW helemaal gratis! 

Naar de website van TW voor het laatste nieuws

Meer informatie over een abonnement

Betabanen

Maritiem Nederland

Welkom op de site van Maritiem Nederland, hét opinie- en vakblad voor de gehele maritieme sector in Nederland.

Editie MNL 5-2019

Partners Maritiem Nederland