Onder commando van Joint Inter Agency Task Force South speurt de Hr.Ms. Zuiderkruis van de Koninklijke Marine in het Caraïbisch gebied naar drugs. Marineofficier Paul Dröge vertelt.
Door: Paul Dröge
Zaterdag 17 maart
Na een havenbezoek aan Bonaire vertrekken we naar zee voor een counterdrugspatrouille onder commando van het Joint Inter Agency Task Force South (JIATF South). De bemanning treft de laatste voorbereidingen voor een verblijf van twaalf dagen op zee. Om 08.00 uur briefen de hoofden van dienst onder mijn leiding de commandant over de bijzonderheden bij vertrek. De personele en materiële status en operationele consequenties passeren de revue. In deze haven zijn zestien opvarenden aan boord gekomen. Een bijzondere groep is de Law Enforcement DETachment (LEDET) van de Amerikaanse kustwacht. Steeds vaart één van deze teams gedurende onze missie in het Caraïbisch gebied mee om in internationale wateren boardings uit te voeren op schepen die verdacht worden van drugssmokkel. Omdat LEDET voor het eerst met ons de zee op gaat, krijgen de leden een veiligheidsbriefing.
Na een kop koffie voeg ik me bij mijn Chef d’Equipage, de hoogste onderofficier aan boord en met ruim 25 jaar ervaring mijn steun en toeverlaat in de algemene dienst. De middag besteed ik aan administratie rondom arbeidsomstandigheden en milieu.
Zondag 18 maart
Om 07.45 uur beginnen we met de command briefing. Tijdens deze dagelijkse briefing worden het managementteam (commandant, hoofden van dienst en chef van de equipage) en sleutelfunctionarissen binnen de operationele dienst gebrieft over het weer, de operaties en inlichtingen die bekend zijn over lopende drugstransporten. Vervolgens bespreken we met het managementteam het programma van de dag. We besluiten om op maandag een onaangekondigde brandbestrijdingsoefening te houden. Tot half tien stuur ik een paar e-mails naar de walondersteuning in Den Helder. Eén e-mail gaat over een Hearts & Minds-project waarmee we bezig zijn op Curaçao. We helpen daar een school die nogal wat achterstallig onderhoud heeft. Aansluitend ga ik met een jarige naar de commandant voor een traditionele slagroomtaart van onze bakker.
Aan het eind van de ochtend lopen de Chef d’Equipage en ik een ronde langs de slaapverblijven van korporaals en manschappen. Aan boord van Hr. Ms. Zuiderkruis slapen zij in negen of twaalf persoonsverblijven. Naar de norm van 1975, het bouwjaar van ons schip, is dat riant. Maar in een tijd dat op de moderne schepen maar vier of zes personen in een verblijf slapen, is het krap. De beperkte ruimte vraagt om discipline op het gebied van orde en hygiëne.
Als middagtafel hebben we een kindermenu; kip, patat en appelmoes. Daarnaast is er gebakken rijst, gegratineerde aardappels, gemengde groente en sla. Als nagerecht een compositie van watermeloen en banaan. ‘s Middags hebben we overleg met de commandant en hoofden van dienst. Ook de Chef d’Equipage zit erbij. Tijdens dit overleg kijken we altijd wat verder vooruit. Een belangrijk punt vandaag is hoe we de bemanning betrekken bij alle veranderingen die plaatsvinden binnen de krijgsmacht. De uitkomsten van het rapport van de commissie-Staal moeten namelijk wel draagvlak hebben.
Om 17.00 uur krijgen we de dagelijkse inlichtingenupdate en zetten we het operationele plan uit voor de nacht. ‘s Avonds schrijf ik aan dit logboek en ben ik in het sporthok, waar hometrainers, loopbanden, roeiapparaten en gewichten staan. Genoeg om in beweging te blijven dus, en dat is nodig ook. Tijdens mijn werkzaamheden verricht ik namelijk geen grote lichamelijke inspanningen.
Maandag 19 maart
Na het ontbijt stort ik mij op de plannen voor gereduceerde bemanningen. Door personeelstekorten bij de Koninklijke Marine moeten we kijken of we met minder bemanning kunnen varen en welke taken we dan wel en niet kunnen uitvoeren. Rond kwart voor negen is er een brandmelding. Gelukkig is het een oefening. De stuurmachinekamer staat in brand. Olie dus! Als ik in het achterschip aankom, wordt de oefengewonde al afgevoerd. Ook de medische dienst krijgt hierdoor oefening. Als mieren krioelen de brandbestrijders door elkaar. Door snel handelen en het volgen van de juiste procedures, is de brand snel geblust. Nadat de rook is verdreven, kan er worden opgeruimd. Dit is een klus waaraan de nodige aandacht moet worden besteed. Ten slotte moeten alle persluchtsets, brandblussers en slangen weer gebruiksklaar worden opgehangen. Aan het eind van de ochtend is het Parade Commandant. Dit is een zitting in het militair tuchtrecht. Een matroos heeft zich meerdere malen verslapen en de maat is vol. Hij krijgt een preek en morgenochtend bij aanvang van de werkzaamheden krijgt hij de strafmaat toebedeeld.
Vaste prik is het schrijven van de dagelijkse orders voor de volgende dag. Via de dagelijkse orders stel ik het programma voor de volgende dag op en vermeld bijzonderheden zoals vacatures, het vaar- en havenprogramma, verjaardagen en jubilea. Mijn steun en toeverlaat op de bureauadministratie doet eigenlijk het meeste werk. Zij verzamelt de bijzonderheden en zet deze in een mooi format. De avond gebruik ik om een aantal gesprekken te voeren met verschillende bemanningsleden.

Bevoorrading met de USS Mahan en de FGS Sachsen
Dinsdag 20 maart
Een rustige dag die ik besteed aan vaste rituelen en het wegwerken van een berg papierwerk. In het verleden was contact met de wal alleen mogelijk via berichtenverkeer en kortegolfradio. Nu hebben we satellietcommunicatie met telefoon, internet en e-mail. Informatie-uitwisseling gaat hierdoor gemakkelijker. Na de avondmaaltijd lees ik aan dek een stuk uit Het verlies van Eldorado van V.S. Naipaul. Het is een boek waarin hij twee periodes uit de geschiedenis van Trinidad beschrijft. Het leert me iets over de geschiedenis van het Caraïbisch gebied. Helaas is de kans klein dat we tijdens deze reis Trinidad zullen aandoen. Ik besluit de dag met een uurtje sporten.
Woensdag 21 maart
Het waait voor Caraïbische normen hard, windkracht zes. We surfen voor het windje uit op weg naar een rendez-vous met USCGC Thetis. Dit is een Amerikaanse kustwachtcutter die ook counterdrugspatrouilles uitvoert. Ze hebben gevraagd om olie te laden. Het blijkt dat zij niet de juiste ontvangstinstallatie aan boord hebben. Mocht dit wel het geval zijn geweest, dan had waarschijnlijk de zeegang roet in het eten gegooid. De Thetis weegt maar 1800 ton en maakt in deze zeegang nogal grote halen, waardoor een bevoorradingsoperatie gevaarlijk zou zijn.
Uiteindelijk hebben we alleen naderingen geoefend. Dit is belangrijk voor de officieren van de wacht. Het blijft een bijzondere situatie als je op volle zee met twaalf knopen op ongeveer dertig meter bij elkaar vandaan vaart.
Donderdag 22 maart
Als personeelsofficier ben ik ook verantwoordelijk voor het inlichten van opvarenden over familieomstandigheden. Deze ochtend werd ik opgeschrikt door zo’n familiebericht. De grootvader van een matroos is met ernstige klachten opgenomen in het ziekenhuis. Het gebeurt niet vaak dat matrozen bij mij moeten komen, en vaak weten ze dan al dat er iets aan de hand is. De situatie van de grootvader is zodanig, dat overkomst wel gewenst is. Opties voor afvliegen zijn Cartegena in Columbia en Panama City. Morgenochtend wordt de matroos met de boordhelikopter afgezet op het vliegveld van Panama City. Hoewel dit gemakkelijk klinkt, is het dat niet. Een militaire helikopter kan namelijk niet zomaar het territorium van een ander land binnenvliegen, hiervoor is diplomatieke toestemming nodig. Via het marinehoofdkwartier op Curaçao wordt dit geregeld.
Zaterdag 24 maart
Vandaag heeft de vliegende bemanning de wekelijkse dag rust. Op deze dag werken ze niet en dat is voor de bemanning een mooie gelegenheid om het helikopterdek te gebruiken voor ontspanning. De koks en hofmeesters hebben een Grieks buffet opgetuigd dat uitstekend smaakt. Na het buffet is er een touwtrekwedstrijd. Twee korporaals zorgen voor de muziek. Dit duo verzorgt op zee dagelijks een één uur durend radioprogramma. Hierbij draaien ze niet alleen muziek, maar ze geven ook informatie. Bemanningsleden kunnen voor geld verzoekplaatjes aanvragen. De opbrengst hiervan gaat naar het goede doel, een opvanghuis op Curaçao dat kinderen opvangt van verslaafde en/of criminele ouders. Aan het eind van de middag jaagt een tropische regenbui ons van dek af.
Zondag 25 maart
Ik word vroeg wakker gepord. Het scheepje dat we al een paar dagen schaduwen in verband met mogelijk drugstransport, begint zich verdachter te gedragen. JIATF South geeft opdracht een boarding uit te voeren. De commando-centraleofficier van de wacht licht ons in over de stand van zaken. Hoewel alles erop wijst dat dit scheepje voor drugstransporten wordt gebruikt, vinden we niks. Ondertussen hebben we een nieuwe tegenvaller. Onze helikopter heeft al een aantal dagen last van verhoogde slijtage in de hoofdtandwielkast, het onderdeel waar de romp van de helikopter mee vast zit aan de rotor. De kritische grens is overschreden en hij mag niet meer vliegen.
Maandag 26 maart
Hoewel het scheepje verdacht is, hebben we geen bewijs gevonden dat het aan het smokkelen is. Helaas moeten we het daarom laten gaan. De nieuwe hoofdtandwielkast voor de helikopter kan door lokale douanebepalin- gen niet snel genoeg worden ingevoerd in Costa Rica. Besloten wordt daarom het havenbezoek aan Puerto Limon af te zeggen en op te stomen naar Aruba om daar de onderdelen aan boord te nemen en een paar dagen te ontspannen. Intussen kan dan de helikopter gerepareerd worden.
Woensdag 28 maart
Wederom een mooie dag in het Caraïbisch bassin. In aanloop naar een havenbezoek is het tijd om het schip weer spic en span te maken. Niet alleen wordt onderdeks actief schoongemaakt, ook de dekhuizen krijgen een beurt. Terwijl ik overleg met verschillende bemanningsleden, gluren de matrozen die mijn patrijspoort aan het schilderen zijn, lachend naar binnen. Zij hebben een geweldige baan hier in de tropen. Ze zijn het grootste deel van de dag bezig met het onderhoud van het schip. Als we een boarding uitvoeren, varen ze veel met de RHIB’s (snelle opblaasbare rubberboten, red.). Dat is toch aangenamer dan als het in de winter is op de Noord-Atlantische Oceaan, het werkgebied waarvoor Hr. Ms. Zuiderkruis is gebouwd.
Na de traditionele rijsttafel op woensdag woon ik een briefing bij over de drugsstromen in het Caraïbisch gebied en de Oost-Pacific. Als je weet hoeveel drugs er worden gesmokkeld, dan realiseer je je wat voor uitdaging het is die te onderscheppen. Niet alleen is het een strijd tegen drugs, maar bijna al het drugsgeld heeft een relatie met terrorisme. Morgen is de binnenkomst op Aruba.
CV Paul Dröge
1989 Na diploma maritiem officier aan Academie Nautisch Onderwijs R’dam treedt luitenantter- zee der eerste klasse Paul Dröge (1964) in dienst van de Koninklijke Marine als officier zeedienst
1990 Deelname aan de operatie Desert Shield in de Perzische Golf
1992 – 1997 Operaties Maritime Monitor en Sharp guard (blokkade Joegoslavië)
2000 Hoofd Operationele Dienst aan boord van Hr.Ms. Amsterdam. Werkt daarna 3 jaar aan de automatisering van de wapen- en commandosystemen voor LCF’s
2006 Na plaatsing bij het ministerie van Defensie, eerste officier Hr.Ms. Zuiderkruis
2007 Counterdrugsoperatie in Carïbisch gebied