Achtergrond

NAVO-eskader in Zwarte Zee was onder Nederlands commando


Koninklijke Marine werkt aan verbetering slagkracht

Auteur: Antoon Oosting | Publicatiedatum:

“Als je met een eigen schip aan dit soort reizen met partners meedoet, werk je aan verbetering van je slagkracht. Dan word je als Koninklijke Marine beter, onze schepen en hun bemanningen komen hier beter uit. Door mee te doen werken we aan verbetering van onze inzetbaarheid.” Dat zegt commandeur Boudewijn Boots (55), goed twee dagen terug in Nederland nadat hij zaterdag 15 juni het commando van het permanent NAVO-eskader Standing NATO Maritime Group 2 (SNMG2) in de Middellandse en Zwarte Zee heeft overgedragen aan zijn Canadese collega, commodore Josée Kurtz.

SNMG2 is een van de vier permanente NAVO-eskaders van wisselende omvang en samenstelling. De eerste twee zijn eskaders met destroyers, fregatten en bevoorraders. SNMG1 is het eskader dat permanent actief is op de Noordelijke Atlantische Ocean, Noord- en Oostzee. De Standing NATO Mine Counter Measure Groups (nummers 1 en 2) zijn eskaders van mijnenbestrijdingsvaartuigen, nummer 1 voor het noordwestelijke deel van de Europese wateren en nummer 2 is actief in de Middellandse en Zwarte Zee.

Aan SNMG1 en SNMG2 doen in de eerste plaats de marines uit de regio mee omdat hun eerste prioriteit vaak ligt bij de verdediging van de eigen regio, aangevuld met schepen van marines die streven naar bredere inzetbaarheid. Maar net als vooral de marines van de VS, Canada en het Verenigd Koninkrijk heeft de Koninklijke Marine als strategie om met zijn schepen wereldwijd inzetbaar te kunnen te zijn. Overigens doen ook Polen en Duitsers regelmatig mee aan het eskader in de Middellandse Zee (de Polen niet zozeer met hun schepen, maar wel met stafofficieren).

En om zo breed mogelijk inzetbaar te zijn, trad de Koninklijke Marine in juni 2018 aan met een vlagofficier als eskadercommandant en een vlaggenschip voor het commando van het NAVO-eskader in de Middellandse en Zwarte Zee. De commandant van SNMG2 heeft weliswaar zijn verblijf op het vlaggenschip, in de tweede helft van vorig jaar was dat Zr.Ms. De Ruyter en de eerste helft van dit jaar Zr.Ms. Evertsen, maar de commandant van de schepen is een kapitein-luitenant ter zee.

Vele nationaliteiten

De eskadercommandant zelf in de persoon van Boudewijn Boots heeft zijn eigen internationale staf van een twintigtal officieren en onderofficieren. “Ongeveer de helft daarvan zijn dan Nederlanders en de andere helft zijn meestal officieren uit landen uit de regio maar – als een van hun schepen meedoet – ook Britten, Duitsers of Polen”, vertelt Boots omringd door fluitende vogels thuis in de vredige omgeving van zijn tuin.

Opereren in NAVO-verband is samenwerken met vele nationaliteiten. Op een gegeven moment had Boots zeven nationaliteiten in zijn staf en in de vloot schepen van negen verschillende landen. De samenstelling van het eskader varieert voortdurend, van een tot negen fregatten, twee tankers en andere schepen. Boots: “Een groot aantal Zuid-Europese NAVO-staten heeft kortere of langere tijd een schip in het eskader gehad. Maar ook de Canadezen hebben voortdurend een schip in deze regio gehad.”

‘We hebben laten zien dat we goed samen kunnen optreden, ongeacht welke missie we krijgen’

Een jaar het commando voeren van de SNMG2 betekende voor Boots en zijn staf het leiden van acht grotere oefeningen van twee tot drie weken, van klein tot grootschalig, de ene keer door de NAVO georganiseerd, de andere keer door een NAVO-lidstaat. “Tussen de oefeningen door hebben we elke gelegenheid benut om met regionale lidstaten en soms ook met de marines van partnerlanden te oefenen. Partnerlanden zijn niet-NAVO-lidstaten als Algerije, Egypte, Oekraïne en Georgië. Met de Oekraïners hebben we bijvoorbeeld twee keer geoefend”, aldus de commandeur.

Zelfde standaarden en procedures

Binnen de NAVO gelden dezelfde standaarden en procedures, dezelfde frequenties en orders. Boots: “Door het gebruik daarvan te oefenen word je daar beter in. Met een land als Oekraïne is dat natuurlijk anders. Voordat je samen de zee op gaat, zorg je wel dat ze kennis hebben van onze procedures. En tijdens het oefenen zelf is het dan afwachten of het lukt om alle procedures in de praktijk vlekkeloos toe te passen. Dat gaat dan om manoeuvreren op korte afstand, radioprocedures, het bevoorraden met brandstof. Wil je dat dit goed gaat, dan moet je dit voldoende oefenen.”

Met schepen van de NAVO-lidstaten gaat dat wel. Maar met schepen uit landen als Oekraïne en Georgië valt daar volgens Boots nog wel het nodige aan te verbeteren. Vooral als het gaat om cruciale en potentieel meer dreigende scenario’s als het opereren met vliegtuigen of het gecoördineerd opsporen van vijandelijke onderzeeboten. “Wat betreft de schepen van de deelnemende NAVO-lidstaten hebben we bewezen dat we goed samen kunnen optreden, als een hecht eskader, ongeacht welke missie we krijgen”, aldus Boots.

Verdedigen betekent ook de dreiging van tegenstanders onder controle houden. De afgelopen jaren hebben laten zien dat de Russen weer aanzienlijk assertiever opereren tegen NAVO-schepen. Geregeld verschijnen er dan op internet filmpjes van hoe Russische schepen intimiderend langszij komen of Russische vliegtuigen gevaarlijk laag over komen vliegen. In het jaar dat hij het commando over het SNMG2-eskader voerde, heeft Boots ook diverse malen Russische schepen of vliegtuigen langszij of laag over zien vliegen, zij het steeds op veilige wijze. “Echt onveilige situaties hebben wij niet meegemaakt maar ze zijn wel veel nadrukkelijker aanwezig dan vroeger”, aldus Boots.

Veel onderzeebootactiviteit

En nadrukkelijk volgen gebeurt natuurlijk ook onder water. Op het menu stonden dus negen oefeningen met NAVO-partners in het opsporen van onderzeeboten. In de gehele Oostelijke Middellandse Zee is veel onderzeebootactiviteit (zowel van de Russen als van de NAVO). Het opsporen en volgen van onderzeeboten is ook een belangrijke activiteit van de Koninklijke Marine in de strategie van het vrijhouden van de belangrijkste zeeroutes voor het commerciële scheepvaartverkeer.

Dat vrijhouden van zeeroutes is bijvoorbeeld ook een belangrijk doel van oefenscenario’s in de Egeïsche Zee met zijn vele eilanden. Boots: “Tussen de Griekse eilanden komen je vaak complexe situaties tegen, waarbij fregatten moeten opereren met kleine snelle schepen.” (Hij zegt het niet zelf maar je denkt hierbij direct aan het openhouden van de Straat van Hormoez tussen Iran en het Arabische schiereiland, AO)

In een tijd dat elektronische oorlogvoering steeds belangrijker wordt, is het van belang dat NAVO-lidstaten beschikken over moderne schepen met de modernste elektronische apparatuur. Bij de Koninklijke Marine is dat redelijk op orde maar op basis van de oefeningen heeft commandeur Boots wel enige zorgen over het materieel van met name jongere NAVO-lidstaten als die van Roemenië en Bulgarije. ‘Daar zie je dat technologische ontwikkelingen achterblijven. Dat wreekt zich dan in bijvoorbeeld bij de jacht op onderzeeboten. Het is van belang dat je op je schepen over moderne sensoren beschikt en de data daaruit kunt delen met andere schepen in je eskader. Je wilt dat dataverkeer probleemloos verloopt, maar wel via beveiligde verbindingen zodat je geen informatie aan ‘anderen’ weggeeft”, zegt Boots.

Wat zit er in een schip

De kracht van een schip wordt volgens Boots dan ook niet alleen bepaald door hoe groot of hoe oud het is, maar vooral om wat er in zit. Maar niet ieder land heeft de middelen voor de nodige miljardeninvesteringen in moderne oorlogsschepen. Zo vaart de marine van Roemenië noodgedwongen met oude Britse fregatten (uit 1988), de Bulgaarse marine met drie oude Belgische fregatten (1976-’78). De Turkse marine vaart onder meer met van de Amerikanen overgenomen fregatten van de Oliver Hazard Perry-klasse uit de jaren tachtig.

De ruggengraat van de marine van Griekenland wordt gevormd door negen fregatten van de voormalige Nederlandse Kortenaer-klasse uit het begin van de jaren tachtig. Overigens hebben deze schepen wel in het begin van de jaren 2000 een uitgebreide mid-life update ondergaan waarbij met name de elektronica werd aangepast aan de laatste stand van de techniek. Overigens zijn ook de marines van Roemenië en Bulgarije van plan hun marinevloot flink te moderniseren.

‘Echt onveilige situaties hebben wij niet meegemaakt, maar ze zijn wel nadrukkelijker aanwezig dan vroeger’

Maar de kracht van de marine zit niet alleen in het materieel, maar ook wat je er mee doet en mee kunt. En dat is iets wat je volgens Boots vooral leert door mee te doen aan de permanente NAVO-eskaders. “We komen uit een tijd dat we als Koninklijke Marine veel aan vredesoperaties hebben meegedaan waarbij het accent lag op piraterijbestrijding, het onderscheppen van drugs en het kanaliseren van migratie. Dat betekent vooral heel veel patrouilleren met je schepen.”

Spanningen zijn terug

Maar volgens Boots zijn we nu terug in een situatie waarin spanningen tussen landen snel toenemen en stellingen zich verharden. Dan gaat het er om dat je als marine ook weer geloofwaardige slagkracht kunt laten zien. Iets wat NAVO-landen alleen in gezamenlijk verband kunnen ontwikkelen. Boots: “Als je aan dit soort reizen meedoet en samen met partners heel veel oefent, werk je aan verbetering van je slagkracht. Door deelname aan zo’n NAVO-verband word je beter in samenwerking met je partners. Schepen en hun bemanningen en alle officieren die hieraan meedoen, komen hier beter uit. Op die manier werk je enorm aan verbetering van je inzetbaarheid van en je slagkracht, wat toch de belangrijkste functie van een marine is.’

Het NAVO-eskader is wat dat betreft ook diverse keren dicht onder de kusten van Syrië en de Krim geweest, waar Rusland belangrijke marinebases heeft ingericht. Na de illegale annexatie van de Krim heeft Rusland hier de belangrijke marinebasis van Sebastopol weer in gebruik genomen en in Syrië hebben de Russen een belangrijke marinebasis in de haven van Tartus ingericht. De luchtverdedigingsfregatten, zoals De Ruyter en Evertsen, zijn wat dat betreft uitermate geschikt omdat ze met hun radars vanaf zee behoorlijk ver het land in kunnen kijken. “We kunnen zo goed in de gaten houden wat er in het luchtruim gebeurt. We houden elkaar wat dat betreft in de gaten. Zo lang je dat veilig doet is er niks aan de hand”, aldus Boots.

Het Spaanse fregat ESPS Santa Maria met op de achtergrond het Russische fregat Admiraal Makarov (foto: Hans van Pijkeren)

Deel deze pagina

Partners Maritiem Nederland