400 jaar Michiel de Ruyter

Ronald Prud'homme van Reine

Auteur: Bart Stam | Publicatiedatum:

Historicus Ronald Prud’homme van Reine, biograaf van de succesvolle luitenant-admiraalgeneraal, mist een nationale tentoonstelling.

In het voorwoord van uw biografie van Michiel de Ruyter schrijft u dat u als zevenjarige jongen op de rommelmarkt voor een dubbeltje een boekje over hem kocht. Begon daarmee uw fascinatie voor hem?

“Misschien wel. Ik ben geboren in 1960, ik kan me nog goed herinneren dat ik als zesjarige ook de zeeheldenpostzegelserie uit de jaren veertig verzamelde, met onder anderen Piet Hein, Tromp senior en junior en Michiel de Ruyter. Ik hing plaatjes van zeehelden aan de muur, naast foto’s van helden uit de popmuziek, zoals The Beatles, The Rolling Stones en The Kinks. Later, in mijn tienerjaren, zakte die belangstelling voor zeehelden wat weg. Na de middelbare school studeerde ik geschiedenis in Leiden, maar toen had De Ruyter niet meteen weer mijn speciale belangstelling. Ik was op dat moment meer geïnteresseerd in de negentiende en twintigste eeuw. Dat veranderde toen ik een werkcollege van Jaap Bruijn volgde over Eland du Bois, een zeventiende-eeuwse kapitein van de Rotterdamse admiraliteit. Mede door hem ben ik afgestudeerd op de zeventiende- eeuwse familie Sweers, waarvan Isaac de bekendste was. Daarna ben ik in 1990 gepromoveerd op admiraal Jan Hendrik van Kinsbergen (1735-1819). Van Kinsbergen is in Nederland de grote kracht geweest achter de oprichting van een standbeeld van Michiel de Ruyter in Vlissingen.”

 

Maar hoe bent u dan zo bij De Ruyter betrokken geraakt?

Lachend: “Dat is de schuld van Martin Ros, de vroegere uitgever van de Arbeiderspers. Ik nam in de herfst van 1991 deel aan een discussie tijdens een congres over de biografie in Dordrecht. In de pauze kwam Ros naar me toe, met de vraag of ik een biografie zou willen schrijven over de grote vaderlandse zeehelden uit de zeventiende eeuw: De Ruyter, Piet Hein, vader en zoon Tromp. Zelf was ik waarschijnlijk niet zo snel op dat idee gekomen, maar ik raakte enthousiast. Gelukkig steeg in Nederland juist in die periode de belangstelling voor de biografie. Wat meespeelde in mijn overweging was dat de laatste biografie over De Ruyter uit 1928 dateerde en sterk verouderd was. Auteur was P.J. Blok, hoogleraar geschiedenis, maar geen maritiem historicus. Blok meldt niets over de zeetactiek van De Ruyter en de belangrijkste redenen waarom hij in zeeslagen zo succesvol was. Kortom, het was tijd voor een nieuwe biografie waarin ook De Ruyters privéleven, zijn goede contactuele eigenschappen, en zijn vermogen om macht te delegeren naar voren zouden komen. In 1996 kwam het boek uit onder de titel Rechterhand van Nederland.

 

Het is verbazingwekkend dat u een biografie van bijna 400 pagina’s hebt kunnen schrijven, want De Ruyter was een praktijkman die niet veel opschreef. Hoe bent u aan al die informatie gekomen?

“Naast een grote hoeveelheid archivalia was de omvangrijke biografie van Gerard Brandt uit 1685 een belangrijke bron. Brandt had van schout-bij-nacht Engel de Ruyter veel scheepsjournalen en andere stukken gekregen van diens vader. Hoewel het boek van Brandt vooral een lofrede was op De Ruyter, zonder kritische kanttekeningen, leverde hij een indrukwekkende prestatie. Op basis van een wirwar van aantekeningen en paperassen heeft hij toch een leesbaar boek geschreven. Zonder deze biografie zouden we nu veel minder over De Ruyter weten. Dat is ook een van de redenen waarom De Ruyter veel bekender is dan Maerten Tromp, over wie geen persoonlijke verhalen bewaard zijn gebleven.”

 

De Ruyter was nauwelijks geschoold toen hij als jongen ging varen. Hoe heeft hij het zover kunnen schoppen?

“In de zeventiende eeuw was de scheepvaart een echt praktijkvak, zeevaartscholen bestonden nog niet. Veel kennis berustte dus op de ervaringen van alledag. Daarom had De Ruyter zich waarschijnlijk ook niet zo thuis gevoeld bij de Koninklijke Marine van nu, met al haar theoretische vorming.

 

Wat natuurlijk wel geholpen heeft, waren zijn goede contactuele eigenschappen en zijn vermogen met veel verschillende karakters, rangen en standen om te gaan. Ook in de zeventiende eeuw bestond soms ongeveer de helft van de bemanning uit buitenlandse zeelieden, vooral uit de Zuidelijke Nederlanden, de Duitse staten en Scandinavië. De Ruyter smeedde daar een eenheid uit en was buitengewoon geliefd bij zijn manschappen, vandaar zijn bijnaam ‘bestevaer.’"

 

Hoewel hij het grootste deel van zijn leven op zee was, blijkt uit uw boek dat hij eigenlijk het liefst bij zijn gezin aan de wal was. Is dat niet merkwaardig?

“Nee, dat is typerend voor marineofficieren, zelfs anno 2006 nog. Soms was De Ruyter meer dan een jaar weg, zoals van 1664 tot 1665, toen hij een geheime missie ondernam naar West- Afrika, het Caribisch Gebied en Noord-Amerika. Het is logisch dat je dan naar je gezin verlangt.

 

Hij heeft de nodige tegenslagen gekend in zijn privéleven; zijn eerste twee vrouwen en enkele kinderen overleden toen hij op zee was. Door de hoge kindersterfte was dat in die dagen meer geaccepteerd dan nu, maar natuurlijk heeft De Ruyter het daar moeilijk mee gehad, vooral met de vroege dood van zoon Adriaan die hij zag als zijn opvolger.”

 

Aan het eind van elk epistel en scheepsjournaal dankt hij God uitvoerig. Was De Ruyter zeer godsdienstig of hoorde dat bij die tijd?

“Michiel de Ruyter was aanmerkelijk godsdienstiger dan veel van zijn medeofficieren. Dat blijkt wel uit brieven en scheepsjournalen van andere zeehelden die ik heb gelezen voor andere biografieën die ik heb geschreven.”

 

Met politiek bemoeide hij zich nauwelijks, vandaar dat we nog steeds niet goed weten of De Ruyter Oranje- of staatsgezind was. Wat denkt u?

“Gezien de vriendschap die hij jarenlang heeft gehad met raadspensionaris Johan de Witt ligt het voor de hand dat hij zich thuisvoelde in het staatsgezinde kamp. Hoewel hij later ook goede betrekkingen had met Willem III, waren dat nooit de warme vriendschapsbanden die hij eerder met De Witt had. Johan de Witt is heel belangrijk geweest voor De Ruyter. Zonder de raadspensionaris, die groot belang hechtte aan een sterke vloot, had hij nooit zulke overwinningen kunnen behalen.”

 

Wat beschouwt u als zijn belangrijkste overwinning?

“Ik kies voor Kijkduin, 1673. De Republiek werd van drie kanten bedreigd. Frankrijk, Münster en Keulen vielen aan over land en Engeland dreigde met zijn oorlogsschepen langs de Noordzeekust troepen aan land te zetten. Tegen een overmacht heeft De Ruyter standgehouden en zo een Engelse invasie voorkomen.”

 

Juist daarom vinden sommige historici en marineofficieren De Ruyter een grotere zeeheld dan Nelson. Bent u het daar mee eens?

"Nee, want het is appels met peren vergelijken. De Ruyter en Nelson leefden in andere eeuwen. Deze vergelijking is vooral populair onder officieren van de Koninklijke Marine die behoefte hebben aan een landgenoot als ‘grootste zeeheld aller tijden’. Want in tegenstelling tot de Engelse vloot heeft de Nederlandse marine na de zeventiende eeuw geen rol van betekenis meer gespeeld op het wereldtoneel.”

 

Wat weet de gemiddelde Nederlander nog van de jubilaris?

“Dat hangt af van de generatie waartoe men behoort. Doorgaans kennen Nederlanders van boven de vijftig, zeg maar van voor de Mammoetwet, de belangrijkste verhalen nog. Zoals zijn werk als touwslagersleerling op de lijnbaan van Vlissingen, de tocht naar Chatham en de Engelse oorlogen. Bij de jeugd mag je vaak al blij zijn als ze de naam kennen. Vanaf de jaren zestig is de belangstelling voor zeehelden duidelijk afgenomen, zowel op basis- als op middelbare scholen. Toch lijkt er een kentering gaande, want Michiel de Ruyter heeft zijn eigen venster in de recente Canon van de vaderlandse geschiedenis.”

 

Op 23 maart gaat het Michiel de Ruyter Jaar van start. Hoe ziet het programma eruit in vergelijking tot honderd of vijftig jaar terug?

“Hoewel het definitieve programma nog niet bekend is, zal het in elk geval niet zo sobertjes verlopen als in 1976, de driehonderdste sterfdag van De Ruyter. Er was dat jaar een herdenkingsplechtigheid in de Nieuwe Kerk in Amsterdam en een wetenschappelijk congres, dat was het wel zo’n beetje. Ministerpresident Den Uyl distancieerde zich geheel van de herdenking. Er was in de jaren zestig en zeventig sowieso weinig aandacht voor historische gebeurtenissen, ook de moord op de gebroeders De Witt (1672) kreeg in 1972 maar mondjesmaat aandacht.

 

Een groter contrast met 1907 is nauwelijks denkbaar, toen er overal in het land activiteiten en feesten losbarstten! Dat was eigenlijk het begin van wat we nu merchandising noemen, met allerlei herdenkingsborden en -schalen, drinkbekers en andere gebruiksvoorwerpen met De Ruyter erop. Waarschijnlijk had die grote belangstelling voor een deel te maken met de hernieuwde Britse belangstelling voor de Engelse oorlogen. In 1957 is de laatste grote tentoonstelling over de luitenant-admiraal-generaal gehouden in de Nieuwe Kerk, een samenwerkingsverband van het Rijksmuseum en het Scheepvaartmuseum.

 

Het is jammer dat onder de komende activiteiten een centrale, nationale tentoonstelling ontbreekt. Het oorspronkelijke idee was om de collecties van het Rijks- en Scheepvaartmuseum bijeen te brengen in de Grote Kerk in Den Haag. Maar het herdenkingscomité is er niet in geslaagd hiervoor voldoende geld bijeen te brengen, wat je kunt beschouwen als een teken aan de wand. Er komt in augustus 2007 wel een algemene heldententoonstelling in de Nieuwe Kerk van Amsterdam en er staan tal van regionale evenementen op de agenda.

 

Het is natuurlijk belangrijk om ruim van tevoren te beginnen met de voorbereidingen. In Groot-Brittannië begon men in 1995 al met het voorbereiden van de herdenkingen en festiviteiten rond de Slag bij Trafalgar (1805) in 2005. Bij de presentatie van mijn biografie van Michiel de Ruyter in 1996, zei ik gekscherend: ‘Nog maar elf jaar tot het Michiel de Ruyter Jaar.’

 

Vervolgens is het lange tijd stil gebleven. Rond 2000 heb ik eens contact opgenomen met een lid van de familie De Ruyter- De Wildt, een nazaat van De Ruyter. Er is toen een herdenkingscomité opgericht met vertegenwoordigers van maritieme musea, historici en mensen uit de maritieme sector. Rond 2002 is het comité enkele malen bijeen geweest. Toen bleek dat de nationale tentoonstelling in Den Haag er niet zou komen, was er eigenlijk te weinig tijd over om nog iets groots te organiseren.”

 

U vond de onlangs beëindigde expositie in het Scheepvaartmuseum niet zo goed. Kunt u dat toelichten?

“Dat heeft alles met het voorgaande te maken: de korte voorbereidingstijd. Toen in 2005 duidelijk werd dat een nationale tentoonstelling niet zou lukken, heeft het Scheepvaartmuseum snel een eigen expositie op poten gezet. Men vond terecht dat het wel erg jammer zou zijn als er helemaal geen expositie over De Ruyter zou komen. Maar je zag de haast er wel aan af.

 

De getoonde voorwerpen behoren tot de vaste collectie van het museum, terwijl het Rijksmuseum ook een behoorlijk aantal interessante voorwerpen van de opperbevelhebber bezit. Die waren helaas niet te zien. Daarbij denk ik aan kostbare sabels, een drinkglas, een gouden medaille en de gouden beker van de Staten-Generaal die De Ruyter ontving als beloning voor zijn tocht naar Chatham, en aan diverse schilderijen.

 

Jammer is ook dat de tentoonstelling pas begon bij de Vierdaagse Zeeslag in 1666, uit het daaraan voorafgaande leven van De Ruyter was niets opgenomen. Men had toch ook iets van zijn jeugd en zijn periode bij de walvisvaart en de koopvaardij kunnen laten zien?”

 

Wat bevalt u wel aan de geplande jubileumactiviteiten?

“De Vlootschouw van de Koninklijke Marine op 6 juli lijkt me zeer de moeite waard, net als de ‘Admiraalslezing’ op 7 november door een buitenlands historicus. Het is altijd aardig om te horen hoe een vakgenoot uit het buitenland tegen Michiel de Ruyter aankijkt.”

 

Wat gaat u zelf doen?

“Ik houd in elk geval een lezing tijdens de opening van het Michiel de Ruyter Jaar, op vrijdag 23 maart in Vlissingen. Daarnaast verzorg ik een stuk of tien andere voordrachten, verspreid over de provincies van het land. Voor de rest staat er nog niks vast op de agenda, maar er zal ongetwijfeld nog wel iets bij komen. Momenteel ben ik trouwens druk bezig met mijn aandeel in een overzichtswerk van de Nederlandse militaire geschiedenis voor het Nederlands Instituut voor Militaire Historie in Den Haag.

 

Ik werk ook aan een boek over de marinegeschiedenis van de zeventiende eeuw, waarin veel aandacht zal zijn voor cultuurhistorische aspecten. Ik denk dat ik wel klaar ben met biografieën van zeeofficieren uit de zeventiende eeuw. Ik heb geschreven over de belangrijkste zeehelden: Piet Hein, Maerten en Cornelis Tromp en De Ruyter. Alleen als er ergens nog interessante scheepsjournalen van andere zeeofficieren opduiken, zou daar nog iets wezenlijks aan toe te voegen zijn. 

 

www.400jaarmichielderuyter.nl

 

Ronald Prud'homme van Reine (1960)

  • Gymnasium Haganum, Den Haag (1979)
  • Studie Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden (1979-1985)
  • Promotie: Rijksuniversiteit Leiden op het proefschrift Jan Hendrik van Kinsbergen (1735-1819), admiraal en filantroop (1990)
  • werkzaam als freelance historicus (sinds 1990)


Belangrijkste publicaties:
Rechterhand van Nederland, biografie van Michiel Adriaenszoon de
Ruyter
(1996)
Schittering en schandaal, biografie van Maerten en Cornelis Tromp
(2001)
Admiraal Zilvervloot, biografie van Piet Hein (2003)
Zeehelden (2005)
Prud’homme van Reine ontving voor zijn oeuvre in 2004 de Prof.dr. J.C.M. Warnsinckprijs van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis en de Prins Hendriklegpenning der Koninklijke Marine.

 

 

Michiel de Ruyter jaar

23 maart, Vlissingen
• Ontvangst hoogwaardigheidsbekleders op stadhuis
• Koorzang Vlissingse schoolkinderen
• Herdenkingsdienst in St. Jacobskerk met m.m.v. Marinierskapel, Het Zeeuws Orkest, Scheldeloodsenkoor en solisten
• Welkomswoord burgemeester mevr. A. van Dok van Weele
• Toespraak mevrouw D. van Heemkerck-Pillis Duvekort, voorzitter Stichting 400 jaar Michiel de Ruyter en feestrede Ronald Prud´homme van Reine
• Uitreiking De Ruytermedaille door vertegenwoordiger ministerie Verkeer
en Waterstaat
• Opening expositie De Trots van Zeeland (t/m december) in Zeeuws
MuZEEUm
• 20.15 uur: galaconcert Het Zeeuws Orkest m.m.v. Scheldeloodsenkoor en solisten in St. Jacobskerk


7 april, Hoorn
• Opening Herdenkingsjaar Michiel de Ruyter Jaar in de Oosterkerk door
Voormalige Admiraliteit van het Noorderkwartier, m.m.v. Stichting 650 jaar
Hoorn en Westfries Museum. Aanwezig zijn onder anderen de Hongaarse
ambassadeur en vice-admiraal Jan-Willem Kelder, Commandant der
Zeestrijd krachten
• Opening tentoonstelling in Westfries Museum over zeventiende-eeuwse
vice-admiraal Pieter Florisz

6 juli, Vlissingen
• Vlootschouw Koninklijke Marine, onderdeel Zeeuwse Marinedagen
• Saluutschoten vanaf ‘Hr. Ms. De Ruyter’
• Demonstraties Korps Mariniers
• Optredens Marinierskapel en Het Zeeuws Orkest
• Kranslegging bij standbeeld Michiel de Ruyter door Commandant der
Zeestrijdkrachten, en onthulling plaquette door ambassadeur van
Hongarije
• Aansluitend tot en met 9 juli: openstelling schepen voor het publiek

7 november, Amsterdam
• Afsluiting Michiel de Ruyter Jaar met Admiraalslezing door internationale
gastspreker in de Nieuwe Kerk en, aansluitend, ontvangst van 500 genodigden met muziek door strijkersensemble de Marinierskapel

‹ VorigeVolgende ›

Deel deze pagina
Maritiem Nederland

Welkom op de site van Maritiem Nederland, hét opinie- en vakblad voor de gehele maritieme sector in Nederland.

Editie MN 09-2018

Word abonnee!

Neem nu een abonnement en ontvang elke maand hèt vakblad voor de maritieme sector op de deurmat.

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers

Sluit nu een abonnement af!

Volg ons op Twitter

Partners Maritiem Nederland