Techniek&innovatie
Een zuiger van Geluk aan het werk in het stuwmeer bij Kühtai. Foto: Aannemingsbedrijf Geluk

Geluk baggert in de bergen

Branche: Baggeren | Auteur: Leendert van der Ent | Publicatiedatum:

Over heel de wereld denken mensen bij baggeren aan Hollanders. Dat geldt niet alleen voor sjeiks die palmboomvormige eilanden willen aanleggen, maar ook voor bergbewoners. Nederlandse baggeraars zijn namelijk ook actief in de bergen. Aannemingsbedrijf Geluk BV in Doetinchem heeft zich onder andere toegelegd op het uitbaggeren van stuwmeren. Vooral de Oostenrijkers maken dankbaar gebruik van de kennis die Geluk van het baggeren van grind heeft. Inmiddels heeft Geluk de blik zelfs al buiten Europa gericht, want ook daar liggen aantrekkelijke markten voor deze specialistische expertise.

“De kernactiviteit van Aannemingsbedrijf Geluk is de winning van zand en grind”, opent commercieel directeur Jurjan Lammers. “Dat doen we in de Nederlandse winningsgebieden en bijvoorbeeld ook in havens zoals de Eemshaven. We kunnen met onze steekzuiger/diepwinzuiger tot maximaal 70 meter diep gaan. Maar we zijn actief in heel Noordwest-Europa, van Groot-Brittannië en Denemarken tot Oostenrijk.”

‘Het is geen sinecure om een zuiger via krappe bochten en steile hellingen op 2000 meter hoogte te krijgen’

De grootste zuigers van Aannemingsbedrijf Geluk zijn even groot als de kleinste van de grote baggeraars. De projectgroottes liggen tussen de 100.000 en 5 miljoen kubieke meter: het middelgrote werk. Het kleinste werk, zoals het uitbaggeren van stadsgrachten, is niet aan Geluk besteed. In lijn met moederbedrijf Smals (zie kader) focust Geluk de laatste jaren meer op integrale projecten, dus op aanneming in het beheer van grondstromen.

Exotisch

Bij dit alles klinkt de specialisatie van het bedrijf in het baggeren van stuwmeren behoorlijk exotisch. “Toch vloeit het logisch voort uit ons andere werk, want die specialisatie is gebouwd op de expertise in het baggeren van grind”, verklaart Lammers. Deze expertise is essentieel als het om stuwmeren gaat: “Zowel bij stuwmeren voor het opwekken van energie als voor irrigatie van landbouwgrond gaat het om zeer lang lopende projecten. De makers besteedden van oudsher te weinig aandacht aan het sedimentprobleem. Bij de irrigatie-stuwmeren is er nauwelijks budget voor baggeren, dus ligt onze focus op de waterkrachtprojecten. Daarbij gaat het over het algemeen om grof sediment, grind. Wij weten hoe je dat moet loskrijgen en baggeren.”

Als het sediment zich in het bekken te hoog ophoopt, zal het op een gegeven moment in de turbines terechtkomen, waar het een verwoestende slijtage veroorzaakt. Lammers: “Baggeren is noodzaak. Het gebaggerde materiaal kun je soms op de kant spuiten, maar niet altijd. In dat laatste geval verplaats je het sediment op basis van kennis uit een survey via een drijvende leiding van het ondiepe deel van het stuwmeer naar een sproeiponton boven de diepere delen van het stuwmeer. Minder efficiënt, maar soms de enige oplossing.”

Op eigen kracht 

De waterkrachtbedrijven proberen hun sedimentprobleem over het algemeen eerst op eigen kracht op te lossen, vertelt Lammers. “Ze kopen een zuiger - maar weten eigenlijk niet welke configuratie geschikt is. Ook blijkt het lastig zo’n zuiger goed te bedienen. Veel draait om de combinatie van de juiste zuiger en de juiste schipper - vooral de juiste schipper. Het komt voor dat buitenlandse bedrijven Nederlandse schippers inhuren. Maar zelfs met goed materieel en een goede schipper ben je er niet. In deze kapitaalintensieve specialisatie is ook de optimale inzet van productiemiddelen essentieel.”

Een graafwielzuiger voor het baggeren in de Oostenrijkse stuwmeren.Schaalgrootte en continuïteit zijn daarvoor belangrijk. “Wij zeggen daarom: één zuiger is geen zuiger”, aldus Lammers. “Zelf beschikken we over tien zuigers. Twee daarvan hebben een persdiameter van 600 millimeter en acht - vijf diesel en drie elektrische - hebben een persdiameter van 350 millimeter. Bij een dergelijke vloot heeft voorraadbeheer van slijtage-onderdelen zin. Als je één zuiger hebt, is het niet rendabel om alle slijtage-onderdelen zelf op de plank te hebben. Maar bestellen wanneer het nodig is, is ook weer niet handig, want de levering kan soms wel twintig weken duren. Dan ligt die zuiger al die tijd stil.”

Huisbaggeraar

Waterkrachtexploitanten kwamen er dus achter dat uitbesteden veelal slimmer is dan zelf doen, voordat Geluk een succesvolle entree in deze markt kon maken. “Doordringen in deze markt was een proces van lange adem”, beaamt Lammers. “Bij de eerste aanbesteding verloren we het op prijs van een concurrent. Die specialist in zandbaggeren kon het uiteindelijk niet waarmaken, waarop wij in 2005 alsnog in beeld kwamen bij de Tirolische Wasserkraft Gesellschaft (TIWAG). Die organisatie exploiteert de stuwmeren en riviergebonden waterkrachtcentrales in Tirol. Zo zijn we erin gerold en sindsdien zijn wij de huisbaggeraar.”

Een aansprekend project was het uitbaggeren van het stuwmeer bij Kühtai, op zo’n tweeduizend meter hoogte. Lammers: “De 350 millimeter zuigers zijn modulair en kunnen op acht diepladers naar een project worden gebracht. Het gaat dan om relatief licht materieel, bij voorkeur graafwielzuigers die alleen verticale krachten uitoefenen. Daardoor kan de constructie lichter blijven. Snijkopzuigers hebben een draaiende snijkop die veel torsiekrachten veroorzaakt, wat een zwaardere constructie vereist.”

Toch is ook het via krappe bochten en steile hellingen naar 2000 meter vervoeren van een ‘lichte’ zuiger geen sinecure. Lammers illustreert: “De vrachtwagens mochten niet stilvallen, want dan zouden ze niet meer van hun plek komen.”  

Dichtgetimmerd

Aannemingsbedrijf Geluk is vastbesloten de specialisatie verder uit te bouwen en zit daarbij niet stil. Lammers: “Allereerst ontwerpen we nu, om onze mogelijkheden in Europa te vergroten, een kleinere, beter te vervoeren zuiger. We mikken op vervoer met vier vrachtwagens zonder aparte kraan. De kraan op de vrachtwagen volstaat om de modules te water te laten. Dat betekent een behoorlijke efficiency-slag.”

Helaas voor Geluk zijn de Franse en Zwitserse markten behoorlijk dichtgetimmerd. “Maar we richten onze blik inmiddels ook nadrukkelijk buiten Europa”, geeft Lammers aan. “Denk aan projecten in Afrika, Azië en Brazilië, waar we overigens ook landgenoten tegenkomen als concurrenten. De komende zomer sturen we personeel naar een zuiger in Afrika voor een eerste project. Ook doordringen in die markten vergt een lange adem. Het is cruciaal om daar betrouwbare partners te vinden, maar als dat lukt zijn de marges aantrekkelijk.”

Onderwerpen
Deel deze pagina
Geluk: van Tholen naar Doetinchem

Aannemingsbedrijf Geluk kan terugkijken op 154 jaar bedrijfsgeschiedenis. De huidige operationeel directeur Jan Geluk is inmiddels de zesde generatie die bij het familiebedrijf aan het roer staat. De wortels liggen in Tholen, bij het drooggrondverzet. Waar het eerst dus vooral om bulldozers en draglines ging, werd in 1966 de eerste zuiger aangeschaft om zich te storten op het hydraulisch zandtransport. Vroeger ging het kleinschalig baggeren gepaard met het wonen op woonboten die van project naar project gesleept werden. Zo kon het gebeuren dat het bedrijf niet meer zijn basis heeft op Tholen, maar in Doetinchem terechtkwam. Sinds de jaren negentig is Aannemingsbedrijf Geluk een autonome dochteronderneming van zand- en grindproducent Smals.

Betabanen

Maritiem Nederland

Welkom op de site van Maritiem Nederland, hét opinie- en vakblad voor de gehele maritieme sector in Nederland.

Editie MN 09-2018

Partners Maritiem Nederland