Achtergrond

Friese scheepjes voor de Schotse visteelt

Branche: Scheepsbouw | Auteur: Karin Broer | Publicatiedatum:

Bijlsma in Warten is een naam met geschiedenis. Eens was hier een scheepswerf met die naam, opgericht in 1904, gesloten in 2003. Nu bouwt Tjeerd-Wiebe Bijlsma, de jongste van de drie broers die in Bijlsmawerf zaten, met Maritiem Cluster Friesland (MCF) weer schepen. Soms elders, soms hier in Warten.

In de loods midden in Friesland staan twee werkboten voor de Schotse tak van ’s werelds grootste viskweekbedrijf Marine Harvest. Eerder werden voor deze opdrachtgever al drie landingsvaartuigen gebouwd. Op deze vroege voorjaarsdag heerst er een drukte van belang. Het geluid van klappen op staal klinkt afgewisseld met het scherpe sissende geluid van lassen. Het is vandaag aanpoten. Morgen gaan de schepen te water. Dan worden ze in tandem naar een straalbedrijf in Harlingen geduwd, om daar te worden gemetalliseerd. Later keren ze dan weer terug voor het plaatsen van de twee John Deere-motoren van 230 PK, verdere inbouw van het interieur en het schilderwerk. Bijlsma zijn telefoon gaat. De Schotse eigenaar komt vandaag kijken, hij rijdt inmiddels op de Afsluitdijk.

Vrijheid

Na het faillissement van het familiebedrijf besloot Bijlsma voor zichzelf te beginnen en niet mee te gaan met zijn broers die bij de door VeKa overgenomen Bijlsmawerf in Lemmer bleven werken. "Anders blijf je toch het broertje van of de zoon van. En nu kreeg ik de vrijheid te doen wat ik wilde, dat voelde goed.”

'Scheepsbouw is conjunctuurgevoelig. Ik wil een leuk bedrijf, waar het prettig werken is, maar waar we als er even geen werk is, snel kunnen afslanken'

Inmiddels is Maritiem Cluster Friesland een projectorganisatie van twaalf man sterk die schepen bouwt of verbouwt, op de eigen werf, maar ook elders, in samenwerking met onderaannemers. Daarnaast is Bijlsma directeur van zusterbedrijf Bijlsma Wartena, waar scheepsdelen en rompen voor complete schepen worden gebouwd maar ook constructiewerken in staal, aluminium en RVS. Zo treffen we in de loods ook delen van de overkapping van een Noors treinstation aan. Een ander zusterbedrijf, MCF projects, werd onlangs verzelfstandigd.

Flexibiliteit staat voorop. Bijlsma: “We hebben een kleine, vlakke organisatie en we kunnen snel expanderen. Ik zeg altijd tegen mijn klanten: je kunt me altijd overal voor bellen.” Bijlsma wil werken met een kleine kern van personeel. “Scheepsbouw is conjunctuurgevoelig. Ik wil een leuk bedrijf, waar het prettig werken is, maar waar we als er even geen werk is, snel kunnen afslanken.” Het faillissement was wat dat betreft een dure les. “Vier, vijf generaties Bijlsma hebben hier schepen gebouwd, dan is een faillissement heel pijnlijk. Ik wil dat nooit meer meemaken. We hebben daarom een andere formule dan vroeger.”

Viskweken

Op het grote werkdek van de ‘Beinn Scorbahaig’, het achterste schip in de loods, staat Gerrit Knol van Argos Engineering uit Groningen. Hij ontwierp de schepen in nauwe samenwerking met Bijlsma en de opdrachtgever. “Het is een werkdek van 65 m²”, vertelt hij. “Dat is ongekend groot op zo’n boot.” De Beinn Scorhabhaig en zusterschip ‘Beinn Mhor’ (‘beinn’ is heuvel in het Gaelic), zijn kort en breed: 15,65 m lang en 7,3 m breed.

Bijlsma en Knol hebben alles geleerd over viskweken. In Schotland kweekt men de zalm in grote drijvende netten. De twee werkschepen worden straks ingezet om de vissen te voeren, netten te wassen en repareren en de vissen te tellen. Knol: “We maken eigenlijk een stuk gereedschap. In het ontwerp hebben we vooral gezocht naar kleine, simpele dingen waar de gebruiker blij van wordt, zoals dat alles glad en rond is op de boot en er geen netten kunnen schuren en ergens achter kunnen haken.” Dat de boot goed gereinigd kan worden is heel belangrijk. “We zitten eigenlijk in de voedingsindustrie”, zegt Knol. Op het achterdek staat de draagconstructie voor de kraan van 1180 kilo er al: het schip kan slepen (de verschansing is deels wegneembaar) maar ook 40 ton lading meenemen. Al met al een multifunctioneel werkscheepje. Op de andere, de Beinn Mhor, komt een nettenwasinstallatie.

Hoe komt een Schotse viskweker bij een klein Fries bedrijf? Bijlsma: “Soms is de wereld niet zo groot. Via Acta Marine (MFC bouwde voor hen drie schepen, red.) hoorden we dat de Schotten op zoek waren naar een middelgrote werf voor nieuwbouw. Toen zijn we daar gaan kijken en hebben we een aanbieding gedaan.”

Toekomst

De toekomst? “De scheepsbouw blijft voorlopig een heel lastige markt”, zegt Bijlsma. “Ook de lage olieprijs werkt niet in het voordeel. De werkschepen, dat is toch wel de belangrijkste markt voor ons, daarvan zijn er minder nodig als er minder naar olie wordt gezocht en gebaggerd.”

Maar andere markten, zoals de viskweekindustrie, bieden kansen. Bijlsma: “Het is een markt die al veertig jaar groeit. Viskwekers vind je in Noorwegen, Chili, Peru, Saoedi-Arabië, Australië, Canada, noem maar op. Zalm, forel, mosselen, dat wordt allemaal gekweekt.”

In de toekomst wil Bijlsma sowieso meer de buitenlandse markt aanboren. “De wereld is groot en die wereldkaart hangt niet voor niets in mijn kantoor.”

Onderwerpen
Deel deze pagina
Specificaties Utility Vessel

Lengte o.a.: 15,65 m
Breedte o.a.: 7,3 m
Diepgang: 1,45 / 1,94 m
Werkdeck oppervlakte: 60 m²
Last: 40 ton
Motoren: John Deere, 6068 AFM85, 172kW/230 PK
Kaapstaanders: Tjenford, N300-5000
Kraan: HS Marine AK30 HE4 1180 kg

Probeer TW

Geïnteresseerd in techniek? Kies dan voor Technisch Weekblad (TW)

TW biedt technici het laatste nieuws, achtergronden en opinie op het gebied van techniek en innovatie. TW lees je in print en altijd en overal online op je pc, tablet of smartphone. Voor studenten en starters onder de 35 jaar met een technische opleiding, is TW helemaal gratis! 

Naar de website van TW voor het laatste nieuws

Meer informatie over een abonnement

Partners Maritiem Nederland