In de vensterbank van het directiekantoor, dat uitkijkt over het werfterrein van IHC Merwede in Sliedrecht, staat een groot aantal glazen balkvormige beeldjes met in het midden een driedimensionale uitsnede van schepen die IHC Merwede de afgelopen jaren opleverde. “Aandenkens voor klanten en onszelf aan tewaterlatingen”, begint Goof Hamers, president-directeur van IHC Merwede. De vraag rijst op welke order Hamers het meest trots is. “Voor de offshore markt is dat de pijpenlegger ‘Seven Seas’ die we voor offshore bedrijf Subsea 7 bouwden. Een complex schip dat een heel nieuwe standaard zette voor offshore constructiewerk op grote dieptes.”
Recent vonden enkele tewaterlatingen van een aantal grote hopperzuigers plaats, zoals de ‘Congo River’ voor DEME en de ‘Vox Máxima’ voor Van Oord. “Ook die laatste was erg bijzonder, omdat het schip zo lang was als de rivier breed. Samen met het feit dat we voor de scheepsbouwhal in Kinderdijk een zo groot mogelijk schip bouwden, zorgde dat voor een spannende tewaterlating.” (Filmpje Vox Maxima)
IHC Merwede bouwt momenteel op de locatie in Kinderdijk de snijkopzuiger ‘Artemis’, het zusterschip van de ‘Athena’ die afgelopen februari te water ging. “Ik heb echt iets met de maakindustrie, de hele organisatie spreekt mij gewoon aan. Je begint bij de klant met een idee, daarna een stuk ontwerp en engineering, vervolgens bouw je samen met je toeleveranciers aan een eindproduct dat je vervolgens ook moet onderhouden. En recent is ook de financiering van het geheel een uitdaging geworden.” Hamers werkte eerder als projectmanager aan de Fokker 100 en later als productmanager van hetzelfde toestel. “Het is jammer dat dit soort maakindustrie uit Nederland verdwijnt. Gelukkig hebben we nog een aantal oer-Hollandse dorpjes als Sliedrecht en Kinderdijk, waar op enorme scheepswerven vele Nederlandse handjes meebouwen aan offshore en baggerschepen.”
Hoe houdt u de oer-Hollandse baggerindustrie in Nederland?
“Het is heel belangrijk dat hier in Nederland een cluster van maritieme bedrijven zit, daar horen de banken, onze toeleveranciers en klanten bij. Een van de speerpunten van dit bedrijf is namelijk samenwerking, daar ligt de concurrentiekracht van ons bedrijf. Dat is de reden waarom we de bouw van complexe schepen en de afbouw van onze standaard cutterzuigers gewoon in Nederland blijven doen.
Een tweede speerpunt is internationalisatie. Aan de klantenkant was dat altijd al het geval, maar het verstoken van arbeidsuren gebeurt steeds vaker in het buitenland. Zo bouwen we onze standaard cutterzuigers in Servië (en bouwen we ze in Nederland af) en de sleephopperzuigers voor het middensegment van de markt bouwen we steeds meer internationaal. Om concurrerend te blijven en om voldoende personeel aan het werk te kunnen zetten, kun je niet om deze internationalisatie heen.”
Vindt u het jammer dat veel maakindustrie uit Nederland is verdwenen?
“De Nederlandse maakindustrie heeft zich te veel gericht op kostenbesparing en te weinig geïnvesteerd in productontwikkeling. Dat is de reden waarom zo veel industrie in Nederland is verdwenen. Ook met Fokker had het destijds niet hoeven aflopen met een faillissement. Als dat soort maakindustrie eenmaal verdwijnt, is het voorgoed weg.”
Hoe komt het besluit om in deep sea mining te stappen tot stand?
“Dit bedrijf is na de Tweede Wereldoorlog groot geworden door natte mijnbouw, destijds voor het toen Nederlandse mijnbouwbedrijf Billiton dat in Indonesië aan natte tinmijnbouw deed. Apparatuur voor natte mijnbouw is altijd een markt voor ons gebleven, hoewel geen grote markt. Mijnen op land raken echter uitgeput, terwijl de vraag naar kostbare ertsen stijgt. Die vraag kan in mijn ogen niet opgevangen worden door meer landmijnbouw. De mijnbouw gaat zich net als de olie- en gaswinning verplaatsen naar de bodem van de zee. Dat is de reden waarom we onlangs een Zuid-Afrikaans bedrijf hebben overgenomen (IHC Marine and Minderal Projects) dat equipment levert waarmee tot op 350 meter diepte naar diamanten en andere delfstoffen kunnen worden gewonnen.”
Maar hangen er voor mijnbedrijven geen enorme financiële en technische risico’s aan deep sea mining?
“Dat is de reden waarom IHC Merwede een samenwerking is aangegaan met DEME. Via de Joint Venture OceanflORE willen we bedrijven een geïntegreerde oplossing bieden. Wij willen dus niet zeggen: hier heb je apparatuur, daar kun je op grote diepte mijnbouwoperaties mee uitvoeren, koop het maar. In plaats daarvan kunnen wij als IHC Merwede de equipment ontwerpen en bouwen, DEME heeft ervaring in het management en operationeel houden van dit soort complexe schepen. Daarmee bieden we dus een geïntegreerde oplossing van apparatuur en mijnbouwoperaties. Een mijnbedrijf dat nu naar ons toekomt, kan over twee jaar gewoon aan de slag met het winnen van ertsen op 3,5 kilometer diepte."
Komen de one-lift offshore wind installatie schepen er?
“Samen met ingenieursbureau W3G uit Aberdeen werken we aan one-lift schepen. Windmolens moeten aan land geassembleerd worden, en gaan dan op een grote carrier die ze vervolgens in één keer op de fundering zet. Nu gebruiken bedrijven vaak gewone kraanschepen waarbij onderdelen in de lucht bungelen. De beperkte werkbaarheid van bijvoorbeeld de Noordzee is een belangrijk minpunt van de huidige methodes waarmee offshore bedrijven, die voorheen in de olie en gas zaten, werken. Het is echter nog maar de vraag of offshore wind het op de lange termijn gaat halen, want de markt is erg afhankelijk van subsidies. Naast de installatie vergt vooral het onderhoud veel tijd, geld en energie. Het is een heel avontuur voor bedrijven om in offshore wind te stappen.”
Wat is de rol van uw achtergrond experimentele natuurkunde in uw huidige functie?
“Je zou zeggen dat bij nieuwe markten en nieuwe technologie, zoals deep sea mining en offshore wind, mijn bèta-achtergrond een belangrijke rol speelt. Nu heb ik uiteraard een gezonde interesse in nieuwe technologie, maar ik denk dat een bèta-opleiding een ander voordeel met zich mee brengt. De natuurkunde reduceert een chaotische wereld tot overzichtelijke modellen, formules en concepten. Complexe zaken terugbrengen tot de kern, dat is voor managers heel belangrijk om te kunnen. Als president-directeur, als eindverantwoordelijke voor IHC Merwede, komen er veel verschillende taken op mij af. Aan het eind van de dag moet ik beoordelen of voorstellen die op mijn bureau komen een beetje deugen. Daarbij moet ik hoofd- van bijzaken kunnen onderscheiden.”
Baggeren is een grofstoffelijke bezigheid, wat is daar nou voor aandacht voor duurzaamheid?
“Het is te kort door de bocht om te zeggen dat we zand op één plek opzuigen, de bodem omwoelen, en het ergens anders dumpen. Er zijn wel degelijk heel veel milieu-innovaties. Bij baggeren is de turbiditeit van het water om het baggerschip cruciaal voor het zeeleven. Als we zand opzuigen, de bodem omwoelen en het zand over duizenden vierkante meters neer laten slaan, verstikken we de zeebodem. Daarom ontwikkelen en verbeteren we voortdurend apparatuur om zo nauwkeurig mogelijk te kunnen baggeren. Ook is de tijd dat we zomaar op zware stookolie in dichtbevolkte havengebieden varen voorbij. Steeds meer autoriteiten eisen laagzwavelige gasolie. Op het gebied van motoren zoeken we ook de samenwerking met motorfabrikanten om zo zuinig mogelijk en met minimale emissies te kunnen varen.”
Als u IHC Merwedes orderportefeuille overziet, wat voor trends in de wereldeconomie springen er dan uit?
“Als ik kijk naar de offshore markt, dan heeft de bestelling van Offshore Construction vessels wereldwijd vrijwel helemaal stil gelegen in 2009 en 2010. Dat trekt gelukkig nu weer aan, maar het gebeurt allemaal buiten Europa. In de Golf van Mexico is het nu even rustig, in verband met de perikelen met de Deepwater Horizon vorig jaar. Maar in China, Australië en India is er volop offshore activiteit. Er ligt een grote piek in Brazilië, voor de kust daar liggen op grote dieptes nog enorme olie- en gasreserves en dat gaat ons nog veel werk opleveren.
Als je kijkt naar de bagger, dan worden onze schepen straks ook vooral buiten Europa ingezet. Overal waar infrastructuur aangelegd wordt, blijft het nodig om te baggeren. China blijft bouwen aan nieuwe havenbassins en in Australië worden havens aangelegd voor de overslag en productie van LNG. India wil zijn havencapaciteit de komende jaren verveelvoudigen, et cetera.”
Er is dus sprake van een western crisis?
“Absoluut. Hier in het westen schreeuwen we moord en brand als we de beurs wat zien zakken. Maar als je zoals ons bedrijf naar de hele wereld als speelveld kijkt, dan is het plaatje veel genuanceerder en zeker positiever. Er vindt volop bouw en aanleg van nieuwe infrastructuur plaats. Mensen in Azië kijken veel positiever naar de toekomstige ontwikkelingen en terecht, want de economie groeit daar gewoon door.”
Wat zijn uw ambities met IHC Merwede de komende jaren?
“Ik zeg altijd maar zo, onze klanten moeten meer geld kunnen verdienen met onze producten, dan met de producten van een ander. Dat doen we door voortdurende productontwikkeling van bestaande schepen. Daarnaast wil ik nieuwe markten aanboren en deep sea mining is daar een goed voorbeeld van. Een trend die ik tot slot nog zie en waar ik graag aan wil bijdragen, is dat klanten meer en meer geïnteresseerd zijn in geïntegreerde oplossingen. En dat houdt in dat we niet alleen een product maken, maar dat we ook meedenken over een stukje lifecycle support en de financiering van nieuwbouwschepen.”