Achtergrond

Dave Vander Heyde, CEO Royal IHC:


‘We willen een internationaal kennisbedrijf worden’

Branche: Baggeren | Auteur: John Ekkelboom | Publicatiedatum:

Was IHC altijd gericht op de productie van schepen voor de bagger- en offshore-industrie, inmiddels heeft het zich op dit terrein ontwikkeld tot een kennisbedrijf dat innovatieve oplossingen aanbiedt voor complexe vraagstukken van klanten. “Met ons wereldwijde netwerk van verkoop- en serviceorganisaties staan we nu ook veel dichter bij onze klanten. Prijs, kwaliteit maar ook snelheid zijn erg belangrijk”, vertelt Dave Vander Heyde, sinds 1 september 2016 CEO van IHC.

Aan de kade op het terrein van IHC in Kinderdijk ligt de ‘Helios’ afgemeerd. Deze zelfvarende megacutter voor Boskalis, waarvan de scheepsromp in Kroatië is geconstrueerd, wordt hier afgebouwd om in juni dit jaar te kunnen worden opgeleverd. De snijkopzuiger is 152 meter lang en 28 meter breed, heeft een one-man-operated bridge, een totaal vermogen van 23.700 kW en een pompvermogen van 15.600 kW. “Dat enorme pompvermogen heb je nodig om de almaar grotere afstanden te kunnen overbruggen waarover het zand geperst moet worden”, licht CEO van IHC Dave Vander Heyde de specificatie toe. “Om die enorme krachten onder controle te houden, heeft deze megacutter tevens een zeer zware ladderconstructie van maar liefst 1.717 ton waaraan de snijkop hangt. De Helios is daardoor breed inzetbaar.”

‘Begin vorig jaar was het schrapen om een order binnen te krijgen’

Een mooie opdracht zo’n modern baggerschip. Gaat het weer beter met IHC?

“Vorig jaar waren de eerste tien maanden ronduit slecht. Het was schrapen om een order binnen te krijgen. De laatste twee maanden van 2016 ging het ineens de goede kant op. Toen hebben we de helft van onze orderintake gerealiseerd voor dat jaar. We zien nu dat die tendens zich doorzet, zowel voor de bagger als voor de offshore wind. We moeten ons wel erg competitief opstellen om orders binnen te halen.”

Op welke manier willen jullie concurreren?

“We zijn historisch sterk gericht op het bouwen van schepen. De afgelopen jaren ligt onze focus steeds meer op engineering, technologie en dienstverlening. Dit heeft te maken met de kostprijsontwikkeling. In West-Europa is het bouwen van schepen onder druk komen te staan. De kosten zijn hoog door sociale-zekerheidsbescherming en hoge lonen. We evolueren nu door van een productiebedrijf naar een echt kennisbedrijf, waarbij de nadruk ligt op onze toegevoegde waarde voor onze klanten. Een hoge toegevoegde waarde rechtvaardigt een hoger kostenniveau. Parallel daaraan worden we als bedrijf internationaler. Het overwicht van de Nederlandse activiteiten neemt af omdat we actief zijn waar onze klanten actief zijn, namelijk in de hele wereld. We hebben nu in acht regio’s autonome sales- en serviceorganisaties, met soms ook een stukje engineering en assemblage, om lokale klanten goed en snel te kunnen bedienen.”

Zijn de effecten van deze lokale benadering al merkbaar?

“Die werpt zijn vruchten af. We zien een grotere diversiteit aan opdrachten vanuit de hele wereld op ons afkomen. Die komen niet alleen vanuit het klassieke segment. De markt van de kleine baggerschepen - de Beavers - gaat heel erg goed. Veel van die opdrachten komen van klanten die wij drie jaar geleden niet in het vizier hadden en nu ineens wel dankzij ons wereldwijde netwerk. Door internet hebben klanten meer keuze en is de prijsvorming transparanter geworden. Ze gaan meer shoppen. Dit betekent dat wij ons ook transparanter en actiever moeten opstellen, mede door klanten ter plekke te helpen bij het verwezenlijken van hun uitdaging.” 

Vergt de ommezwaai van productie- naar kennisbedrijf een ander type IHC-werknemer?

“Uiteraard. Tijdens de afslankingsronden van de afgelopen twee jaar ging het helaas in aanzienlijke mate om productiepersoneel om de kostprijs te drukken. In het Verre Oosten is er grote leegstand op de scheepswerven en van daaruit krijgen we aanbiedingen die soms tot 60 procent onder IHC-prijzen liggen. Deze werven nemen geregeld zwaar verlieslatende orders aan waarna ze de tekorten kunnen aanzuiveren via overheidssteun. Daarom richten we ons als bedrijf nu vooral op kennis en toegevoegde waarde. Zo zijn we op dit moment op zoek naar honderd ingenieurs en een dertigtal ervaren projectmanagers en service-engineers. We hadden deze lijn al eerder ingezet, maar door de offshorecrisis als gevolg van de dalende olieprijs, hebben we dat proces versneld doorgevoerd.”

De markt van de kleine baggerschepen gaat heel erg goed.Dat IHC sterk inzet op kennis en innovatie, blijkt ook een aantal kilometers noordwestwaarts van Kinderdijk. Aan de kade van de vestiging in Krimpen aan den IJssel liggen twee bijzondere schepen, waaraan IHC nu de laatste hand legt. Het gaat om twee dual fuel-vaartuigen voor de Belgische baggeraar DEME. Deze zullen volgens plan in juni 2017 worden opgeleverd. Vander Heyde omschrijft het als een zeer innovatief project. “Dit zijn de eerste sleephopperzuigers in de baggerindustrie die zowel op MDO - Marine Diesel Oil - als op LNG kunnen varen. Dit is een enorme stap vooruit en gezien de steeds strengere milieuwetgeving en -restricties zie ik voor dit soort schepen een grote toekomst weggelegd. Nu is de markt nog relatief klein, omdat het aantal havens met volledige LNG-bunkerfaciliteiten beperkt is tot vooral Rotterdam. Uiteindelijk zal die infrastructuur zich uitbreiden en het aantal dual fuel-schepen toenemen, vergelijkbaar met wat we zien bij laadstations en de groei van het aantal hybride en volledig elektrische auto’s.”

Was het een ingewikkelde opdracht? Veel van geleerd?

“Pionieren gaat altijd met vallen en opstaan. Het is een complexe installatie geworden, niet alleen voor ons maar ook voor Wärtsilä die de motoren heeft geleverd. Voor deze fabrikant was het eveneens de eerste keer om voor werkschepen zoals een hopperzuiger motoren te bouwen die zowel op MDO als LNG kunnen draaien. Zo was het idee om de inbedrijfstelling van de motoren voor beide brandstoffen parallel te doen. Vanwege risicobeheersing is er uiteindelijk toch voor gekozen om dat achter elkaar te plannen, te beginnen met MDO. Je wilt er in eerste instantie zeker van zijn dat het schip op MDO kan varen. Dat aspect ken je. Als je dat op orde hebt, volgt de LNG-inbedrijfstelling. Deze aanpak had als gevolg dat de doorlooptijd langer werd. Dat hoort bij zo’n ontwikkelproces. We merken overigens nu dat ook andere klanten interesse tonen voor dual fuel-schepen.”

Met welke ontwikkelingen krijgt IHC de komende tien jaar te maken?

De IHC Beaver 50. Artist impression: IHC Merwede“We zien bij baggerschepen de bemanning steeds kleiner worden. Die tendens zal zich ook voordoen in de offshore. Veel techniek uit de baggerwereld waarbij systemen zijn geïntegreerd, zal ook in de offshore industrie worden ingezet. De volgende stap is remote control van operaties, waarbij vanuit controlekamers op land bijvoorbeeld baggerwerktuigen worden gemonitord via betrouwbare dataverbindingen en kunstmatige intelligentie. Verder zie ik een toenemende offshorisatie van de bagger. Waar vroeger de bagger een separate sector was, zie je nu dat de grote vier baggerbedrijven zowel in de offshore wind, offshore oil & gas als de bagger zitten. De baggercontractors worden steeds meer complete maritieme serviceproviders. Die verbreding biedt voor ons nieuwe perspectieven.”

Is er een toekomst weggelegd voor deep sea mining?

“Op dat gebied zijn we nog altijd leading. Alleen de economische haalbaarheid ervan is ver weg. Dit komt doordat de prijs voor mijnbouwproducten te laag is. Bovendien zijn hoge investeringen in technologische oplossingen nodig om rendabele volumewinning op grote dieptes mogelijk te maken. Een deep sea mining-project vergt al gauw een investering van 750 miljoen tot 1 miljard euro. Je hebt een moederschip nodig dat mijnbouw doet, een crawler op de bodem die op drie tot zes kilometer diepte mineralen wint en een verticaal transportsysteem dat deze mineralen naar boven pompt. Vervolgens moet je de oogst op zee met bulkcarriers aan land brengen om het te verwerken. Een ander probleem is de regelgeving. Nederland heeft in tegenstelling tot diverse andere Europese landen geen eigen concessies voor deep sea mining en ook geen wetgeving op dat gebied. Het is belangrijk dat onze overheid in de slipstream van die andere landen nu eindelijk ook die wetgeving ontwikkelt.”

Onderwerpen
Deel deze pagina
CV Dave Vander Heyde

Sept. 2016 – heden CEO Royal IHC
Dec. 2011 – okt. 2016 CFO Royal IHC
Sept. 2011 – nov. 2011 Managing director BGR E Villa’s
Jan. 2011 – aug. 2011 COO Waterleau
Mrt 1997 – aug. 2010 CFO Jan De Nul
Jan. 1991 – mrt 1997 Manager SBA Kredietbank NV

Opleiding:
Applied Economics/Commercial Engineer, Katholieke Universiteit Leuven

Partners Maritiem Nederland