Techniek&innovatie

Consortium onderzoekt drijvende zonneparken

Branche: Offshore | Auteur: John Ekkelboom | Publicatiedatum:

In de Slufter op de Maasvlakte testen vier bedrijven hun modellen voor drijvende zonneparken. Het doel is om op grote schaal dit soort parken te realiseren op relatief rustig water. Maar er zijn ook plannen voor ruiger water, zoals het IJsselmeer en de Noordzee.

Onder de naam Nationaal Consortium Zon op Water hebben 31 bedrijven en organisaties de handen ineengeslagen om gezamenlijk drijvende zonnecentrales in Nederland te realiseren. Vier deelnemende bedrijven hebben inmiddels dergelijke proefsystemen ontwikkeld, die nu in de Slufter worden getest. De beheerders van dit baggerdepot – Rijkswaterstaat en het Havenbedrijf Rotterdam – zijn eveneens deelnemer aan dit consortium. Rik Jonker, landelijk coördinator zonne-energie bij Rijkswaterstaat, vertelt dat Nederland wereldwijd een van de pioniers is op het gebied van drijvende zonneparken. “Singapore, Japan, China en Engeland zijn ook belangrijke spelers. Her en der zijn al enkele commerciële velden gerealiseerd op rustig water.”

 Bifacials

De vier modellen die nu enkele maanden op de testlocatie in Rotterdam liggen, zijn zeer verschillend. Dit geldt bijvoorbeeld voor de wijze van verankering en die voor de montage van de zonnepanelen. Er zijn systemen die met de zon meedraaien, andere liggen gericht op het zuiden. Ook de draagconstructies zijn heel divers, waarbij uiteenlopende materialen zijn toegepast, zoals kunststof, ijzer en beton. En beschikt het ene model over conventionele zonnepanelen, de ander heeft zogenoemde bifacials. Deze vangen niet alleen het directe zonlicht op maar aan de onderkant ook het weerkaatste zonlicht vanaf het water, wat extra energie oplevert. Elk eiland bestaat uit grofweg 200 panelen met een gezamenlijk vermogen van 50 kilowattpiek (kWp), waarmee stroom voor ongeveer twintig huishoudens kan worden opgewekt.

'De systemen moeten worden onderworpen aan twee stormseizoenen en een zonnejaar'

De test zal ongeveer een jaar duren. Jonker legt uit dat de systemen moeten worden onderworpen aan twee stormseizoenen en een zonnejaar. “Pas daarna kunnen we ze evalueren. Het is een innovatieproef. Vervolgens gaan we kijken of we drijvende zonne-eilanden grootschalig kunnen uitrollen. We zouden bijvoorbeeld de Slufter vol kunnen leggen. Daar is plek voor 300.000 tot 540.000 zonnepanelen die gezamenlijk 25.000 tot 40.000 woningen van stroom kunnen voorzien. Dat wordt dan een openbare aanbesteding.” Naast de Slufter, met tamelijk ruig water, denkt Jonker ook aan rustige wateren, zoals de drinkwaterbekkens in de Biesbosch en grote zandwinputten. “In een later stadium – en daar zijn al ondernemers mee bezig – komen ruigere wateren aan de orde, zoals het IJsselmeer, het Markermeer, de Zeeuwse wateren en uiteindelijk zelfs de Noordzee met golfcategorie 4. Daar is uiteraard ontzettend veel ruimte.”

Kostenefficiënt

MARIN in Wageningen, dat geen partner is van het Nationaal Consortium Zon op Water, test regelmatig modellen van drijvende zonne-eilanden. Zo ook die van de vier bedrijven in de Slufter. William Otto, projectmanager bij de offshore-afdeling van dit onderzoeksinstituut, vertelt dat hij drijvende afgemeerde constructies onderzoekt, waaronder drijvende windturbines, boorplatformen en zonne-eilanden. “In opdracht van ontwerpers kijken we naar het bewegingsgedrag en de afmeerkrachten van die objecten in wind, golven en stroming. Tot nu toe hebben we dat alleen gedaan voor de binnenwateren. Een van de uitdagingen is dat de elektriciteitskabels dusdanig flexibel zijn opgehangen, dat ze niet breken tijdens de beweging van een platform. Het ideale ontwerp is een systeem dat zo goedkoop mogelijk kan worden gebouwd, geïnstalleerd en onderhouden en bovendien heel blijft tijdens de zwaarste stormen. Als het kostenefficiënt kan, zoals nu dat ook lukt bij offshore wind, behoren toepassingen op zee eveneens tot de mogelijkheden.”

Zowel Jonker als Otto benadrukken dat zonne-eilanden op zee het beste gecombineerd kunnen worden met offshore windparken. Otto: “Op een zomerse dag hoeft het niet te waaien en op een stromachtige herfstdag heb je meestal geen zon. Door zon en wind te combineren, wordt de infrastructuur van de elektriciteit veel beter benut.” Jonker vult aan dat er overigens ook naar de ecologische effecten wordt gekeken. “Deltares onderzoekt het effect van zonne-eilanden op de visstand en de plantengroei. We kennen de gevolgen nog niet. Ook die wegen uiteraard zwaar mee bij de uiteindelijke uitvoering van onze plannen.”

In 2015 testte MARIN het systeem van Sunfloat (foto: MARIN)

Onderwerpen
Deel deze pagina
Betabanen

Maritiem Nederland

Welkom op de site van Maritiem Nederland, hét opinie- en vakblad voor de gehele maritieme sector in Nederland.

Editie MN 9-2017

Partners Maritiem Nederland