Met de Thialf van Rotterdam naar Malabo

De ‘Thialf’ van Heerema Marine Contractors is het grootste kraanschip ter wereld. Eind augustus vertrok het uit de haven van Rotterdam voor een reis naar Malabo, havenstad op het eiland Bioco, Equatoriaal Guinea. Kapitein Sjaak Jut brengt verslag uit.

Door: Sjaak Jut

 

 

'Semi Submersible Crane Vessel' Thialf, Foto: Heerema Marine Contractors

 

27 augustus: diepe geul

Het is elke keer weer een belevenis om met een schip als de Thialf, een Semi Submersible Crane Vessel oftewel een half afzinkbaar kraanschip, uit Rotterdam te vertrekken. Groepen nieuwsgierige dagjesmensen op de kade wuiven ons op deze zondag uit. Om 15.00 uur varen we de haven uit, de diepwatergeul in. Een paar uur later komt de havenloods per helikopter aan boord, waarna de Thialf koers zet richting het Engelse Kanaal.

 

28 augustus: levensduur verlengen

Tijdens de reis van Rotterdam naar Malabo staan geen projectactiviteiten gepland. Daarom is de crew maar half zo groot als normaal: 203 man, inclusief een aantal extra machinisten. Daarnaast is er een verfploeg van 55 man aan boord om het life extension program aan boord van de Thialf uit te voeren. Door het schip tijdig te verven, neemt de levensduur aanmerkelijk toe. Normaal werken we met de hele crew vierentwintig uur per dag (12 uur op, 12 uur af), maar voor deze reis kunnen we de crew diensten laten draaien van 06.00 tot 18.00 uur. Hierdoor hoeft een deel van de bemanning ’s avonds niet te werken. Uiteraard blijven sommige bemanningsleden - nautische dienst, machinekamer- en kombuispersoneel - wel een 24-uurs wacht draaien, want die onderdelen kunnen onbemand niet functioneren.

 

29 augustus: weddenschappen

Het weer is goed, maar helaas hebben we 30 knopen wind op de kop. Gelukkig hebben we de gang erin en ontdekken we in de nautische tabellen dat we tweemaal stroom mee hebben in het Nauw van Calais. De crew sluit onderling al weddenschappen af over de mogelijke snelheid die we gaan halen.

 

30 augustus: zeevasten

Nu we richting Golf van Biskaje varen, is de dekdienst begonnen met het zeevasten van de kraanbomen en al het andere dat met een slingerend schip onverwacht van zijn plaats kan komen. Als de Thialf even later inderdaad flink gaat slingeren, besluit ik om enigszins van koers te veranderen.

 

1 september: kort gesprek

Vroeg in de ochtend met het thuisfront gebeld om mijn vrouw te feliciteren met haar verjaardag. Omdat het weer slecht is, blijft het helaas bij een kort gesprek. Ik heb nog geprobeerd om de kinderen aan de lijn te krijgen, maar dat liet de verbinding niet meer toe. De Golf van Biskaje zijn we zonder kleerscheuren doorgekomen en we varen nu langs de Spaanse, later de Portugese kust. Gelukkig is de zee wat rustiger, waardoor het slingeren is afgenomen. Dat slingeren op de deining van de golven is een fenomeen waar we niets aan kunnen doen. Maar het spreekt voor zich dat het grote gevolgen heeft voor de uitvoering van werkzaamheden op het schip.

 

3 september: radaridentificatie

We varen ter hoogte van Lissabon en komen redelijk wat schepen tegen die de Middellandsezeeroute of de route van West- Afrika naar Europa bevaren. Hier en daar zien we wat landgenoten die ons met een snelheid van 15 tot 20 knopen voorbijstuiven alsof we stilliggen. De herkomst van andere schepen is tegenwoordig eenvoudig te achterhalen via de radar. Sinds de aanslagen van 9/11 zijn schepen verplicht om een apparaat aan boord te hebben, waarmee ze zich via de radar kunnen identificeren. Zo zijn eventuele piraten sneller te ontdekken.

 

6 september: geen scheepspost

In de vroege ochtend zetten onze sleepboten ‘Husky’ en ‘Retriever’ koers naar Las Palmas. Daar gaan de boten bunkeren en de bestelde onderdelen voor de machinekamer oppikken. Intussen wordt op de Thialf een kleine kraan opgezet om verfwerkzaamheden te verrichten aan dek. ’s Avonds keren de sleepboten met de nieuwe voorraad terug bij de Thialf. Helaas is de scheepspost niet op tijd aangekomen in Las Palmas. Dat betekent dat we tot onze aankomst in Malabo moeten wachten op de brieven en pakketten van het thuisfront.

 

9 september: bootvluchtelingen

We varen inmiddels ter hoogte van de noordgrens van Mauretanië. In het nieuws bericht men al enige tijd over Senegalese bootvluchtelingen die de Canarische Eilanden proberen te bereiken op zoek naar een betere toekomst. We staan daarom scherp op de uitkijk om eventuele bootvluchtelingen de helpende hand te bieden.

 

13 september: tropische depressie

In de vroege ochtend heb ik op de brug het weer gadegeslagen. Het voelt niet lekker aan en ik vraag de stuurman het weerstation te bellen om na te vragen of de door hen voorspelde tropische depressie er al aan zit te komen. Het station in Aberdeen meldt ons dat de windkracht wel toe zal nemen, maar niet tot de voorspelde windkracht 9. In de middag neemt hij inderdaad toe tot windkracht 7 en omdat de wind op de kop staat, neemt onze snelheid af tot 5,5 knopen.

 

15 september: volle inbox

Ondanks het feit dat ik dagelijks achter de computer zit om e-mails te beantwoorden, blijft mijn inbox maar vollopen. Het computersysteem aan boord is zo ingericht dat het deels gelijk is aan het systeem van het hoofdkantoor in Leiden. Dat geldt ook voor het telefonisch verkeer. Geen ingewikkelde internationale nummers, maar gewoon een doorkiesnummer van twee cijfers intoetsen en je zit met een collega van het moederbedrijf in Nederland aan de lijn. Nadat ik mijn kantoorwerkzaamheden heb afgerond, maak ik mijn ronde over het schip om veiligheid en voortgang van het werk te bekijken. Natuurlijk maak ik van de gelegenheid gebruik om een praatje te maken met de mannen.

 

19 september: ingehuurde Braziliaan

De rode draad door onze werkzaamheden tijdens deze reis is de zogeheten ‘Brazilië-lijst’. Die is opgemaakt door Captain Cruz, een ingehuurde Braziliaan die ons in een 26 pagina’s tellend epistel voorziet van het nodige werk om de autoriteiten in Brazilië gunstig te stemmen. Dit land blijkt een heel eigen kijk op de internationale wetgeving te hebben, en om in november in Braziliaanse wateren te mogen werken behoeft de Thialf aanpassing op vele punten.

 

20 september: hevige deining

Door hevige deining van de oceaan slingert de Thialf weer behoorlijk. Elke keer als het slingeren te hevig wordt, stoppen we de hijswerkzaamheden om ongelukken te voorkomen. De weersomstandigheden spelen ons vaak parten. Je kunt met een bewegend schip nu eenmaal geen modules van duizenden tonnen zonder schade op een platform neerzetten.

 

21 september: laatste loodjes

We varen ter hoogte van Lagos en omdat de kustlijn van Ghana tot midden Nigeria een aardige inham vertoont, verliezen we de stroom mee. We moeten een tandje bijzetten om snelheid te houden, zodat we de verwachte aankomsttijd in Malabo kunnen halen. De laatste loodjes wegen het zwaarst, luidt het spreekwoord, en dat geldt ook aan boord van de Thialf. De bemanning praat nu regelmatig over het thuisfront en geplande vakanties of werkzaamheden die thuis liggen te wachten.

Vandaag hebben we nog een brandoefening gehouden. Die verliep beter dan de voorgaande; binnen 30 minuten waren alle teams gealarmeerd en was de ‘brand’ op correcte wijze geblust. Natuurlijk kwamen er zaken naar voren die vatbaar zijn voor verbetering. Daar gaan we weer mee aan de slag.

 

22 september: malariamug

We houden vandaag verschillende sessies waarbij de bemanningsleden uitleg krijgen over de medicatie tegen malaria. Het inne- men van de medicijnen is noodzakelijk omdat het eiland Bioco een bekende broedplaats is van de gevreesde malariamug.

 

23 september: vuurspuwers

We zijn aangekomen op onze standby-locatie nabij het eiland Bioco. Dit is een soort waiting area, ons toegewezen door de havenautoriteiten. Dat is nodig want het is niet overal diep genoeg voor de Thialf. Hier vinden onder meer de crew changes plaats. Sinds ons vertrek in Rotterdam hebben we 4.522 nautische mijlen afgelegd, nog 30 mijl te gaan voor we de haven van Malabo binnenlopen. Maar zover is het niet. Eerst moeten we nog een aantal tests uitvoeren. Het uitzicht is weer net zo indrukwekkend als de voorgaande keren dat we hier lagen. Overal om ons heen staan olieplatforms die ongebruikte afvalgassen affakkelen. Al die grote ‘vuurspuwers’ verlichten de horizon in de donkere uren.

 

25 september: drie miljoen liter

Nadat we vanuit de standby- locatie heel langzaam richting Malabo zijn gevaren, is de Thialf eindelijk de haven binnengelopen. Na aankomst hebben we ervoor gezorgd dat het schip op zijn positie blijft liggen. Daarnaast hebben we de ontvangst aan boord van de Douane en immigratieofficieren voorbereid. Een aantal bemanningsleden is met de Husky op eigen kracht verder de haven in gevaren om de boot in te klaren en de autoriteiten op te halen.

 

De Thialf krijgt een plek ver achter in de haven om overlast voor het overige scheepvaartverkeer te voorkomen. Het kraanschip neemt namelijk nogal wat ruimte in beslag op de ankerplaats. Ik heb voor een plaats gekozen waar we weinig last ondervinden van deining. Bovendien heb ik erop gelet dat we de president van Equatoriaal Guinea niet in de weg zitten. We zijn hier namelijk al eens weggestuurd omdat we zo’n beetje in de voortuin van zijn vakantieverblijf lagen.

 

Verder zorg ik ervoor dat we niet in de aanvliegroute van Malabo Airport liggen. Ook daar hebben we bij een eerdere gelegenheid last van gehad. Wat wil je ook als je schip 180 meter boven het water uitsteekt...

 

Het weer is schitterend: een lekker zonnetje en 30 graden Celsius. Op de ruim 4.500 nautische mijlen die we hebben afgelegd, hebben de generatoren van de Thialf maar liefst 3 miljoen liter brandstof verstookt. De gemiddelde snelheid tijdens de reis bedroeg 7,1 knopen. Dat betekent dat de Thialf 0,36 liter brandstof verbruikt om zich 1 meter te verplaatsen. Uiteraard zijn hier hoge kosten mee gemoeid. Daarom neemt men dit soort kosten al in een vroegtijdig stadium van de contractbesprekingen met klanten mee. Nu nog even de administratie bijwerken en de overdracht voor mijn collega schrijven. Morgenmiddag gaan we aan wal om ’s avonds via Tunis naar Amsterdam te vliegen. Dan snel richting huis, naar mijn vrouw en kinderen. Over vier weken moet ik me weer melden op het eiland Sao Tome om aan boord te gaan voor de volgende reis.

www.heerema.com

 

 

Sjaak Jut (1960) 

  • Voorbereidend jaar Hogere Zeevaartschool Rotterdam; internaat Jan Bakx (1976-1977)

  • Aankomend dekjongen tot matroos o.g. op verschillende wildevaartschepen bij rederij Vermaas Scheepvaart Bedrijf, later VSB (1977-1981)

  • Hogere Zeevaartschool Rotterdam; opleiding 3e rang Grote handelsvaart (1981-1983)

  • Tweede stuurman/eerste stuurman bij rederij Wagenborg (1983-1985)

  • Stuurman bij Heerema; werkzaam op Derrick Barge (DB) ‘Champion’, Construction Vessel ‘Challenger’, DB ‘Thor’, DB ‘Odin’, Dynamic Support Vessel ‘Explorer 2’, SSCV ‘Hermod’, SSCV ‘Balder’ en SSCV Thialf (1985-2001)

  • Hogere Zeevaartschool Rotterdam; opleiding 2e rang Grote handelsvaart (1994)

  • Hogere Zeevaartschool Rotterdam; opleiding 1e rang Grote handelsvaart (2000)

  • Aanstelling als kapitein en werkzaam op SSCV Thialf van Heerema Marine Contractors (2001-heden)


Heerema & de Thialf 

Heerema Marine Contractors vervoert, installeert en verwijdert offshore-installaties voor de olie- en gasindustrie. Het beschikt hiertoe over drie kraanschepen: de Thialf, de ‘Hermod’ en de ‘Balder’. De Thialf, net als die laatste twee een Semi-submersible Crane Vessel, is het grootste kraanschip ter wereld.

Voor de kust van West-Afrika installeert de Thialf verschillende (onderdelen van) olieproductieplatforms voor oliemaatschappijen.

 

Semi Submersible Crane Vessel (SSCV)

Lengte over alles: 201,6 m

Breedte: 88,4 m

Diepgang: 49,5 m (tot aan werkdek)

Hijsvermogen: 14.200.000 kg

Motoren: 6 x 4.900 kW (UBE-MAK)

Voortstuwing: 6 x 5.500 kv retractable Azimuth-thrusters

Deklading: 12.000 mT

GRT: 136.709 t

Accomodatie: 742 p