Een delegatie van maritieme toeleveringsbedrijven uit Nederland bezocht in maart de beurs Vietship in Hanoi. Uw hoofdredacteur reisde mee en hield een logboek bij van dit fascinerende land met grote maritieme ambities.
Zaterdag 8 maart
Met Malaysia Airlines is de economy class zeer aangenaam. Ruime stoelen, voldoende eten, drinken en ontspanning. Tot mijn vreugde ontdek ik op het interne computernetwerk drie schaakprogramma’s, die ik als verwoed clubspeler natuurlijk even moet uitproberen. Als ik ben uitgeschaakt, benut ik de rest van de tijd om twee maritieme boeken uit te lezen die ik nog moet recenseren: De Strijd om de VOC-miljoenen en Rederij Waterweg.
Zondag 9 maart
Op de luchthaven van Hanoi ontmoet ik exportmanager Marjan Lacet van HME, die alles tot in de puntjes heeft verzorgd. Ik leg ook de eerste contacten met de overige deelnemers. Eenmaal buiten laat ik direct mijn plan varen om te gaan autorijden in Vietnam. Het krioelt er van de brommertjes die overal opduiken. Het is verbazingwekkend wat de Vietnamezen op hun tweewielers vervoeren: van enorme glasplaten tot zelf geslachte varkens. Als we een van de bruggen over de Rode Rivier zijn overgestoken, die de Verenigde Staten tijdens de operatie ‘Rolling Thunder’ honderden malen hebben gebombardeerd, begint het drukke stadsverkeer van Hanoi.
Na een korte opfrisbeurt in het luxe Daewoo Hotel is er rond 17.00 uur een briefing van Marjan Lacet over de komende week. Ik ben niet de enige deelnemer zonder eigen stand; dat geldt ook voor Rinus van Houwelingen en Harry Doze van IHC Merwede. Ze moeten de komende week veelvuldig in Haiphong zijn. Ik praat nog wat na, deel mijn exemplaren van Maritiem Nederland uit en besluit vroeg te gaan slapen.
Maandag 10 maart
Terwijl de overige deelnemers druk zijn met hun stands, neem ik wat e-mails en artikelen door voor het volgende nummer. Halverwege de middag ontmoet ik de Duitser Robert Thielmann van European Satellite Link, specialist in satellietcommunicatie aan boord van schepen. Omdat ik nog wel iets meer van Vietnam wil zien dan alleen het hotel, besluiten we erop uit te trekken. De lucht is grauw en zwanger van de uitlaatgassen. Helaas is zowel het Museum voor Etnologie als het mausoleum van Ho Chi Minh gesloten. Wel weten twee gewiekste riksjabestuurders ons over te halen het chaotische verkeer te trotseren en naar de Tempel voor Literatuur te gaan. Daarna rijden ze ons naar een oorlogsmonument met de restanten van een neergeschoten Amerikaanse B52-bommenwerper. Dat we uiteindelijk veel te veel betalen voor dit ritje, zo’n 700.000 dong ofwel 30 euro, nemen we maar voor lief.
Terug in het hotel hoor ik van Marjan Lacet dat de opbouw van de stands goed is verlopen, afgezien van wat niet-aangesloten elektriciteitskabels. Buitengewoon tevreden is ze over de fraaie plek van het Nederlands paviljoen, direct bij de hoofdingang.
Dinsdag 11 maart
Samen met de overige Nederlanders stap ik in de bus voor de opening van Vietship in het gloednieuwe National Convention Centre. Bij de ingang heersen strenge veiligheidsmaatregelen.
De opening begint met traditionele zang en dans waarna er vele, vele toespraken volgen. Achtereenvolgens komen de vicepremier, de ministers van transport, handel en industrie, wetenschap en technologie en een vertegenwoordiger van Lloyd’s Register aan het woord. Uit de woorden van de vicepremier blijkt dat Vietnam ambitieuze maritieme doelstellingen heeft. Met zijn 3200 kilometer lange kustlijn wil het land in 2020 de vierde scheepsbouwnatie ter wereld zijn. Hij is trots op de 400 exposanten van Vietship, waarvan 250 uit het buitenland. Japan, Zuid-Korea, China, Taiwan, Duitsland, Nederland, Polen, Noorwegen en Denemarken hebben ditmaal grote stands. Er zijn niet alleen scheepswerven, maar ook de toeleveringsbedrijven, researchinstituten, classificatiebureaus, ingenieursbureaus en metaalverwerkende bedrijven. De vertegenwoordiger van Lloyd’s Register wijst op de vele grondstoffen en arbeidskrachten in het land en de 2,3 miljoen ton aan nieuwbouworders voor de scheepswerven in Haiphong.
Dan leiden danseressen en trommelaars alle vips naar binnen voor een rondgang over de beursvloer. Bij het Nederlands paviljoen ontmoet ik Wim van Sluis en Karel de Zeeuw van de Rotterdam Port Promotion Council (RPPC).
Na de lunch begin ik aan mijn interviews met de Nederlandse deelnemers. Ik spreek met Konutherm, Rubber Design, Wouter Witzel Eurovalve, Merrem & la Porte, Twentsche Kabelfabriek, Eefting Engineering, Promac, Time:Matters en Stichting DAGIN Marine Technology. Allemaal vertellen ze enthousiast over hun bedrijf en de redenen om naar Hanoi te komen. ‘s Avonds wil ik het beroemde theater met de bewegende marionetten in het water bezoeken, maar helaas zijn beide voorstellingen uitverkocht.
Woensdag 12 april
Mijn eerste gesprek vandaag is bij VOSTA LMG, dat geavanceerde baggerschepen en bijbehorende componenten ontwerpt. Dat levert een mooi artikel op voor dit themanummer over baggeren. Daarna spreek ik nog met Bloksma Heat Exchangers, Alewijnse Marine Systems, Praxis Automation Technology, Heatmaster, Voith Turbo en Winteb. Ook loop ik even langs bij el-Tec elektrotechnologie, dat buiten het HME-paviljoen een stand heeft.
Ik spreek ook met Henk Lacet, vader van Marjan en een van de oprichters van HME. Hij heeft veel ervaring met het organiseren van exportreizen en maritieme beurzen in het buitenland, zoals Singapore, Maleisië, Indonesië, China, Vietnam, Brazilië, Egypte en Turkije. Vooraf schat ik dit gesprek in op een kwartiertje, maar al snel zit ik ruim 2,5 uur ademloos naar hem te luisteren. Ik heb nog net de tegenwoordigheid van geest om de memorecorder aan te zetten en de informatie te gebruiken voor een groot interview later dit jaar. Het interviewen van Lacet is niet moeilijk: je stelt een openingsvraag en de antwoorden rollen als golven over je heen, regelmatig onderbroken door prachtige anekdotes. Over zijn studie tot radioofficier aan de Hogere Zeevaartschool of de oprichting van zijn eigen bedrijf Nautic Servo. Maar ook zijn onvrede over het Nederlandse exportbeleid en het uitblijven van compensatieorders door minister Pronk van Ontwikkelingssamenwerking in de jaren tachtig, hetgeen de directe aanleiding vormde om HME op te richten.
’s Avonds ben ik te gast in het Hilton Hotel bij een gemeenschappelijk diner van HME en de RPPC, waarbij ook ambassadeur André Haspels aanwezig is. Ik ontmoet kunstbroeder Frank de Kruif, redacteur van Nieuwsblad Transport, die met de RPPC-delegatie meereist. Tijdens het diner houdt delegatieleider Wim van Sluis een gloedvol betoog over de Rotterdamse haven, terwijl Haspels rept over de geweldige economische groei in Vietnam. In tien jaar tijd is het aantal mensen onder de armoedegrens gedaald van 60 naar minder dan 15 procent.
Donderdag 13 april
Deze dag staat voor een belangrijk deel in het teken van mijn bezoek aan STC-Vietnam, onderdeel van de internationale tak van het Scheepvaart en Transport College in Rotterdam. In Hanoi maken acht mensen de visuele presentaties voor de simulatoren die STC-Group wereldwijd gebruikt. STC-directeur Erik Hietbrink heeft het contact gelegd met Nguyen Hong Tham, die STC-Vietnam leidt.
In haar kantoor vertelt mevrouw Nguyen dat haar medewerkers met speciale software de fraaie grafische presentaties vervaardigen van bijvoorbeeld brug- en kraansimulatoren, straddle carriers op containerhavens, binnenvaarthavens en een transportketensimulator. Momenteel brengen ze zeven Zuid-Afrikaanse havens in beeld, waaronder Port Elisabeth. Ook ontwikkelt STC-Vietnam bedrijfscursussen op maat. Samen met een van haar medewerksters word ik uitgenodigd voor een lunch in een typisch Vietnamees restaurant. “We zijn bang dat je anders alleen maar in het Daewoo Hotel eet”, zegt ze glimlachend. Alsof dat een straf zou zijn ...
‘s Middags brengen beide dames me weer naar Vietship. Bij het afscheid krijg ik nog twee fraaie cadeaus: een doos van Vietnamees houtsnijwerk en een briefopener annex pennenset met het logo van STC-Vietnam. Beduusd over zo veel hartelijkheid neem ik afscheid.
Omdat dit mijn laatste dag op de beurs is, rond ik mijn gesprekken af bij Eekels Elektrotechniek, Kaefer, Seohae en Ned- Deck Marine. Bij toeval loop ik Arie Midavaine, projectmanager van Damen Shipyards, tegen het lijf die me aanbiedt de volgende dag de scheepswerf Song Cam in Haiphong te bezoeken. Hier laat Damen zijn modernste sleep- en werkboten bouwen. Ik neem het aanbod van harte aan.
In het hotel e-mail ik nog even met mevrouw Nguyen om haar te bedanken voor de geweldige ontvangst, waarbij ik en passant vermeld dat ik morgen per trein naar Haiphong zal gaan. Ze biedt aan me met de auto te brengen, omdat ze die dag toch in die stad moet zijn. Ik wil eerst weigeren, maar omdat de receptioniste mij heeft verteld dat de treineis lang duurt en scheepswerven ver buiten het centrum van Haiphong liggen, besluit ik toch op haar aanbod in te gaan.
Vrijdag 14 maart
Op de voorlaatste dag verlaat ik voor het eerst Hanoi voor het bezoek aan scheepswerf Song Cam. Op het afgesproken tijdstip komt Arie Midavaine ons bij de poort tegemoet lopen. In zijn presentatie over Damen en de schepen die het hier in Haiphong bouwt, schakelt hij soepeltjes tussen Engels en Nederlands. Hoewel de scheepswerf geen deel uitmaakt van de Damen-groep, heeft de Nederlandse scheepsbouwer in 2005 wel een exclusiviteitscontract voor vijf jaar afgesloten met Song Cam. “Wij houden van elkaar, dus ga er maar van uit dat we dit contract binnenkort stilzwijgend met twee jaar verlengen”, aldus Midavaine.
We lopen over het terrein van zo’n 6 hectare waar 540 mensen werken. Opvallend is hoe schoon de hallen zijn, zoals de metaalbewerkingshal waar de staalplaten uit China op maat worden gesneden. Buiten zie ik al twee schepen met de karakteristieke bijlboeg liggen. “We werken in sectiebouw, steeds aan twee schepen tegelijk”, vertelt mijn gastheer. Omdat ook sleep- en werkboten steeds groter worden, zal de scheepswerf over enkele jaren moeten uitwijken naar een nieuwe, ruimere locatie enkele kilometers verderop. Het nieuwe terrein zal waarschijnlijk begin 2010 klaar zijn.
Na onze gastheer hartelijk te hebben bedankt, reizen we door naar het tijdelijke kantoor van VINA-STC, een 50-50 joint venture tussen STCGroup en Vinalines. Deze samenwerking moet de komende jaren uitgroeien tot een groot maritiem universitair onderwijscentrum voor duizenden postdocs uit Vietnam én omringende landen als Thailand, Indonesië en de Filippijnen. Op een terrein van 10 hectare zullen hier navigatietraining, logistiek, engineering, binnenen zeevaart worden gegeven door tientallen docenten, onder wie veel oudzeevarenden. Voorlopig wacht VINA-STC nog op de bouwvergunningen, vertelt kapitein Do Khac Hung, plaatsvervangend directeur van het nieuwe opleidingsinstituut. Zelf heeft hij 23 jaar gevaren op drogelading- en containerschepen voor de Vietnamese rederij Vosco. Ik neem afscheid en vertrek rond 17.00 uur naar Hanoi waar ik om 20.00 uur aankom in mijn hotel.
Zaterdag 15 maart
Op de terugreis van Kuala Lumpur naar Amsterdam blijk ik naast drie Maleisische bemanningsleden van Heerema Marine Contractors te zitten. Zij zijn op weg naar een nieuwe opdracht op de Thialf, het grootste kraanschip ter wereld. Of ik toevallig ook kapitein Sjaak Jut ken? Jazeker, hij heeft mij in juni 2006 een uitgebreide rondleiding gegeven toen het schip in Rozenburg lag. Bovendien heeft hij daarna een onderhoudend logboek geschreven in Maritiem Nederland over een reis met de Thialf naar Malabo in West- Afrika. Zo zie je maar weer, de wereld is een dorp geworden.