Achtergrond
Het Deense Nysted Wind Farm is een van ’s werelds grootste offshore windparken.

Nederlandse offshore windenergie


Bron van politieke verdeeldheid

Branche: Maritieme Cluster, Offshore | Auteur: Antoon Oosting | Publicatiedatum:

Als alle betrokken partijen het eens worden over de kleine lettertjes van de af te sluiten contracten maakt Nederland volgens de planning eind van dit jaar opnieuw een forse stap in de ontwikkeling van windenergie op zee. Offshore windenergie-ontwikkelaar Typhoon Offshore begint dan met de bouw van het offshore windpark Gemini.

In december van dit jaar hoopt Typhoon Offshore de ‘financial close’, het moment van tekenen van alle contracten, te bereiken voor de aanleg van het 55 km ten noorden van Schiermonnikoog gesitueerde Gemini-windpark. Het gaat dan om een investering van 2,5 miljard euro.

Vervolgens kan dan ongeveer een half jaar later de daadwerkelijke bouw van start gaan van dit uit twee delen bestaande en met twee keer 75 windturbines voorziene offshore windpark. Voor het geplande vermogen van 2x300 MW gaat Siemens de 150 turbines met een vermogen van 4 MW elk leveren. Baggeraar en steeds meer ook offshore dienstverlener Van Oord treedt op als hoofdaannemer voor de installatie en daarna ook het langjarige onderhoud van de twee windparken.

Vol in productie

Volgens de planning moet het Gemini-windpark begin 2016 worden opgeleverd om nog voor het eind van dat jaar vol in productie te kunnen gaan. Met de twee bestaande windparken voor de Nederlandse kust bij Egmond (Noordzee Wind-108 MW) en IJmuiden (Prinses Amaliawindpark 120 MW) en het ter hoogte van Noordwijk aan Zee in aanleg zijnde Luchterduinen (129 MW) kan dan het totale vermogen aan offshore windenergie bijna verdrievoudigen tot in totaal 947 MW, goed voor twee flinke, conventionele energiecentrales die fossiele brandstoffen verstoken.

Dat lijkt misschien veel maar afgezet tegen wat andere Noordzeelanden doen is het eigenlijk beschamend weinig. Zelfs de Belgen hebben nu al meer aan offshore windvermogen op de Noordzee staan dan de Nederlanders. Om nog maar te zwijgen van de Denen en de Engelsen. Als absolute koploper heeft Denemarken nu al zoveel windenergievermogen op land en in zee staan dat de Denen inmiddels 28 procent van hun benodigde elektriciteit uit windenergie halen. De Denen hebben verder zo veel capaciteit in aanbouw dat ze in 2020 hun elektriciteit voor 50 procent uit wind halen. Doel is om in 2050 alle elektriciteit uit hernieuwbare energie te halen en niet meer afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen.

Met dit al geruime tijd geleden ingezette energiebeleid heeft het circa 5,5 miljoen inwoners tellende Denemarken een indrukwekkende windmolenindustrie opgebouwd: 9 van de 10 geïnstalleerde windturbines zijn gemaakt in Denemarken door onder andere Vestas en de Deense vestiging van het Duitse Siemens.

Forse inhaalslag

Het Verenigd Koninkrijk is wat later begonnen met de ontwikkeling van de offshore windenergie maar maakt de afgelopen jaren een forse inhaalslag door. Rond de Britse eilanden staat inmiddels voor 1858 MW vermogen aan windenergie terwijl 2359 MW in aanleg is. Maar er is nog voor vele duizenden MW aan offshore windenergie in planning. De Duitsers hebben op de Noordzee 460 MW aan windenergievermogen staan maar hebben voor 2300 MW in aanbouw. In 2017 moet er voor 6200 MW aan vermogen op de Noordzee staan. En in 2023 zou dat nog moeten zijn verdubbeld.

Het Nederlandse politieke debat over de Nederlandse offshore windenergie gaat over alles behalve het oogsten van meer windenergie’ 

Het opvallende in de plannen van de Duitsers en de Britten is dat ze voor de bouw van hun offshore parken vrijwel allemaal plekken ver in zee kiezen. Logisch want dat zijn de plekken waar het ‘t hardste waait. Zo staan de Duitse windparken in de Duitse Bocht en zijn nieuwe parken gepland in de Duitse taartpunt van de Noordzee richting de Doggersbank. Ook de Britten hebben maar liefst 9000 MW aan offshore windenergie gepland op de Doggersbank. Dat is midden op de Noordzee maar met een gemiddelde diepgang van 15 tot 20 meter toch niet heel erg diep.

Op kaarten van alle gerealiseerde en nog te bouwen offshore windparken staan het Duitse en Britse deel van de Noordzee richting de Doggersbank dan ook al behoorlijk vol gepland. Alleen het Nederlandse deel van de Noordzee valt op door ‘een krankzinnige leegheid’ zoals Marcel van den Berg, de woordvoerder van Typhoon Offshore, dit opvallende verschil karakteriseert. Want hoewel men bij Typhoon Offshore nog even heel druk bezig is met de ontwikkeling van het Gemini-windpark wil deze ontwikkelaar graag verder, richting de Doggersbank.

Smart grid

Het Nederlandse politieke debat over de Nederlandse offshore windenergie gaat echter over alles behalve het oogsten van meer windenergie. Nieuwe echte offshore windparken worden vooralsnog niet gebouwd, want zo verklaart het ministerie van Infrastructuur en Milieu in zijn toelichting op de Rijksstructuurvisie Windenergie op Zee: “In afwachting van nieuw beleid is een moratorium van kracht.” De focus lijkt vooral te zijn gericht op het beter benutten van het bestaande. Zo laat de overheid door de Grontmij een studie doen naar de aanleg van een smart grid, een netwerk waarop alle windparken op de Noordzee zouden moeten worden aangesloten om een zo efficiënt mogelijke verdeling van de windenergie te realiseren

Het Offshore windpark Egmond aan Zee (OWEZ) in de Noordzee ligt 10 tot 18 kilometer uit de kust bij Egmond aan Zee en is bij helder weer zichtbaar vanaf het strand. In de politiek speelt nu weer de vraag of je windmolens niet dichter op de kust kunt zetten terwijl in 2005 was besloten dat er niet meer binnen een afstand van 22 kilometer uit de kust mag worden gebouwd vanwege de horizonvervuiling..

Het laatste Kamerdebat ging vooral over de vraag in hoeverre je de windmolens niet dichter op de kust kunt zetten. Daarin pleitte vooral de PvdA, met steun van VVD en CDA voor een haalbaarheidsonderzoek naar de mogelijkheid om de windparken toch weer dichter op de kust te zetten. Opmerkelijk want naar aanleiding van de aanleg van het windpark NoordzeeWind dat vanaf het strand van Egmond aan Zee duidelijk is te zien, was nou juist in 2005 besloten dat er niet meer binnen een afstand van 12 mile (22 km) uit de kust mag worden gebouwd.

Daartoe is destijds besloten vanwege de enorme horizonvervuiling die de windparken veroorzaken. Maar omdat Nederland de door Europa opgelegde doelstelling van 14 procent, die door het PvdA-VVD-kabinet zelf nog eens is opgeschroefd naar 16 procent, niet dreigt te halen, worden kennelijk alle inzichten uit het verleden weer overboord gezet, alsof horizonvervuiling ineens niet meer belangrijk is. Dit is dus niet alleen een ergerlijk opportunistische en ook uitermate kortzichtige discussie maar gaat ook totaal voorbij aan een van de belangrijkste kenmerken van offshore windenergie op de Noordzee: hoe verder uit de kust, hoe harder het waait en dus hoe hoger het rendement van de geïnstalleerde windmolens.

Verantwoorde keuze

Wat dat betreft is het jammer dat de aanleg van het Gemini-windpark anderhalf jaar vertraging heeft opgelopen. De reden hiervoor is dat ontwikkelaar Typhoon Offshore het windpark heeft geoptimaliseerd. Er is gekozen om gebruik te gaan maken van de Siemens 4.0 windturbine in plaats van de 5 MW windturbine van BARD. Deze turbine van Siemens heeft minder impact op het milieu en levert meer stroom, zo’n 10 procent om precies te zijn. Door deze optimalisatie moest de procedure voor het verlenen van de vergunning opnieuw. Als de contracten al waren getekend, hadden alle betrokken partijen de politiek ook kunnen laten zien dat de ontwikkeling van een windpark verder in zee, op een plek waar het veel harder waait, wel degelijk een verantwoorde keuze is.

Wie op de Noordzee zoekt naar offshore windturbines, ziet op het Nederlandse deel een krankzinnige leegte

Typhoon Offshore moet wel verantwoorde keuzes maken, omdat dit de enige manier is om beleggers te overtuigen in een park te investeren. En dat doen beleggers alleen wanneer ze een betrouwbaar rendement van hun investering kunnen verwachten. Typhoon Offshore probeert dat te doen door te laten zien dat hun Gemini-windpark een betrouwbare operatie is. De kunst is alle risico’s van aanleg en operatie van het windpark in kaart te brengen en vervolgens onder te brengen bij betrouwbare partijen. Dat leidt tot de keuze voor een betrouwbare turbine met een hoog rendement waarbij de turbinebouwer moet garanderen dat hij het doet en ook verantwoordelijk is voor het onderhoud. Alle risico’s en het onderhoud van de constructie komen te liggen bij Van Oord. Investeerders hoeven zich dan ook geen zorgen te maken over constructie en onderhoud.

Het financiële rendement van windparken ligt gemiddeld tussen de 8 en 12 procent. Investeren in een windpark is niet voor de belegger die voor de snelle winst gaat. Maar voor wie langjarig een stabiel rendement wil, zoals pensioenfondsen of verzekeraars kan dit interessant zijn.

Deel deze pagina

Partners Maritiem Nederland