Wachten op groene waterstof is geen optie

Auteur: Jan Spoelstra | Publicatiedatum:

Met het oog op 49 procent reductie van CO2-uitstoot in 2030, komt grootschalige productie van waterstof uit overschotten duurzame energie veel te laat om een bijdrage aan het klimaatakkoord te leveren. Grootschalige productie van ‘blauwe’ waterstof kan echter al voor 2030 een forse bijdrage leveren aan klimaatdoelen en de groene waterstofeconomie sneller dichterbij halen.

Tijdens de discussie over het voorstel voor een klimaatakkoord dat er sinds 28 juni ligt, daagde de overheid het bedrijfsleven uit om innovaties voor te stellen die de uitstoot van CO2 drastisch verminderen. Zestien organisaties uit het havenindustrieel complex in Rotterdam verenigd in het project H-Vision presenteerden daartoe op 2 juli een haalbaarheidsstudie naar grootschalige productie van uit aardgas geproduceerd waterstof, waarbij de vrijkomende CO2 via Carbon Capture & Storage (CCS) wordt afgevangen en opgeslagen in lege gasvelden onder de Noordzee.

Grootschalige productie en toepassing van deze blauwe waterstof stelt de industrie in Rotterdam in staat haar CO2-emissies al vóór 2030 aanzienlijk omlaag te brengen. Dat is de belangrijkste conclusie uit het rapport. Projectdirecteur H-Vision Jaap Hoogcarspel vat de resultaten samen: “Verduurzaming van de industrie via blauwe waterstof gaat snel, het is substantieel, het is een wegbereider die de waterstofeconomie in gang kan zetten en de aan te leggen infrastructuur haalt groene waterstof initiatieven sneller dichterbij.”

Met de positieve uitkomst van het onderzoek heeft Rotterdam de kans zich te ontwikkelen tot een hub waar naast bestaande productie straks ook blauwe en groene waterstof wordt gemaakt, gebruikt en verhandeld. Daarmee kan H-vision de start gaan vormen van de waterstofeconomie in Rotterdam.

H-vision richt zich in eerste instantie op het maken van waterstof op basis van aardgas en door hergebruik van raffinaderijgas. De CO2 die vrijkomt bij de productie wordt afgevangen en opgeslagen in lege gasvelden onder de Noordzee. De zo verkregen blauwe waterstof kan vervolgens als koolstofarme energiedrager in de industrie worden ingezet voor het opwekken van hoge temperaturen en voor de productie van elektriciteit.

Ook nieuwe technologie

Kan deze technologie doorgevoerd worden zonder de SDE++ subsidieregeling die nu in de maak is? Hoogcarspel: “In die regeling wordt blauwe waterstof in eerste instantie niet genoemd. Maar minister Wiebes heeft laten weten dat nieuwe technologieën in de toekomst toegevoegd kunnen worden. Daar zetten wij nu op in.”

Deltalinqs directeur Steven Lak onderstreepte de noodzaak van samenwerking met de overheid nog eens extra, kort voor de overhandiging van het rapport aan minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat. Lak herinnerde zich nog de trotse opening van kolencentrales op de Tweede Maasvlakte door bewindslieden. Nu hangt die vlag er heel anders bij en mogen deze centrales over twaalf jaar geen kolen meer verstoken. Dergelijk inconsistent beleid kunnen we volgens Lak niet gebruiken om de meer dan 385.000 mensen in de Rotterdamse haven aan het werk te houden en de meer dan 6 procent bijdrage aan het bruto binnenlands product te behouden.

‘Dit komt niet van de grond zonder intensieve samenwerking met de overheid en financiële steun’

Eric Wiebes heeft afgelopen januari op het Deltalinqs diner het bedrijfsleven uitgedaagd naar voren te stappen en met initiatieven te komen om de transitie te maken. Lak: “Daar waren we al mee bezig. Wij hebben hier nu een heel mooi rapport liggen. En wij vragen de overheid om twee zaken. Allereerst, dit komt niet van de grond zonder intensieve samenwerking met de overheid en financiële steun. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van SDE++ subsidiegelden en met risicodragende leningen. Daarnaast moeten we heel nadrukkelijk weten dat wanneer we deze weg inslaan, er ook consistent beleid volgt.” Een route naar een groene waterstofeconomie via blauwe waterstof sla je in voor de komende decennia. 

Kansen voor industrie

Minister Wiebes onderkende inderdaad dat hij de sector had uitgedaagd en ziet grote kansen voor de Nederlandse industrie: “Onze industrie ligt aan één van de meest nautisch goed bereikbare plaatsen ter wereld, met uitstekende achterlandverbindingen. We wonen aan een windrijke Noordzee die goed geschikt is voor offshore windturbines die ons in de toekomst van groene waterstof voor de industrie kunnen voorzien. Bovendien liggen er lege gasvelden op de Noordzee waar we CO2 kunnen opslaan. Al die gunstige voorwaardes hebben wij voor onze industrie in de havens, dat is toch wel een beetje sneu voor het Ruhrgebied.”

De bewindsman ziet verder in dat een transitie naar groene waterstof via blauwe waterstof moet gaan verlopen. Wiebes: “Maar als dit project in aanmerking wil komen voor SDE++ subsidies, moet het uit te rollen zijn naar andere regio’s. Daarom roep ik het bedrijfsleven op om de samenwerking met bijvoorbeeld Groningen heel nadrukkelijk op te zoeken.”

Maasvlakte lijkt geschikt

H-Vision voerde de haalbaarheidsstudie uit naar twee fabrieken voor de productie van blauwe waterstof, die in 2026 resp. 2030 operationeel moeten zijn. De blauwe waterstof moet gebruikt worden in de fornuizen van twee raffinaderijen en één warmtekrachtcentrale, fornuizen die nu vaak volledig op aardgas draaien. Het zogenoemde referentiescenario – waarbij uitgegaan wordt van de huidige marktomstandigheden en geen groei – zorgt op korte termijn voor 2,2 megaton CO2-emissiereductie in 2026 en 4,3 megaton in 2031. Afgezet tegen de totale CO2-uitstoot van de industrie in Rotterdam over 2018 (26,4 megaton) leidt gebruik van blauwe waterstof als energiedrager in de industrie tot een emissiereductie van 16 procent.

De prijs per vermeden ton CO2-uitstoot bedraagt in de referentievariant 86 tot 146 euro (zie kader over de kosteneffectiviteit). Dat is exclusief ETS-rechten; bedrijven die deze bezitten kunnen dit er vanaf trekken, afnemers van de waterstof die doorgaans rechten bij moeten kopen hoeven dat nu niet te doen. De te bouwen H-vision waterstofinstallaties krijgen een productiecapaciteit van ruim 700 kiloton op jaarbasis ofwel circa 3200 MW. Daarmee kan de industrie in Rotterdam maar liefst 20 procent van de benodigde warmte en stroom op basis van blauwe waterstof produceren.

‘Een politieke horizon die zo dichtbij ligt is fnuikend voor de energietransitie’

Met de bouw van de waterstofinstallaties voor H-vision is in de referentievariant op basis van de huidige inzichten een investering van 1,3 miljard euro gemoeid. Inclusief infrastructuur en technische aanpassingen aan industriezijde komt de totale investering op naar schatting 2 miljard euro. Dit is in feite een investering in de start van de waterstofeconomie. Met de positieve afronding van de haalbaarheidsstudie gaat H-vision een nieuwe fase in, waarin zal worden overlegd met de overheid over regelgeving, risicoafdekking en financiële ondersteuning. Ook de keuzes in het uiteindelijke Klimaatakkoord zijn van groot belang.

H-vision richt zich nu op een verdere detaillering van technisch ontwerp, financiële onderbouwing, marktpositie en organisatie. Uit de studie komt de Maasvlakte als een goede locatie voor de waterstoffabrieken naar voren. Ook hier zal verder onderzoek naar worden gedaan. Een investeringsbesluit zou in 2021 genomen kunnen worden. In een dergelijke planning kan de eerste installatie begin 2026 de industrie in Rotterdam van koolstofarme waterstof voorzien.

Redelijke midden ontbreekt

CEO van het Havenbedrijf Rotterdam Allard Castelein was in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk over de politieke situatie in Nederland die dit soort langetermijn visies voor de industrie niet echt goed gezind is. “Aan de ene kant zeggen politieke partijen dat morgen de wereld vergaat, en aan de andere kant van het spectrum zegt men dat er niets aan de hand is en dat klimaatmaatregelen de belastingbetaler honderden miljarden euro’s kosten.” Het redelijke midden ontbreekt volgens Castelein, maar dat heb je wel nodig heb voor publiek/private samenwerking over langere periodes. “Dat baart mij heel veel zorgen.”

Is het op 28 juni gepresenteerde klimaatakkoord dan geen redelijk midden? “Het gaat hier om een voorstel om tot een akkoord te komen. Het hangt af van de uiteindelijke uitwerking. De huidige klimaatmaatregelen kunnen ook morgen bedrijven over de kling jagen.” Castelein doelt daarmee op de CO2-heffing die bedrijven per 2021 verplicht op de curve richting 49 procent CO2-reductie in 2030 te zitten. “Dat is te snel. Die voorbereidingstijd is te kort voor grote transities, een politieke horizon die zo dichtbij ligt is fnuikend voor de energietransitie.”

Deelnemende partijen H-Vision: Deltalinqs, TNO, Air Liquide, BP, EBN, Engie, Equinor, Gasunie, GasTerra, Havenbedrijf Rotterdam, Koninklijke Vopak, Linde, Oci Nitrogen, Shell, TAQA en Uniper.

‹ VorigeVolgende ›

Deel deze pagina
Maritiem Nederland

Welkom op de site van Maritiem Nederland, hét opinie- en vakblad voor de gehele maritieme sector in Nederland.

Editie MNL 6-2019

Word abonnee!

Neem nu een abonnement en ontvang elke maand hèt vakblad voor de maritieme sector op de deurmat.

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Sluit nu een abonnement af!

Volg ons op Twitter

Partners Maritiem Nederland