Achtergrond
De MDV-1 ‘Immanuel’ heeft een efficiënte rompvorm, een gering motorvermogen en geringe uitstoot. Foto: Flying Focus

Verse vis, zonder bijvangst, met je naam erop

Branche: Visserij | Auteur: Jan Spoelstra | Publicatiedatum:

Tijdens het symposium dat het Visbureau organiseerde tijdens Vlaggetjesdag Stellendam op 11 juli bleek de aanlandplicht een heet hangijzer. Ook het vermarkten van verse vis aan een steeds kritischere consument blijkt steeds moeilijker.

Vanaf 1 januari 2016 gaat de aanlandplicht gefaseerd in voor de verschillende soorten visserij en vanaf 2018 moet alle bijvangst aan land gebracht worden. Volgens staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA) van Economische Zaken is “het overboord zetten van grote hoeveelheden bijvangst volgens de publieke opinie niet meer acceptabel”. Zij lichtte op het symposium in een videoboodschap toe dat ze doorgaat met het vanaf 2016 gefaseerd invoeren van de aanlandplicht.

Volgens de staatssecretaris moet de sector de komende jaren met nieuwe vistechnieken komen om de bijvangst in 2019 met 35 procent te verminderen ten opzichte van 2010. Via deze transitieperiode wil ze de sector zo veel mogelijk tijd en ruimte geven binnen deze wet- en regelgeving. Dijksma gaf toe dat de innovaties in de visserij lastig te financieren zijn, vanwege de lage marges in deze primaire sector. Schepen als de MDV-1 ‘Immanuel’, een schip met een efficiënte rompvorm, pulstechniek, een gering motorvermogen en geringe uitstoot, zouden we daarom ook in het buitenland moeten verkopen. “Exporteer die technologie”, aldus Dijksma.

Feelgood-maatregel

Volgens Europarlementariër Jan Huitema, die zich namens de VVD buigt over de dossiers landbouw en visserij, is dat makkelijker gezegd dan gedaan: “Het is verbazingwekkend dat vergunningen om met de pulskor te vissen maar zo mondjesmaat door de EU worden verstrekt. Frankrijk en Spanje zien het sinds jaar en dag als oneerlijke concurrentie. Er zijn diverse mechanismen in werking die slecht zijn voor het ecosysteem en die slecht zijn voor de welwillende visserijsector.”

De besluitvorming over de aanlandplicht, gevoed door de milieulobby, linkse politici en maatschappelijke druk, heeft slechts drie jaar geduurd. “Ongekend snel en bovendien schiet deze wetgeving zijn doel voorbij”, licht Huitema toe. “Het zijn feelgood-maatregelen, maar als je er dieper op ingaat, werkt het averechts. Veel vis die nu overboord gaat is levensvatbaar. Daarnaast fungeert veel van de overboord gezette bijvangst als voedsel voor andere vissoorten en vogels. Vis die je aan land brengt gaat in ieder geval dood.”

Volgens Huitema moet de inzet zijn om die aanlandplicht van tafel te krijgen. Pas als dat niet lukt, wenst de VVD’er zich naar Dijksma’s beleid te conformeren om de vissers zo veel mogelijk ruimte te geven binnen de aanlandplicht. Aangezien in Brussel milieumaatregelen makkelijker op de agenda komen als dat ze van tafel geveegd worden, is het niet realistisch om te verwachten dat de aanlandplicht teruggedraaid wordt.

Opmerkelijke voorbeelden

Het symposium ging ook over de vraag hoe vis aan de man te brengen de komende jaren. Kitty Koelemeijer, hoogleraar retail en marketing aan de Nijenrode Business University, gaf een aantal opmerkelijke voorbeelden voor de sector om van te leren.

‘Het is verbazingwekkend dat vergunningen om met de pulskor te vissen maar zo mondjesmaat door de EU worden verstrekt’

Zo werd in de jaren tachtig de 25-delige Encyclopedia Britannica voor 2.500 gulden verkocht aan gezinnen die niets dan de beste informatievoorziening voor hun kinderen wilden en deze boeken op een prominente plaats in hun kast de zetten. Bill Gates is vervolgens met zijn Microsoft van 1985 tot 1993 beziggeweest om een encyclopedie op cd-rom tegen een fractie van de prijs te vermarkten, waarna Encyclopedia Britannica in 1995 voor niet meer dan de waarde van de vaste activa verkocht werd. Koelemeijer: “Dit voorbeeld toont aan dat er niets aan de scheppingskracht van de oude garde mankeert, maar dat ze totaal niet voorbereid waren op de vlucht die digitale informatie zou nemen. Ook toont het voorbeeld aan dat je soms een lange adem, acht jaar om een cd-rom in de markt te zetten, moet hebben om innovaties door te voeren.” Dat laatste punt staat wellicht symbool voor de eindeloze lobby om de pulskor gewoon toe te staan. Overigens is Microsoft inmiddels voorbijgestoven door het gratis Wikipedia.

Horlogefabrikanten

Daarnaast wees Koelemeijer op de Zwitserse horlogefabrikanten die met hun mechanische uurwerken achterover bleven leunen toen Casio en Seiko met goedkope quartz horloges marktaandeel wonnen. De Zwitserse horloge-industrie liep een behoorlijke deuk op, die maar deels werd goedgemaakt door de Swatch. “Achterover leunen en blijven doen wat je altijd deed werkt niet”, aldus Koelemeijer. “Blijf doen waar je goed in bent, in het geval van de visserij het efficiënt aan land brengen van de vis, maar blijf rondkijken hoe je kunt verbeteren.”

Een bedrijf dat het wat dat betreft heel goed doet volgens de hoogleraar is Albert Heijn. In de jaren vijftig begon de kruidenier met zelfbediening in de winkel, waarna ze de logistieke keten rond de supermarkt tot op heden perfectioneerden. “Nu zien we een beweging terug. Klanten hebben de wens om boodschappen online te bestellen, of om je pakket boodschappen in een krat bij de winkel af te halen.” Dat is volgens Koelemeijer momenteel nog te duur, of het kan pas vanaf hoge bedragen. “Als een supermarkt het voor elkaar krijgt om het inpakken en thuisbezorgen van boodschappen te stroomlijnen en goedkoper te maken, gaan we een volgende revolutie krijgen. Met de overname van bol.com lijkt Ahold de nodige kennis in huis te halen om deze revolutie in gang te zetten.”

Wat kan de visserij hier nou van leren? Het is een primaire sector die wilde oogst binnenhaalt en aan land brengt. “De huidige consument is zo kieskeurig en heeft zo veel te kiezen, die wil een verse vis met zijn eigen naam erop op zijn bord”, aldus Koelemeijer. “En dat kun je niet als enkele visser voor elkaar krijgen. Je moet samenwerken met de visafslag, de groothandels en de retailers.”

Kleine familiebedrijven

De visserij wordt gekenmerkt door veel kleine familiebedrijven. Dat maakt samenwerking noodzakelijk als je meer marge op je product wil krijgen en dat maakt ook dat de sector zich goed moet organiseren. Ook wil de consument zeker weten dat vissersschepen hun vis met minimale bijvangst en met minimaal brandstofverbruik aan land brengen. Om in deze snel veranderende wereld in te kunnen blijven springen op behoeften van de consument, moet je volgens Koelemeijer aan de ene kant blijven doen waar je goed in bent en processen optimaliseren, maar je moet je ook flexibel opstellen en mee veranderen. Voor dat laatste punt is het gunstig dat de visserij uit zo’n negenhonderd kleine familiebedrijven bestaat, je kunt dan snel schakelen als het nodig is.

Onderwerpen
Deel deze pagina

Partners Maritiem Nederland