De verplichting van maximaal 0,1 procent zwavel in scheepsbrandstoffen in de zogenoemde Emission Control Area’s (ECA’s) per 1 januari 2015 werkt voor het shortsea vervoer sterk kostprijsverhogend. De KVNR vreest dat lading op veel vrachtroutes weer over de weg vervoerd gaat worden en niet langer over de zee. Een dergelijke verschuiving van 20 procent is zeker niet denkbeeldig.
Het probleem met de 0,1 procent-zwavel wetgeving vanaf 2015 in scheepsbrandstoffen heeft de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders via de International Chamber of Shipping, de Industry Group en European Community Shipowners’ Associations (ECSA) aangekaart bij de Europese Commissie. De verplichting past niet in het beleid van Europa om via het zogenoemde ‘Motorways of the Sea’, shortsea verkeer in Europa te bevorderen.
De Universiteit van Antwerpen en het Instituut ‘Transport en Mobiliteit Leuven’ deden onderzoek naar de gevolgen van de nieuwe zwavelnorm van 0,1 procent per 1 januari 2015 voor het shortsea vervoer in de ECA-gebieden (Oostzee, Noordzee en Engels Kanaal). Aangezien laagzwavelige brandstof veel duurder is dan de momenteel gebruikte brandstof, zullen de vrachtprijzen voor het shortsea vervoer sterk stijgen. Een stijging van 10 procent kan al een verschuiving van de lading van zee naar de weg tot gevolg hebben (modal shift). Een doorrekening hiervan toont aan dat bij een modal shift van 20 procent de milieu-effecten en overige aspecten meer kosten dan baten opleveren.
De ECSA stelt een alternatief voor dat een verdere verlaging van het huidige zwavelgehalte van scheepsbrandstoffen inhoudt, de concurrentiepositie van het shortsea vervoer ten opzichte van het wegvervoer handhaaft en uiteindelijke beter voor het milieu is. Ook de KVNR pleit voor behoud van de concurrentiekracht in combinatie met het verder verbeteren van de milieuprestaties.
Lees ook het nieuwsbericht Verzet zwavelnorm lijdt schipbreuk