Milieuvriendelijk slopen in Gronings Ecodock

Artist impression van het ecodock

Auteur: André Veenstra | Publicatiedatum:

Strijd tegen sloop van schepen op derdewereldstranden neemt aanvang Als alles volgens plan verloopt, krijgt de Groningse Eemshaven over twee jaar het eerste ecologische droogdok ter wereld. De sloop van afgedankte schepen kan hier op een milieuvriendelijke manier plaatsvinden.

De Eemshaven bindt met de aanleg van een ecodok de strijd aan met de milieubelastende scheepssloop in derdewereldlanden. Grote initiator van dit Ecodockproject is de Groningse afval- en recyclingspecialist Doebren Mulder. Het is hem al jaren een doorn in het oog dat op stranden van derdewereldlanden als India en Bangladesh en zelfs China (zolang het nog duurt) jaarlijks meer dan 300 afgedankte schepen hun einde vinden. Onder vaak mensonterende omstandigheden verdient de plaatselijke bevolking hiermee haar dagelijks brood. Ongelukken door ondeskundigheid zijn aan de orde van de dag, niet zelden met dodelijke afloop. Het milieu lijdt vaak onherstelbare schade doordat grote hoeveelheden olie, chemicaliën, kunststoffen, zware metalen, asbest en andere verontreinigingen in zee terechtkomen.

 

US ghost fleet

Mede door de steeds strengere milieuregelgeving van de International Maritime Organization (IMO) verdwijnen de komende jaren veel verouderde schepen uit de zeevaartroutes. Hun bestemming is de sloop. Maar waar moet die sloop plaatsvinden?

Wereldwijd is er onvoldoende traditionele sloopcapaciteit. Om maar te zwijgen van milieuvriendelijke sloopmogelijkheden.

Alleen al in de Europese Unie staan in 2006 ongeveer 1.300 enkelwandige tankers op de nominatie uit de vaart te worden genomen. Volgens Mulder komen internationaal jaarlijks 700 schepen in aanmerking voor ontmanteling. Daarbij komen nog een aantal opgelegde schepen (de zogeheten US ghost fleet) in havens en bij werven in de Verenigde Staten, 270 te slopen olieplatforms en 32 Europese ‘probleemschepen’.

 

Financiers

Dit alles bracht Doebren Mulder op het idee van het Ecodock. Hij zocht partners voor het project en vond onder meer gehoor bij de Koninklijke BAM Groep, (toen nog) P&O Nedlloyd, Steenhuis Recycling, de Vlasman Groep, Isotechniek Isolatie, Koninklijke Wagenborg en de scheepswerf Koninklijke Niestern Sander. Bedrijven die allemaal min of meer ervaring hebben met het deskundig en milieuvriendelijk ontmantelen van schepen.

Vanzelfsprekend is er gedegen onderzoek verricht naar de haalbaarheid van een dergelijke sloopwerf. De ministeries van VROM, EZ en V&W hebben hiervoor twee jaar geleden 75.000 euro beschikbaar gesteld. De ontwikkeling van het eerste Ecodock gaat 64 miljoen euro kosten. Een of meer financiers dragen deze kosten. Mulder wil hun namen op dit moment nog niet prijsgeven. Naar eigen zeggen zal hij zelf mede-eigenaar worden van de sloopwerf. De bouw van een dergelijk dok vergt ongeveer twee jaar.

De verwerking kost de eigenaar van een schip of offshoreconstructie vijftig à honderd euro per ton, afhankelijk van de vervuilingsgraad en de grootte van het object. Het werk levert de werf jaarlijks zo’n veertig à vijftig miljoen euro op. Daarbij mikt men op een rendement van twintig procent op het geïnvesteerde vermogen.

 

Zero-pollution

Het droogdok waarin de ontmanteling plaatsvindt, is ongeveer 300 lang, 55 meter breed en 8 meter diep. De werf neemt ongeveer 30 hectare in beslag bij het Wilhelminabekken in de Eemshaven. Bij het slopen zal sprake zijn van een strikt ‘zero-pollution beleid’. Dit wil zeggen dat de ontmanteling van schepen en constructies het milieu op geen enkele manier mag belasten.

Olierestanten en andere gifstoffen worden op een deskundige manier verwijderd en verwerkt. Kunststoffen en de verschillende metalen delen, waaronder de bekabeling (koper), lopen mee in het recyclingproces. Het staal wordt afgevoerd naar Corus. Bedoeling is dat een deel van de staalopbrengst terugvloeit in de kas van de rederijen die hun schepen bij Ecodock laten slopen. Ook veiligheid van werknemers en werkomstandigheden komen hoog in het vaandel te staan.

 

Opleidingscentrum

Het nieuwe Ecodock legt de Groningse regio naar verwachting geen windeieren. In eerste aanleg genereert de nieuwe werf zo’n honderd arbeidsplaatsen. Daarnaast wil Doebren Mulder een opleidingscentrum in het leven roepen om medewerkers op te leiden voor deze manier van slopen. Hij verwacht tien tot vijftien schepen per jaar te kunnen ontmantelen, dat is 1 procent van de wereldmarkt. Daarnaast denkt hij zo’n 150 verouderde en afgedankte olieplatforms te kunnen slopen.

De Groninger verwacht het nodige aanbod van beursgenoteerde rederijen, oliemaatschappijen en schepen van overheidsinstanties. Mulder: "Een wereldwijd bekend staande organisatie kan het eigenlijk niet meer maken om op een milieuonvriendelijke en mensonterende manier schepen te laten slopen in derdewereldlanden."

Bij Ecodock ziet men kans een schip binnen dertig dagen volledig te slopen en alle milieuonvriendelijke stoffen te verwerken. Dat is beduidend sneller dan bij een vergelijkbare sloopwerf in China, waar men voor een zelfde klus zes maanden nodig heeft.

 

Verwijderingsbijdrage

Doebren Mulder zegt kans te zien ecologische en economische belangen hand in hand te laten gaan. Op den duur kan het Ecodock winstgevend zijn. Dit is in tegenspraak met de mening van maritiem expert Ronald Vopel. Volgens hem is milieuvriendelijk slopen in Europa niet rendabel. Door de hoge lonen kost het te veel en levert het te weinig op, zo zegt Vopel. Betaalde sloop op schone sloopwerven is een alternatief, evenals het heffen van een verwijderingsbijdrage (ecotax).

Om een en ander betaalbaar te houden, pleit ook Mulder voor een verwijderingsbijdrage op schepen. Net zoals dat bij auto’s het geval is. Om die reden heeft hij de Europese Commissie gevraagd een richtlijn op te stellen voor recycling van schepen. Hij vindt het vreemd dat de scheepvaart de enige industrietak is die niet hoeft te betalen voor de verwerking van het transportmiddel. Schepen zijn en blijven tijdens sloop eigendom van de rederij. Ze worden wettelijk niet beschouwd als afval, omdat ze tot vlak voor het invaren van het dok kunnen voldoen aan internationale milieu- en veiligheidsvoorschriften. Milieuorganisatie Greenpeace is het met Doebren Mulder eens dat er een verwijderingsbijdrage voor schepen moet komen.

 

Corus

Terecht merkt Mulder op dat het slopen van hooguit vijftien schepen per jaar natuurlijk een druppel op een gloeiende plaat is. Daarom wil hij ook elders in de wereld Ecodocks realiseren, zodat er meer milieuvriendelijke sloopcapaciteit komt. Hij denkt daarbij aan landen als Bulgarije, Albanië en Polen, waar de loonkosten (nog) laag zijn en arbeidskracht ruim voorhanden is. Maar hij noemt ook Spanje en Portugal, evenals de Verenigde Arabische Emiraten, Japan en de Verenigde Staten. Voordeel van een wereldwijde spreiding is dat schepen niet voor een enkele reis zonder lading richting Europa hoeven te varen.

In dit licht bezien is het misschien interessant Ecodocks te bouwen in landen waar nu sloop op het strand plaatsvindt, zoals Bangladesh, India en China. Door de aanleg van Ecodocks in derdewereldlanden kunnen drie vliegen in een klap worden geslagen: slopen tegen veel lagere loonkosten, verbetering van de arbeidsomstandigheden van de lokale werknemers en ontzien van het milieu.

Op dit moment wordt onderzoek verricht naar deze mogelijkheid. Dit is mogelijk dankzij een bijdrage van 100.000 euro van Corus. Nico Bogaard, onderhandelaar van CNV Metaal & Elektro, wist dit bedrag los te krijgen. Bogaard merkt op dat voor milieuvriendelijke sloop van alle afgeschreven schepen wereldwijd zestig (!) Ecodocks nodig zijn.

 

Newcastle

Doebren Mulder ziet de aanleg van het Ecodock in de Groningse Eemshaven als een pilot. "Door de bouw van dit eerste Ecodock zet de NV Ecodock een eerste stap tot standaardisering van een ecologisch verantwoorde wijze van ontmantelen,” zo zegt hij. “Ons doel is wereldwijd dertig tot veertig werven op deze basis te bouwen.” Hij merkt daarbij op dat elke investering van vijf miljoen euro in hoogwaardige slooptechnologie maar liefst 900.000 euro EU-subsidie oplevert.

Nog voor de ingebruikname van het Groningse Ecodock is er al concurrentie uit het buitenland. De Swan Hunter scheepswerf aan de Tyne bij het Engelse Newcastle beschikt reeds over een droogdok waarin op milieuvriendelijke wijze schepen gesloopt kunnen worden. Omdat het een bestaand dok is, zijn er nauwelijks investeringen nodig. Bovendien kan het binnen korte tijd al in gebruik worden genomen. Daardoor komen er direct vierhonderd banen bij, plus een fors aantal bij toeleveringsbedrijven. Als men in de Eemshaven dus geen haast maakt, gaat Newcastle met de eer strijken van de eerste milieuvriendelijke sloopwerf ter wereld.

 

www.ecodock.nl

 

Kader 1

Doebren Mulder

  • Geboren op 12 augustus 1956 in Groningen.
  • Opleiding: HEAO en vervolgopleidingen op het gebied van management en milieu. Specialisatie: Research & Development.
  • Onderzoek naar onder meer veilige manieren van afvalverwerking en hergebruik van radioactieve producten.
  • Sinds 2002 bezig met Ecodock.

 

Kader 2

NV Ecodock

In het Ecodock in de Eemshaven zal ontmanteling plaatsvinden van drogeladingschepen, tankschepen, (offshore) werkplatforms en overige vaartuigen. Daarbij zijn een ecologisch verantwoorde werkwijze, mensvriendelijke werkomstandigheden en een rendabele exploitatie bindende voorwaarden. NV Ecodock wordt ondersteund door de Europese Commissie.

‹ VorigeVolgende ›

Deel deze pagina
Maritiem Nederland

Welkom op de site van Maritiem Nederland, hét opinie- en vakblad voor de gehele maritieme sector in Nederland.

Editie MN 10-2018

Word abonnee!

Neem nu een abonnement en ontvang elke maand hèt vakblad voor de maritieme sector op de deurmat.

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Sluit nu een abonnement af!

Volg ons op Twitter

Partners Maritiem Nederland