'Je moet van je werf en je jongens houden'

De 'Shamal' op sleeptouw

Auteur: Harm Leerink | Publicatiedatum:

Thecla Bodewes koos voor een loopbaan in het familiebedrijf Scheepswerven Gebr. G. en H. Bodewes. Sinds tien jaar is ze er de eerste vrouwelijke werfdirecteur.

Binnenvaartschepen, kleinere kruip lijncoasters, zandwinningsvaartuigen en kleine passagiersschepen. Het zijn enkele van de scheepstypes die Scheepswerven Gebr. G. en H. Bodewes bouwen. Het bedrijf in het Overijsselse Hasselt houdt zich ook bezig met reparaties, baggermaterieel (zoals zandzuigers) en kleinere specialties. Drie jaar geleden nam Bodewes branchegenoot Scheepswerf De Kaap in Meppel over. Deze werf richt zich vooral op nieuwbouw en grotere schepen tot een breedte van 13,5 meter. Bij de twee werven samen werken zeventig mensen.

 

Natte aannemerij

Directeur Thecla Bodewes is een van de weinige vrouwelijke werfdirecteuren in Nederland. Van de vier dochters van de familie Bodewes is zij de enige die het bedrijf in wilde gaan. Daarbij moest ze de nodige drempels nemen. “De familie vond dit eigenlijk geen werk voor een meisje. Toen ik de hts Scheepsbouw in Haarlem wilde gaan doen, hield mijn vader dat aanvankelijk tegen. Na de hts ben ik een jaar naar Frankrijk gegaan als au pair. Daarna ging ik bij Bureau Veritas werken (een bureau dat classificaties, metingen, inspecties, validaties en certificeringen uitvoert in de maritieme sector/ red.). Ik heb daar veel geleerd over de natte aannemerij, waarvoor ik verantwoordelijk was. Een leuke no-nonsesector, waar niet lang werd gepraat over innovaties. Daar deden ze het gewoon. Ik was zeker in die sector gaan werken als ons familiebedrijf er niet was geweest.”

 

Wind

De mentaliteit om nieuwe dingen aan te pakken, heeft Bodewes meegenomen naar de scheepswerf van de familie. Een van de specialties die het bedrijf in Hasselt op dit moment ontwikkelt, is een rondvaartboot, voortgedreven door waterstof. Opdrachtgever is de Amsterdamse rondvaartrederij Lovers. De rederij wil met deze milieuvriendelijke wijze van voortstuwing tegemoetkomen aan de strenge eisen die de gemeente Amsterdam aan de rondvaartboten stelt.

 

”In Amsterdam krijg je alleen nog een nieuwe vergunning voor een rondvaartboot als je emissieloos vaart. De waterstof wordt gewonnen met behulp van windenergie. We zeggen daarom wel eens dat we op de wind gaan varen,” zegt Bodewes lachend. Bureau Integro coördineert het project. Bodewes bouwt het schip in samenwerking met Alewijnse Marine in Nijmegen en MSN in Hoogezand.

 

Naast de bouw van het schip loopt er een tweede traject: de ‘tankstations’ waar de waterstofboot haar brandstof haalt. Bij het Shell-terrein in Amsterdam-Noord (tegenover het Centraal Station) moet een eerste tankstation komen. Hierbij zijn weer andere partijen betrokken, zoals Linde Gas in Schiedam. “Het is een leuk project. We hebben ook nauw contact met Hamburg. Die stad heeft dezelfde plannen, maar is nog niet zo ver is als wij,” vertelt Bodewes.

 

Kerktoren

De drie jaar geleden overgenomen werf in Meppel is eveneens bezig met innovatieve ontwikkelingen. Thecla Bodewes: “We bouwen daar nu twee lichtgewicht binnenvaartgastankers. Voor de Franse markt maken we een tankbak voor minerale oliën, die is voorzien van ronde roestvrijstalen tanks, een zeer conische bodem en een innovatief verwarmingssysteem. Hiervoor maken we gebruik van een thermische omegadeken (door het bedrijf Omega in Enschede ontwikkeld systeem dat olie in tanks op temperatuur houdt/ red).”

 

Helpt de ervaring die ze heeft opgedaan bij Bureau Veritas hierbij? Bodewes: “Ja, dat werkt heel goed. Ik ken de jongens daar allemaal nog en weet dat ze bereid zijn om je te helpen. Bijvoorbeeld door je vooraf te informeren.”

 

De Kaap zoekt het in lichte, slimme constructiemethodes. “Met een licht schip kun je meer lading vervoeren en bij lage waterstanden langer door blijven varen. Wij gebruiken bepaalde staalsoorten (Hardox, Weldox enz.) en gaan na hoe we slim kunnen construeren. Sterk waar het nodig is, zoals in de overgang van het middenschip naar het achterschip bij gastankers. Gewichtsbesparingen waar je het niet nodig hebt. We gebruiken bijvoorbeeld nauwelijks volle wrangen. In de dwarsverbindingen maken we spaargaten die gewichtsbesparing opleveren. Toch is het schip zo sterk dat je het van de kerktoren af kunt gooien, zoals we hier wel eens zeggen.”

 

Onderuitzakken

Thecla Bodewes probeert steeds met nieuwe dingen te komen. “We zijn nu bijvoorbeeld bezig om zandzuigers compleet dieselelektrisch uit te voeren. Dat zijn leuke projecten. De klant is tevreden; die verdient geld door brandstofbesparing. Dat is vaak de drijfveer. Niet alleen grote bedrijven, maar ook particuliere schippers zijn bereid op een ander systeem over te stappen en wat meer geld in ontwerp en engineering te investeren. Als ze maar weten dat ze het terugverdienen.”

 

Samen met TU Delft heeft De Kaap een systeem ontwikkeld waardoor binnenschepen langer kunnen varen bij laag water. “Het is een Schottelsysteem, waarmee je vooral in combinatie met het dieselelektrisch gedeelte bij iedere waterstand door kunt blijven varen. Je moet water op je schroef blijven houden. Die laten we daarom verder onderuitzakken om snelheid te behouden. We werken vaak samen met kennisinstituten. Zo hebben we bij het hydrografisch instituut voor binnenvaart in Duisburg proeven gedaan met de huidige gastanker.”

 

Bergafwaarts

Een nieuwe bron van werk voor de bouwers van binnenvaartschepen is de komst van dubbelwandige tankers. Die komen er volgens Thecla Bodewes, vroeg of laat. “BP heeft gezegd in 2009, de Scheepvaartinspectie spreekt over 2011. Maar ze komen zeker. Wij denken hier al lang over na. De oplossing is het behouden van het bestaande (dure) achterschip, inclusief motor. Daar bouw je een nieuw dubbelwandig middenvoorschip tegenaan, inclusief het ladinggedeelte. We hebben op die manier al schepen van 9,5 meter breedte voorzien van een nieuw middenvoorschip van 11,40 meter. Door die dubbelwandigheid verlies je niet eens ladingcapaciteit. Je kunt het nieuwe deel zodanig op het achterschip aansluiten, dat je het niet ziet. Het vormt een perfect geheel.”

 

Reparatie is ook belangrijk voor de werf van Bodewes: “Werven die zich alleen op nieuwbouw concentreren, hebben in slappe tijden vaak geen werk. Dan gaat het heel snel bergafwaarts. De combinatie van nieuwbouw en reparatie vind ik een goede. Als je in de nieuwbouw bij het calculeren een keer een fout maakt, heb je er heel lang pijn van. Bij reparaties ligt dat anders; dat zijn meestal kortlopende klussen die daardoor overzichtelijker zijn. Dat zeg ik ook altijd tegen banken als zij de neiging hebben ons alleen als nieuwbouwwerf te beschouwen. Wij kunnen volledig repareren, zowel in Hasselt als in Meppel.”

 

Tierelier

Om de productie zo vlot en efficiënt mogelijk te laten verlopen, gebeurt het lassen zo veel mogelijk automatisch. Bodewes: “Voor de gastankers gebruiken we lasrobots die met vier pitten tegelijk lassen. We proberen daar de snelheid uit te halen die ons een voorsprong geeft op de buitenlandse concurrentie. Voor het damwandprofiel dat we moesten maken voor de gastankers, hebben we vier karretjes gebruikt met twee pitten die de las in één keer kunnen trekken. Hierdoor krijg je een mooie las met maar weinig spanning in het schip.”

 

De credits hiervoor geeft Thecla Bodewes mede aan technisch directeur Henk Scholte. Hij is ruim een jaar in dienst van Bodewes en werkte daarvoor bij maritiem ingenieursbureau Touw. “Met Scholte hebben we enorm veel kennis binnengehaald. Hij is structureel gaan bekijken hoe we beter en sneller kunnen produceren.”

 

Het is volgens Bodewes zaak om alert te blijven. “Toen ik bij Bureau Veritas werkte, was ik heel scherp. Ik werd vaak ingehuurd door werven of baggerbedrijven. Ik heb ook nog eens een andere werf gereorganiseerd. Toen ik naar Hasselt kwam, draaide het bedrijf binnen een halfjaar dan ook als een tierelier. Maar zelfs ik moet nu toch oppassen. Want je raakt vergroeid met je eigen bedrijf. Je krijgt begrip voor bepaalde dingen waarvoor je eigenlijk geen begrip moet hebben. Omdat ze best anders kunnen.”

 

Huilende afbouwers

Als Thecla Bodewes het over de zeventig personeelsleden heeft, heeft ze het consequent over ‘de jongens’. De jongens komen allemaal uit de buurt. “Bij ons komen geen bussen met Polen of Roemenen werken. Onze jongens kennen elkaar, het zijn vaklieden.” Oost- Europese of Chinese casco’s komen er bij Bodewes ook al niet in. “Om ons heen komt het veel voor, maar wat zie je gebeuren? Huilende afbouwers die veel tijd verliezen omdat casco’s te laat binnenkomen. Schippers die moeten bijbetalen omdat de staalprijzen intussen toch wat hoger zijn geworden. Wij hoeven niet te wachten op casco’s. We zijn momenteel bezig met het achterschip van een van de gastankers, maar de motoren en andere elementaire onderdelen staan er al in.”

 

Bodewes gaat verder: “Natuurlijk zijn er bedrijven als Damen, die de zaken goed voor elkaar hebben en dus wel in het buitenland kunnen laten bouwen. Maar daarnaast heb je tegenwoordig, laat ik het maar de ‘op de hoek-makelaars’ noemen die schepen uit goedkope landen leveren, waaruit veel ellende voortkomt. Neem zo’n zandschip dat knakt in de sluis van IJmuiden (‘No Limit’, 6 juli 2004/red). Alleen al het algemeen plan van dat zandschip zag er raar uit, constructief klopte het niet. Zoiets is negatief voor de hele bedrijfstak. De Scheepvaartinspectie krijgt dan de schuld, maar dat is niet helemaal eerlijk. Ook banken vinden het wel prettig en gemakkelijk om zo’n transactie aan te gaan: ze verdienen er goed aan. Voor ons is dat niet leuk, want als Nederlandse werf worden wij door de bank in dezelfde risicogroep gepropt als de buitenlandse cascobouwer. Ten onrechte, want hier gebeuren dat soort dingen niet.”

 

Blaren

Hoe lang heeft Bodewes werk? Bodewes: “Wij hebben altijd een heel korte orderportefeuille gehad. We zitten nu vol tot en met 2007. Dat is inderdaad niet lang. Nee, ik word daar niet zenuwachtig van. Het geeft je de mogelijkheid snel om te schakelen. Wij zijn niet groot geworden door seriebouw. Er zijn altijd leuke opdrachten in de markt. Als iedereen vol zit, hoop ik die leuke opdracht te krijgen!

 

In alle eerlijkheid: elke werf kent goede, maar ook heel slechte tijden. Tegen die spanning moet je kunnen. Je moet houden van je werf en van je jongens. En je moet houden van het bouwen van schepen op zichzelf. Anders red je het niet. Als je het niet goed doet, is dit een keiharde wereld. En als je toeleverancier het niet goed doet, kun jij met je billen op de blaren gaan zitten. Ook zijn er opdrachtgevers in binnen- en buitenland die jou een contract in de maag proberen te splitsen. Als je dan geen verstand van een schip hebt, ga je eraan kapot.”

www.scheepswerven-bodewes.nl

 

 

Thecla Elisabeth Bodewes (39)

• Eindexamen havo, Thorbecke Scholengemeen schap, Zwolle (1986)
• Au pair in Frankrijk (1986-1987)
• HTS Scheepsbouw kunde, Haarlem (1987 - 1992)
• Bureau Veritas, Frankrijk en Nederland (1991- 1996). Het eerste jaar houdt ze zich in Parijs bezig met stabiliteitsberekeningen. De jaren daarna werkt ze vanuit Amsterdam in de buitendienst en doet ze speciale projecten voor baggerbedrijven.
• Scheepswerf Metz, Urk (1996-1997). Reorganisatie van de werf op advies van directeur Bureau Veritas.
• Directeur-grootaandeelhouder van Scheepswerven Gebr. G. en H. Bodewes, Hasselt (1997- heden)
• Directeur-grootaandeelhouder van de overgenomen Scheepswerf De Kaap in Meppel (2004- heden)
• Commissaris Kamer Zuiderzeehaven
• Lid Raad van Toezicht Deltion Collega, Zwolle

 

 

De Bodewes-dynastie

De naam Bodewes duikt regelmatig op in de Noord-Nederlandse scheepsbouw. De grootste noordelijke scheepsbouwer, Volharding Shipyards, heeft als directeur en grootaandeelhouder Geert- Jan Bode wes. Dan is er Scheepswerf Bodewes in Hoogezand/Martenshoek van Herman Bodewes. Lierenfabrikant Ton Bodewes komt uit Franeker. In de Overijsselse gemeente Hasselt is al sinds 1923 Scheeps werf Gebr. G. en H. Bodewes gevestigd, geleid door Thecla Bodewes (39, gehuwd, moeder van drie kinderen).

 

Zakelijke banden zijn er niet tussen al deze Bodewesbedrijven. Wel zijn er familiebanden. “Oorspronkelijk komen wij van de Hoogezandse tak,” zegt Thecla Bodewes. “Hermans vader en mijn vader zijn volle neven. Vanuit Hoogezand heeft de familie de werf in Millingen opgericht, die nu eigendom is van Damen Shipyards. Ook de werf in Hasselt is door diezelfde familie opgericht. Daar zijn op zeker moment mijn opa en zijn broer verdergegaan. De werf in Hasselt draagt nog steeds de oude Hoogezandse naam en wij beschikken ook over de familiearchieven.”

‹ VorigeVolgende ›

Deel deze pagina
Maritiem Nederland

Welkom op de site van Maritiem Nederland, hét opinie- en vakblad voor de gehele maritieme sector in Nederland.

Editie MN 09-2018

Word abonnee!

Neem nu een abonnement en ontvang elke maand hèt vakblad voor de maritieme sector op de deurmat.

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Sluit nu een abonnement af!

Volg ons op Twitter

Partners Maritiem Nederland