“Niet alleen het winnen van olie wordt moeilijker, het wordt ook politiek steeds lastiger omdat de grootste voorraden zitten in landen met lastige regeringen”, zegt De Boer, directeur van IRO, de branchevereniging voor de Nederlandse toeleveranciers in de olie- en gasindustrie en daarmee ook die van de Nederlandse offshorebedrijven. Maar zelfs een Chavez, president van Venezuela, kan wel een grote mond hebben, ze blijven volgens De Boer afhankelijk van buitenlandse expertise van offshorebedrijven die heel vaak ook uit Nederland komen. En de behoefte aan olie en gas zal ook alleen maar groeien, niet in Europa of de VS maar wel in heel veel opkomende industrielanden. “Voor lange tijd is er dus ook nog werk en behoefte aan onze offshorebedrijven. Wat dat betreft ben ik redelijk optimistisch over de vooruitzichten van onze industrie. We zien de vraag heel duidelijk aantrekken”, zegt de IRO-directeur.
Dipje
De recente wereldwijde recessie is volgens De Boer voor de offshorebedrijven slechts een dipje geweest. “Eigenlijk hebben we nooit een echte crisis gehad. De economie deed het in 2009/10 slecht maar daar hebben de offshorebedrijven relatief weinig van gemerkt. In de hele wereld is de olie- en gastrein gewoon blijven doorrijden. De trein reed wat langzamer en de marges waren wat minder. Maar over het algemeen is het voor de offshore heel erg meegevallen.”
Van de ruim vierhonderd leden van IRO zijn er volgens De Boer de afgelopen twee jaar ook maar vijf bedrijven failliet gegaan waarvan overigens twee een doorstart hebben gemaakt. “Iedereen was natuurlijk ook een beetje verwend. 2007/8 waren topjaren en veel bedrijven hadden langlopende projecten waardoor veel van hen pas in 2011 een beetje pijn zouden gaan voelen. Maar zeker het laatste half jaar is de industrie door het dal heen”, aldus de Boer. De zorgen over het binnenhalen van voldoende orders hebben weer plaatsgemaakt voor die over het tekort aan technisch geschoolde mensen. “Van hoog tot laag, van #roughneck# tot Delftse ingenieur, overal is gebrek aan”, zegt de IRO-directeur.
En als bedrijven al een dip hebben gevoeld dan was het in ieder geval niet te vergelijken met de langjarige slappe tijd die de offshore-industrie van halverwege jaren tachtig tot begin 2000 meemaakte. “De hele oliemarkt was toen erg slap, met op het dieptepunt een olieprijs van 10-12 dollar per barrel. Dat gaan we nu niet meer meemaken”, vertelt De Boer. Het grote omslagpunt voor de offshore-industrie lag volgens de IRO-directeur in 2004 toen duidelijk werd dat de economieën van China en India als een raket omhoogschoten. “Ook in andere gebieden van de wereld zoals in Brazilië en de rest van Latijns-Amerika ontstaat een snelgroeiende welvaartsmaatschappij. Daardoor zal de vraag naar olie en gas zeker blijven groeien”, legt de directeur uit.
Op die groeiende vraag spelen Nederlandse offshorebedrijven als Heerema Marine Contractors, Allseas en Dockwise in met investeringen in grote nieuwbouwprojecten. De Boer: “In vooral de jaren zeventig en tachtig is naar verhouding veel geïnvesteerd in nieuw materieel dat nu voor een groot deel is afgeschreven. De ‘Balder’ en de ‘Hermod’ zijn meer dan dertig jaar oud. Ook de Amerikaanse vloot van McDermott is zwaar verouderd. Er vaart nu gewoon ontzettend veel scrap, sloopmateriaal rond. Er is dus veel nieuw materieel nodig ter vervanging van die oude vloot. Er is nu ook meer ruimte om te investeren. Voor die nieuwe schepen is een goede toekomst weggelegd.”
‘De zorgen over het binnenhalen van voldoende orders hebben nu weer plaatsgemaakt voor die over het tekort aan technisch geschoolde mensen’
Diep water
Een grote uitdaging voor de offshore-industrie is volgens De Boer werken in diep water. Sinds de eerste boring in 1947 (5,5 meter) in de Golf van Mexico werd er tot circa 1980 op maximaal 300 meter diepte gewerkt. “Tot op die diepte kun je nog wat met duikers. Maar we zitten nu op 2500 tot 3000 meter diepte wat met ROV’s (robotvaartuigen) gebeurt. Dat kan allemaal mede dankzij modernere materialen als bijvoorbeeld composiet. Die ontwikkeling gaat nog steeds door, ook in Arctische gebieden. Dat mag dan nu politiek wat gevoelig liggen, maar de hele wereld heeft die olie en gas nodig”, zegt de IRO-directeur.
Volgens De Boer is duurzame energie van zon en wind nog lang geen alternatief voor olie en gas. “Duurzame energie kan hoogstens een aanvulling zijn maar is geen alternatief. De uitdaging is hoe houd je de energievoorziening op peil? Hoe haal je het maximale uit olie- en gasvelden? Vroeger was dat ongeveer een derde van de totaal aanwezige reservoirinhoud. Dat kan nu al oplopen tot tweederde. Die uitdagingen betekenen voor onze industrie dat we voorop moeten blijven lopen in technologische ontwikkelingen, in de ontwikkeling van nieuw materieel en nieuwe technieken. En ik denk dat we daar tot nog toe als Nederlandse industrie heel goed mee wegkomen”, aldus De Boer.
Maar om voorop te blijven lopen hebben de offshorebedrijven slimme mensen nodig. De Boer: “Om slimme mensen te krijgen heb je ook goede opleidingen nodig. Als je dan ziet hoe daar herhaaldelijk mee geklungeld wordt, dan word je daar niet vrolijk van. Er wordt steeds verder geknepen in de onderwijsbudgetten terwijl juist de belangstelling toeneemt. Er zit een duidelijk positieve ontwikkeling in het aantal scholieren dat belangstelling heeft voor een opleiding voor de offshore. Als je dan gaat knijpen, ga dan niet meteen knijpen aan de basis van beschikbaarheid van mensen.”
De IRO-directeur zegt een grote fan te zijn van de gasrotondefunctie die de overheid graag in Nederland ziet ontstaan. “Dat kan veel #spin-off# opleveren voor onze industrie maar dan moet je ook de juiste mensen hebben. We krijgen nu grote problemen met de vergrijzing omdat er veel te weinig in de opleiding van mensen is geïnvesteerd”, meent De Boer.
Grote toekomst
De directeur verwacht een grote toekomst voor LNG en aardgas als brandstof voor transportmiddelen. De Boer: “LNG zit voor ons aan de rand omdat we als IRO vooral kijken naar upstream, dus exploratie en productie. Maar de hele gasmarkt staat sinds een jaar of drie op z’n kop door de vondst van grote hoeveelheden #shale gas#, schaliegas. Aardgas is de energiebron van de toekomst. Het is steeds makkelijker te winnen, en de distributie is steeds veiliger en makkelijker.
Ook volgens Shell zit onze toekomst in aardgas. Shell produceert wereldwijd dit jaar voor het eerst ook meer aardgas dan olie en Shell-topman Peter Voser heeft geroepen dat we nog voor 250 jaar aardgas in de wereld hebben. “Het aanbod aan aardgas is nu al zo groot dat de hele aardgasmarkt momenteel oververzadigd is”, zegt De Boer. “De consequenties hiervan zijn nog moeilijk te meten maar het zal beslist invloed hebben op de markt voor LNG. Ik zie LNG in de Westerse wereld naar de achtergrond verschuiven. Drie van de vier geplande LNG-terminals in Nederland zijn al afgeblazen. In de VS staat een aantal terminals werkeloos omdat de VS in drie jaar tijd op gasgebied zelfvoorzienend is geworden. We krijgen een hoop verschuivingen maar hoe is nog niet helemaal duidelijk.”
Een andere belangrijke markt voor de Nederlandse offshorebedrijven zal de decommissioning van buiten gebruik geraakte olie- en gasplatforms op de Noordzee en ook elders worden, verwacht De Boer. “Dat wordt een gigantische miljardenmarkt voor de toekomst. Alle ruim 600 installaties, waarvan 120 op het Nederlandse deel van de Noordzee, moeten ooit een keer weg. In dat werk gaat ongelooflijk veel geld zitten want er staan nu al heel veel oudere installaties. De enige vraag is: wanneer barst het los?”
Om al het werk enigszins te coördineren, is er vorig jaar een internationaal platform opgericht, Decom North Sea, waarbij ook IRO is aangesloten. Allseas laat overigens nu al in Zuid-Korea de ‘Pieter Schelte’ bouwen die speciaal voor dit decommissioning-werk is ontworpen. De zogeheten MPU-Heavy Lifter die in 2008 bij Keppel Verolme in aanbouw was, is door de kredietcrisis gesneuveld. “Dat project liep net voor de muziek uit, maar”, zo verzekert De Boer, “het gaat een keer losbarsten!”
OVER IRO
IRO: geen maritieme organisatie
Met als leden onder andere Fugro, Heerema, Allseas, SBM Offshore, Dockwise, Keppel Verolme, Seaway Heavy Lifting, Mammoet, Jumbo, BigLift, Van Oord, Tideway en Boskalis heeft IRO veel maritieme bedrijven onder haar leden. De naam IRO is origineel ook de afkorting van Industriële Raad voor de Oceanologie. Desondanks is en blijft IRO volgens directeur Hans de Boer toch vooral een belangenorganisatie van toeleveranciers in de olie- en gasindustrie. Veel IRO-leden zijn ‘onshore’ actief, zowel in de aardgas- als in de oliewinning. “We hebben inderdaad veel maritieme raakvlakken, maar wij willen ons heel duidelijk niet profileren als een maritieme organisatie. Wij draaien ook niet mee op de beurzen van Maritime by Holland. Wij staan op beurzen van olie- en gasorganisaties”, stelt De Boer vast. Meedoen met het Maritime Awards Gala zit er dan ook niet in.
Eind dit jaar bestaat IRO veertig jaar. Dan viert de club een eigen feest met de uitreiking van z’n eigen ‘Award of Excellence’.
www.iro.nl