Achtergrond

Luitenant-Generaal der Mariniers Rob Verkerk, Commandant Zeestrijdkrachten: ‘Kijk om je heen en maak de rekensom’

Branche: Marine | Auteur: Jan Spoelstra | Publicatiedatum:

Door ons hoogtechnologische marinematerieel hebben we ons in Europa jarenlang kunnen permitteren dat we numeriek in de minderheid zijn. Maar China en Rusland hebben sinds de val van de Berlijnse muur niet stil gezeten en ontwikkelen en bouwen onderzeeboten en snelle, krachtige langeafstandsraketten - daar moeten we een antwoord op hebben. “Om te kunnen afschrikken en mocht het onverhoopt fout gaan, dan wil je toch een redelijke kans hebben om te winnen?”

Tot 2016 is er bijna structureel jaarlijks bezuinigd op onze defensie-uitgaven. Dat gebeurde zelfs tot een niveau dat er in 2013 sprake van was dat we een gloednieuw gebouwd schip (het JSS ‘Zr. Ms. Karel Doorman’) zouden doorverkopen en tot een punt dat de PvdA riep dat we de onderzeebootdienst maar zouden moeten opheffen. In zo’n politiek klimaat is het een grote uitdaging om operationele kennis en expertise binnen een organisatie als de Koninklijke Marine te behouden. Volgens luitenant-generaal der mariniers Rob Verkerk, commandant zeestrijdkrachten, is dat gelukt, maar hij plaatst direct een kanttekening: “Veel kennis over ‘high-end warfare’ ligt maar bij een beperkt aantal personen binnen de Koninklijke Marine, veelal uit de boeken en niet ‘hands-on’. Zo ontstaan er ‘single points of failure’ en dat maakt je als krijgsbedrijf kwetsbaar.”

De marine reageert altijd op ontwikkelingen in de wereld, en de laatste vijf jaar leidde dat tot veel taken die lager in het geweldsspectrum liggen, zoals piraterijbestrijding, permanente antidrugsoperaties in de west en het patrouilleren in de Middellandse Zee met het oog op migratiestromen. “Heel belangrijk allemaal, en piraterij kan zo weer oplaaien wanneer internationale inspanningen terugzakken, maar we vergeten dan hoe we hoog in het geweldsspectrum moeten opereren. Die kennis dreigt weg te zakken. En wat zien we nu om ons heen? Rusland en China blijven bouwen aan hun vloot en ontwikkelen effectieve langeafstandsraketten.” Dat is de reden dat de marine meer oefent op missies hoger in het geweldsspectrum. Verkerk: “Je moet een antwoord hebben. Als het toch fout gaat in de wereld, wil je toch een redelijke kans hebben om te winnen?”

“De beste manier om ene oorlog te voorkomen, is door je er goed op voor te bereiden”

“Laten we even bij het begin beginnen, ik wil dit even goed kwijt.” We spreken Rob Verkerk in het gebouw de Albatros op de marinebasis in Den Helder, hij wijst in de richting van de Noordzee: “Mensen gaan naar het strand en daar houdt Nederland voor hen op.” Verkerk memoreert aan de woorden van oud-onderzeebootcommandant en premier wijlen Piet de Jong. “Daar op zee liggen kansen en dreigingen. Handelsland Nederland profiteert van import en export, 90 procent daarvan gaat over zee. Op zee ligt een groot deel van onze economie en welvaart, en die moeten we beschermen.” Volgens Rob Verkerk moeten de bij een kabinetsformatie betrokken politieke partijen naar de wereld om hun heen kijken, vaststellen wat voor Nederland van belang is, en de rekensom maken. Met de huidige budgetten hebben we onvoldoende antwoord op maritieme dreigingen voor ons verdienmodel en onze veiligheid.

Welke maritieme dreigingen komen op ons af?

“Toen de Berlijnse muur dertig jaar geleden viel en de Koude Oorlog ten einde liep, dachten we dat wereldvrede binnen handbereik was. Maar de wereld heeft zich anders ontwikkeld. Rijkdom en welvaart hebben zich niet evenredig verdeeld over de wereld, en nu eisen Rusland en China hun plaats op het wereldtoneel op en worden we overspoeld door vluchtelingen en terroristen. Daar komt bij dat we de komende jaren niet langer achter de brede rug van de Verenigde Staten kunnen schuilen, vanwege het feit dat de VS zijn handen vol heeft met spanningen in de Pacific. Europa moet dus in toenemende mate zijn eigen broek ophouden op defensiegebied en Rusland en China eisen steeds meer speelruimte op. In combinatie met toenemende schaarste aan grondstoffen en water kan dat spanning zetten op het vrije gebruik van de zee en een bedreiging vormen voor onze handelsroutes en daarmee onze welvaart en ons welzijn. Daar moeten we in bondgenootschappelijk verband een antwoord op vinden; de trend naar een multipolaire zo niet gedefragmenteerde wereld zie ik als een grote dreiging.”

Op welk technische vlak moeten we onze afschrikking nog meer op orde hebben?

“Mogelijke opponenten ontwikkelen steeds effectievere langeafstandsraketten. Die moet je zo vroeg mogelijk kunnen detecteren, classificeren en uit de lucht schieten. Als je daartoe niet in staat bent loop je niet alleen in Nederland risico, maar bestaat ook de reële dreiging dat je de toegang tot belangrijke havens, handelsroutes en verkeersknooppunten op zee wordt ontzegd. De belangrijkste taak van defensie is het voorkomen van conflict, maar je moet daarvoor wel geloofwaardig van je af kunnen bijten. De beste manier om een conflict te voorkomen, is door je er goed op voor te bereiden.”

Worden wij op defensiegebied technologisch ingehaald?

“Rusland en China, maar ook andere landen, schaffen moderne onderzeeboten aan volgens de laatste stand van de techniek. Bij een grootschalig conflict zijn wij sterk afhankelijk van versterkingen vanuit de VS, zo hangt de vlag er nog steeds bij en dat zal voorlopig ook wel zo blijven. Met onderzeeboten ondermijn je die versterking zeer effectief, dus die onderzeebootvloot buiten de NAVO is zeer kwalijk voor onze veiligheid. Als Europa hier geen antwoord op heeft, kan Rusland de Westerse wereld de toegang tot een bepaald gebied ontzeggen (praktisch alle voor de haven van Rotterdam relevante handelsroutes lopen ergens wel langs Russisch gebied, red.). Dat soort scenario’s voorkom je door zelf technologisch voorop te blijven lopen.”

De Verenigde Staten hebben al een onbemand marineschip. Hoe kijken jullie naar dat soort technologie?

“Je moet ontwikkelingen volgen, en tijdig onderkennen of iets een disruptieve technologie is of niet, en er daarna naar handelen. Volledig onbemand varen zal voorlopig nog niet kunnen bij de Koninklijke Marine, maar je moet ontwikkelingen volgen en een fast follower zijn wanneer een technologie doorbreekt. Lean manning doen we al en zullen we door vergaande integratie verder doorvoeren. Verder worden we dikwijls geconfronteerd met drones, niet alleen in de lucht maar ook op en onder water. Wat doe je daar tegen? Ze zijn goedkoop, er vliegen er potentieel veel van rond. Maar ga je goedkope drones stuk voor stuk bestrijden met dure raketten of torpedo’s? Dat zijn vragen waar wij zeker mee bezig zijn.”

De offshore olie- en gasindustrie op de Noordzee gaat slecht, maar er komen offshore windparken bij, hoe gaan jullie om met veranderende activiteiten op de Noordzee?

“Oefeningen in terreurbestrijding op offshore installaties doen we al, blijven we doen, en de urgentie om het te blijven doen wordt steeds groter. Zeewegen vrijhouden en mijnenbestrijding op offshore windlocaties blijven we ook doen. Wat wij defensiebreed als steeds belangrijkere taak voorzien, is onze inlichtingenpositie. Reageren op aanslagen op bijvoorbeeld een offshore productieplatform of exportkabel van een offshore windpark, moeten we kunnen, maar beter is deze te voorkomen.”

“De inlichtingenwereld is net een postzegelhandel: Je krijgt waardevolle informatie mee, als je ook wat te bieden hebt”

Het is een terugkerend thema in ons gesprek met de commandant zeestrijdkrachten. We willen conflicten en aanslagen voorkomen, maar als het erop aankomt, moet je wel echt een klap kunnen uitdelen. Als dat laatste door materieel of gebrek aan mankracht niet gaat, komt een defensiemacht niet geloofwaardig over en heb je je afschrikking niet op orde.
Om conflicten te voorkomen, zijn inlichtingen in toenemende mate van belang. Volgens Verkerk leven we wat dat betreft in interessante tijden. “We hebben door toenemende digitalisering een steeds grotere aanwas aan informatie. Hoe verwerk je die big data stromen? Hoe verbind je er de juiste conclusies aan?” Vervolgens is het een kwestie van op zoek gaan naar afwijkingen van het normale patroon.

“En die internationale inlichtingenwereld is op zijn beurt weer een soort postzegelhandel. Je krijgt alleen waardevolle unieke informatie mee, als je ook iets brengt.” Via deze weg komt het gesprek op de recent gemoderniseerde Walrus-klasse onderzeeboten. Door hun formaat zijn ze klein genoeg om dicht onder de kust te komen en inlichtingen te vergaren, en groot genoeg om wereldwijd inzetbaar te zijn. Maar ze zijn gebouwd in de tijd dat bijvoorbeeld goede schakers van de beste computers konden winnen; nu kan iemand gewapend met een mobieltje en een schaakprogramma moeiteloos Magnus Carlson verslaan.

De onderzeeboten stammen uit de tijd dat we nog trots rondliepen met een Sony Walkman. Is dat nu, na het instandhoudingsprogramma van de Walrus-klasse recht gezet?

“Ja. Maar de vergelijking wordt nog duidelijker als je kijkt naar de rekenkracht van computers anno 2017, in vergelijking met de laten jaren tachtig en vroege jaren negentig. Toen waren de Commodore 64 en de Atari spelcomputers de standaard. Tot voor kort – en nog – keek de commandant door de periscoop relatief langdurig in het rond, gaf zijn bevindingen mondeling door aan de commandocentrale en maakte op basis van zijn individuele waarnemingen keuzes. Nu gaat er in een fractie van de tijd een optronische mast omhoog, zendt bij dag en nacht camerabeelden naar beneden en alles wordt naar de schermen van meerdere operators aan boord gestuurd of indien nodig aan de wal. Daardoor kunnen veel meer mensen in korte tijd hun oordeel over de informatie vellen, is er geen single point of failure meer, kunnen betere keuzes gemaakt worden en zien we veel meer dan voorheen.”

Waaraan merken u en de bemanning van de schepen dat onze schepen kwalitatief beter zijn dan schepen van andere landen?

“Allereerst is dat onze sensortechnologie in combinatie met ons Command Management System (CMS). Daardoor zijn wij in staat doelen eerder dan onze concurrentie te signaleren, identificeren en uiteindelijk te neutraliseren. Daarnaast zie ik dat wij veel voordeel hebben van adequate systeemintegratie. Dat stelt ons in staat met relatief kleine bemanningen rond te varen. Een marineschip is een complex schip, met generatoren, soms dieselelektrische voortstuwing, een groot hotelbedrijf, complexe wapensystemen, navigatie- en communicatiesystemen, etc. In algemene zin denk ik dat de Nederlandse bedrijven die meegebouwd hebben aan onze schepen, daar heel veel toegevoegde waarde hebben bewezen. Door alle systemen goed met elkaar te verknopen, kunnen we met minder bemanning varen. Tot slot zijn we heel goed in het programmeren van combat management systemen. Simpel gezegd is het van belang dat wij de tegenstander eerder kunnen beschieten dan zij ons. Laten we er samen met de industrie en onderzoeksinstituten voor zorgen dat dit zo blijft. Daarvoor is het wel nodig vernieuwend te blijven en onze hoofdwapensystemen tijdig te vervangen. Dan snijdt het mes in die samenwerking aan drie kanten. Laten we gegeven de operationele vraag doen we waar we goed in zijn, (inzet)bereid toe zijn en een stuiver aan terugverdienen door aanbesteding binnen of in samenwerking met de Nederlandse industrie. ”

Onderwerpen
Deel deze pagina

Partners Maritiem Nederland