Menno Steketee
1 december: dag van 32 uur
“Wat is het doel van uw reis,” vraagt de barse douanebeambte in Chicago in een goede imitatie van een Nederlandse agent: “Waarom hebben wij geen licht op onze fiets?” Hij kijkt me niet aan, tuurt naar de ingeleverde formulieren en het journalistenvisum in mijn paspoort. “Het doel is artikelen schrijven, sir. Ik ga een test bijwonen met een raketschild in de Pacific Missile Test Range, bij Hawaii, sir.” Hij kijkt nog eens in de papieren. Hij mag van het Department of Homeland Security zeker geen haast maken. En wat maakt het uit. Ik heb al negen uur in een vliegtuig gezeten en een uur in de rij gestaan voor het immigratieloket. “Waarom hebt u geen verblijfsadres ingevuld?” wil de man vervolgens weten. “Dat komt doordat ik op het Nederlandse fregat ‘Tromp’ ben ingekwartierd en ik geen idee heb aan welke kade in Pearl Harbor het schip ligt, sir.” Linkerwijsvinger op de scanner. Rechterwijsvinger. Niet in de camera lachen. Stempels klikken. “Have a nice stay.”
Ik heb nog een uur om bij een andere terminal mijn verbindingsvlucht naar Honolulu te halen. Een blik op de onthande verzameling medepassagiers bij de bagageband dimt mijn hoop op welslagen. Maar goed, er is gezegd dat het zo zwaar heeft gesneeuwd dat alle vluchten veel vertraging hebben opgelopen. Niemand weet wat er aan de hand is, maar pas na anderhalf uur begint de band te draaien. Helaas heeft het niet zo hard gesneeuwd dat ook mijn doorvlucht naar Hawaii is vertraagd. U zult via San Francisco moeten, zegt een United Airlines-mevrouw. Dat moet dan maar. Maar die vlucht heeft natuurlijk wel vertraging door het weer. En mijn bagage is intussen al naar Honolulu. Slot van het liedje: om twaalf uur lokale tijd duik ik bagageloos in een hotelbed in San Francisco. Mijn eerste decemberdag duurt precies 32 uur.
2 december: geen bloemenkrans
Na een vlucht van een uurtje of vijf komt Hawaii in zicht. De bagage is meegekomen. De begeleider, hoofd Marinevoorlichting overste Jaap Hartogh, en projectleider van de Nederlandse deelname aan de test met het Amerikaanse raketschild, overste Paul Rouffaer, halen me op. Ik krijg trouwens geen enkele bloemenkrans om mijn nek bij aankomst.
Op naar de ‘Tromp’, zegt Hartogh, want de laatste briefing voor de test is in afwachting van mijn komst al opgeschort. Het Luchtverdedigings- en commandofregat (LCF) ligt samen met een half dozijn Arleigh Burke-klasse destroyers en Ticonderoga-klasse kruisers plus drie Los Angeles-klasse onderzeeboten aan de kade van Pearl Harbor – bekend van “Tora! Tora! Tora!”, de Japanse verrassingsaanval op 7 december 1941.

Hr. Ms. Tromp in de havenmond van Pearl Harbor.
Op de Tromp leggen medewerkers van het Missile Defense Agency, projectbureau van het Pentagon, uit hoe men de raketproef wil uitvoeren. Ik heb duidelijk onderschat wat daar allemaal bij komt kijken. Een zeegebied van een miljoen vierkante kilometer, tweemaal Frankrijk, moet vrij zijn van scheepvaart. Vliegverkeer is ook niet mogelijk en zelfs de Space Shuttle en het International Space Station (ISS) mogen niet boven het gebied aanwezig zijn. Bij de proef aanwezige technici van Thales Nederland, de Hengelose specialist in hightech defensietoepassingen, vertellen in groot technisch detail wat hun Smart-L-radar gaat doen bij de generale repetitie van de Flight Test Mission 11 (FTM 11), zoals de raketproef officieel heet.
Na de briefing terug naar de luchthaven om tickets te kopen voor een vlucht met Hawaiian Air naar Kauai, waar ik morgen een interview heb met een Amerikaanse admiraal. De man sputtert eerst wat tegen, aangezien het vraaggesprek ook voor de televisie is: voor een dure reis als deze heb je als freelance journalist veel opdrachtgevers nodig. Na het inchecken in het Marriott Waikiki Beach ’s avonds langs de boulevard van Honolulu geslenterd, het toeristisch epicentrum van Hawaii. Dat is een soort Alohaversie van Disneyland, waar de verwarming te hoog staat en het naar Derde Wereld ruikt. Dat het Kerst is, maakt het er niet beter op. Ieder hotel heeft een Winter Wonder World op schaal waar Joe Sixpack en zijn Darlene, evenals als groepen Japanners, foto’s van maken. Maar genoeg gezeurd: de maaltijd bij de Japanner smaakt goed, net als het ijskoude bier.
3 december: omeletstation
Tien uur geslapen. Er is een ontbijtbuffet ingericht aan de boulevard. Je kunt buiten zitten en een bord opscheppen bij het omeletstation, waarvan de teller van de calorieënmeter op tilt zou slaan. Hierna rijden we naar de Tromp om bagage te dumpen. Mijn verblijf voor de komende dagen is hut 42 op het G-dek. Daarna rijden we naar de terminal van Hawaiian Air, waar we inchecken.
Het veel rustiger en groenere Kaiai is maar een half uurtje vliegen. We rijden naar het Hyatthotel voor het vraaggesprek met Hicks. Hij vertelt een hoop nuttigs. Jammer dat hij niet buiten te filmen is, want daar speelt weer een suf Aloha-bandje en is het donker. Om negen uur vliegen we terug naar de Tromp. Daar is het nog lang onrustig in de longroom. Buitengaats mag niet worden gedronken, vandaar.
4 december: geen man overboord
“Goedemorgen bemanning van Harer Majesteits Tromp. Overal. Overal. Overal. Uit,” kondigt de scheepsintercom om een uurtje of zeven aan. Dat zal wel precies zeven uur geweest zijn, trouwens. Buiten de hutdeur klinken al een tijdje voetstappen op de trappen. De ‘opstappers’ van de Tromp moeten op de hoogte zijn van allerlei veiligheidsprocedures, dus staan de nieuwelingen aan boord tweemaal in de hangar en op het helidek om te horen wat te doen bij brand en bij zinken van het schip. Dat laatste is niet geruststellend. Bij de demonstratie van het zwemvest blijkt de instructrice het geval binnenstebuiten te hebben aangetrokken. Wanneer het gaspatroon zich in het vest leegt, hapt ze naar lucht en moet worden bevrijd.
Om tien uur in de ochtend varen we Pearl Harbor uit, op weg naar de Test Range. Net buiten de havenhoofden passeren we een zeeschildpad. Tijdens een broodnodig middagdutje klinkt de boodschap “man overboord”. Geen man over boord, dacht ik, want die haal je zo op met de snelle bootjes van de Tromp. Maar er was sowieso helemaal geen man over boord, het was een van de oefeningen die regelmatig plaatsvinden.
Ook net echt was de goedheiligman die aan het eind van de middag de bemanning kwam opvrolijken. Als pakjes had hij gewoon de opgespaarde post van de afgelopen dagen in de aanbieding. Ik mocht ook nog op schoot komen zitten. Ik vraag de Sint hoe hij het heeft geflikt om binnen 24 uur van Nederland naar Hawaii te komen. “Door niet over Chicago te vliegen,” zegt hij. Haha.
5 december: formatievaren
Om half vijf op om in de commandocentrale een generale repetitie bij te wonen van de complexe test die intussen Stellar Hunters is gedoopt. De Tromp heeft vannacht een geweldige gang gemaakt, dat was te merken ook. Dit in verband met een zogenoemde repat: een bemanningslid moest vanwege een noodgeval ijlings naar Kauai varen om naar Nederland terug te keren. De aalmoezenier is meegegaan om geestelijke bijstand te verlenen. Treurig verhaal.
Die dag staat verder niet veel te gebeuren behalve dat de ‘USS Hopper’ en de ‘USS Lake Erie’ zich bij de Tromp voegen voor een ‘manoeuvre’: een soort formatievaren. Het ziet er een beetje zinloos uit, maar de jongere officieren van de wacht kunnen dan, zo krijgen we te horen, voelen hoe het schip reageert. Het is op zijn minst een indrukwekkend gezicht. Vooral als, bij het laatste onderdeel, de drie schepen naast elkaar stil komen te liggen en vervolgens vol gas geven. De boten spuiten er vandoor. Intussen zijn mijn verhalen al goeddeels af. Het enige wat nog ontbreekt, is de test zelf.
6 december: scheuren!
Om half zes op om de test bij te wonen. Gaap. De lancering krijgt een half uurtje uitstel. Dat wordt veertig minuten, anderhalf uur en vervolgens een hele dag. Er vaart volgens de Amerikanen een rangefowler rond binnen het beveiligde gebied. Een enkel zeilbootje in een zeegebied ter grootte van tweemaal Frankrijk, kortom. En dat zou wel eens geraakt kunnen worden. Je zou zeggen: dan wachten ze maar tot die boot weg is, maar zo zit dat niet. Er is een timeframe van vier uur en daarna moet het vliegverkeer weer worden hervat. Ook zijn de militaire satellieten die de proef ondersteunen buiten bereik gekomen. Dat is vooral vervelend voor de bemanning van de commandocentrale die de test al vanaf twee uur ’s nachts aan het voorbereiden is.
Ook de bemanning zal hebben gedacht: wat nu? Het antwoord: RIB-varen! De rigid inflatable boats gaan overboord en er volgen enkele manoeuvres. Of de journalist meewil. Ja, natuurlijk wil hij dat. En of hij ook wil sturen. Ik dacht dat je het nooit zou vragen. Scheuren met dat ding.
’s Avonds zijn er marineplechtigheden. Maar eerst serieuzere kost: overste Hartogh houdt in de helihangar voor de gehele bemanning een gloedvol betoog over de vraag hoe de marine zelf haar reputatie van ‘hoeren en snoeren’ kan verbeteren: ophouden met hoeren en snoeren. Het is een aangenaam heldere analyse van het imagoprobleem dat, getuige gesprekken met de bemanning, vooral de media in de schoenen geschoven krijgen.
’s Avonds krijgt het personeel dat twintig of vijfentwintig jaar bij de marine werkt de ‘jeneverkruizen’ uitgereikt. De uitgedeelde flessen mogen niet open.
7 december: blauwe slok
Dan maar weer eens om half zes opstaan. Als de test nu niet lukt, heb ik een groot probleem. Bij binnenkomst in de commandocentrale blijkt dat er inderdaad opnieuw een rangefowler in de weg te zitten. Die kan echter rap rechtsomkeert maken en al snel klinkt het sein ‘range clear’. Rond half zeven begint het aftellen: van ‘T minus ten minutes, naar ‘three, two, one.’ De Smart-L pikt de doelraket snel op en volgt deze tot hij in zee ploft. Ook het onbemande doelvliegtuigje BQM-74 dat aan de proefneming was toegevoegd om het scenario complexer te maken, verschijnt keurig op de beeldbuizen.
Voor de Tromp is de missie geslaagd. Maar waarom heeft de USS Lake Erie nou niet geschoten? Niemand weet het. Tijdens de debriefing oppert iemand dat er een vliegtuigje in de weg zat, maar dat bleek onzin. Er kunnen duizenden redenen zijn. Eerst was er nog sprake van dat de Amerikanen vrijdagochtend nóg een poging zouden wagen, maar daar zien ze vanaf. Er was maar één doelraket beschikbaar. De Amerikaanse marinewaarnemer aan boord van de Tromp somt op: “FTM11 is done. I don’t know what went wrong on the Erie, but you guys did it again. I couldn’t be more impressed.” De Amerikaan verbergt, maar half schertsend, zijn gezicht in zijn handen. “De Lake Erie was nota bene míjn schip. Daar heb ik jaren op gediend,” voegt hij eraan toe.
Later die middag spreekt de commandant in de helikopterhangar zijn tevredenheid uit over het verloop van de radartest en bedankt de bemanning die dit allemaal heeft mogelijk gemaakt. Als dank krijgt iedereen een glaasje sinaasappelsap met pisang ambon, een blauwe slok dus.
8 december: Japanse veteranen
Om half zes op om getuige te zijn van het afmeren in Pearl Harbor. Om zes uur komen we in het donker bij de zogeheten verkenningston aan. De zon komt op, maar de pret is snel gedrukt doordat een opvarende door een medisch noodgeval met vliegende haast van boord moet. De Tromp haast zich door de slingerende waterweg naar de toegewezen kade waar het resultaat van een telefoontje naar ‘911’ reeds klaarstaat.
Doordat de rakettest op de zesde is opgeschort door een indringer op de Range missen we de herdenking van de Japanse aanval op Pearl Harbor, om met president Franklin D. Roosevelt te spreken: “A day that shall live in infamy”. De bemanning legt bij aankomst van de Tromp een krans bij het monument, een steriel wit gebouwtje boven op de plek waar de ‘USS Arizona’ destijds kapseisde. Bijna twaalfhonderd opvarenden lieten daarbij het leven. Uit het wrak sijpelt na 65 jaar nog altijd een beetje olie. Een fraaie metafoor voor een nog altijd niet geheelde, licht bloedende wond. De Nederlandse marineattaché in Washington, die de Tromp bezoekt, vertelt dat de ceremonie ontroerend was. Om de oorlogsslachtoffers te gedenken vlogen F-15’s van de nabij gelegen vliegbasis Hickam in een ‘missing man-formatie’ over de samengestroomde veteranen en hoogwaardigheidsbekleders. Ik had in het vliegtuig van San Francisco naar Honolulu al oude mannen gezien met ‘Pearl Harbor Survivors Association’ op de rug van hun jasjes. Maar ik had van tevoren niet kunnen bedenken dat er, zo meldde de attaché, ook Japanse veteranen zouden zijn, onder wie enkele piloten die in 1941 torpedo’s afvuurden, bommen afwierpen en hun mitrailleurs leegden op alles wat bewoog. En weer vertelt iemand het verhaal van het Nederlandse vrachtschip ‘Jagersfontein’ dat in de havenmonding als eerste het vuur opende op de Japanse jagers. Zou het?
Vlak bij de aanlegplaats van de Tromp bevindt zich het monument van alle slachtoffers van Pearl Harbor. Het is een postmoderne ‘Stonehenge’, een cirkel zuilen van metaal en glas, één voor elk gezonken of beschadigd schip. ’s Middags is er ook nog tijd om naar de NEX te gaan, de Navy Exchange, een gigantische supermarkt even buiten de basis, waar je voor een habbekrats inkopen kunt doen. Helaas hebben ze vooral Hawaiiana: Alohaprullaria. ’s Avonds rijdt een busje van de Tromp naar Honolulu Airport. En nu maar hopen dat de terugreis wat minder lang duurt. Om kwart voor tien is het landingsgestel van de Boeing 777 los van het asfalt. Mahalo!
10 december: terug in Amsterdam
Na twee tussenstops in Los Angeles en Washington terug in Amsterdam. De negende december heeft maar een uurtje of twaalf geduurd.
www.mda.mil
www.marine.nl