Carrière
De onder Nederlandse vlag varende ‘Abis Dover’ van Abis Shipping uit Harlingen.

Opleidingen scheepvaart op volle toeren

Branche: Maritieme Cluster | Auteur: Alinda Wolthuis | Publicatiedatum:

Het beste uit jezelf halen, je zelfstandigheid en inventiviteit op de proef stellen, de wereld bevaren en kennismaken met andere culturen: een baan in de zeevaart is zo gek nog niet. Momenteel varen zo’n 3600 Nederlandse zeevarenden aan boord van schepen onder Nederlandse vlag. Maar hun aantal slinkt en er is een tekort. De elf hbo- en mbo-opleidingen doen, samen met de reders, hun best om voldoende aanwas te genereren. Hoe aantrekkelijk zijn de opleidingen? 

Op dit moment staan ongeveer tweeduizend nautisch studenten ingeschreven bij Nederlandse opleidingen. Elk jaar melden zich zo’n 650 nieuwe studenten aan. Dat is niet slecht, vergeleken met andere technische opleidingen en met andere zeevaartopleidingen in Europa. Maar toch: het is te weinig. Te weinig om de door Nederlandse rederijen bemande schepen adequaat met Nederlandse zeevarenden te kunnen bemannen. De Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR) maakt zich zorgen: de uitstroom naar de vloot van afgestudeerden is te laag om het natuurlijk verloop aan boord op te vangen, laat staan het aantal Nederlandse zeevarenden te doen groeien. Er is minstens een verdubbeling van het aantal afgestudeerden nodig. De Taskforce Arbeidsmarkt Zeevarenden (TAZ) heeft de arbeidsmarktproblematiek in kaart gebracht en verschillende aanbevelingen opgesteld. Voor het speerpunt ‘Onderwijs’ geldt dat de instroom omhoog moet en de uitval omlaag. Aantrekkelijke opleidingen en een goed contact tussen onderwijs en praktijk zijn daarvoor cruciaal.

‘Je werkt met technologisch geavanceerde spullen en verdient een salaris waar veel andere afgestudeerden alleen maar van kunnen dromen’

Baangarantie

Is het Maritiem en Logistiek College De Ruyter in Vlissingen een aantrekkelijke opleiding die goed met het bedrijfsleven samenwerkt? “Zeker! ”, zegt Arno Siereveld, teamleider Scheepvaart. “We zijn een betrekkelijk kleine, overzichtelijke school in een echt maritieme omgeving. De sfeer is prima en dat trekt mensen aan.” Het gaat goed met de instroom, zegt hij. “De maritieme opleidingen zitten in de lift, wij ook. Mede door de economische crisis groeit de belangstelling voor de scheepvaart. Logisch, want hier is werk genoeg. De sector zit te springen om onze studenten en voor studenten en hun ouders is een opleiding met baangarantie heel aantrekkelijk.”

Siereveld is verantwoordelijk voor de mbo-opleidingen tot schipper-machinist beperkt vaargebied, stuurman, scheepswerktuigkundige en stuurman/werktuigkundige (of maritiem officier). De school werkt goed samen met de reders, vertelt Siereveld. “Tijdens onze open dagen presenteren de reders zich en we organiseren gezamenlijk activiteiten rond de beroepskeuze. Verder werken we natuurlijk nauw samen bij stages.”

Open dag in november 2012 op het Maritiem Instituut Willem Barentsz op Terschelling. Ook over de inhoud van de opleiding vindt overleg plaats. “Onze Beroepenveldcommissie informeert ons over veranderingen aan boord en wat die betekenen voor de benodigde competenties. Wij nemen die, voor zover mogelijk, mee in de opleiding. Denk bijvoorbeeld aan extra aandacht voor elektronische zeekaarten en voor het werken met verschillende c ulturen. Het h elpt d e studenten voor te bereiden op de praktijk.”

Aantrekkelijke sector

De zeevaart is een heel aantrekkelijke sector, benadrukt Siereveld. “Je hebt veel verantwoordelijkheid, werkt heel zelfstandig en hebt veel vrije tijd. Je werkt met technologisch geavanceerde spullen en verdient een salaris waar veel andere afgestudeerden alleen maar van kunnen dromen.” Door de hoge vraag kunnen afgestudeerden soms zelfs hun eigen salaris bepalen, of bijzondere arbeidsvoorwaarden afspreken. Het salaris hangt overigens wel af van de functie, de grootte van het schip, de grootte van de rederij en de ervaring.

Ondanks die goede arbeidsvoorwaarden stopt de zeevarende gemiddeld na zo’n zeven jaar op zee. “Niet iedereen kan tegen het systeem van lange perioden op en af. Zeker niet wanneer ze een gezin willen stichten. Dan lonkt de wal. En daar zijn onze mensen ook in trek: ze zijn hoogopgeleid en ervaren, ze hebben geen negen-tot-vijfmentaliteit, ze zijn oplossingsgericht en gewend om verantwoordelijkheid te dragen”, somt Siereveld op. Helaas: de zeevaart zit met de gebakken peren.

In de lift

Foppe Metzlar is teammanager van de mboopleidingen Zeevaart en Allround Operationele Techniek (AOT) aan de Abel Tasman in Delfzijl. Na een aantal jaren op zee koos hij zelf ook voor een carrière in het onderwijs. “De veelzijdigheid van het beroep, de oneindigheid van de zee, de hectiek in de havens... Varen is geweldig”, herinnert hij zich. Gelukkig ziet hij dat enthousiasme ook terug bij zijn studenten. “Vooral de stages zijn heel motiverend”, zegt hij. “Laatst zei een student die terugkwam van zijn stage: ‘En dan te bedenken dat ik hier later ook nog voor betaald word!’” De Abel Tasman biedt al een korte vaarperiode in het eerste jaar. “Dat trekt echt studen ten aan. Door vroeg kennis met de praktijk te maken kunnen ze daardoor de theorie op school beter aan. En er zit nog een ander voordeel aan een vroege stage: je weet al heel snel of het beroep iets voor jou is of niet.”

De instroom bij de Abel Tasman vertoont een sterke groei. “Voor het tweede jaar op rij zijn de aanmeldingen toegenomen. We hebben het afgelopen jaar vijftig nieuwe studenten begroet voor de zeevaartopleiding, plus vijftig voor de AOT.” Dat komt niet alleen door de arbeidsmarktperspectieven, die altijd al goed waren, maar ook door werving. De Abel Tasman organiseert bijvoorbeeld de ‘Maritime Experience Day’. “Basisscholen en middelbare scholen bezoeken onze zeevaartschool en doen zo’n dag actief mee aan bijvoorbeeld lessen ‘overleven op zee’.” Samen met de reders organiseert de opleiding open dagen en in het kader van het initiatief ‘Zeebenen in de klas’ vertellen professionals aan scholieren hoe het leven aan boord eruit ziet.

Het Maritiem Instituut Willem Barentsz heeft ongeveer vierhonderd studenten. De banden met de praktijk zijn goed, zegt Metzlar. “Onze rederspoel komt bijna maandelijks bijeen om over actuele ontwikkelingen in de zeevaart en de stages te praten. Ook betrekken we kapiteins en HWTK’s bij de examinering: we bespreken het examen en ze beoordelen mee, uiteraard binnen de gestelde kaders. Dat komt de kwaliteit van de opleiding ten goede.” En dat werkt: de eerste aanmeldingen liggen in januari alweer op Metzlars bureau.

Vaarsimulator en campus

Ook Marcel Krijnen, hoofd opleidingen bij het Maritiem Instituut Willem Barentsz op Terschelling, is tevreden over de ontwikkeling van de instroom. “De baangarantie”, zegt hij, als hem wordt gevraagd naar hét selling point voor de hbo-opleidingen tot Maritiem Officier en Ocean Technology. “Wie hier uitstroomt, heeft de werkgevers voor het uitkiezen.” Een klein deel van zijn studenten stroomt door naar de studie maritieme werktuigkunde aan de TU Delft, het gros gaat aan de slag: in de koopvaardij, de offshore of de bagger. Het instituut heeft zo’n vierhonderd studenten, meest afkomstig van de havo, de rest van het vwo of het mbo.

De opleiding beschikt over een vaarsimulator, die onderdeel is van het Maritiem Simulator Training Centrum van het instituut. Alle Nederlandse zeevaartscholen maken hier gebruik van. “Twee weken op de simulator telt als zestig dagen vaartijd”, zegt Krijnen. Ook bijzonder is de campus: studenten zitten twee jaar intern op Terschelling.  De opleiding biedt verder een aantal minoren, waarin studenten nader kennismaken met de offshore, de baggerij of de koopvaardij. “Ook daar is veel interesse voor”, aldus Krijnen.

De contacten met de reders zijn prima. “We organiseren excursies en gezamenlijke open dagen. Een Beroepenveldcommissie geeft waardevolle feedback op de opleiding, bijvoorbeeld over het niveau van het Engels of innovaties aan boord. “We doen ons best die in te passen, voor een optimale aansluiting op de praktijk.”

Goede opleidingen, aansluiting op de praktijk, stage- en baangarantie en een spannende baan: studenten weten de scholen steeds beter te vinden. Genoeg is het nog niet, daarvoor is meer nodig, zoals mensen langer in de zeevaart aan de slag houden of meer dan de huidige 10 procent vrouwen voor de zeevaart motiveren. Maar het onderwijs lijkt goed op weg.

Deel deze pagina
Stage- en baangarantie

De reders die bij de KVNR zijn aangesloten, bieden studenten van de Nederlandse zeevaartscholen een stage- en baangarantie. Dat betekent dat ze tijdens hun mbo- of hbo-opleiding een stageplaats vinden in de internationale zeescheepvaart. Ook krijgen ze na het succesvol afsluiten van hun studie, bij gebleken geschiktheid, een baan aangeboden door een van de rederijen. Nadat de zeevaartschoolstudent/ officier zijn (tweede) stage heeft voltooid en zijn diploma en zijn vaarbevoegdheid heeft behaald, kan hij solliciteren bij de rederij waar hij zijn stage heeft voltooid. Wordt hij niet aangenomen bij de rederij waar hij zijn stage heeft voltooid, dan zal de KVNR zich inspannen om hem te plaatsen bij een van de aangesloten rederijen. Hij krijgt een contract voor minimaal één jaar, tegen de loon- en arbeidsvoorwaarden die bij de rederij in kwestie gelden  

Probeer TW

Geïnteresseerd in techniek? Kies dan voor Technisch Weekblad (TW)

TW biedt technici het laatste nieuws, achtergronden en opinie op het gebied van techniek en innovatie. TW lees je in print en altijd en overal online op je pc, tablet of smartphone. Voor studenten en starters onder de 35 jaar met een technische opleiding, is TW helemaal gratis! 

Naar de website van TW voor het laatste nieuws

Meer informatie over een abonnement

Betabanen

Partners Maritiem Nederland