Achtergrond

International Food Services zet in op goed eten aan boord


Maritieme catering kan zoveel beter

Branche: Maritieme Cluster, Offshore | Auteur: Jan van den Berg | Publicatiedatum:

Voeding op schepen moet goed zijn. Dat klinkt als een cliché, maar in de praktijk blijkt er nog veel te verbeteren aan de kwaliteit van maaltijden en de kundigheid van koks. International Food Services (IFS) wil beide verbeteren door goede voedingsmiddelen te leveren en koks bij te scholen.

Catering van schepen lijkt een eenvoudige bezigheid. Je neemt bestellingen van reders aan en levert simpelweg wat ze willen hebben. Het kan ook anders, blijkt uit een gesprek met Ron Meijer. Hij is offshore account manager van International Food Services. Dit is een Belgisch cateringbedrijf voor de maritieme sector. “Wij doen alles wat we kunnen om te zorgen dat mensen aan boord van schepen en offshore installaties goede en gezonde voeding hebben. Ook letten we er op dat de kosten onder controle blijven.”

IFS is in 1992 opgericht door Michel Pradolini. Hij heeft verschillende jaren als kok gewerkt in de koopvaardij en kwam tot de conclusie dat de catering beter kon. Zijn uitgangspunt is niet het eten zelf, maar de kok. Dat zien we terug in de bedrijfsfilosofie van IFS, zegt Meijer. “Wij besteden veel aandacht aan de kok en aan anderen die aan boord en op de wal betrokken zijn bij de bevoorrading van schepen.”

Tweede koksschool

Daarom heeft IFS een eigen koksschool in Bataan op de Filippijnen. Deze plaats is niet toevallig gekozen, want uit dat land en diverse buurlanden komt veel personeel voor de scheepvaart. IFS opent volgend jaar een tweede school in Antwerpen, de thuisbasis van IFS. Deze is vooral bedoeld om scheepskoks uit Oost-Europa op te leiden.

De school biedt een gedegen opleiding, meent Meijer. “We geven een intensieve cursus voor koks van dertig dagen, waarin we veel nadruk leggen op gezonde en gevarieerde voeding, goed voorraadbeheer en op zaken als hygiëne. Verder hebben we korte cursussen voor stewards en voor kapiteins. Zij zijn aan boord eindverantwoordelijk en daarom hebben we het liefst dat ook zij voldoende begrip hebben van voeding en alles wat daar bij komt kijken.”

Gezond en gevarieerd

De hamvraag is dan ook waar het in de filosofie van Pradolini en IFS om draait. Allereerst moet voeding gezond zijn. IFS let er bij de inkoop dan ook goed op, dat voedingsmiddelen niet te vet zijn en dat er suiker in zit. “Daarover maken we strikte afspraken met onze toeleveranciers.” Daarnaast moet de kwaliteit hoog zijn. Zo heeft IFS bijvoorbeeld vastgelegd hoeveel water er maximaal in een stuk kipfilet mag zitten.

‘Combinatie gezond voedsel, goed voorraadbeheer en minimale verspilling spreekt steeds meer reders aan’

Verder is variatie belangrijk. Werken op zee kan zwaar zijn, terwijl eentonigheid ook op de loer kan liggen. Goed eten draagt daarom niet alleen bij aan de fysieke conditie van de zeevarende, maar ook aan zijn psychisch welbevinden. Meijer: “Het komt nog te vaak voor dat je aan het menu kunt aflezen welke dag het is. Zo van: ‘Eten we karbonade, dan is het vandaag dinsdag.’ Dat is niet bevorderlijk voor de sfeer aan boord.”

Pradolini moet in zijn tijd als kok ook gezien hebben dat er veel eten wordt weggegooid. Dat is niet wezenlijk veranderd. Het is volgens Meijer geen uitzondering dat aan het eind van een zeereis twintig procent van de voorraad moet worden weggegooid. Dan is er te veel bederfelijke waar besteld. Dat dit de reder veel geld kost, hoeft verder geen betoog.

Nadruk op vakkennis

Koks die hun vak verstaan, kunnen op deze drie gebieden het verschil maken. Vandaar uiteraard de nadruk van IFS op grote vakkennis. Die gaat zo ver dat het bedrijf de opleidingen gratis aanbiedt. Dat lijkt op het eerste gezicht buitengewoon kostbaar, maar er gaat een sluitende bedrijfseconomische redenering achter schuil, legt Meijer uit. “Als het personeel op de schepen tevreden is over het eten en ook gezond eet, dan heeft dat alleen maar voordelen. Mensen voelen zich beter en zullen over het algemeen ook gezonder zijn. Daarnaast blijkt heel vaak dat we de kosten voor de catering kunnen verlagen, doordat de voorraden kleiner kunnen zijn, dan nu nog vaak het geval is.”

Naast voedselleverantie en opleidingen biedt IFS ook adviezen. “Wij bezoeken ieder schip dat we beleveren gemiddeld eenmaal per jaar. Dan spreken we met de kok en de kapitein en we inspecteren de keuken en voorraadkamers. We stellen daar een rapport van op en als er verbeterpunten zijn, dan kan men dit rapport gebruiken om die uit te voeren.”

Verder houdt IFS vanuit de kantoren in Antwerpen en Singapore nauwkeurig bij welke bestellingen er binnen komen en wat er aan schepen geleverd wordt. “Het kan voorkomen dat een reder wel erg veel bestelt of dat er te weinig variatie in de voeding zit. Dan gaan we met hem in overleg of dat echt de bedoeling is en we suggereren alternatieven.”

Het bijhouden wat er geleverd wordt en hoeveel voorraad er overblijft geeft inzicht in de mate waarin de bestellingen in overeenstemming zijn met de behoeften. Dit is een goed instrument om de kosten te beheersen. IFS deelt deze gegevens met de reders.

Divers klantenbestand

Het klantenbestand van IFS is divers. Het bedrijf levert momenteel aan zo’n zeshonderd schepen, maar ook aan offshore installaties. Er zijn diverse Nederlandse rederijen en baggerbedrijven, die hun schepen door IFS van voedingsmiddelen laten voorzien, zoals de tankerrederij Anthony Veder en baggeraar Boskalis. Maar ook de havensleepboten in Antwerpen behoren tot de klantenkring.

Meijer voorziet mooie groeicijfers voor IFS. “We groeien al enige tijd met zo’n tien procent per jaar. Het ziet er naar uit dat we dit kunnen volhouden.” De groei zit niet zozeer in de toenemende omvang van de markt, want die is behoorlijk stabiel. Meijer denkt dat de manier waarop IFS werkt reders aanspreekt. Vooral de kleinere reders regelen de catering vaak zelf en hebben niet de deskundigheid die IFS kan bieden. Dat is voor menig scheepseigenaar een reden geweest om met IFS in zee te gaan.

Vooralsnog zijn alle klanten te vinden in de civiele scheepvaart en de offshore. Het is echter goed mogelijk dat ook marines gebruik gaan maken van de diensten van IFS. Daarnaast is het goed denkbaar dat bedrijven hun op het land gestationeerde personeel gaan laten voeden via IFS, zegt Meijer.

“Dan kun je denken aan een baggerbedrijf dat ons voor een project niet alleen inschakelt voor het personeel dat op de schepen werkt, maar voor ook degenen die op het land voor dat project werken. We hebben hierover wel eens met bedrijven gesproken en ik zie het zeker als een optie voor ons. We kijken immers voortdurend of we nieuwe klanten kunnen krijgen.”

‘Om het duurzame aspect inzichtelijk te maken heeft IFS zich aangesloten bij GSES BlueScan’

Lagere CO2-uitstoot

Interessant is dat de werkwijze van IFS goed aansluit bij het streven naar duurzaamheid. Het bedrijf werkt met lokale leveranciers en heeft er de voorkeur voor dat lokale producten worden geleverd. Dit beperkt de CO2-uitstoot die ontstaat door het transport van voedingsmiddelen over lange afstanden. Verder is goed voorraadbeheer en de daarmee gepaard gaande minimale verspilling een bijdrage aan een duurzame bedrijfsvoering. Dit spreekt volgens Meijer steeds meer reders aan.

Om het duurzame aspect inzichtelijk te maken heeft IFS zich aangesloten bij GSES BlueScan. Dit is een tool waarmee leveranciers getoetst worden op de duurzaamheid van hun productieketen. “Hierdoor kunnen we voor klanten inzichtelijk maken hoe we werken. Dan gaat het niet alleen over de voedingsmiddelen zelf, maar ook over de verpakkingen. Want dat is een ander aspect waar we op letten en waar ook steeds meer eisen voor komen.”

Gezonde voeding komt in de maritieme sector meer in de belangstelling te staan (foto: IFS)

Deel deze pagina

Partners Maritiem Nederland