Achtergrond
De ‘Seafox 5’ met vier windmolenmasten onderweg naar de Duits-Deense grens in de Noordzee.

VVD en D66 in debat over offshore wind:


‘Zorgen voor een efficiënte oplossing’

Auteur: Antoon Oosting | Publicatiedatum:

Terwijl minister-president Rutte voorzichtig probeert D66 te verleiden tot steun aan zijn VVD-PvdA-kabinet, blijven de standpunten van VVD en D66 op het gebied van offshore wind mijlenver, zo niet zeeënver uiteenlopen. VVD’er René Leegte en D66’er Stientje van Veldhoven in debat.

Het standpunt van het VVD-Kamerlid René Leegte over offshore wind kan kortweg worden samengevat als ‘geldverspilling’. Zijn D66-collega Stientje van Veldhoven daarentegen pleit juist voor de aanleg van een zogeheten Noordzeenetwerk waarop alle windmolenparken op de Noordzee worden aangesloten om zo efficiënt mogelijk de opgewekte elektriciteit over de aangesloten Noordzeelanden te kunnen distribueren.

Dure oplossing

Een zo efficiënt mogelijke distributie van de opgewekte elektriciteit moet ook leiden tot een kostenbesparing. Wat dat betreft erkent ook Van Veldhoven dat offshore windenergie een relatief dure oplossing is. Zij denkt echter dat zonder offshore wind ons land nooit in staat zal zijn de door de EU opgelegde norm van 14 procent en de in het regeerakkoord vastgelegde 16 procent duurzame energie per 2020 te halen.

‘Als mensen straks zien hoeveel geld die windenergie kost, verwacht ik dat ze in opstand komen’  

Vanwege de hoge kosten van wind op zee en ook wat betreft de stand van de techniek vindt VVD’er Leegte dat voor het halen van de afgesproken doelstelling vooraleerst naar de mogelijkheden van wind op land moet worden gekeken. “Een van de scenario’s is om de doelstelling te halen met 1500 windturbines. Alle provincies hebben zich verplicht een deel hiervan te plaatsen”, verzekert Leegte. Maar, in het regeerakkoord staat duidelijk dat de doelstelling van 16 procent voorwaardelijk is. Het vergroten van het aandeel duurzame energie mag wat betreft het VVD-Kamerlid niet ten koste gaan van de concurrentiepositie van onze economie. “Als het op land niet lukt en wij ze voor het grootste deel op zee moeten neerzetten, wordt dat verschrikkelijk duur en niet te betalen... Het kost miljarden die windparken en het levert niets op”, stelt Leegte vast.

Wat de VVD betreft komen er dan ook niet meer windmolenparken dan wat er nu gepland is. Leegte: “Een windfront op de Noordzee is 3000 kilometer lang. Als het waait in Nederland, waait het ook in het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Duitsland. Er is al veel overcapaciteit. Tijdens de Kerst hebben de Duitsers bijvoorbeeld 200 euro per megawatt betaald om de overtollige elektriciteit van hun windmolens kwijt te kunnen. Samenwerken is slim. Als wij de Duitse windmolens bij de Nederlandse mogen optellen, hoeven wij ze niet te bouwen en sparen we een hoop geld uit. Sterker nog, je krijgt geld toe. Alles wat we aan windmolenparken op zee erbij bouwen is weggegooid geld.”

De VVD’er vindt dat wat elektriciteitsmaatschappijen als Eneco doen, die groene stroom inkopen, Nederland ook zou moeten doen. Leegte hamert erop dat de doelstelling van het regeerakkoord van 16 procent duurzame energie wel betaalbaar moet blijven. “Daarom moeten we zorgen voor een efficiënte oplossing”, aldus Leegte.

Energierekening

Minister Kamp heeft de SDE-plus (Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie) doorgezet om te zorgen voor stabiliteit in de markt. “Die regeling komt er dus op neer dat we geld ophalen via de energierekening. In het regeerakkoord is voor deze SDE-plus regeling 3 miljard euro gereserveerd. Dat betalen de huishoudens dus via een opslag op hun energierekening. Van 8 euro gaat dat straks oplopen tot 200 euro per huishouden per jaar. Als mensen straks zien hoeveel geld die windenergie kost, verwacht ik dat ze in opstand komen. Dan zien ze ineens hoe duur het wordt”, denkt Leegte.

Zijn D66-collega-Kamerlid Stientje van Veldhoven gelooft met haar fractie dus wel in het belang van offshore windenergie. Net als in het regeer akkoord had ook D66 al in zijn verkiezingsprogramma vastgelegd dat er moet worden gestreefd naar 16 procent duurzame energie. Van Veldhoven: “Van die 16 procent is wind op zee een onlosmakelijk onderdeel.” Haar partij houdt dan ook vast aan de realisering van 6000 megawatt op zee zoals eerder nog in een door het kabinet Balkenende IV vastgesteld Nationaal plan aanpak Windenergie is vastgelegd.

Dat het met de ontwikkeling van de windmolenparken op het Nederlandse deel van de Noordzee tot nog toe niet heeft willen vlotten, was omdat er geen deugdelijke financieringsregeling was. Van Veldhoven: “Onder het afgelopen kabinet is er geen serieus werk van gemaakt. Nu staan we dus voor enorme inhaalslag, van het verlagen van de kosten via de invoering van de SDE-plus regeling naar het daadwerkelijk realiseren van de windmolenparken.”

Vertrouwen in beleid

De bouw van de windmolenparen op zee vergt heel veel kapitaal. Ontwikkelaar Typhoon Offshore zoekt nog steeds naar iets van 2,6 miljard euro om de boven Schiermonnikoog geplande Gemini-windmolenparken te kunnen realiseren. Van Veldhoven: “Om offshore wind te kunnen realiseren is vertrouwen in het beleid van de overheid nodig. Aan stabiliteit in het overheidsbeleid heeft het de voorbije kabinetten niet goed gezeten. Wij hebben er daarom voor gekozen de SDE-plus regeling voort te zetten om stabiliteit in het beleid te genereren. Het is nu aan de sector om met zo min mogelijk kosten zo veel mogelijk windenergie op zee te realiseren.”

‘Zowel op land als op zee zal er meer moeten gebeuren om 16 procent duurzame energie te behalen’ 

In tegenstelling tot haar VVD-opponent denkt Van Veldhoven dus ook niet dat we in Nederland kunnen volstaan met de 1500 windmolenturbines die minister Kamp van Economische Zaken wil realiseren op land. Als die er ook echt komen, vormt dit volgens Van Veldhoven een belangrijke bijdrage in het realiseren van de 16 procent-doelstelling. “Als je echter ziet met hoeveel moeite deze windmolens tot stand komen dan zul je het zoekgebied voor de plaatsing van de windmolenturbines f link moeten vergroten om de geplande 6000 megawatt op land te kunnen realiseren, en waarschijnlijk moeten we zelfs naar 8000-9000 megawatt op land. Zowel op land als op zee zal er meer moeten gebeuren om 16 procent duurzame energie te behalen.”

Tegelijkertijd erkent ook het D66-Kamerlid dat windenergie op zee een relatief dure oplossing is. Van Veldhoven: “Een groot deel van de kosten van windmolenparken op zee gaat zitten in de aansluiting hiervan op de nationale elektriciteitsnetten. Daarom hebben wij gepleit voor een Noordzee-net, aan te leggen met de andere landen rondom de Noordzee, waarop alle windmolenparken op de Noordzee moeten worden aangesloten, zo delen we de kosten en wordt het goedkoper.”

D66 wil een gezamenlijke netbeheerder die een Noordzee-net voor duurzame energie aanlegt. Op die manier moet de opgewekte elektriciteit efficiënter over de kustlanden kunnen worden gedistribueerd en moeten situaties worden voorkomen zoals Leegte die schetste dat Duitsland eind vorig jaar zijn windenergie alleen maar tegen hoge kosten kon slijten. Van Veldhoven: “Het is heel belangrijk dat dit er snel komt. Daardoor zal investeren in de aanleg van windmolenparken op zee ook minder risicovol voor de banken worden.”

Anders dan Leegte heeft Van Veldhoven ook minder moeite met de invoering van SDE-plus regeling en de daaruit voortvloeiende opslag op de energierekening. “Ik zie dit niet zozeer als kostprijs van groene energie. Het is eigenlijk de vervuiling een prijs geven. Via de opslag betaal je voor het voorkomen van de vervuiling”, aldus Van Veldhoven.

Onderwerpen
Deel deze pagina
René Leegte

René Leegte (44) heeft ontwikkelingseconomie en tropische cultuurtechniek aan de Landbouwuniversiteit Wageningen gestudeerd. Na vier jaar (1994-’98) persoonlijke secretaris van Frits Bolkestein te zijn geweest, heeft hij gewerkt bij Unilever, DHV, Publieke Zaken/EPPA en Agrofair in Barendrecht. Sinds oktober 2010 is hij Kamerlid voor de VVD. Hij is woordvoerder van zijn fractie op de terreinen energie en buitenlandse handel. Met de maritieme sector heeft hij weinig ervaring. Wel is hij ‘ongelooflijk trots’ op wat onze Nederlandse offshore industrie presteert. Tegelijkertijd moeten we reëel zijn. Het aandeel van Nederlandse offshore windenergie bedraagt volgens Leegte niet meer dan rond de 5 procent van de omzet van de bedrijven die bij de bouw daarvan betrokken zijn. “Je kunt moeilijk hardmaken dat daardoor een bedrijf in de benen wordt gehouden”, aldus Leegte.

Stientje van Veldhoven

Stientje van Veldhoven (39) studeerde internationale betrekkingen aan de Katholieke Universiteit. Ze is Kamerlid sinds juni 2010 waarin zij zich namens D66 vooral bezighoudt met duurzaamheid en infrastructuur: energie en natuur, milieu, spoor en wegen. Daarvoor was zij onder meer diplomate in Brussel, werkte ze bij de Europese Commissie en was zij als leidinggevende op het ministerie van Economische Zaken verantwoordelijk voor het beleid voor de Rotterdamse haven. Als woordvoerder scheepvaart voer ze mee met een loods om over te stappen op een chemicaliëntanker. “Een hele intrigerende sector die voor ons land al heel lang van groot belang is en als geen ander deel uitmaakt van de wereldeconomie”, aldus Van Veldhoven.  

Partners Maritiem Nederland