Achtergrond
Het LNG schip ‘Coral Energy’ van gastankerrederij Anthony Veder manoeuvreert richting de Gate Terminal op de Maasvlakte. Foto: Flying Focus

Grote concurrentie van daadkrachtige Scandinaviërs


Roep om slim milieubeleid

Branche: Zeevaart | Auteur: Antoon Oosting | Publicatiedatum:

Ooit waren Nederlandse reders heer en meester in de scheepvaart op de Oostzee. Momenteel vormen de LNG-tankers van Anthony Veder een positieve uitzondering. Nu de scheepvaart een grote slag moet maken in de verbetering van de milieuprestaties dreigen Nederlandse reders aan het kortste eind te trekken in de concurrentie met de op milieugebied bijzonder ambitieuze, innovatieve en daadkrachtige Scandinaviërs.

Volgens een rapportage van het Shortsea netwerk voeren er eind vorig jaar onder Noorse vlag al veertig schepen op vloeibaar gemaakt aardgas (LNG) rond. Ondertussen zijn er voor Noorse reders nog eens achttien op LNG varende schepen in aanbouw. In Finland vaart een grote ferry van Viking Line op LNG en een vrachtschip op vloeibare bio-olie. Deze cijfers komen uit een op 9 december vorig jaar gepubliceerde inventarisatie van het ESN (European Shortsea Network). Dit is de overkoepelende organisatie van nationale voorlichtingsbureaus shortsea, zoals het eind 2012 voortijdig opgeheven Nederlandse Voorlichtingsbureau Shortsea Shipping.

Aanscherping richtlijn

Vraag aan de nationale bureaus was wat er in hun landen gebeurt om de scheepvaart voor te bereiden op de per 1 januari 2015 van kracht wordende aanscherping van de zwavelrichtlijn voor de scheepvaart in de Noord- en Oostzee.

‘Nederlandse reders willen dolgraag investeren in de milieuprestaties van hun schepen, maar de banken weigeren de hiervoor benodigde kredieten beschikbaar te stellen’

In de zogeheten Sulphur Emission Control Area (SECA) van de Noord- en Oostzee mag dan alleen nog met de veel duurdere Marine Gas Oil (MGO) worden gevaren met een zwavelgehalte van maximaal 0,1 procent (was 1,0 procent). Of de uitstoot moet op een andere manier worden teruggedrongen met behulp van scrubbers of overschakelen op het gebruik van LNG als scheepsbrandstof. Welke optie de reder ook kiest, het gaat hem veel geld kosten door het varen op de veel duurdere MGO of het moeten investeren van miljoenen per schip in de installatie van scrubbers of de ombouw/nieuwbouw voor voortstuwing door middel van LNG.

De bureaus van nota bene wél België, Bulgarije, Finland en Frankrijk brachten uitgebreide landenrapportages uit. Bulgarije heeft er natuurlijk nog niet zo veel last van maar het Franse Brittany Ferries maakte begin januari bekend een grote superferry op LNG te hebben besteld. In België zet de Vlaamse regering vooral in op het stimuleren van het gebruik van walstroom en LNG als scheepsbrandstof. De Vlaamse regering wil investeerders helpen met het verkrijgen van Europese subsidies voor de opzet van bunkerfaciliteiten voor LNG in vooral de shortsea en de binnenvaart.

Maar voornamelijk in Finland, dat voor zijn in- en export vrijwel volledig afhankelijk is van de shortsea, staat de problematiek hoog op de agenda. Alternatieve brandstoffen en technologieën worden uitgebreid bediscussieerd wat inmiddels heeft geleid tot het lanceren van verschillende methoden en instrumenten voor aanpassing aan de strengere zwavelregelgeving. Een werkgroep onder leiding van het ministerie van Werkgelegenheid onderzoekt een reeks alternatieve maatregelen en hun effecten. Als meest serieuze opties voor de scheepvaart gelden steun voor nieuwe innovaties en milieu-instrumenten en het promoten van het gebruik van LNG and biobrandstoffen.

De ‘MS Viking Grace’, de eerste grote passagiersferry die volledig op LNG vaart, van het Finse Viking Line.  Foto: Viking LineDe activiteiten van de Finse overheid blijven echter niet beperkt tot praten en onderzoeken. In 2011 gaf de Europese Commissie al haar goedkeuring aan een regeling van de Finse regering voor subsidies voor de bouw van milieuvriendelijke schepen. Met behulp daarvan vaart nu dus de vorig jaar opgeleverde ‘Viking Grace’ rond, een 57.000 gross tonnage-metende superferry voor 2800 passagiers en 500 auto’s. De Viking Grace vaart op LNG waarvoor twee grote tanks op het achterdek staan. Daarnaast is er met behulp van deze subsidie een zwareladingvrachtschip gebouwd, de 105 meter lange, 4359 ton draagvermogen metende ‘Meri’, die op biobrandstoffen kan varen.

Uitbreiding subsidies

Begin vorig jaar breidde de Finse regering de subsidieregeling voor milieuvriendelijke schepen tevens uit tot verbouw/ombouw van schepen. De Europese Commissie keurde ook deze aanpassing goed als zijnde in lijn met de strenge regels voor overheidssteun aan bedrijven. Voor 2013 heeft de Finse regering een budget van in totaal 30 miljoen euro uitgetrokken voor investeringen in milieuvriendelijke schepen. Met behulp hiervan kunnen Finse reders tot 50 procent subsidie krijgen op de kosten voor het plaatsen van scrubbers of ombouw van schepen op LNG. Met de regeling worden inmiddels 22 schepen van scrubbers voorzien. In november riep de regering reders op nieuwe aanvragen te doen voor de verdeling van de 11 miljoen euro die nog beschikbaar is. Daarnaast heeft de Finse regering 123 miljoen euro uitgetrokken voor de opbouw van een netwerk van terminals voor het bunkeren van LNG.

Noorwegen doet het iets anders maar niet minder succesvol. In 2008 zetten vijftien ondernemersverenigingen gezamenlijk een NOx-fonds op om de uitstoot van vooral de voor de zure regen verantwoordelijke stikstofoxiden tegen te gaan. Dit fonds wordt gevuld met een op basis van een afspraak met de Noorse regering geheven toeslag voor het gebruik van stookolie in het scheepvaartverkeer tussen Noorse havens. In ruil daarvoor laat de Noorse regering een eigen heffing achterwege. Met de toeslag komt er jaarlijks 80 miljoen euro in het fonds.

Reders die aan deze regeling meedoen en toeslag betalen kunnen in ruil daarvoor een beroep doen op een subsidie uit het fonds voor de bouw van milieuvriendelijke schepen. Daaronder valt ombouw of nieuwbouw van schepen die op LNG kunnen varen, nieuwe effectieve NOx-reducerende maatregelen, de installatie van scrubbers, door batterijen aangedreven schepen, vervanging van motoren en dergelijke. Tot en met augustus vorig jaar was er vanuit het Noorse NOx-fonds subsidie verleend voor 49 nieuwbouw of ombouw van schepen voor gebruik van LNG als brandstof.

Moderne vloot

En de Nederlandse reders hebben straks het nakijken op de Noord- en Oostzee in de concurrentie met al die milieuvriendelijke schepen die met behulp van subsidies vanuit Noorwegen en Finland in de markt worden gezet. De Nederlandse reders hebben een moderne vloot waarvan het merendeel in het eerste decennium van de helling is gegleden. Daarbij is vaak al heel sterk ingezet op brandstofbesparing. Maar dat hebben andere, vooral Scandinavische reders ook al lang gedaan.

Tegelijkertijd hebben veel sectoren in de scheepvaart, vooral de container- en bulkvaart, zwaar te lijden gehad van de in 2008 ingetreden recessie. Inmiddels zijn er naar schatting zo’n dertigtal schepen, vooral containerfeeders, onder Nederlandse vlag failliet verklaard. Tal van vooral kleinere shortsea-reders staat het water aan de lippen. Op de nieuwjaarsreceptie van de KVNR onthulde voorzitter Tineke Netelenbos dat een aantal leden moet worden geschrapt omdat ze kennelijk de verenigingsbijdrage niet meer kunnen of willen betalen. Een grote reder als Wagenborg heeft al jaren geleden het roer omgegooid en zich omgevormd tot een wereldwijd opererende reder. Dat hoef je niet te doen als er zoveel geld in de shortsea zou zijn te verdienen.

Volgens de KVNR zouden Nederlandse reders dolgraag willen investeren in de milieuprestaties van hun schepen. De banken weigeren echter de hiervoor benodigde kredieten beschikbaar te stellen omdat er momenteel met de in de shortsea opererende schepen al veel te weinig wordt verdiend en daarmee de waarde van deze schepen is gekelderd. De enige uitzonderingen hierop zijn Anthony Veder en de Amsterdamse rederij Spliethoff. Anthony Veder heeft inmiddels al drie op LNG varende kleinere tankers voor de distributie van LNG in met name Scandinavië. En Spliethoff mag zich gelukkig prijzen dat het voor de banken kennelijk de eerste en tot nog toe enige reder is waar de banken voldoende vertrouwen in hebben voor de financiering van scrubbers. Spliethoff heeft er inmiddels zes van besteld voor de Transfennica-conro’s en overweegt ook de 14-eenheden tellende S-klasse van scrubbers te voorzien.

Voor de rest zijn de Nederlandse reders aangewezen op het blijven varen op de straks mogelijk onbetaalbaar wordende MGO. Dan blijft het toch wrang dat de Nederlandse overheid wel jaarlijks 500 miljoen euro aan belastinggelden weggeeft voor de aankoop van milieuvriendelijke auto’s en geen cent over heeft voor milieuvriendelijke schepen.

Onderwerpen
Deel deze pagina

Partners Maritiem Nederland