Achtergrond
Schepen die alleen van A naar B varen, varen vaker leeg dan schepen die samenwerken. Illustratie: Gerrie van Adrichem

Stefan Meeusen, directeur van de NPRC:


‘We zijn geen botenboer die alleen van A naar B vaart’

Branche: Binnenvaart, Maritieme Cluster | Auteur: Erik van Huizen | Publicatiedatum:

Binnenvaartondernemers moeten meer samenwerken. Dat was een van de conclusies van binnenvaartambassadeur Arie Verberk in zijn rapport over het versterken van de structuur in de binnenvaart. Stefan Meeusen, directeur van de Nederlandse Particuliere Rijnvaart Centrale (NPRC), ziet dat steeds meer binnenvaartondernemers zich bij zijn coöperatie aansluiten. Maar Meeusen wil niet alleen maar ‘een botenboer zijn die van A naar B vaart’, hij zet in op multimodaal vervoer. Dus ook over weg en spoor.

De NPRC kent een lange historie. De huidige coöperatie van Europese particuliere binnenvaartondernemers werd in 1935 opgericht als stichting. Inmiddels varen 85 leden met 86 schepen met een gezamenlijk tonnage van 175.000 ton voor het samenwerkingsverband. Jaarlijks vervoert de NPRC ongeveer 11 miljoen ton droge lading over de Europese vaarwegen. De NPRC zet inmiddels ieder jaar zo’n 20 procent meer om en ontving daar de FD Gazellen Award voor.

Logistiek analyseren

Hoewel de corebusiness van de NPRC nog steeds binnenvaart is, richt de coöperatie zich al lang niet meer alleen op het simpelweg vervoeren van lading over het water. “We brengen voor bedrijven ook de hele logistiek in kaart”, vertelt Stefan Meeusen (37), directeur van de NPRC, in het hoofdkantoor in Zwijndrecht. “We analyseren dan in hoeverre bedrijven gebruik kunnen maken van modal-shift. We zetten in op duurzaamheid en groener varen. Soms kan het niet, maar vaak levert het veel op voor het bedrijf. Het vergroenen kan je bereiken door te investeren in de techniek op de schepen, bijvoorbeeld nabehandeling en roetfilters, maar dat zijn in de binnenvaart vaak flinke investeringen. Je kunt ook sturen op een optimaal rendement in de logistiek. Bijvoorbeeld zo min mogelijk leegvaart. Daar hebben we veel nieuwe klanten mee gewonnen. Het verschilt per branche hoe daarmee wordt omgegaan, maar bijvoorbeeld voor Akzo-Nobel en Bayer Chemicals hebben we concepten bedacht voor het vergroenen van de logistiek. We willen dan van de bedrijven hun productiegegevens weten en vragen de bedrijven ons te laten sturen op hun voorraad. We sturen dus niet alleen maar schepen. Dat is een win-winsituatie. Wij kunnen sneller anticiperen en de bedrijven doen wat aan hun footprint en kosten. Want leegvaart betaalt niemand. Dat levert alleen maar kosten op.”

Ketenregisseur

De NPRC wil dus steeds vaker een ketenregisseur zijn. “Wij regelen dan ook het voor- en natransport over de weg en het spoor voor de klant. Ik zie de verschillende modaliteiten ook niet als elkaars concurrent. Ze hebben allemaal zwakke en sterke punten. De vraag is hoe we het vervoer goed kunnen regelen voor onze klanten. Onze corebusiness blijft binnenvaart, maar we verzorgen ook andere modaliteiten. Daar hebben we ook mensen op ons kantoor voor aangetrokken.”

Stefan Meeusen. Foto: Erik van HuizenHet overhalen van een klant om meer met binnenvaart te gaan doen kost wel veel tijd. Meestal duurt het een jaar voordat een bedrijf daadwerkelijk om kan schakelen. “Je moet het echt vermarkten. We doen nu bijvoorbeeld drie proeftransporten met een klant. En dan komen de vragen. Want eerst kregen ze verspreid vier tot zes vrachtwagens voor de deur en nu ineens een grote hoeveelheid in één schip. Het is dan aan ons om te laten zien dat het allemaal werkt. Maar soms werkt het ook niet. Dan is de afstand bijvoorbeeld te kort en kan de klant het hele stuk beter met een truck doen.”

Andere modaliteiten kunnen ook worden ingezet in het geval van calamiteiten op het water. De NPRC heeft daarvoor een pilot opgezet met TNO. “De bedoeling is dat we bij een stremming op het water kunnen zien hoeveel uur we nog hebben voordat de productie van een bedrijf in gevaar komt en wat de alternatieven zijn. Moeten we bijvoorbeeld een klein stukje gaan trucken of moeten we helemaal vanaf Rotterdam met de vrachtwagen. Zo willen we een brede blik op de logistiek krijgen.”

Moeilijke markt

Meeusen omschrijft de huidige markt in de binnenvaart als moeilijk. De grootste problemen zitten bij de grotere schepen van 110 en 135 meter en de koppelverbanden. Meeusen ziet de markt wel iets verbeteren. “Ik zie een stijgende lijn, maar we zijn er nog lang niet. Nog steeds zijn er schippers die onvoldoende rendement maken. Dat is heel erg zorgelijk. Dat er nog maar weinig schippers failliet zijn gegaan, heeft onder andere te maken met het vele eigen kapitaal dat ze vaak in het schip steken. Zo kunnen ze het nog een tijdlang uitzingen.”

En dan is de binnenvaart volgens Meeusen ook nog eens heel erg versnipperd. “Boeren werken bijvoorbeeld wel goed samen. Waarom de schipper iets tegen samenwerken heeft is moeilijk te typeren. Dat zit denk ik een beetje in de cultuur. Maar ik merk wel dat dit langzaam verandert. Want als losse schipper heb je geen marktpositie en de verlader geen professioneel aanspreekpunt.”

Om transportzekerheid te kunnen blijven bieden, wil de NPRC de komende jaren verder groeien. Dit jaar verwacht Meeusen naar honderd leden te gaan, uiteindelijk wil hij zo’n 140 schepen voor de coöperatie hebben varen. Omdat verladers in de agribulk en de chemie steeds groter worden en het voor kleine partijen steeds moeilijker wordt transportzekerheid te bieden, nam de NPRC onlangs bevrachter Overmeer over. De schepen van de Amsterdamse bevrachter gaan daarbij varen voor de NPRC. “De logistiek werkt steeds vaker met vrij grote pieken. Een zeeboot moet vaak binnen een paar dagen leeg en dat kan alleen een grote vloot van schepen aan. Het is een dynamische markt. Het is tegenwoordig geen uitzondering om een contract van een miljoen ton per jaar binnen te halen. En als je te klein bent kan je die transportzekerheid niet bieden.”

Flexibiliteit

Overigens is de NPRC niet alleen actief op de contractmarkt. De coöperatie zit ook op de spotmarkt. De binnenvaartondernemer krijgt in beide gevallen een marktconforme prijs betaald, in sommige gevallen zijn er afspraken over een vaste prijs. De spotmarkt zorgt ook voor flexibiliteit bij de inzet van schepen. Bij laag water zijn er meer schepen in het contractwerk nodig en dan wordt de spotmarkt even verlaten.

Een andere reden voor de overname van Overmeer door de NPRC was het krijgen van een betere geografische spreiding. De NPRC was vooral actief op de Rijn en de zijrivieren en België. Met de overname krijgt het samenwerkingsverband ook de Duitse zijkanalen en Frankrijk erbij.

De NPRC hoort na de overname van Overmeer tot de top vijf van logistieke dienstverleners in de binnenvaart in Europa. Verdere groei hangt volgens Meeusen van de markt af.

Deel deze pagina
Plek voor familiebedrijf

Stefan Meeusen werd 37 jaar geleden in Rotterdam geboren als zoon uit een schippersfamilie. Hij studeerde psychologie aan de Universiteit van Utrecht en bedrijfskunde aan de Universiteit van Nijmegen. Om nog even wat werk zonder stropdas te doen, ging hij na zijn studie aan de gang als groepsleider bij schippersinternaat Meander. Van 2003 tot februari 2010 werkte hij als organisatieadviseur bij verschillende bedrijven. In maart 2010 werd hij directeur van de NPRC.

Wat Meeusen in de binnenvaart vooral aanspreekt is de verzameling van familiebedrijven. “De binnenvaart bestaat uit ondernemers die nog hard willen werken. En dat op een mooie manier, met vaak het gezin nog aan boord. Want je ziet verladers steeds groter worden. Dan is het goed als je als coöperatie ook de kleine ondernemer en het familiebedrijf een plek in de markt kan geven.”

Partners Maritiem Nederland