Achtergrond
Foto: Gijs Kroes

Patrick Janssens, directeur-eigenaar Scheepswerf De Hoop:


‘Wie koppijn heeft, verdient geld’

Branche: Scheepsbouw | Auteur: Mark van Baal | Publicatiedatum:

In Nederland overleeft de scheepsbouw niet, omdat arbeid te duur is en er onvoldoende technici te vinden zijn. De scheepsbouw is conservatief en een gezond bedrijf moet groeien. Wie praat met Patrick Janssens, directeur-eigenaar van Scheepswerf De Hoop, ziet het ene na het andere conventional wisdom uit de scheepsbouwindustrie sneuvelen. “Er is niets mooiers dan het tegendeel bewijzen.”

Scheepwerf De Hoop ligt letterlijk aan de Duitse grens. De twee scheepshellingen komen uit in de Rijn, die de grens vormt. Drie klassieke scheepskranen torenen uit boven fabriekshallen, scheepshellingen, casco’s en een drietal riviercruiseschepen.

Patrick Janssens (41), sinds 2007 directeur-eigenaar van de werf, laat de broodjes kroket in zijn kantoor koud worden. Hij wil eerst een rondje over de werf lopen. Te beginnen in de tekenkamer. “We beginnen ieder project met een schoon stuk papier. Dat levert altijd een nieuw schip op.”

Ingewikkelde schepen

De scheepswerf bouwt in Lobith en Foxhol vijf tot negen schepen per jaar, van riviercruiseschepen tot zogenoemde mud-mix (boorvloeistof) and supply vessels voor de offshore olie- en gasindustrie. De gemene deler is dat het ingewikkelde schepen zijn. “Daarvoor hebben we ervaren ingenieurs en creatievelingen nodig”, zegt Janssens, “wat bijna een tegenstelling is. Om creativiteit te stimuleren moet je een spanningsveld creëren. Dat lukt doordat we dicht bij de markt te zitten. En je moet een sfeer creëren waarin ze alles mogen roepen.”

‘We willen graag dat de mensen die uitvoeren ook zelf blijven nadenken en feedback geven aan de tekenkamer’

Op weg naar een van de fabriekshallen wijst Janssens op de bedrijfsschool. Jonge technici van de mts werken drie dagen en volgen twee dagen theorie. “We willen graag dat de mensen die uitvoeren ook zelf blijven nadenken en feedback geven aan de tekenkamer.” De ingenieurs zetten zo min mogelijk op papier. “We willen lassers die zeggen: ‘Ik zou deze las anders maken’ in plaats van domweg een las uit te voeren omdat die op papier staat.”

Dat alle technici, zowel de ontwerpers als de uitvoerders, Nederlanders zijn, is cruciaal voor een goede communicatie. Het kost De Hoop geen moeite om technici te werven en te houden. Op de werf lopen nu zo’n zeshonderd man rond.

“Wij willen meer dan alleen een mooie boot bouwen. We zijn ook trots als een klant er veel geld mee verdient”, zegt Janssens later op zijn kantoor achter een glas melk en een broodje. “Wij zijn een werf én een ontwerpbureau”, zegt hij met nadruk. Klanten die met een gedetailleerd bestek komen en alleen een werf zoeken om dat schip te bouwen, kan hij niet concurrerend bedienen. “Je hebt twee soorten werven: werven die zeggen: ‘U vraagt, wij draaien’, zo goedkoop mogelijk. En werven die voorop willen lopen en zelf ontwikkelen. Wanneer een klant met een tekening komt, dan draaien we die om en beginnen we op de achterkant opnieuw te tekenen.”

Menukaart

Innovaties moet je de markt in duwen, is Janssens overtuiging. “Wij duwen in plaats van dat er aan ons getrokken wordt. Als werf probeer je vernieuwing bij je klanten te brengen, die het dan weer aan hun klanten moeten verkopen.” Hij ziet zijn scheepswerf als sparring partner voor rederijen. De rederijen moeten de nieuwe ideeën bij hun klanten, de gebruikers, brengen. “Wij bepalen de menukaart; de rederij en oliemaatschappij bepalen de vraag.”

Zo ontwikkelde De Hoop bevoorradingsschepen met een zuinige diesel-elektrische voorstuwing. Abu Dhabi National Oil Company (ADNOC) kocht eind vorig jaar tien platform supply vessels met hybride voortstuwing, hoge eisen aan de accommodatie en de verregaandste DP (Dynamic Positioning)-systemen, die ook onder zeer zware weersomstandigheden op hun plek blijven liggen. Ze gaan offshore boor- en productieplatforms voorzien van boorvloeistof, brandstof, drinkwater en gereedschap.

Maar innoveren is meer dan een klant overtuigen, zegt Janssens. Technisch zijn er altijd ook nog wel een paar zaken op te lossen. “Innovatie is 90 procent bestaande componenten in een nieuwe configuratie toepassen, maar de laatste 10 procent moet nog wel ontworpen en gebouwd worden. De schakelingen om de motoren zowel generatoren als voortstuwing te laten aandrijven, worden nu ontwikkeld.”

Foto: Gijs KroesWat maakt de scheepvaart conservatief? “De kost gaat voor de baat uit”, antwoordt Janssens direct. “Mensen zijn bang voor kosten en voor koppijn.” Innovatie wordt in zijn ogen gefnuikt door ‘koppijn-avers’ gedrag. “Maar wie veel hoofdpijn heeft, kan veel verdienen, want als je ergens wakker van ligt, ben je een probleem aan het oplossen.”

Het valt overigens wel mee met het conservatisme van de scheepvaartindustrie, zegt Janssens, maar dat is niet altijd goed. “Je ziet steeds meer omgekeerde boegen of boegen in de vorm van een walvis. Maar je moet wel de wetenschap van de marketing scheiden. Er wordt een hoop onzin verkocht. Vaak zeggen onze ingenieurs: ziet er leuk uit, maar het is niet meer dan een hoop onnodig staal.”

Dat die bijzondere boegvormen wel regelmatig worden gebouwd, komt volgens Janssens door het feit dat steeds meer beslissingen in de rederijwereld niet meer worden genomen door technici maar door financiële mensen. “Die willen een lekker plaatje laten zien bij de bank. Wie wil er niet een schip van the next generation in zijn vloot?” Tegelijk met het aantal innovatieve boegen stijgt het aantal ongelukken, ziet Janssens.

Zeuren en zeuren

Niet alleen de klanten, ook de leveranciers moeten soms worden overtuigd. Neem de hybride voortstuwing van de offshore support vessels, waar dieselmotoren zowel de schroef aandrijven als een generator. “Een motor is er om een schip voort te stuwen óf om een generator aan te drijven. Niet voor allebei. Dit kan niet”, kreeg Janssens in eerste instantie te horen. “Je moet blijven zeuren en zeuren. En word je er door de voordeur uitgetrapt, dan moet je door het badkamerraam weer naar binnen klimmen.”

Zo ging het ook met een nieuwe snijmachine voor staalplaten. Na veel aandringen ontwikkelden een snijmachinefabrikant en een robotfabrikant samen een snijmachine met een robotarm die schuin afsnijdt. “We kwamen op het idee toen we ons realiseerden dat het raar was dat we staalplaten eerst met een machine recht afsneden en er vervolgens met de hand tegen hoge arbeidskosten hoeken in sneden. Nu maken we stalen spanten goedkoper dan in China of Vietnam.” Eerst zagen de beide fabrikanten er niets in, maar de machine is nu voor beide bedrijven een verkoopsucces en staat in vele werven. “We patenteren niets. We willen vooruitgang niet afremmen.”

Klus in Nederland

Interesse in scheepsbouw zat er al vroeg in bij Janssens. Hij zeilde en samen met zijn vader laste hij een weekendcruiser van 6,5 meter in elkaar. Hij studeerde HTS bedrijfskunde en ging eerst een jaar werken om geld te verdienen om een MBA in Engeland te kunnen bekostigen. Daarna werd hij ondernemer. Hij had onder andere een adviesbureau en was interimmanager, vaak in de jachtbouw. In 2004 werd hij door een headhunter gevraagd voor een klus in Nederland. Het was alle hens aan dek in Lobith. Het bedrijf had al jaren geen jaarverslag meer gedeponeerd en de banken liepen weg.

Hij heeft nooit gedacht, wat moet ik in een uit Nederland verdwijnende bedrijfstak? “Er is niets mooiers dan het tegendeel bewijzen.” De werf groeide van een omzet van 20 miljoen euro naar ruim 100 miljoen euro.

“We hebben geen verdere groeiambities”, zegt Janssens. Met tweehonderd medewerkers in vaste dienst heeft hij slechts twee managementlagen nodig. Zou het bedrijf groter worden, dan moet er een managementlaag tussen. “Dan weet ik niet meer wat er op de werkvloer gebeurt. Nu ben ik nog steeds betrokken. We willen het bedrijf, het aantal vierkante meters, optimaal gebruiken.”

De huidige crisis is ook goed, besluit Janssens. “Iedereen moet nu bereid zijn wat harder te werken en nieuwe dingen te bedenken in plaats bestaande producten uit te melken.”

Deel deze pagina

Probeer TW

Geïnteresseerd in techniek? Kies dan voor Technisch Weekblad (TW)

TW biedt technici het laatste nieuws, achtergronden en opinie op het gebied van techniek en innovatie. TW lees je in print en altijd en overal online op je pc, tablet of smartphone. Voor studenten en starters onder de 35 jaar met een technische opleiding, is TW helemaal gratis! 

Naar de website van TW voor het laatste nieuws

Meer informatie over een abonnement

Partners Maritiem Nederland